De presentatie wordt gedownload. Even geduld aub

De presentatie wordt gedownload. Even geduld aub

PNEUMOCYSTIS-PROFYLAXE BIJ IMMUUNGECOMPROMITTEER DE PATIËNTEN WIE WEL EN WIE NIET? 24 nov 2014 Jeroen van der Hilst.

Verwante presentaties


Presentatie over: "PNEUMOCYSTIS-PROFYLAXE BIJ IMMUUNGECOMPROMITTEER DE PATIËNTEN WIE WEL EN WIE NIET? 24 nov 2014 Jeroen van der Hilst."— Transcript van de presentatie:

1 PNEUMOCYSTIS-PROFYLAXE BIJ IMMUUNGECOMPROMITTEER DE PATIËNTEN WIE WEL EN WIE NIET? 24 nov 2014 Jeroen van der Hilst

2 Casus Mw T 79 jarige vrouw opname owv koorts en dyspnoe Medische voorgeschiedenis: sarcoïdose met hilaire en mediastinale klieren, cutane laesies. Aortitis Rx: Medrol 32 mg eenmaal daags wekelijks 15 mg Methotrexaat A/ Sinds 4 dagen toenemend benauwd en verward O/ Temp 39.0°C, eindinspiratoire crepitaties links basaal Labo: Leukocyten 5,5 x 10 9 /L CRP van 47 mg/L. ABG: pH 7.50, pO 2 54 mmHg, pCO 2 28 mmHg, HCO3- 22 mmol/L LDH 932

3 Diagnose: pneumonie 22/7 start Augmentin 24/7 switch naar TAZOCIN 25/7 consult infectieziekten: Gezien hypoxemie, LDH, immuun- gecompromitteerd: PJP BAL Empirisch start co-trimoxazol

4 Had dit voorkomen kunnen worden? Co-trimoxazol is erg effectief in preventie van PJP Toegepast bij Orgaantranspantaties Stamceltransplantaties Ziekte van Wegener

5 Moeten alle immuun-gecompromitteerde patiënten PJP-profylaxe krijgen ?

6 Pneumocystis Jiroveci Vroeger : Pneumocystis Carini Fungus (geen protozoön) Commensaal micro-organisme Vargas et al Clin Infect Dis 2001

7 Opportunistische infectie Voor begin jaren 80 een zeldzaamheid

8 PJP bij HIV

9 Indicatie profylaxe bij HIV CD4 <200/mm³ Co-trimoxazol

10 PJP bij non-HIV Toename in incidentie bij non-HIV Meer patiënten die immuungecompromitteerd zijn Hogere mortaliteit van PJP bij non-HIV Later diagnose Hogere mortaliteit* *Ming-chi et al J Micobiol Immunol Infect 2014 (47) 42-47

11 Cijfers Jessa 3 jaar 11 patiënten met PJP 3 HIV 8 non-HIV, 3† DiagnoseImmuunsuppressie SarcoidoseMEDROL 32 mg SarcoidoseMEDROL 32 mg NHLLeukeran, rituximab NHLMTX, BCNU, vincristine, cytarabine CLL, GVHDallo-SCT,MEDROL AML, GVHDSCT, MEDROL IBD, MDSallo SCT, Budenoside PMRMTX, MEDROL 16

12 Moeten niet alle patiënten onder immunosuppressiva PJP-profylaxe krijgen?

13 Hypothese Kunnen we patiënten met een hoog risico te identificeren Kan CD4-aantal ook bij niet-HIV patiënten gebruikt worden voor selectie van patiënten die profylaxe nodig hebben?

14 Methode Literatuur search Pubmed: “Pneumocystis”, “non-hiv”, en “prophylaxis” Er werd geselecteerd op Engelstalige artikels over studies bij volwassen mensen. De titel en abstract van 26 artikels werden gescreend. Meer relevante artikels werden bekomen via referenties en citaties.

15 Aantal patiënten met beschikbare CD4 + -waarden Onderliggende aandoeningen immuunsuppressieve behandelingen CD4 + -celaantal (cellen/mm 3 ) Gemiddeld Mediaan Spreiding Mansharamani et al. 22 Vaste tumoren, hematologische maligniteiten, sarcoïdose, IPF, BOOP, immune hepatitis CS, cyclofosfamide, MTX, Chemotherapie – 546 Glück 7 Hematologische maligniteiten, inflammatoire aandoeningen CS, plasmaferese, MTX, cyclofosfamide, azathioprine – 182 Fily et al. 26 Hemat. maligniteiten, orgaantransplantatie, inflammatoire aandoeningen, vaste tumoren, neurolepticageassoc. lymfopenie CS, chemotherapie, BMT, antirejectietherapie, MTX, anti-TNFα – 1449 Roblot et al. (2002) 25 Hemat. maligniteiten,reumatisch, vaste tumoren, orgaantransplantatie, idiopatisch CD4 + -cytopenie Chemotherapie, CS, BMT – 1000 Roblot et al. (2003) 14 Hematologische maligniteiten, 7 patiënten met geassocieerde inflammatoire aandoeningen Cytotoxische geneesmiddelen, CS, BMT – 1000 Roblot et al. (2014) 37 Hematologische maligniteiten, inflammatoire aandoeningen, vaste tumoren, SOT CS, chemotherapie, BMT,Rituximab,anti-TNFα NA Martin-Garrido et al. 10 Hematologische maligniteiten, inflammatoire aandoeningen, ITP Rituximab met of zonder CS of chemotherapie – 363 De Castro et al. 10Allogene stamceltransplantatie CS, cyclosporine 139, – 368

16 CD4+ aantal en PJP 22 patienten met PJP-pneumonie non-HIV Bij afkappunt van 300 CD4+ cellen: 91% van alle patiënten Mansharamani Chest 2000

17 Aantal patiënten met beschikbare CD4 + -waarden Onderliggende aandoeningen immuunsuppressieve behandelingen CD4 + -celaantal (cellen/mm 3 ) Gemiddeld Mediaan Spreiding Mansharamani et al. 22 Vaste tumoren, hematologische maligniteiten, sarcoïdose, IPF, BOOP, immune hepatitis CS, cyclofosfamide, MTX, Chemotherapie – 546 Glück 7 Hematologische maligniteiten, inflammatoire aandoeningen CS, plasmaferese, MTX, cyclofosfamide, azathioprine – 182 Fily et al. 26 Hemat. maligniteiten, orgaantransplantatie, inflammatoire aandoeningen, vaste tumoren, neurolepticageassoc. lymfopenie CS, chemotherapie, BMT, antirejectietherapie, MTX, anti-TNFα – 1449 Roblot et al. (2002) 25 Hemat. maligniteiten,reumatisch, vaste tumoren, orgaantransplantatie, idiopatisch CD4 + -cytopenie Chemotherapie, CS, BMT – 1000 Roblot et al. (2003) 14 Hematologische maligniteiten, 7 patiënten met geassocieerde inflammatoire aandoeningen Cytotoxische geneesmiddelen, CS, BMT – 1000 Roblot et al. (2014) 37 Hematologische maligniteiten, inflammatoire aandoeningen, vaste tumoren, SOT CS, chemotherapie, BMT,Rituximab,anti-TNFα NA Martin-Garrido et al. 10 Hematologische maligniteiten, inflammatoire aandoeningen, ITP Rituximab met of zonder CS of chemotherapie – 363 De Castro et al. 10Allogene stamceltransplantatie CS, cyclosporine 139, – 368

18 Klinische praktijk Wat is de noemer? Welk deel van de patiënten met immuunsupressie heeft een CD4-aantal <300/mm³ ?

19 CD4+ aantal en PJP Controlegroepen Mansharamani Chest 2000 ImmuunsuppressieDosisAantal patiënten% CD4<300 Prednison27.1± 13mg2339.1% Prednison + (MTX,AZA,CF) N/A1546.7% ChemotherapieN/A1080% TransplantatieN/A1464.2%

20 NNT Welk % met 16 mg MEDROL heeft CD4 <300? Welk % met 32 mg MEDROL heeft CD4 <300? Welk % met 16 mg MEDROL + 15 mg MTX heeft CD4 <300? Welk % met 100 mg IMURAN heeft CD4 <300? Enz, enz

21 Wie wel? Patiënten met immuunsuppressie en CD4-aantal van <300/mm³ Prospectieve studie gewenst Informatie over percentage patiënten met CD4<300/mm³ gewenst

22 Wie niet? Post-transplantatie Wegener 15.2 % van non-HIV patiënten stopt met cotrimoxazol owv nevenwerkingen 3,1% SAE Leukopenie Ernstige rash Green H et al. Mayo Clin Proc. 2007;82(9):1052

23 Transplantation 2012;93: 112–119 Niertransplantatie Richtlijnen post-transplantatie: 3-6 maanden cotrimoxazol-profylaxe Case-controle studie van PJP bij niertransplantatiepatienten: OR lymfopenie (<500): 18.1* *De Castro et al Clin Microbiol Infect. 2009

24 Wie niet? Post-transplantpatiënten Wegener Bij alle patiënten CD4 meten? Te overwegen Stoppen indien CD4>300

25 Samengevat Net als bij HIV is het aantal CD4-cellen belangrijke risicofactor voor PJP Grote meerderheid van patiënten met PJP onder immuunsuppressie heeft CD4-aantal <300/mm³ Alle patiënten met immuunsuppressie CD4 meting voor evt cotrim? Doen CD4 aantal meten om cotrimoxazol te stoppen? Te overwegen In afwachting prospectieve studie

26 Dank voor uw aandacht


Download ppt "PNEUMOCYSTIS-PROFYLAXE BIJ IMMUUNGECOMPROMITTEER DE PATIËNTEN WIE WEL EN WIE NIET? 24 nov 2014 Jeroen van der Hilst."

Verwante presentaties


Ads door Google