De presentatie wordt gedownload. Even geduld aub

De presentatie wordt gedownload. Even geduld aub

Testvragen hoofdstuk 4 T2. Vraag 1 Welke van de volgende stellingen is juist? 1.Een huisarts doet zowel lichamelijk als geestelijk werk. 2.Een brandweerman.

Verwante presentaties


Presentatie over: "Testvragen hoofdstuk 4 T2. Vraag 1 Welke van de volgende stellingen is juist? 1.Een huisarts doet zowel lichamelijk als geestelijk werk. 2.Een brandweerman."— Transcript van de presentatie:

1 Testvragen hoofdstuk 4 T2

2 Vraag 1 Welke van de volgende stellingen is juist? 1.Een huisarts doet zowel lichamelijk als geestelijk werk. 2.Een brandweerman doet vooral denkwerk. a.Geen van beide b.Alleen 1 c.Alleen 2 d.Beide

3 Vraag 2 Schrijf minimaal 3 redenen op die je kunt hebben om te gaan werken

4 Vraag 3 Mag dit wel of niet? Geef dit per gebeurtenis aan. a.Een jongen van 12 werkt bij zijn vader, maar krijgt geen loon. b.Een meisje van 13 loopt stage bij een drogist. c.Een jongen van 15 werkt 20 uur in de week als vakkenvuller. d.Een meisje van 15 heeft een krantenwijk.

5 Vraag 4 Welke wet moet er voor zorgen dat mensen veilig en gezond hun werk kunnen doen? a.De Arbeidstijdenwet b.De Arbowet c.De Wet werk en bijstand d.De Ziektewet

6 Vraag 5 Waar of niet waar. Een arbeidsovereenkomst is een contract tussen werkgever en werknemer, met afspraken over loon, werkuren, proeftijd, opzegtermijn.

7 Vraag 6 Wat is het verschil tussen een vast en tijdelijk dienstverband? Leg uit.

8 Vraag 7 Welke uitspraak over de collectieve arbeidsovereenkomst is juist? a.Alleen werkgevers bepalen de inhoud van een cao. b.Een werknemer hoeft zich niet aan de cao te houden. c.In een cao staan per dag de werktijden beschreven. d.In de cao staan afspraken over arbeidsvoorwaarden.

9 Vraag 8 Met het geld van de loonbelasting betaalt de overheid allerlei uitgaven voor de bewoners van Nederland. Voorbeelden daarvan zijn: onderwijs, gezondheidszorg, politie. Maar ook: onderhoud en bouw van snelwegen, subsidie voor sportclubs, voorlichting over alcohol. Waar of niet waar?

10 Vraag 9 Wat is het verschil tussen brutoloon en nettoloon?

11 Vraag 10 Welke van de volgende stellingen is juist? 1.De loonbelasting is een inkomen voor de werkgever. 2.Als je door omstandigheden niet kunt werken, kun je een uitkering krijgen van de overheid. a.Geen van beide b.Alleen 1 c.Alleen 2 d.Beide

12 Vraag 11 ‘Ik werk hier nu 7 jaar. Ik heb er in een tijd verschillende taken bijgekregen.’ Deze werknemer: a.Heeft een tijdelijk contract. b.Heeft een vast contract.

13 Klaar? Vraag aan mevrouw Timmermans een antwoordenblad zodat je kan nakijken. Dit was een test van hoofdstuk 4 ‘Waarom werken’ voor T2. Wil je goed leren? Maak dan ook alle herhalingsopgaven.


Download ppt "Testvragen hoofdstuk 4 T2. Vraag 1 Welke van de volgende stellingen is juist? 1.Een huisarts doet zowel lichamelijk als geestelijk werk. 2.Een brandweerman."

Verwante presentaties


Ads door Google