De presentatie wordt gedownload. Even geduld aub

De presentatie wordt gedownload. Even geduld aub

Rekenvaardigheid Procenten. Absoluut, relatief, cumulatief Absolute getallen: aantal stuks of eenheden Relatieve getallen: als deel van een groter geheel.

Verwante presentaties


Presentatie over: "Rekenvaardigheid Procenten. Absoluut, relatief, cumulatief Absolute getallen: aantal stuks of eenheden Relatieve getallen: als deel van een groter geheel."— Transcript van de presentatie:

1 Rekenvaardigheid Procenten

2 Absoluut, relatief, cumulatief Absolute getallen: aantal stuks of eenheden Relatieve getallen: als deel van een groter geheel Cumulatieve getallen: bij elkaar opgeteld.

3 Procenten Pro cent Per van de 100 = 10% -> percentage = 10 5 van de 50 = 10% 5 van de 50 = 0,1 per een (perunage) Pro mille = per 1000.

4 rijs-brutowinstopslag-brutowinstmargebtw rijs-brutowinstopslag-brutowinstmargebtw

5 Inkoopfactuurprijs EuroProcenten Inkoopprijs € 100,00 100% van de Inkoopprijs BTW € 19,0019%van de Inkoopprijs = Inkoopfactuurprijs € 119,00119%van de Inkoopprijs Deze BTW wordt betaald door de onderneming en kan deze veelal terugkrijgen van de belastingdienst en zijn daarom geen kosten. Een veel voorkomende fout is al men 19% van de Inkoopfactuurprijs neemt dus 19% (of 6% van de 238.) Je berekent dan19%van € 119,00 € 22,61 Er staat119%vd IP= € 119,00 delen door119 delen door119 1%vd IP= € 1,00 maal100 maal %vd IP= € 100,00

6 Brutowinstopslag inkoopprijs €100,00 100% van de Inkoopprijs +brutowinst € 50,0050% van de Inkoopprijs = verkoopprijs € 150,00150% van de Inkoopprijs 100% + BTW € 28,50 19% = Consumentenprijs € 178,50 119%

7 Als de inkoopprijs gegeven is: Er staat100%vd IP= € 100,00 delen door100 delen door100 1%vd IP= € 1,00 maal150,00 maal %vd IP= € 150,00 Als de inkoopprijs gegeven is:

8 Als de verkoopprijs gegeven is: Er staat150%vd IP= € 150,00 delen door150% delen door150 1%vd IP= € 1,00 maal100 maal %vd IP= € 100,00 Als de verkoopprijs gegeven is:

9 Brutowinstmarge inkoopprijs € 100,0067% van de verkoopprijs brutowinst € 50,0033% van de verkoopprijs = verkoopprijs € 150,00100% van de verkoopprijs 100% + BTW € 28,50 19% = Consumentenprijs € 178,50 119%

10 Als de verkoopprijs gegeven is: Er staat100%vd VP= € 50,00 delen door100 delen door100 1%vd VP= € 1,50 maal66,67 maal66,67 67vd VP= € 100,00

11 Als de inkoopprijs gegeven is: Er staat67%vd VP= € 100,00 delen door67% delen door 66,6 7 1%vd VP= € 1,50 maal100,00 maal %vd VP= € 150,00 Als de inkoopprijs gegeven is:

12 Kruislings vermenigvuldigen (€ 150 X 67) / 100% = € 100,00 € % 67% € 100

13 Iets moeilijker De inkoopprijs is € 500,-, de winst is 15% van de inkoopprijs. De BTW bedraagt 19%. €% inkoopprijs500 winst15% verkoopprijs BTW19% C. verkoopprijs 100% 115%100% 119% ,25 684,25

14 Procentuele verandering 90 – 80 = absoluut: van de 80 = 0,125 = 12,5% = Δ 12,5 (Nieuw-Oud)/ Oud

15 Elasticiteit = gevoeligheid. Algemene formule: Elasticiteit = procentuele verandering gevolg gedeeld door Procentuele verandering oorzaak; Bijvoorbeeld: oorzaak: prijs gaat met 10% omhoog, gevolg: vraag daalt met 5%. de elasticiteit is dan -5/ +10= = -0,5 Δ -5 Δ +10 met hoeveel % het gevolg verandert als de oorzaak met 1% verandert.

16 Prijselasticiteit Δ gevolg/ Δ oorzaak prijselasticiteit (Evp) := Δ afzet/ Δ prijs voorbeeld: oorzaak: prijs gaat met 10% omhoog, gevolg: vraag daalt met 5%. de elasticiteit is dan -5/ +10= = -0,5 Dit product is prijsongevoelig/inelastisch <- -1: prijsgevoelig/elastisch -1 en 0: prijsongevoelig/elastisch >0: status

17 Kruiselingse prijselasticiteit (= Ek): welke invloed een (%) prijsverandering van goed ‘y’ heeft op de gevraagde hoeveelheid van goed ‘x’. Ek = Mogelijkheden:Uitkomst: a)Substitutiegoederen:Goederen die elkaar kunnen vervangen. Bijv.: boter en margarine Ek = positief b)Complementaire goederen: Goederen die elkaar aanvullen. Bijv.: shag en vloeitjes Ek = negatief c)Overige:Goederen die geen relatie met elkaar hebben. Bijv.: vis en fietsen Ek = 0

18 Inkomenselasticiteit (= Ei): Ei = % Δ vraag / % Δ inkomen Stel: inkomen stijgt met 10%, Q stijgt met 5% Ei = 5/10 = 0,5 Product is vraag inelastisch met het inkomen.

19 Elasticiteiten en soorten goederen: Uitkomst: Soort goed: Prijselasticiteit v.d. vraag (= Epv) negatiefnormale goederen positiefstatusartikelen Kruiselingse prijselasticiteit (= Ek) negatiefcomplementaire goederen positiefsubstitutiegoederen nulgoederen zonder relatie Inkomenselasticiteit(= Ei)negatiefinferieure goederen positief elastisch luxe goederen positief inelastisch noodzakelijke goederen

20 Meer info en uitleg:


Download ppt "Rekenvaardigheid Procenten. Absoluut, relatief, cumulatief Absolute getallen: aantal stuks of eenheden Relatieve getallen: als deel van een groter geheel."

Verwante presentaties


Ads door Google