De presentatie wordt gedownload. Even geduld aub

De presentatie wordt gedownload. Even geduld aub

Zwijsen College Test jezelf Pulsar Chemie Hfst 2. Klik telkens op de driehoek om verder te gaan! Zet deze toetspresentatie op volledig scherm. (F5 of.

Verwante presentaties


Presentatie over: "Zwijsen College Test jezelf Pulsar Chemie Hfst 2. Klik telkens op de driehoek om verder te gaan! Zet deze toetspresentatie op volledig scherm. (F5 of."— Transcript van de presentatie:

1

2 Zwijsen College Test jezelf Pulsar Chemie Hfst 2. Klik telkens op de driehoek om verder te gaan! Zet deze toetspresentatie op volledig scherm. (F5 of rechter muisknop) en zorg dat je een pen en kladblaadje hebt. Scheidingsmethoden.

3 1. Welke soort mengsels kun je scheiden door te filtreren? A. Emulsies B. Oplossingen C. Suspensies

4 A.EmulsiesAntwoord A is onjuist. Emulsies bevatten 2 vloeistoffen en kun je dus niet scheiden door te filtreren. Probeer het opnieuw. B. Oplossingen C. Suspensies 1. Welke soort mengsels kun je scheiden door te filtreren?

5 A. Emulsies B. Oplossingen Antwoord B is onjuist. Oplossingen gaan in zijn geheel door het filter. Probeer het opnieuw. C. Suspensies

6 Ga verder: 1. Welke soort mengsels kun je scheiden door te filtreren? A. Emulsies B. Oplossingen C. Suspensies Dit is juist. Een suspensie is een mengsel van een vaste stof en een vloeistof. De korreltjes vaste stof kunnen niet door de gaatjes van het filter.

7 2. Als je drinkwater maakt uit zeewater dan is bij deze proef drinkwater het ___________? A. destillaat. B. filtraat. C. residu.

8 2. Als je drinkwater maakt uit zeewater dan is bij deze proef drinkwater het ___________? A. destillaat. B. filtraat. Dit is onjuist. Als je het zeewater eerst filtert, blijft het filtraat achter in het filter. Dit is niet wat je drinkt. Probeer het opnieuw. C. residu.

9 2. Als je drinkwater maakt uit zeewater dan is bij deze proef drinkwater het ___________? A. destillaat. B. filtraat. C. residu. Dit is onjuist. Wat er achter blijft is het residu. Bij zeewater is dit voor het grootste deel zout. Probeer het opnieuw.

10 2. Als je drinkwater maakt uit zeewater dan is bij deze proef drinkwater het ___________? A. destillaat. Dit is juist. Bij destillatie van zeewater verdampt het water. Via koeling condenseert het water en kan opgevangen worden; het destillaat. B. filtraat. C. residu. Ga verder: Een destillaatje, proost!

11 3. Je kunt een mengsel van zand en suiker van elkaar scheiden door gebruik te maken van water. Van welke scheidingsmethoden maak je dan gebruik? A. Alleen extraheren. B. Alleen extraheren en filtreren. C. Alleen extraheren en indampen. D. Alleen filtreren en indampen. E. Alleen extraheren, filtreren en indampen.

12 3. Je kunt een mengsel van zand en suiker van elkaar scheiden door gebruik te maken van water. Van welke scheidingsmethoden maak je dan gebruik? A. Alleen extraheren. Dit is onjuist. Zand en suiker blijven in de oplossing. Probeer het opnieuw. B. Alleen extraheren en filtreren. C. Alleen extraheren en indampen. D. Alleen filtreren en indampen. E. Alleen extraheren, filtreren en indampen.

13 3. Je kunt een mengsel van zand en suiker van elkaar scheiden door gebruik te maken van water. Van welke scheidingsmethoden maak je dan gebruik? A. Alleen extraheren. B. Alleen extraheren en filtreren. Dit is onjuist. De suiker blijft nog steeds in de oplossing. Probeer het opnieuw. C. Alleen extraheren en indampen. D. Alleen filtreren en indampen. E. Alleen extraheren, filtreren en indampen.

14 3. Je kunt een mengsel van zand en suiker van elkaar scheiden door gebruik te maken van water. Van welke scheidingsmethoden maak je dan gebruik? A. Alleen extraheren. B. Alleen extraheren en filtreren. C. Alleen extraheren en indampen. Dit is onjuist. Dan blijft het zand tussen de suiker zitten. Probeer het opnieuw. D. Alleen filtreren en indampen. E. Alleen extraheren, filtreren en indampen.

15 3. Je kunt een mengsel van zand en suiker van elkaar scheiden door gebruik te maken van water. Van welke scheidingsmethoden maak je dan gebruik? A. Alleen extraheren. B. Alleen extraheren en filtreren. C. Alleen extraheren en indampen. D. Alleen filtreren en indampen. Dit is onjuist. Alleen filtreren (zonder water, met water =extraheren) gaat niet. Probeer het opnieuw. E. Alleen extraheren, filtreren en indampen.

16 3. Je kunt een mengsel van zand en suiker van elkaar scheiden door gebruik te maken van water. Van welke scheidingsmethoden maak je dan gebruik? A. Alleen extraheren. B. Alleen extraheren en filtreren. C. Alleen extraheren en indampen. D. Alleen filtreren en indampen. E. Alleen extraheren, filtreren en indampen. Dit is juist. - Extraheren; water er bij doen, de suiker lost op. - Filtreren; zand is het residu, water+suiker is het filtraat. - Indampen; als het water verdampt, blijft de suiker over. Ga verder:

17 4. De blauwe kleurstof kun je uit spiritus halen met norit (actieve kool). Van welke scheidingsmethode maken we dan gebruik en hoe noemen we zo’n stof als norit? ScheidingsmethodeNorit is: A.AdsorptieAdsorptiemiddel B.AdsorptieExtractiemiddel C.ExtractieAdsorptiemiddel D.ExtractieExtractiemiddel

18 4. De blauwe kleurstof kun je uit spiritus halen met norit (actieve kool). Van welke scheidingsmethode maken we dan gebruik en hoe noemen we zo’n stof als norit? ScheidingsmethodeNorit is: A.AdsorptieAdsorptiemiddel B.AdsorptieExtractiemiddel C.ExtractieAdsorptiemiddel D.ExtractieExtractiemiddel Opmerking: Adsorptie wil zeggen: aan de oppervlakte vasthouden. Extractie is een scheidingsmethode die je gebruikt bij een mengsel van vaste stoffen. Probeer het opnieuw.

19 4. De blauwe kleurstof kun je uit spiritus halen met norit (actieve kool). Van welke scheidingsmethode maken we dan gebruik en hoe noemen we zo’n stof als norit? ScheidingsmethodeNorit is: A.AdsorptieAdsorptiemiddel B.AdsorptieExtractiemiddel C.ExtractieAdsorptiemiddel D.ExtractieExtractiemiddel Opmerking: Adsorptie wil zeggen: aan de oppervlakte vasthouden. Extractie is een scheidingsmethode die je gebruikt bij een mengsel van vaste stoffen. Probeer het opnieuw.

20 4. De blauwe kleurstof kun je uit spiritus halen met norit (actieve kool). Van welke scheidingsmethode maken we dan gebruik en hoe noemen we zo’n stof als norit? ScheidingsmethodeNorit is: A.AdsorptieAdsorptiemiddel B.AdsorptieExtractiemiddel C.ExtractieAdsorptiemiddel D.ExtractieExtractiemiddel Opmerking: Adsorptie wil zeggen: aan de oppervlakte vasthouden. Extractie is een scheidingsmethode die je gebruikt bij een mengsel van vaste stoffen. Probeer het opnieuw.

21 4. De blauwe kleurstof kun je uit spiritus halen met norit (actieve kool). Van welke scheidingsmethode maken we dan gebruik en hoe noemen we zo’n stof als norit? ScheidingsmethodeNorit is: A.AdsorptieAdsorptiemiddel B.AdsorptieExtractiemiddel C.ExtractieAdsorptiemiddel D.ExtractieExtractiemiddel Dit is juist. Adsorptie wil zeggen: aan de oppervlakte vasthouden. Extractie is een scheidingsmethode die je gebruikt bij een mengsel van vaste stoffen.

22 5. Afvalglas gooi je in de glasbak. a. Wat gebeurt er met het glas dat in deze bak terecht komt? - Dit glas gaat naar de vuilnisbelt. - Dit glas gaat naar de glasfabriek. - Dit glas gaat als opvulling onder de snelweg.

23 5. Afvalglas gooi je in de glasbak. a. Wat gebeurt er met het glas dat in deze bak terecht komt? - Dit glas gaat naar de vuilnisbelt. - Dit glas gaat naar de glasfabriek. - Dit glas gaat als opvulling onder de snelweg. Dit is onjuist. Het glas is te waardevol voor op de vuilnisbelt, het kan worden hergebruikt. Probeer het opnieuw.

24 5. Afvalglas gooi je in de glasbak. a. Wat gebeurt er met het glas dat in deze bak terecht komt? - Dit glas gaat naar de vuilnisbelt. - Dit glas gaat naar de glasfabriek. - Dit glas gaat als opvulling onder de snelweg. Dit is onjuist. Het glas kan op een andere manier hergebruikt worden. Probeer het opnieuw.

25 5. Afvalglas gooi je in de glasbak. a. Wat gebeurt er met het glas dat in deze bak terecht komt? - Dit glas gaat naar de vuilnisbelt. - Dit glas gaat naar de glasfabriek. Dit is juist. In de glasfabriek wordt het glas omgesmolten en er worden nieuwe glazen voorwerpen van gemaakt. - Dit glas gaat als opvulling onder de snelweg. Ga verder met vraag 5b.

26 5. Afvalglas gooi je in de glasbak. In bewerking! b. Waarom wordt gekleurd glas apart ingezameld? - De verschillende kleuren kunnen niet samen gesmolten worden. - Er is veel behoefte aan kleurloos glas. - Ieder land gebruikt verschillende kleuren glas, dit is makkelijk met transport.

27 5. Afvalglas gooi je in de glasbak. b. Waarom wordt gekleurd glas apart ingezameld? - De verschillende kleuren kunnen niet samen gesmolten worden. Dit is onjuist. De verschillende kleuren glas kunnen goed samen gesmolten worden. Het glas is alleen niet zo helder meer. - Er is veel behoefte aan kleurloos glas. - Ieder land gebruikt verschillende kleuren glas, dit is makkelijk met transport.

28 5. Afvalglas gooi je in de glasbak. In bewerking! b. Waarom wordt gekleurd glas apart ingezameld? - De verschillende kleuren kunnen niet samen gesmolten worden. - Er is veel behoefte aan kleurloos glas. - Ieder land gebruikt verschillende kleuren glas, dit is makkelijk met transport. Dit is onjuist. Er zit misschien wel wat verschil in het gebruik van de verschillende kleuren, maar de meeste landen gebruiken verschillende kleuren.

29 5. Afvalglas gooi je in de glasbak. In bewerking! b. Waarom wordt gekleurd glas apart ingezameld? - De verschillende kleuren kunnen niet samen gesmolten worden. - Er is veel behoefte aan kleurloos glas. Dit is juist. Men wil het dus graag apart houden. Voor bijvoorbeeld wijnflessen is weer groen glas nodig. - Ieder land gebruikt verschillende kleuren glas, dit is makkelijk met transport. Ga verder met vraag 5c.

30 6. Je filtreert een mengsel van krijt en water. 6a. Maak een tekening van de filtratie-opstelling op een kladblaadje. Antwoord:

31 6. Je filtreert een mengsel van krijt en water. 6a. Maak een tekening van de filtratie-opstelling op een kladblaadje. Antwoord: Nee, eerst echt tekenen en dan pas antwoord aanklikken!

32 6. Je filtreert een mengsel van krijt en water. Vraag 6 bcd.

33 b. Wat is in deze proef het residu? Geef dit in je eigen tekening aan. c. Wat is bij deze proef het filtraat? Geef dit in je eigen tekening aan. d. Geef in je eigen tekening ook aan waar het filtraat en het residu zich bevinden. 6. Je filtreert een mengsel van krijt en water. Drie vragen tegelijk, voer dit uit op je eigen tekening. Antwoord b,c,d:

34 1.Glazenstaaf 2.Statief 3.Suspensie (Krijt en water.) 4.Filtreerpapier ( Krijt is hierin het residu.Het lost niet op in water en blijft dus in het filter achter. ) 5.Trechter 6.Bekerglas 7.Filtraat ( Water is het filtraat. Water loopt door de gaatjes van het filter.) 6. Je filtreert een mengsel van krijt en water (tekening). Naar vraag 7:

35 7. Je filtreert een suspensie; a. Leg uit of het residu een zuivere stof moet zijn? - Dit moet een zuivere stof zijn. - Dit hoeft niet; het mag een mengsel zijn.

36 7. Je filtreert een suspensie; a. Leg uit of het residu een zuivere stof moet zijn? - Dit moet een zuivere stof zijn. Dit is onjuist, er kunnen meer stoffen niet oplosbaar zijn en in het filter achter blijven (residu). - Dit hoeft niet; het mag een mengsel zijn.

37 7. Je filtreert een suspensie; a. Leg uit of het residu een zuivere stof moet zijn? - Dit moet een zuivere stof zijn. - Dit hoeft niet; het mag een mengsel zijn. Dit is juist, het kan een mengsel zijn van twee of meerdere vaste, onoplosbare stoffen. 7b.

38 7. Je filtreert een suspensie; b. Leg uit of het filtraat een zuivere stof moet zijn? - Dit moet een zuivere stof zijn. - Dit hoeft niet; het mag een mengsel zijn.

39 7. Je filtreert een suspensie; b. Leg uit of het filtraat een zuivere stof moet zijn? - Dit moet een zuivere stof zijn. Dit is onjuist, er kunnen meer stoffen oplosbaar zijn en door het filter gaan (b.v. zout en water). - Dit hoeft niet; het mag een mengsel zijn.

40 7. Je filtreert een suspensie; b. Leg uit of het filtraat een zuivere stof moet zijn? - Dit moet een zuivere stof zijn. - Dit hoeft niet; het mag een mengsel zijn. Dit is juist, het kan een mengsel zijn van een vloeistof en een opgeloste stof (b.v. water en suiker filtraat). Vraag 8.

41 8. Annemarie destilleert een mengsel van pentaan (kookpunt 36 ºC ) en hexaan (kookpunt 69 ºC ). Maak een duidelijke tekening van de opstelling die zij gebruikt. Als je de tekening af hebt komt intussen de actieknop (pijl) in het scherm.

42 8. Annemarie destilleert een mengsel van pentaan (kookpunt 36 ºC ) en hexaan (kookpunt 69 ºC ). Op de volgende dia een meer schematische tekening: Maak een duidelijke tekening van de opstelling die zij gebruikt.

43 8b. 1.Brander 2.Destillatiekolf (met residu) 3.Destillatiekolom 4.Thermometer 5.Koelwater uit 6.Koeler 7.Koelwater in 8.Opvangvat (met destillaat) 8. Annemarie destilleert een mengsel van pentaan (kookpunt 36 ºC ) en hexaan (kookpunt 69 ºC ). Maak een duidelijke tekening van de opstelling die zij gebruikt.

44 b. Leg uit welke stof bij deze destillatie het eerst over destilleert. - De stof met het hoogste kookpunt (hexaan) destilleert het eerst over. 8. Annemarie destilleert een mengsel van pentaan (kookpunt 36 ºC ) en hexaan (kookpunt 69 ºC ). - De stof met het laagste kookpunt (pentaan) destilleert het eerst over.

45 b. Leg uit welke stof bij deze destillatie het eerst over destilleert. - De stof met het hoogste kookpunt (hexaan) destilleert het eerst over. Dit is niet juist. Pentaan heeft een lager kookpunt en gaat dus eerder verdampen. Probeer het opnieuw. 8. Annemarie destilleert een mengsel van pentaan (kookpunt 36 ºC ) en hexaan (kookpunt 69 ºC ). - De stof met het laagste kookpunt (pentaan) destilleert het eerst over.

46 b. Leg uit welke stof bij deze destillatie het eerst over destilleert. - De stof met het hoogste kookpunt (hexaan) destilleert het eerst over. 8. Annemarie destilleert een mengsel van pentaan (kookpunt 36 ºC ) en hexaan (kookpunt 69 ºC ). - De stof met het laagste kookpunt (pentaan) destilleert het eerst over. Dit is juist. De stof met het laagste kookpunt destilleert het eerst over.

47 c. Na afloop blijkt dat zij op deze manier de stoffen niet goed van elkaar kan scheiden. Leg uit hoe dit komt. - De kookpunten van pentaan en hexaan liggen te ver uit elkaar. 8. Annemarie destilleert een mengsel van pentaan (kookpunt 36 ºC ) en hexaan (kookpunt 69 ºC ). - De kookpunten van pentaan en hexaan liggen te dicht bij elkaar.

48 c. Na afloop blijkt dat zij op deze manier de stoffen niet goed van elkaar kan scheiden. Leg uit hoe dit komt. - De kookpunten van pentaan en hexaan liggen te ver uit elkaar. Dit is niet juist. Als de kookpunten ver uit elkaar liggen zou het makkelijker moeten zijn om de stoffen pentaan en hexaan van elkaar te scheiden. 8. Annemarie destilleert een mengsel van pentaan (kookpunt 36 ºC ) en hexaan (kookpunt 69 ºC ). - De kookpunten van pentaan en hexaan liggen te dicht bij elkaar.

49 c. Na afloop blijkt dat zij op deze manier de stoffen niet goed van elkaar kan scheiden. Leg uit hoe dit komt. - De kookpunten van pentaan en hexaan liggen te ver uit elkaar. 8. Annemarie destilleert een mengsel van pentaan (kookpunt 36 ºC ) en hexaan (kookpunt 69 ºC ). - De kookpunten van pentaan en hexaan liggen te dicht bij elkaar. Dit is juist. Tijdens het verdampen van pentaan begint hexaan ook al te verdampen en over te destilleren. Blijkbaar liggen dus de kookpunten van pentaan en hexaan te dicht bij elkaar. Ga verder met vraag 9.:

50 9. Suiker en zout zijn beide in water oplosbaar. Als je water toevoegt, lossen ze beide op en vindt er geen uitscheiding plaats. Leg uit of je water als extractiemiddel kunt gebruiken. Zo ja, waarom wel en zo nee, waarom niet? Ja, zout lost niet op, het zinkt naar de bodem. Nee, beide stoffen lossen op.

51 9. Suiker en zout zijn beide in water oplosbaar. Als je water toevoegt, lossen ze beide op en vindt er geen uitscheiding plaats. Leg uit of je water als extractiemiddel kunt gebruiken. Zo ja, waarom wel en zo nee, waarom niet? Ja, zout lost niet op, het zinkt naar de bodem. Dit is niet juist. Zout en suiker lossen beide op. Extraheren betekent dat je mengsels van vaste stoffen gaat scheiden door een verschil in oplosbaarheid. Probeer het opnieuw. Nee, beide stoffen lossen op.

52 9. Suiker en zout zijn beide in water oplosbaar. Als je water toevoegt, lossen ze beide op en vindt er geen uitscheiding plaats. Leg uit of je water als extractiemiddel kunt gebruiken. Zo ja, waarom wel en zo nee, waarom niet? Ja, zout lost niet op, het zinkt naar de bodem. Nee, beide stoffen lossen op. Dit is juist. Als je water toevoegt, lossen ze beide op en vindt er géén scheiding plaats. Je kunt in dit geval water dus niet als extractiemiddel gebruiken. Ga verder met vraag 10:

53 10. Teske moet een blauwe kleurstof uit een vloeistof halen. Zij gebruikt hierbij Norit. In een trechter met filter brengt zij noritpoeder en ze schenkt de blauwe vloeistof in het filter. Ze vangt het kleurloze filtraat op in een erlenmeyer. Extractie of extraheren. 10 a. Hoe noemen we de scheidingsmethode die Teske gebruikt? Adsorptie of adsorberen. Filtreren. Sorteren. Chromatograferen.

54 10. Teske moet een blauwe kleurstof uit een vloeistof halen. Zij gebruikt hierbij Norit. In een trechter met filter brengt zij noritpoeder en ze schenkt de blauwe vloeistof in het filter. Ze vangt het kleurloze filtraat op in een erlenmeyer. Extractie of extraheren. Dit is niet juist. Deze scheiding berust op het verschil in oplosbaarheid. 10 a. Hoe noemen we de scheidingsmethode die Teske gebruikt? Adsorptie of adsorberen. Filtreren. Sorteren. Chromatograferen.

55 10. Teske moet een blauwe kleurstof uit een vloeistof halen. Zij gebruikt hierbij Norit. In een trechter met filter brengt zij noritpoeder en ze schenkt de blauwe vloeistof in het filter. Ze vangt het kleurloze filtraat op in een erlenmeyer. Extractie of extraheren. 10 a. Hoe noemen we de scheidingsmethode die Teske gebruikt? Adsorptie of adsorberen. Filtreren. Dit is niet juist. Filtreren berust op het verschil in deeltjesgrootte. Probeer het opnieuw. Sorteren. Chromatograferen.

56 10. Teske moet een blauwe kleurstof uit een vloeistof halen. Zij gebruikt hierbij Norit. In een trechter met filter brengt zij noritpoeder en ze schenkt de blauwe vloeistof in het filter. Ze vangt het kleurloze filtraat op in een erlenmeyer. Extractie of extraheren. 10 a. Hoe noemen we de scheidingsmethode die Teske gebruikt? Adsorptie of adsorberen. Filtreren. Sorteren. Dit is niet juist. Sorteren is meer het verdelen, bijvoorbeeld door afvalstoffen apart te houden ofwel te scheiden. Probeer het opnieuw. Chromatograferen.

57 10. Teske moet een blauwe kleurstof uit een vloeistof halen. Zij gebruikt hierbij Norit. In een trechter met filter brengt zij noritpoeder en ze schenkt de blauwe vloeistof in het filter. Ze vangt het kleurloze filtraat op in een erlenmeyer. Extractie of extraheren. 10 a. Hoe noemen we de scheidingsmethode die Teske gebruikt? Adsorptie of adsorberen. Filtreren. Sorteren. Chromatograferen. Dit is niet juist. Bij chromatograferen spelen verschillen in oplosbaarheid én in adsorptie een rol. Probeer het opnieuw.

58 10. Teske moet een blauwe kleurstof uit een vloeistof halen. Zij gebruikt hierbij Norit. In een trechter met filter brengt zij noritpoeder en ze schenkt de blauwe vloeistof in het filter. Ze vangt het kleurloze filtraat op in een erlenmeyer. Extractie of extraheren. 10 a. Hoe noemen we de scheidingsmethode die Teske gebruikt? Adsorptie of adsorberen. Dit is juist. De kleurstof hecht goed aan de korrels norit. Het norit met de daaraan gehechte kleurstof blijft in het filter liggen. Filtreren. Sorteren. Chromatograferen. Vraag 10 b:

59 10. Teske moet een blauwe kleurstof uit een vloeistof halen. Zij gebruikt hierbij Norit. In een trechter met filter brengt zij noritpoeder en ze schenkt de blauwe vloeistof in het filter. Ze vangt het kleurloze filtraat op in een erlenmeyer. 10 b. Leg uit hoe het komt dat in de erlenmeyer een kleurloze vloeistof komt? - De kleurstof hecht goed aan de filter. - De kleurstof hecht goed aan de norit. - De kleurstof hecht goed aan de trechter.

60 10. Teske moet een blauwe kleurstof uit een vloeistof halen. Zij gebruikt hierbij Norit. In een trechter met filter brengt zij noritpoeder en ze schenkt de blauwe vloeistof in het filter. Ze vangt het kleurloze filtraat op in een erlenmeyer. 10 b. Leg uit hoe het komt dat in de erlenmeyer een kleurloze vloeistof komt? - De kleurstof hecht goed aan de filter. Aan het filter blijft mogelijk wel iets kleurstof achter, maar het grootste deel gaat hier gewoon doorheen. Probeer het opnieuw. - De kleurstof hecht goed aan de norit. - De kleurstof hecht goed aan de trechter.

61 10. Teske moet een blauwe kleurstof uit een vloeistof halen. Zij gebruikt hierbij Norit. In een trechter met filter brengt zij noritpoeder en ze schenkt de blauwe vloeistof in het filter. Ze vangt het kleurloze filtraat op in een erlenmeyer. 10 b. Leg uit hoe het komt dat in de erlenmeyer een kleurloze vloeistof komt? - De kleurstof hecht goed aan de filter. - De kleurstof hecht goed aan de norit. - De kleurstof hecht goed aan de trechter. Aan de trechter hecht nauwelijks iets, probeer het opnieuw.

62 10. Teske moet een blauwe kleurstof uit een vloeistof halen. Zij gebruikt hierbij Norit. In een trechter met filter brengt zij noritpoeder en ze schenkt de blauwe vloeistof in het filter. Ze vangt het kleurloze filtraat op in een erlenmeyer. 10 b. Leg uit hoe het komt dat in de erlenmeyer een kleurloze vloeistof komt? - De kleurstof hecht goed aan de filter. - De kleurstof hecht goed aan de norit. Dit is juist. Het norit met de daaraan gehechte kleurstof blijft in het filter liggen. - De kleurstof hecht goed aan de trechter. Vraag 10 c:

63 10. Teske moet een blauwe kleurstof uit een vloeistof halen. Zij gebruikt hierbij Norit. In een trechter met filter brengt zij noritpoeder en ze schenkt de blauwe vloeistof in het filter. Ze vangt het kleurloze filtraat op in een erlenmeyer. 10 c. Waarom moet zij de norittabletten eerst verpoederen voordat ze deze gebruikt? - De kleurstof hecht zich beter aan het poeder. - De tabletten werken alleen als er veel zuurstof bij kan. - Het poeder valt dan beter onder in het filter.

64 10. Teske moet een blauwe kleurstof uit een vloeistof halen. Zij gebruikt hierbij Norit. In een trechter met filter brengt zij noritpoeder en ze schenkt de blauwe vloeistof in het filter. Ze vangt het kleurloze filtraat op in een erlenmeyer. 10 c. Waarom moet zij de norittabletten eerst verpoederen voordat ze deze gebruikt? - De kleurstof hecht zich beter aan het poeder. - De tabletten werken alleen als er veel zuurstof bij kan. - Het poeder valt dan beter onder in het filter. Op zich is dit wel zo, maar dit is niet het meest juiste antwoord; probeer het opnieuw.

65 10. Teske moet een blauwe kleurstof uit een vloeistof halen. Zij gebruikt hierbij Norit. In een trechter met filter brengt zij noritpoeder en ze schenkt de blauwe vloeistof in het filter. Ze vangt het kleurloze filtraat op in een erlenmeyer. 10 c. Waarom moet zij de norittabletten eerst verpoederen voordat ze deze gebruikt? - De kleurstof hecht zich beter aan het poeder. -De tabletten werken alleen als er veel zuurstof bij kan. Door de tabletten te verpoederen vergroot je het oppervlak, maar niet de werking. Probeer het opnieuw. - Het poeder valt dan beter onder in het filter.

66 10. Teske moet een blauwe kleurstof uit een vloeistof halen. Zij gebruikt hierbij Norit. In een trechter met filter brengt zij noritpoeder en ze schenkt de blauwe vloeistof in het filter. Ze vangt het kleurloze filtraat op in een erlenmeyer. 10 c. Waarom moet zij de norittabletten eerst verpoederen voordat ze deze gebruikt? - De kleurstof hecht zich beter aan het poeder. Dit is juist. Door de tabletten te verpoederen, vergroot ze het werkzame oppervlak van de norit enorm. Er kan dan veel meer kleurstof worden vastgehouden. - De tabletten werken alleen als er veel zuurstof bij kan. - Het poeder valt dan beter onder in het filter. Vraag 11:

67 11. Olive heeft een mengsel van drie vaste stoffen: zwavel, jood en zout. In een boek vindt zij de oplosbaarheid van deze stoffen in de verschillende oplosmiddelen (zie tabel hier onder). Beschrijf de proef die zij moet uitvoeren om dit mengsel te scheiden. Ze moet na afloop de drie vaste stoffen in aparte potjes kunnen opbergen. WaterAlcohol Zwavel-- Jood-+ Zout+- + = Oplosbaar- = Niet oplosbaar

68 11. Wat voegen we eerst toe: - Water. 11. Beschrijf de proef die zij moet uitvoeren om dit mengsel te scheiden. Ze moet na afloop de drie vaste stoffen in aparte potjes kunnen opbergen. - Alcohol. WaterAlcohol Zwavel Jood Zout

69 11. Wat voegen we eerst toe: - Water. 11. Beschrijf de proef die zij moet uitvoeren om dit mengsel te scheiden. Ze moet na afloop de drie vaste stoffen in aparte potjes kunnen opbergen. - Alcohol. Liever niet met water beginnen; zout lost wel op, maar er kan ook een heel klein beetje jood mee oplossen in het water. Probeer het opnieuw.

70 11. Wat voegen we eerst toe: - Water. 11. Beschrijf de proef die zij moet uitvoeren om dit mengsel te scheiden. Ze moet na afloop de drie vaste stoffen in aparte potjes kunnen opbergen. - Alcohol. Juist; welke stof lost dan op in de alcohol. - Zwavel. - Jood. - Zout. WaterAlcohol Zwavel- Jood- Zout+

71 11. Wat voegen we eerst toe: - Water. 11. Beschrijf de proef die zij moet uitvoeren om dit mengsel te scheiden. Ze moet na afloop de drie vaste stoffen in aparte potjes kunnen opbergen. - Alcohol. Juist; welke stof lost dan op in de alcohol. - Zwavel. - Jood. - Zout. WaterAlcohol Zwavel-- Jood- Zout+ Niet juist. Probeer het opnieuw.

72 11. Wat voegen we eerst toe: - Water. 11. Beschrijf de proef die zij moet uitvoeren om dit mengsel te scheiden. Ze moet na afloop de drie vaste stoffen in aparte potjes kunnen opbergen. - Alcohol. Juist; welke stof lost dan op in de alcohol. - Zwavel. - Jood. - Zout. WaterAlcohol Zwavel- Jood- Zout+- Niet juist. Probeer het opnieuw.

73 11. Wat voegen we eerst toe: - Water. 11. Beschrijf de proef die zij moet uitvoeren om dit mengsel te scheiden. Ze moet na afloop de drie vaste stoffen in aparte potjes kunnen opbergen. - Alcohol. Juist; welke stof lost dan op in de alcohol. - Zwavel. - Jood. Juist, zie tabel. - Zout. WaterAlcohol Zwavel-- Jood-+ Zout+- Antwoord: Zij moet dus alcohol toevoegen aan het mengsel en roeren. Het Jood lost op, de rest niet. Dan filtreert ze. Vraag: Wat doe je met het filtraat? Ga verder:

74 WaterAlcohol Zwavel-- Jood-+ Zout+- Vorige antwoord: Zij moet dus alcohol toevoegen aan het mengsel en roeren. Het Jood lost op, de rest niet. Dan filtreert ze. A. Indampen B. Filtreren C. Destilleren Vraag: Wat doe je met het filtraat, als je de alcohol apart wil overhouden?

75 WaterAlcohol Zwavel-- Jood-+ Zout+- Antwoord: Zij moet dus alcohol toevoegen aan het mengsel en roeren. Het Jood lost op, de rest niet. Dan filtreert ze. Vraag: Wat doe je met het filtraat, als je de alcohol apart wil overhouden? A. Indampen B. Filtreren C. Destilleren Je kan wel indampen om Jood over te houden, maar de alcohol vliegt de lucht in en kan gemakkelijk ontbranden. Alcohol is erg brandbaar. Probeer het opnieuw.

76 WaterAlcohol Zwavel-- Jood-+ Zout+- Antwoord: Zij moet dus alcohol toevoegen aan het mengsel en roeren. Het Jood lost op, de rest niet. Dan filtreert ze. Vraag: Wat doe je met het filtraat, als je de alcohol apart wil overhouden? A. Indampen B. Filtreren C. Destilleren Je had al gefiltreerd; zie tekening. Probeer het opnieuw!

77 WaterAlcohol Zwavel-- Jood-+ Zout+- Antwoord: Zij moet dus alcohol toevoegen aan het mengsel en roeren. Het Jood lost op, de rest niet. Dan filtreert ze. Vraag: Wat doe je met het filtraat, als je de alcohol apart wil overhouden? Juist, ga verder: A. Indampen B. Filtreren C. Destilleren Alcohol verdampt eerder, dan water

78 11. Olive heeft nu de Jood afgescheiden. In het residu (in het filter) blijft zwavel en zout over. In de tabel vindt zij de oplosbaarheid van deze stoffen in de verschillende oplosmiddelen. Beschrijf de proef die zij moet uitvoeren om het residu te scheiden. Ze moet na afloop nog twee vaste stoffen (zwavel en zout) in aparte potjes kunnen opbergen. WaterAlcohol Zwavel-- Jood-+ Zout+- + = Oplosbaar- = Niet oplosbaar Het residu overgieten met: - Water. - Alcohol.

79 11. Olive heeft nu de Jood afgescheiden. In het residu (in het filter) blijft zwavel en zout over. In de tabel vindt zij de oplosbaarheid van deze stoffen in de verschillende oplosmiddelen. Beschrijf de proef die zij moet uitvoeren om het residu te scheiden. Ze moet na afloop nog twee vaste stoffen (zwavel en zout) in aparte potjes kunnen opbergen. WaterAlcohol Zwavel-- Jood-+ Zout+- + = Oplosbaar- = Niet oplosbaar Het residu overgieten met: - Water. - Alcohol. Niet juist, dit heb je al gedaan. Dit heeft geen zin. Probeer het opnieuw.

80 11. Olive heeft nu de Jood afgescheiden. In het residu (in het filter) blijft zwavel en zout over. In de tabel vindt zij de oplosbaarheid van deze stoffen in de verschillende oplosmiddelen. Beschrijf de proef die zij moet uitvoeren om het residu te scheiden. Ze moet na afloop nog twee vaste stoffen (zwavel en zout) in aparte potjes kunnen opbergen. WaterAlcohol Zwavel-- Jood-+ Zout+- + = Oplosbaar- = Niet oplosbaar Het residu overgieten met: - Water. Juist, het zout lost dan op en in het filter blijft zwavel(vast) over. Het filtraat kun je indampen en er blijft vast zout over. - Alcohol.Ga verder met vraag 12.

81 12 Bij chromatograferen komt de stof die goed oplost in de loopvloeistof en slecht hecht aan het papier hoog of laag op het chromatogram? - Hoog. - Laag. Loopvloeistof Chromatogram

82 12 Bij chromatograferen komt de stof die goed oplost in de loopvloeistof en slecht hecht aan het papier hoog of laag op het chromatogram? - Hoog. - Laag. Loopvloeistof Chromatogram De stof die goed oplost in de loopvloeistof en niet hecht, wordt met de vloeistof meegezogen en gaat dus een langere weg afleggen. Probeer het opnieuw.

83 12 Bij chromatograferen komt de stof die goed oplost in de loopvloeistof en slecht hecht aan het papier hoog of laag op het chromatogram? - Hoog. Juist. Loopvloeistof Chromatogram De stof die goed oplost in de loopvloeistof en niet hecht, wordt met de vloeistof meegezogen en gaat dus een langere weg afleggen. Deze stof komt dan hoger. Ga verder:

84 13. Warmte uit klei brandt cacao. TNO in Apeldoorn heeft een schonere techniek ontwikkeld om koffie, cacao en noten te branden en te drogen. In de industrie wordt daar nu hete lucht voor gebruikt, heel veel hete lucht, waardoor nogal wat geurstoffen door de schoorsteen in de atmosfeer terecht komen. Bij de nieuwe techniek worden de cacaobonen, de noten of de koffiebonen gemengd met heet zeolietpoeder. Zeoliet is een soort klei, die veel water kan opnemen. Bij het mengen wordt de warmte uit het zeoliet overgedragen op het product, bijvoorbeeld de cacaobonen. Door die warmte worden ze gebrand. Het zeoliet neemt ook het water uit de cacaobonen op. Na scheiding van de cacaobonen en het zeoliet wordt het water uit het zeoliet gestookt. Daarna worden water en zeoliet opnieuw gebruikt. Bij cacoa zijn de milieuvoordelen het grootst. De emissie(uitstoot) aan geurstoffen wordt met 90 % teruggebracht in vergelijking met het huidige droog- en brandproces. Bovendien is volgens TNO 20 % minder energie nodig. Het onderzoeksinstituut heeft het nieuwe proces op kleine schaal beproefd. Let op; je krijgt dit verhaal nu maar 1 keer! Schrijf enkele steekwoorden op je kladblaadje of maak een korte samenvatting.

85 13. Warmte uit klei brandt cacao. Het branden van cacao is anders dan het branden van papier. a. Waarom is men op zoek gegaan naar alternatieven (andere mogelijkheden) voor het branden van cacao? Klik op i voor het antwoord, test voor jezelf ook of je de juiste gegevens hebt opgeschreven in je samenvatting.

86 13. Warmte uit klei brandt cacao. Het branden van cacao is anders dan het branden van papier. a. Waarom is men op zoek gegaan naar alternatieven (andere mogelijkheden) voor het branden van cacao? b. Welke tweede voordeel heeft de nieuwe methode in vergelijking met de nu gebruikte methode? Antwoord: Er was stankoverlast (geurstoffen in de atmosfeer) en die wil men verminderen.

87 13. Warmte uit klei brandt cacao. Het branden van cacao is anders dan het branden van papier. a. Waarom is men op zoek gegaan naar alternatieven (andere mogelijkheden) voor het branden van cacao? Antwoord: Er was stankoverlast (geurstoffen in de atmosfeer) en die wil men verminderen. b. Welke tweede voordeel heeft de nieuwe methode in vergelijking met de nu gebruikte methode? c. Welke functies vervullen de zeolietkorrels? Antwoord: Er is 20% minder energie nodig volgens TNO.

88 13. Warmte uit klei brandt cacao. Het branden van cacao is anders dan het branden van papier. a. Waarom is men op zoek gegaan naar alternatieven (andere mogelijkheden) voor het branden van cacao? b. Welke tweede voordeel heeft de nieuwe methode in vergelijking met de nu gebruikte methode? Antwoord: Er is 20% minder energie nodig volgens TNO. Antwoord: 1. De zeolietkorrels dragen warmte over aan de cacaobonen. 2. De zeolieten adsorberen het water uit de cacaobonen. 3. De zeolietkorrels adsorberen blijkbaar ook de geurstoffen, die anders de atmosfeer in gaan. Ga verder met 13.d Antwoord: Er was stankoverlast (geurstoffen in de atmosfeer) en die wil men verminderen. c. Welke functies vervullen de zeolietkorrels?

89 13. Warmte uit klei brandt cacao. Het branden van cacao is anders dan het branden van papier. d. Op welke manier zou je na afloop de cacao kunnen scheiden van de zeolietkorrels?

90 13. Warmte uit klei brandt cacao. Het branden van cacao is anders dan het branden van papier. d. Op welke manier zou je na afloop de cacao kunnen scheiden van de zeolietkorrels? e. Met welke scheidingsmethode kun je dit vergelijken? Antwoord: De cacao kan door middel van zeven worden gescheiden: de cacaobonen zijn veel groter dan de korreltjes van het zeolietpoeder.

91 13. Warmte uit klei brandt cacao. Het branden van cacao is anders dan het branden van papier. d. Op welke manier zou je na afloop de cacao kunnen scheiden van de zeolietkorrels? Antwoord: De cacao kan door middel van zeven worden gescheiden: de cacaobonen zijn veel groter dan de korreltjes van het zeolietpoeder. e. Met welke scheidingsmethode kun je dit vergelijken? Antwoord: Met filtreren. f. Waar blijft 90% van de geurstoffen bij het nieuwe proces?

92 13. Warmte uit klei brandt cacao. Het branden van cacao is anders dan het branden van papier. d. Op welke manier zou je na afloop de cacao kunnen scheiden van de zeolietkorrels? Antwoord: De cacao kan door middel van zeven worden gescheiden: de cacaobonen zijn veel groter dan de korreltjes van het zeolietpoeder. e. Met welke scheidingsmethode kun je dit vergelijken? f. Waar blijft 90% van de geurstoffen bij het nieuwe proces? Antwoord: De geurstoffen worden door de zeoliet geadsorbeerd (gebonden) of de geurstoffen blijven meer in de cacao. Ga verder met 13.g Antwoord: Met filtreren.

93 13. Warmte uit klei brandt cacao. Het branden van cacao is anders dan het branden van papier. g. Bedenk een reden waarom voor het nieuwe proces 20 % minder energie nodig is?

94 13. Warmte uit klei brandt cacao. Het branden van cacao is anders dan het branden van papier. g. Bedenk een reden waarom voor het nieuwe proces 20 % minder energie nodig is? Antwoord: De cacao en de zeolietpoeder kunnen heel goed gemengd worden, waardoor de overdracht van warmte mogelijk is. Met hete lucht is dat veel moeilijker. h. Het proces kan schematisch in een blokschema worden weergegeven. Neem het blokschema over en zet de woorden (volgende dia) op de juiste plaats in het schema of in de blokken. Ga verder:

95 13. Warmte uit klei brandt cacao. h. Het proces kan schematisch in een blokschema worden weergegeven. Neem het blokschema over en zet de woorden op de juiste plaats in het schema of in de blokken. Zet de volgende woorden op de juiste plaats (bij de rode punten): Oven (2x), Zeolietkorrels(3x), Cacaobonen, Gebrande cacaobonen(2x), Hete zeolietkorrels, Mengen, Scheiding, Waterdamp Antwoord blokschema:

96 13. Warmte uit klei brandt cacao. h. Het proces kan schematisch in een blokschema worden weergegeven. Neem het blokschema over en zet de woorden op de juiste plaats in het schema of in de blokken. Zet de volgende woorden op de juiste plaats (bij de rode punten): Oven (2x), Zeolietkorrels(3x), Cacaobonen, Gebrande cacaobonen(2x), Hete zeolietkorrels, Mengen, Scheiding, Waterdamp zeolietkorrels en zeolietkorrels zeolietkorrels oven waterdampGebrande cacaobonen scheiding cacaobonen Hete zeolietkorrels mengen hergebruiken

97 Suspensie: Melk!? Proost


Download ppt "Zwijsen College Test jezelf Pulsar Chemie Hfst 2. Klik telkens op de driehoek om verder te gaan! Zet deze toetspresentatie op volledig scherm. (F5 of."

Verwante presentaties


Ads door Google