De presentatie wordt gedownload. Even geduld aub

De presentatie wordt gedownload. Even geduld aub

Alija 5 – Chamisji 1.Offeren alleen in de tempel 2.Verbod op het eten van bloed 3.Gebod om bloed te bedekken 4.Verbod op het verstikte.

Verwante presentaties


Presentatie over: "Alija 5 – Chamisji 1.Offeren alleen in de tempel 2.Verbod op het eten van bloed 3.Gebod om bloed te bedekken 4.Verbod op het verstikte."— Transcript van de presentatie:

1

2

3

4

5

6 Alija 5 – Chamisji 1.Offeren alleen in de tempel 2.Verbod op het eten van bloed 3.Gebod om bloed te bedekken 4.Verbod op het verstikte

7

8

9 Alija 5 – Chamisji 1.Offeren alleen in de tempel 2.Verbod op het eten van bloed 3.Gebod om bloed te bedekken 4.Verbod op het verstikte

10 Israël & gèrim

11 Lev.17:8 “Ieder van het huis Israëls of van de vreemdelingen, die in uw midden vertoeven” Lev.17:10 “Ieder van het huis Israëls en van de vreemdelingen, die in hun midden vertoeven” Lev.17:13 “En ieder van de Israëlieten en van de vreemdelingen, die in uw midden vertoeven” Lev.17:15 “En ieder, hetzij geboren Israëliet of vreemdeling”

12

13

14 Gerim – de vreemdeling die de God van Israël liefheeft en zich voegt naar Torah. Exod 12:49 - Eénzelfde wet zal gelden voor de geboren Israëliet en voor de vreemdeling, die in uw midden vertoeft. Exod.22:21 - Een vreemdeling zult gij niet onderdrukken, noch hem benauwen, want gij zijt vreemdelingen geweest in het land Egypte. Lev. 17:15 - En ieder, hetzij geboren Israëliet of vreemdeling, die een gestorven of verscheurd dier eet, zal zijn klederen wassen, zich in water baden en onrein zijn tot de avond; dan zal hij rein zijn. Lev.18:26 - Gij echter zult mijn inzettingen en mijn verordeningen in acht nemen en geen van deze gruwelen doen, noch de geboren Israëliet, noch de vreemdeling die in uw midden vertoeft Lev.19:33 - En wanneer een vreemdeling bij u in uw land vertoeft, zult gij hem niet onderdrukken. Lev.19:34 - Als een onder u geboren Israëliet zal u de vreemdeling gelden, die bij u vertoeft; gij zult hem liefhebben als uzelf, want gij zijt vreemdeling geweest in het land Egypte: Ik ben de Here, uw God. 35 Lev. 24:22 - Enerlei recht zult gij hebben; de vreemdeling zij gelijk de geboren Israëliet, want Ik ben de Here, uw God. Num. 15:16 - Eénzelfde wet en éénzelfde voorschrift zal gelden zowel voor u als voor de vreemdeling die bij u vertoeft. Num.15:29 - Eénzelfde wet zal voor u gelden, voor de onder de Israëlieten geborene en voor de vreemdeling die in uw midden vertoeft, ten aanzien van hem, die iets doet door een onopzettelijke zonde. Num.19:10 - En hij die de as van de koe verzameld heeft, zal zijn klederen wassen, maar tot de avond onrein zijn. Dit zal gelden als een altoosdurende inzetting voor de Israëlieten en voor de vreemdeling die onder u vertoeft. Num. 35:15 - Die zes steden zullen voor de Israëlieten en voor de vreemdeling en voor de bijwoner onder u tot een wijkplaats zijn, opdat daarheen ieder vluchte, die onopzettelijk iemand gedood heeft. Deut.1:16 - En ik gebood toentertijd aan uw rechters: hoort (de geschillen) tussen uw broeders en oordeelt rechtvaardig tussen de een en de ander, of dit diens broeder is dan wel de vreemdeling die bij hem woont. Deut.24:17 - Gij zult het recht van vreemdeling en wees niet buigen; ook zult gij het kleed der weduwe niet tot pand nemen. Deut.31:12 – Roep het volk tezamen, mannen, vrouwen en kinderen, ook de vreemdeling, die in uw steden woont, opdat zij ernaar horen en de Here, uw God, leren vrezen en al de woorden dezer wet naarstig onderhouden,

15 allochtonen afgoden andere cultuur Autochtonen JHWH Torah

16 Hoe wordt je van nechar een esjrach? Een tosjav is een betrokken buitenlandse afgodendienaar in Israël  Een nechar is een buitenlandse afgodendienaar  Wanneer de tosjav tot bekering komt en de God van Israël lief krijgt, zijn Torah volgt, wordt hij een ger. Een ger is een buitenlander die de God van Israël liefheeft  Wanneer de ger zich laat besnijden (er vloeit bloed), een offer brengt (er vloeit bloed) en door het mikwe gaat (naar de overkant=Hebreeër) wordt hij een ezrach. Een ezrach is een dienaar van de God van Israël

17

18 וּבְנֵי הַנֵּכָר, הַנִּלְוִים עַל - יְהוָה לְשָׁרְתוֹ, וּלְאַהֲבָה אֶת - שֵׁם יְהוָה, לִהְיוֹת לוֹ לַעֲבָדִים -- כָּל - שֹׁמֵר שַׁבָּת מֵחַלְּלוֹ, וּמַחֲזִיקִים בִּבְרִיתִי. וַהֲבִיאוֹתִים אֶל - הַר קָדְשִׁי, וְשִׂמַּחְתִּים בְּבֵית תְּפִלָּתִי -- עוֹלֹתֵיהֶם וְזִבְחֵיהֶם לְרָצוֹן, עַל - מִזְבְּחִי : כִּי בֵיתִי, בֵּית - תְּפִלָּה יִקָּרֵא לְכָל - הָעַמִּים. Jes.56:6 “En de vreemdelingen ( וּבְנֵי הַנֵּכָר - de zonen van de nechar) die zich bij de Here aansloten om Hem te dienen, en om de naam des Heren lief te hebben, om Hem tot knechten te zijn, allen die de sabbat onderhouden, zodat zij hem niet ontheiligen, en die vasthouden aan mijn verbond: 7 hen zal Ik brengen naar mijn heilige berg en Ik zal hun vreugde bereiden in mijn bedehuis; hun brandoffers en hun slachtoffers zullen welgevallig zijn op mijn altaar, want mijn huis zal een bedehuis heten voor alle volken.

19 Deut.29:10 “Allen staat gij heden voor het aangezicht van de Here, uw God: uw aanvoerders, uw stamhoofden, uw oudsten en uw opzieners, alle mannen van Israël; 11 uw kinderen, uw vrouwen en de vreemdelingen ( וְגֵרְך ָ ) in uw legerplaats, zelfs uw houthakkers en waterputters, 12 om toe te treden tot het verbond van de Here, uw God, tot dit met een vervloeking bekrachtigd verdrag, dat de Here, uw God, heden met u sluit, 13 opdat Hij u heden als zijn volk bevestige en u tot een God zij, zoals Hij u toegezegd heeft, en uw vaderen, Abraham, Isaak en Jakob, gezworen heeft. 14 Niet met u alleen sluit Ik dit verbond en dit met een vervloeking bekrachtigd verdrag; 15 maar zowel met ieder, die zich hier bij ons bevindt en heden staat voor het aangezicht van de Here, onze God, als met ieder, die heden hier niet bij ons is.”

20 Num.15:15,16 ” wat de gemeente (qahal) betreft, éénzelfde inzetting zal gelden zowel voor u als voor de vreemdeling (gér) die bij u vertoeft; een altoosdurende inzetting zal het zijn voor uw geslachten: gij en de vreemdeling (gér) zullen voor de Here gelijk zijn. 16 Eénzelfde wet (Torah achad) en éénzelfde voorschrift (misjpat echad) zal gelden zowel voor u als voor de vreemdeling (gér) die bij u vertoeft.”

21 VERVANGINGSLEER

22 1 Lev.17:8 “Ieder van het huis Israëls of van de vreemdelingen, die in uw midden vertoeven die een brandoffer of slachtoffer offert, 9 maar dat niet naar de ingang van de tent der samenkomst brengt om het de Here te bereiden, die zal uit zijn volksgenoten uitgeroeid worden.”

23 2 Lev.17:10 “Ieder van het huis Israëls en van de vreemdelingen, die in hun midden vertoeven” die enig bloed eet – tegen zo iemand, die dat bloed gegeten heeft, zal Ik mijn aangezicht keren en hem uit het midden van zijn volk uitroeien.

24 3 Lev.17:13 “En ieder van de Israëlieten en van de vreemdelingen, die in uw midden vertoeven” die een stuk wild of gevogelte jaagt, dat gegeten mag worden, zal het bloed daarvan uitgieten en dat bedekken met aarde.”

25 4 Lev.17:15 “En ieder, hetzij geboren Israëliet of vreemdeling” die een gestorven of verscheurd dier eet, zal zijn klederen wassen, zich in water baden en onrein zijn tot de avond; dan zal hij rein zijn. 16 Maar indien hij ze niet wast en zijn lichaam niet baadt, dan zal hij zijn ongerechtigheid dragen.”

26 1.Offerdienst alleen in de tempel 2.Eet geen bloed 3.Bloed uitgieten en bedekken 4.Eten van het verstikte maakt onrein Hand.15:19 “Daarom ben ik van oordeel, dat men hen, die zich uit de heidenen tot God bekeren, niet verder moet lastig vallen, 20 maar hun aanschrijven, dat zij zich hebben te onthouden van wat door de afgoden bezoedeld is, van hoererij, van het verstikte en van bloed. 21 Immers Mozes heeft van oudsher in iedere stad, die hem prediken, daar hij elke sabbat in de synagogen wordt voorgelezen.

27 Alija 5 gaat verder met:

28 Alle goden buiten JHWH zijn afgoden! Natuurlijk kan je auto of je vakantie je afgod zijn, maar het gaat specifiek over de afgoden van deze wereld, de geestelijke krachten die ons beïnvloeden en verleiden om de God van Israël te verlaten.

29

30 Efez.4:17 ”Dit zeg ik dan en betuig ik in de Here, dat gij niet langer moogt wandelen zoals ook de heidenen wandelen, in de ijdelheid van hun denken, 18 verduisterd in hun verstand, vervreemd van het leven Gods om de onwetendheid, die in hen heerst, om de verharding van hun hart. 19 Zij hebben zich immers in hun verdoving overgegeven aan de losbandigheid om gretig winst te slaan uit allerlei onreinheid. 20 Maar gij geheel anders: gij hebt Christus leren kennen. 21 Gij toch hebt van Hem gehoord en zijt in Hem onderwezen, gelijk dit de waarheid is in Jezus, 22 dat gij, wat uw vroegere wandel betreft, de oude mens aflegt, die ten verderve gaat, naar zijn misleidende begeerten, 23 dat gij verjongd wordt door de geest van uw denken, 24 en de nieuwe mens aandoet, die naar (de wil van) God geschapen is in waarachtige gerechtigheid en heiligheid.” Rabbi Paulus

31 Terug naar Achare mot “na de dood van de twee zonen van Aäron” Lev.10:1 En de zonen van Aäron, Nadab ( נָדָב ) en Abihu ( וַאֲבִיהוּא ), namen ieder zijn vuurpan, deden daar vuur in en legden daar reukwerk op; zo brachten zij vreemd vuur ( אֵשׁ זָרָה ) voor het aangezicht des Heren, hetgeen Hij hun niet geboden had. Esj zarah: zoer-uitwringen, uitpersen, platdrukken, vervreemd raken Lev.9:24 “En er ging vuur uit van de Here ( וַתֵּצֵא אֵשׁ, מִלִּפְנֵי יְהוָה - wa tesé esj mi lifné JHWH) en dit verteerde op het altaar het brandoffer en de vetstukken; toen het volk dat zag, juichten allen en wierpen zich op hun aangezicht.” Jer.23: 29 Is niet mijn woord zó: als een vuur ( דְבָרִי כָּאֵשׁ -devari ka esj), luidt het woord des Heren,

32

33 Ef.2:13 Maar thans in Messias Jesjoea zijt gij, die eertijds veraf waart, dichtbij gekomen door het bloed van Christus.

34


Download ppt "Alija 5 – Chamisji 1.Offeren alleen in de tempel 2.Verbod op het eten van bloed 3.Gebod om bloed te bedekken 4.Verbod op het verstikte."

Verwante presentaties


Ads door Google