De presentatie wordt gedownload. Even geduld aub

De presentatie wordt gedownload. Even geduld aub

Karen Op de Beek Verpleegkundig specialist dialyse.

Verwante presentaties


Presentatie over: "Karen Op de Beek Verpleegkundig specialist dialyse."— Transcript van de presentatie:

1 Karen Op de Beek Verpleegkundig specialist dialyse

2 * Wat is bloeddruk? * Hypertensie * Hypertensie bij dialysepatiënt * Oorzaken * Behandeling * 2 Casussen

3 Wat is bloeddruk? * Druk die op de vaatwanden van de arteriën wordt uitgeoefend * Systole: maximale druk: samentrekken van de linker hartkamer * Diastole: minimum van de druk: ontspanning van de linker hartkamer: vult zich weer met bloed * mmHg

4

5

6 * Stil zitten (met rug- en armleuningen) voor tenminste 5 min * Onthouden van roken of inname van cafeïne tijdens de 30 minuten voorafgaand aan de meting * Juiste manchetmaat! Foutieve metingen * Te klein: verhoogde bloeddruk tot wel 30 mm Hg bij obesitas. * Te groot: vals lage waarden van 10 tot 30 mm Hg. * Meerdere metingen (op basis van 1 meting niet vast te stellen, RR afhankelijk van gemoedstoestand van pat.)

7 * Sympathicus-parasympathicus-systeem * Renine-angiotensine-systeem (RAS) * Water-zouthomeostase

8 * >140 mmHg systolisch en/of * >90 mmHg diastolisch.

9 * Schade arteriën: aneurysma/atherosclerose * Cardiaal: LVH/AP/infarct/hartfalen/ritmestoornissen * Cerebraal: TIA/CVA/Mild cognitive impairment * Renaal: (micro-)albuminerie/ nierinsufficiëntie * Perifere vaten: claudicatio intermittens * Ogen: retinopathie

10 * pre-HD BP <140/90 * post-HD BP <130/80 mm Hg * Weak evidence! Expert judgement

11 * >80% met ESRD heeft hypertensie * Non-dipping patroon (geen dag-nacht ritme) * Interdialystische BP: Ambulante BP meting of zelfmeting door patiënt thuis hebben betere prognostische waarde dan rondom dialyse

12

13 * Volumeoverschot op basis van bemoeilijkte water-en zoutuitscheiding * Te veel vasoconstrictoire activiteit: actief RAAS en te actieve sympaticus

14 * Handhaving van de NaCl-balans is afhankelijk van de uitscheiding door de nier * Afname nierfunctie =>hogere bloeddruk nodig om de NaCl-balans te handhaven

15

16 * Slecht doorbloede nefronen => produceren veel renine * NaCl wordt geretineerd =>hypervolemie en hypertensie * Nierischemie =>te hoge sympathische activiteit=> stimulatie RAAS+ afferente nierzenuw => verhoogde sympathische activiteit. * Kortom: stimulatie van het RAAS en de sympathicus, kunnen gezien worden als een fysiologische respons van de nieren om, via bloeddrukverhoging, hun eigen doorbloeding te verbeteren.

17 * NaCL-retentie: actieve glomerulonefritis, nefrosclerose * Sterke RAAS-activatie: vasculaire aandoeningen (nefroslerose) en anatomische afwijkingen (refluxnefropathie, hydronefrose) en bij glomerulaire ziekten. * Overmatige sympathische activiteit en NaCl- retentie: cystenieren * Weinig RAAS-activatie bij interstitiële ziekten, diabetische nefropathie

18 * SBP > 150mmHg => verhoogde mortaliteit * Post-HD SBP ≥180mmHg en DBP≥90 mmHg => aanzienlijke toename van CV sterfte. * ESRD=>10-20 maal toegenomen risico op CV mortaliteit * Gebruik antihypertensiva => Afname CV gebeurtenissen * Beperkt aantal studies naar antihypertensiva bij dialysepatiënten

19 1. Volumecorrectie 2. Antihypertensiva

20 * Beperkt aantal studies

21 1. RAAS 2. Sympatische zenuwstelsel 3. Invloed op gladde spierweefsel-vasodilatatie 4. Renale excretie van Natrium

22

23 * 3 groepen RAS-remmers die specifiek – elk op een andere plaats – in het systeem aangrijpen * Afname AT2 en aldosteron * Afname wandspanning hart, tegengaan hypertrofie * Vasodilatatie * Contra-indicaties: Angio-oedeem in VG

24 Angiotensine-II- blokkers -ARTAN ACE-Remmers -PRIL Renine-Remmers Aliskiren=Rasilez Remt ‘angiotensine converting enzyme’ Blokkeert Angiotensine II Krachtige, selectieve remmer van het enzym renine

25 * Benazepril (Cibacen®) * Enalapril (Renitec®) * Fosinopril (Diurace®) * Perindopril (Coversyl®) * Quinapril (Acupril®) * Ramipril (Tritace®) * Zofenopril (Zofil®) * Captopril (Capoten®) * Lisinopril (Zestril®) Bijwerkingen: * (Orthostatische) hypotensie * Prikkelhoest * Nierinsufficiëntie * Hypoglycaemie * Angio-oedeem * Hyperkaliëmie

26 * Losartan (Cozaar®) * Irbesartan (Aprovel®) * Candesartan (Atacand®) * Telmisartan (Micardis®) * Valsartan ( Diovan®) Bijwerkingen: * Angio-oedeem * Prikkelhoest (minder frequent dan bij een ACE-remmer) * Hypoglycaemie Nierfunctiestoornissen * Angio-oedeem * Hyperkaliëmie

27 1. RAAS 2. Sympatische zenuwstelsel 3. Invloed op gladde spierweefsel-vasodilatatie 4. Renale excretie van Natrium

28 * Bèta-1-receptoren bevinden zich vooral in het hart. * Bèta-2-receptoren bevinden zich in het gladde spierweefsel van bronchiën, maagdarmkanaal en bloedvaten. * Werking: bloeddrukdaling/bradycardie/ vertraagde AV-geleiding

29

30 Niet-selectieve β-blokkers: blokkeren de β 1 - en β 2 - receptoren * Carvedilol * Labetalol * Pindolol * Propranolol * Sotalol Contra-indicatie: astma en bij diabetici Selectieve β-blokkers: werking voornamelijk op de β 1 -receptoren. * Acebutolol * Atenolol * Bisoprolol * Celiprolol, * Esmolol * Metoprolol * Nebivolol * Bij hoge dosering niet selectief * Contra-indicaties: ernstig hartfalen, bradycardie <45/min

31 * Orthostatische hypotensie * Duizeligheid * Maagdarmklachten * Koude handen en voeten * Vermoeidheid * Hoofdpijn * Erectiestoornissen/impotentie Bij inspanning kan hartslag niet omhoog, wat de inspanning onmogelijk maakt.

32 * Alfareceptoren bevinden zich in bloedvaten huid en maag/darmgebied. * Werking: verlaagt perifere weerstand door vasodilatatie * Doxazosine = Cardura

33 1. RAAS 2. Sympatische zenuwstelsel 3. Invloed op gladde spierweefsel-vasodilatatie 4. Renale excretie van Natrium

34 * Vrije calciumionen zijn nodig om gladde spiercellen te laten contraheren * Calciumantagonisten gaan dit transport tegen => vasodilatatie * Bloeddruk daalt en de belasting van het hart vermindert * Diltiazem en verapamil: anti-arrhythmicum

35 * Amlodipine (Norvasc®) * Felodipine (Plendil®) * Isradipine (Lomir®) * Nicadipine (Cardene®) * Nifedipine (Adalat®) * Bardinipine (Cyress®) * Lercanidipine(Lerdip®) * Diltiazem (Tildiem®) * Verapamil (Isoptin®) Bijwerkingen: * Enkeloedeem * Hypotensie * Lichte hartkloppingen * Maag-darmklachten Contra-indicaties: * Ernstige aortastenose * Hemodynamisch instabiel hartfalen na een acuut myocardinfarct

36 1. RAAS 2. Sympatische zenuwstelsel 3. Invloed op gladde spierweefsel-vasodilatatie 4. Renale excretie van Natrium

37 Lisdiuretica Bumetanide en furosemide Snel en kortdurend effect. Verhogen uitscheiding Na + water > toename diurese. !Cave Hypokaliëmie Thiazides Chloorthiazide Verhogen uitscheiding Na + water > toename diurese. !Cave Hypokaliëmie Aldosteronantagonist Spironolacton !Cave Hyperkaliëmie

38 * Vermindering effectief circulerend volume Bij lis- en thiazidediuretica * Hypokaliëmie * Hyponatriëmie * Hypomagnesiëmie * Verhogen de urinezuurspiegel Bij Lisdiuretica: * Oorsuizen, doofheid, duizeligheid en een vol gevoel in de oren Bij aldosteronantagonisten * Hyperkaliëmie

39 * Centraal aangrijpende antihypertensiva Moxonidine, Methyldopa en Clonidine Centraal aangrijpende alfa adrenaceptoragonisten (daling hartminuutvolume en perifere weerstand) * Direct werkende vasodilatantia Minoxidil = lonnoten De bloeddrukverlaging (systolisch en diastolisch) wordt teweeggebracht door relaxatie van het gladde spierweefsel van de perifere arteriolen, waardoor de perifere vaatweerstand vermindert

40

41 * Zoutbeperking: 5-6 gram NaCl per dag * Vochtbeperking: urineproductie plus l/24 uur * Streven naar een gewichtsstijging tussen 2 dialyses van maximaal 2-2.5kg * Bij adipositas afvallen * Alcohol beperken 0-1 glas per dag * Streefgewicht vaststellen indien vochtintake > urineproductie

42 A. ACEremmer/ ARB/ renineremmer B. ß-blokker C. Calciumantagonist D. Diuretica E. α1-blokkers of centraal aangrijpende antihypertensiva

43 * Man, 64 jaar * VG: cystenieren, DM2, beide nieren verwijderd, PAF * 4x4.5 uur HD * Medicatie: metoprolol 100mg, ascal, insuline, aranesp 100/week, prednison 20mg 1dd * Lab: Hb 6.7, Na 138, K 5.2, kreat 1016, ur 17.6

44

45 * Vrouw, 83 jaar * VG: nefrogene hypertensie, schrompelnieren, AF * 2x 3 uur HD * Medicatie: losartan 100, metoprolol 50, amlodipine 10, furosemide 2dd500, aranesp 60/2wk, ascal * Lab: Hb 6.4, Na 139, K 4.2, kreat 649, ur 30.3

46

47 * KDIGO: Blood Pressure in CKD (2012) KDIGO: Blood Pressure in CKD (2012) * KDOQI: Hypertension and Antihypertensive Agents in CKD (2004) KDOQI: Hypertension and Antihypertensive Agents in CKD (2004)

48


Download ppt "Karen Op de Beek Verpleegkundig specialist dialyse."

Verwante presentaties


Ads door Google