De presentatie wordt gedownload. Even geduld aub

De presentatie wordt gedownload. Even geduld aub

Biomechanisch onderzoek Quadriceps-hoek Malleolaire torsie Femorale anteversiehoek.

Verwante presentaties


Presentatie over: "Biomechanisch onderzoek Quadriceps-hoek Malleolaire torsie Femorale anteversiehoek."— Transcript van de presentatie:

1 Biomechanisch onderzoek Quadriceps-hoek Malleolaire torsie Femorale anteversiehoek

2 Beweging: twee flexiegolven Bewegingsamplitudo: 64°  Standsfase: CF: flexie (O° - 15°fl) MF: extensie (15°fl – 8°fl) PF: flexie (8°fl – 35°fl)  Zwaaifase: ISW: flexie (35°fl – 64°fl) MSW: extensie (64°fl – 35°fl) TSW: extensie (35°fl - 0°) Kinematische curve kniegewricht

3  tijdens knieflexie: distale verplaatsing patella  tijdens knie-extensie: proximale verplaatsing patella = patellar tracking  variatie in contactzone + grootte contactoppervlak tussen femur en patella tijdens fl/ext Biomechanica art. patellofemoralis

4  actieve knie-extensie (concentrisch spierwerk)  excentrische contractie om knieflexie af te remmen  EMG-uitslag: HCVVCHLTO HC Fasische werking m. quadriceps femoris

5  als eerst beschreven door Brattström (1964)  klinische evaluatie van het patellofemoraal gewricht in het frontaal vlak Q-hoek

6 lijn 1 SIAS centrum patella lijn 2 centrum patella tuberositas tibiae De kruising tussen lijn 1 en lijn 2 wordt de Q-hoek genoemd.

7  ‘traditional’ method:  ruglig  kniegewricht in extensie  condyli femoris in het frontaal vlak  m. quadriceps ontspannen  alternatieve methode: vanuit stand, met STG in NCS  GEEN ‘gold standaard’  normaalwaarden:  M: 10°-14°  V: 14,5°-17° (Insall et al.,1976; Aglietti et al., 1983; Horton and Hall, 1989; Caylor et al., 1993; Woodland and Francis, 1992) Q-hoek

8  The combination of wider hips and shorter femurs could increase the valgus of the lower limbs and thus increase the Q-angle. (Horton en Hall, 1989)  It has been documented that Q-angle measurements change with quadriceps femoris muscle group contraction versus relaxation status, hip rotation, foot position, and standing versus supine positions. (Weiss et al., 2013) Q-hoek

9 hoe groter de Q-hoek laterale vector laterale tractie van m. quadriceps op patella verstoring biomechanica art. patellofemoralis kans op PFDS, patella (sub)luxatie, infrapatellaire of pes anserinus tendinopathie,… Q-hoek

10  Factoren die de Q-hoek kunnen beïnvloeden:  malalignment thv het patellofemoraal gewricht (McConnell, 1986)  statiekafwijking  beenlengteverschil  te sterk aangespannen ITB  congenitale afwijkende femorale anteversiehoek  afwijkende malleolaire torsie  selectieve hypotrofie van de m. vastus medialis obliquus Q-hoek

11  Denkoefeningen:  Als je weet dat er pathologische tractie, frictie en compressie krachten bestaan. Welke pathologische krachten verwacht je mediaal en lateraal van het patellofemoraal gewricht bij PFDS?  Welke afwijkende voetkinematica kan de Q-hoek doen toenemen?  Welke patholgische kracht zou zich kunnen manifesteren thv de infrapatellaire patellapees bij een verhoogde Q-hoek?  Een te grote Q-hoek geeft genua... een te kleine Q-hoek geeft genua...  Welke meniscus kan schade ondervinden bij een te grote Q-hoek? Q-hoek

12  beschreven door Le Damany (1903)  tibiale torsie rond longitudinale as in transversaal vlak  wijziging alignement bewegingsvlakken knie- en enkelgewricht Malleolaire torsie

13  Normale ontwikkeling:  in utero: interne tibiale torsie  pasgeborene: torsie = neutraal  eerste levensjaren (tot 5j.): ontwikkeling externe tibiale torsie tot 18°-23°  Uitvoering meting:  patiënt in ruglig  kniegewricht in extensie  condylus medialis en lateralis femoris parallel met FV  torsiemeter plaatsen op malleolus medialis en lateralis Malleolaire torsie

14  Een malleolaire torsie >23° veroorzaakt rotationele afwijkingen in transversaal vlak:  out-toeing gait OF  patella in endo Malleolaire torsie

15  Denkopdracht:  Wat is een mogelijke invloed van een malleolaire torsie >23° op het TCG en het STG in de gangcyclus?  Wat is een mogelijke invloed van een malleolaire torsie >23° op het patellofemoraal gewricht in de gangcyclus? Malleolaire torsie

16  femorale torsie in transversaal vlak  meest voorkomende oorzaak van in-toeing gait rond de leeftijd van 5 jaar  hoek tussen:  de as door het collum femoris  de as door de femurcondyli  normale ontwikkeling:  1j.: 30°-35°  8j.: 25°  15j.: 12° FA corrigeert gemiddeld 15° tijdens de groei Femorale anteversiehoek

17

18  andere mogelijke oorzaken van in-toeing gait:  verminderde mobiliteit thv TLO  spierverkorting mediale hamstrings  interne tibiale torsie  voorvoetadductus  metatarsus primus adductus  hallux varus  Een verhoogde F.A. corrigeert bij 40%, anderen corrigeren schijnbaar door een verhoogde externe tibiale torsie. Femorale anteversiehoek

19 ANTEVERSIEHOEK MALLEOLAIRE TORSIE GANGHOEK Normaal: -12° + 18°= + 6° Voetallignatie

20  Bewegingsamplitudo: 8° Standsfase: CF: interne rotatie (bij HC staat heup in een externe positie) MF: stop interne rotatie / omschakelingsmoment PF: externe rotatie Zwaaifase: ISW: interne rotatie MSW en TSW: externe rotatie Kinematica heupgewricht in het transversaal vlak

21  Denkopdracht:  Teken de kinematische curve van het heupgewricht in het sagittaal vlak.


Download ppt "Biomechanisch onderzoek Quadriceps-hoek Malleolaire torsie Femorale anteversiehoek."

Verwante presentaties


Ads door Google