De presentatie wordt gedownload. Even geduld aub

De presentatie wordt gedownload. Even geduld aub

Methoden in IDU Introductie Huishoudelijke zaken Plaats van het vak in het onderwijs Enige beschouwingen over wetenschap Eerste verkenning van onderzoek.

Verwante presentaties


Presentatie over: "Methoden in IDU Introductie Huishoudelijke zaken Plaats van het vak in het onderwijs Enige beschouwingen over wetenschap Eerste verkenning van onderzoek."— Transcript van de presentatie:

1 Methoden in IDU Introductie Huishoudelijke zaken Plaats van het vak in het onderwijs Enige beschouwingen over wetenschap Eerste verkenning van onderzoek Afronding, resumé en discussie

2 Voorbereiding afstuderen Kennis van relevante thoerie/vakkennis Kennis van methoden en technieken van onderzoek Vormen van rapportage van verkregen gegevens Formuleren van een advies naar een opdrachtgever Implementatie van gegeven advies/maken van een product

3 Onderzoek & Wetenschap Wat onderzoeken we Hoe onderzoeken we – Een tussenstap Common Sense Wetenschap De empirisch cyclus Kennis Waarheid

4 Onderzoek in schema

5 Methoden in sociale wetenschappen Streven naar ‘harde’ uitspraken (natuurwetenschappen) Ervaringen van uitgevoerd onderzoek leert anders Hawthorne onderzoek (human relation school) Eigen methoden in ontwikkeling Overzicht van de stomingen en een link naar de communicatietheorie

6 Stromingen in de menswetenschappen

7 Algemene eisen aan onderzoek (ers) Weerlegbaarheid – Uitspraken moeten kunnen worden weerlegd Precisie – Resultaten moeten precies zijn (geen vage uitspraken) Verantwoording – Het werk moet controleerbaar zijn door anderen, dus de onderzoeker heeft een verantwoordingsplicht

8 Methoden in deze specialisatie Agendajournalistiek – vooral of de feiten kloppen, maar meer de gebruikelijke methode Onderzoeksjournalistiek – Kritische en diepgravende journalistiek (VVOJ) Systematische nieuwsgaring Systematisch en gedegen bronnenonderzoek Zoeken naar en publiceren van verborgen informatie Nieuws met een maatschappelijk belang

9 Eerste Resumé: Onderzoek is niet een activiteit in één richting maar een samenstel van verrichtingen in vele richtingen Onderzoek is een samenstel van ongelijksoortige verrichtingen Onderzoek is het zoeken naar een antwoord cq. een oplossing Onderzoek veronderstelt dat je ongeveer weet in welke richting je onderzoek gaat

10 Onderzoek in de praktijk Hoe komt de student aan een goede opdracht? Wat is een goede opdracht, kortom welke eisen stelt de opleiding? Welke voorwaarden mag je stellen aan je student en als docent/begeleider? Wat moet de student doen om een goede start te maken? Wanneer keur je een Plan v Aanpak goed? Hoe stem je een en ander af met de opdrachtgever? Hoe verloopt het afstudeertraject verder? Laten we eerst eens op de rol van theorie ingaan.

11 Rol Concepten in een onderzoek

12 Wat te doen in conceptvorming Exploratiefase (data leren kennen) – 1ste codering (toekennen van codes) – eerste selektie van materiaal – structureren van codes Specificatiefase (aktief werken met data en analyse) – boomstructuur op punt stellen – inhoudelijke betekenis van nodes zoeken – verbanden (links) tussen codes – tekst en index searches – definities (oa literatuur) en memo’s verwerken Reductiefase (centraal begrip van theorie bepalen) – resultaten neerschrijven – theorie bouwen Integratiefase (toetsen inkaderen van theorie) – vergelijken met literatuur (ondersteuning / tegenstellingen)

13 Schema voor onderzoek

14 Nog een keer het afstuderen

15 Het maken van een conceptueel model Begin met het tekenen een beïnvloedingsdiagram: – onderbouw keuze en samenhang m.b.v.: raadpleeg: experts, literatuur, doe vooronderzoek – selecteer belangrijke factoren definieer deze als variabelen plaats factoren in diagram – onderscheid oorzaak en gevolg trek enkele pijl – beïnvloeden variabelen elkaar wederzijds? trek dubbele pijl

16 Voorbeeld van een voorlopig concept Beïnvloedende partijen Positieve of negatieve invloed Beïnvloedende factoren Ouders Coach Vriendjes Sfeer waarin gesport wordt zelfbeeld kind al dan niet houden van fysieke activiteit Plezier, spelvorm, afwisseling plagen, “win”- sfeer nu <> ambitie later

17 Een voorbeeld van een meetmodel Bron: Jan A. de Ridder, Boudewijn de Wit en Michiel van Delden; Tijdschrift voor Communicatiewetenschappen

18 Nog een voorbeeld bron: Bart van den Hoof en Saskia Schipper (Tijdschrift voor Communicatie wetenschappen jrg. 33 nr 3

19 De Probleemstelling Een probleemstelling is een paradigma voor het onderzoek Een probleemstelling is tot aan de inlevering van het eindproduct ‘voorlopig’! Een probleemstelling is scherp (SMART) geformuleerd! Een probleemstelling bestaat uit een hoofd en uit deelvragen (3?) Elke deelvraag bestaat weer uit een reeks van onderzoeksvragen! Een probleemstelling bevat een domein en variabelen! Een probleemstelling dient te worden verbonden met een meetmodel.

20 De structuur van de Probleemstelling!

21 Uitwerken begrippen Een voorbeeld om conceptuele begrippen uit te werken.

22 Van probleem naar variabelen Van Probleem naar variabelen – Onderzoekseenheden Over welke objecten wil men wat zeggen? – Variabelen Over welke kenmerken? – Waarden Welke waarden op kenmerken kunnen deze eenheden hebben?

23 Over meten in onderzoek De verzameling getallen bepaald dus welke rekenkundige bewerkingen zijn gedefinieerd. Zo is het meetniveau ook bepalend voor het soort analyse (= rekenkundige bewerkingen) dat je op de gegevens kunt uitvoeren. – Bijvoorbeeld je kunt 5 jaar jong wel van 3 jaar jong aftrekken, dat levert wel een zinnige uitkomst. Maar je kunt heel jong niet van jong aftrekken. Want de uitkomst is onzinnig. We onderscheiden meerdere soorten meetniveaus. – Het natuurlijk meetniveau. Zo is leeftijd een uitdrukking van tijd, en dat is per definitie continu. – Het gemeten meetniveau. Zo kun je leeftijd ook meten van jong naar oud. – Het gemanipuleerde meetniveau. Wanneer je leeftijd in jaren hebt gemeten, kun je het hercoderen (via SPSS) naar een ander meetniveau. Bijvoorbeeld jong en oud. Let op. Je kunt wat meetniveau betreft nooit omhoog. Het meetniveau waar het in principe om gaat is dat meetniveau dat je kunt afleiden uit de frequentie-uitdraai (via SPSS).

24 Meetniveau samengevat

25 Een methode is betrouwbaar: naar de mate waarin ze tendeert dezelfde uitkomsten te geven, onafhankelijk van toevalligheden oftewel Naar de mate waarin ze leidt tot resultaten die tenderen vrij te zijn van niet- systematische (toevallige ) fouten.

26 Een methode is valide: naar de mate waarin ze tendeert de ware, bedoelde realiteit aan het licht te brengen oftewel naar de mate waarin ze leidt tot resultaten die tenderen vrij te zijn van systematische fouten.

27 Validiteit en betrouwbaarheid Niet betrouwbaar en niet valide Betrouwbaar maar niet valide Betrouwbaar en valide

28 Meetniveaus in de praktijk In de praktijd volstaat een eenvoudiger ook: – Nominaal niveau – Ordinaal niveau – Continu niveau Waarbij continu niveau een samenvatting is van ratio, interval, en absoluut. – Deze indeling wordt onder meer gebruikt in SPSS. Ze werkt evengoed, omdat het voor de meeste statistische analyses geen verschil maakt of je ratio, interval of absoluut hebt gemeten.

29 Variabelen Onafhankelijke variabele – Gecontroleerd door onderzoeker Afhankelijke variabele – Varieert in functie van onafhankelijke variabele – Gecontroleerd door de onderzoeker Interveniërende variabelen = Alle andere invloeden die niet worden gecontroleerd of gemeten en die (ongeweten) effekt hebben op afhankelijke variabele – Random fout (vb. gemoedstoestand, temperatuur, …) – Constante fout (vb. “parallelle test” eenvoudiger, altijd complexe stimulus links aanbieden) – Verwarrende variabele (confounding variable) koffie, seizoen, lawaai als samen met onafhankelijke variabele ook een verwarrende variabele varieert kan men niet besluiten of onafhankelijke dan wel verwarrende variabele (mede)oorzaak is van variatie in afhankelijke variabele

30 Kwaliteitscriteria aan onderzoek (ers) Betrouwbaarheid – Goede methoden en meetinstrumenten gebruiken om fouten te vermijden (standaardisering en herhaling zijn goede remedie) en bereken de betrouwbaarheid middels een correlatiecoëfficiënt (≥.7) Interne Validiteit – Voorkom fouten in causale relaties in het onderzoek Externe Validiteit – Resultaten zijn generaliseerbaar naar andere groepen Begripsvaliditeit – Voorkom ‘systematische fouten’ door goed te operationaliseren

31 Aanwezigheid van onderzoeker Doet U maar gerust alsof wij er niet zijn !

32 Van probleem tot conclusie? Selectie van indicatoren Vragenlijst oke? Onderzoeks- eenheden Definitie van theoretische variabelen Probleem Strategie Kies data Verzameling s- methode Formuleren van vragen meetinstrumen t Analyses uitvoeren en Conclusies trekken


Download ppt "Methoden in IDU Introductie Huishoudelijke zaken Plaats van het vak in het onderwijs Enige beschouwingen over wetenschap Eerste verkenning van onderzoek."

Verwante presentaties


Ads door Google