De presentatie wordt gedownload. Even geduld aub

De presentatie wordt gedownload. Even geduld aub

DAL/RvP (Bij Palet Basisboek) Postmodernisme: Appartementencomplex Kasteel Den Bosch, Sjoers Soeters.

Verwante presentaties


Presentatie over: "DAL/RvP (Bij Palet Basisboek) Postmodernisme: Appartementencomplex Kasteel Den Bosch, Sjoers Soeters."— Transcript van de presentatie:

1 DAL/RvP (Bij Palet Basisboek) Postmodernisme: Appartementencomplex Kasteel Den Bosch, Sjoers Soeters

2 Het Nederlandse landschap is bedacht. Elke boom, elk grasveld, elke straat, elk gebouw : bij alles wat je ziet is nagedacht. De architect is verantwoordelijk voor het uiterlijk van een gebouw, hoe dat past bij de gebruiksfunctie en een degelijke constructie. Het gebouw moet aan de volgende eisen voldoen: > Het ziet er mooi uit > Het is bruikbaar voor de functie waarvoor het is gebouwd. > Het is degelijk en voldoet aan alle eisen op gebied van veiligheid. > Het past goed in de omgeving: het stedelijk landschap. Metrostation Spijkenisse Architectenwerk Centraal station Antwerpen

3 Planologen. denken na over grote gebieden: waar komen kantoren, waar fabrieken, winkelcentra, woningen enz. Meestal is het de afdeling stedenbouw van de gemeente die samen met de projectontwikkelaars invult hoe de gemeente wordt ingericht. Voor de invulling van grote gebieden heb je ook ingenieurs civiele techniek nodig: zij ontwerpen bruggen, viaducten en andere ‘kunstwerken’. Erasmusbrug, Rotterdam

4 Centraal station Berlijn 2006 De architect houdt zich niet alleen bezig met de buitenkant van het gebouw, wat wel het meest onderscheidende is, maar bedenkt ook het geheel aan ruimtes. Hij wordt beperkt of verrijkt met een functie van het gebouw en heeft te maken met het publiek. Wat is de uitstraling van een gebouw, degelijkheid, betrouwbaarheid, eigenzinnigheid? Het nieuwe station van Berlijn (2006) straalt uit dat het open staat voor de wereld. Vijf verdiepingen opgetrokken uit staal en glas, inclusief winkels en horeca. De middelen die een architect tot zijn beschikking heeft om een gebouw te onderscheiden zijn: > de vorm > de grootte > het materiaal van de zichtbare buitenkant, de huid.

5 2.1 Vorm Onder de vorm van een gebouw verstaan we het spel van lijnen en vlakken: geometrisch of juist organisch, recht of rond, open of dicht? Met dit vormen- en lijnenspel kan de architect het doel van het gebouw duidelijk maken, hij kan de dynamiek van een bedrijf ermee aangeven zoals het ING-gebouw. Het pand straat uit dat het ‘vooruit’ wil, het interieur ademt ‘openheid’. De vorm heeft te maken met smaak en tijdgeest. Meyer en van Schooten, ING House, 2001 (Postmodernisme)

6 Vorm Ontwerpen in geometrische vormen konden door de uitvinding van nieuwe technieken en materialen worden uitgebuit. Met gewapend beton, gietijzer en staal konden grote ruimtes worden overspannen. Glas - nu in grote platen - kon hele muurvlakken bedekken. Ook de binnenruimtes konden naar believen of behoefte worden gegroepeerd. Bijvoet en Duiker, 1930, Openluchtschool A’dam, van der Rohe, Seagram building, 1958 Louis Sullivan, Wainwright Building, Rietveld, Schröderhuis, Utrecht Flexibele binnenruimtes 1924.

7 2.2 Grootte Een opdrachtgever moet altijd rekening houden met een budget. De omvang van het gebouw heeft niet alleen te maken met gebruik of behoefte. De opdrachtgever kan zich ook willen manifesteren met een imposant bouwwerk: ‘Kijk mij eens belangrijk zijn’. Stadhuis (nu paleis) van Amsterdam Kantoorkolos van Nat.Ned. Rotterdam Fragment British Museum, Londen Luxe villa Hollywood

8 2.3 Het materiaal van de zichtbare buitenkant: de huid hout, Eco-villa Neufchateaux baksteen marmer, San Miniato Vroeger was het skelet (de constructie) van een gebouw van hetzelfde materiaal als de huid (de bedekking). Dat is sinds de 20 e eeuw niet meer nodig. Het skelet kan van hout, staal of beton zijn, de huid kan daar van afwijken. De huid moet vooral passen bij de gewenste uitstraling: behoudend, traditioneel, eigentijds, eigenzinnig enz.

9 Het materiaal van de zichtbare buitenkant: de huid beton, Paperclip, Rotterdam beton, Radio Kootwijk beton, Van Waningkantoor glas: de Boekenberg, Spijkenisse Glas: vliesgevel

10 Door de eeuwen heen volgden nieuwe stromingen en stijlen elkaar op. Toen het modernisme als architectuurstroming ontstond, bleef men daarnaast traditioneel bouwen. Moderne en op traditie geïnspireerde gebouwen staan naast elkaar. Dat maakt een stad of dorp levendig. Centraal Museum,Utrecht. Hof van Heden, Mecanoo won in 2005 een prijsvraag om een lege plek in het centrum van Nijmegen te vullen met woningen.

11 Gemeentebesturen en toekomstige bewoners willen meer invloed op de manier van bouwen. De architect zal dus moeten kijken naar wat het grote publiek wil. Via een referendum kan de bevolking zich uitspreken over een bepaald plan. Naast puur esthetische kwaliteiten wordt vooral gekeken naar de klantvriendelijkheid ook in de woningbouw, denk aan: woonomgeving, veiligheid, parkeergelegenheid, inrichting. Wonen moet vooral aangenaam zijn. Nieuwbouwproject, Hoogvliet Ontwerp centrumplan, Utrecht. Artist-impression van een te bouwen project..

12 4.1 Het gebouw Met welk doel is het gebouw gemaakt? Functie van het gebouw. Een nieuw stadhuis voor Den Haag om zo een nieuw centrum te creëren buiten het oude centrum. Het complex moest een soort ‘huiskamer’ worden van de stad Den Haag, een verzamelcomplex met een bibliotheek, horeca, winkels en kantoren in één. De motor voor verdere vernieuwingen aan en rond het Spui. Na een internationale competitie werden vijf architecten uitgenodigd, Richard Meier kreeg de opdracht. Twee witte L-vormige gebouwen om een overdekt atrium (overdekt stadsplein). Richard Meier, gemeentehuis Den Haag,

13 4.2 De architect Wie zijn er allemaal betrokken bij de totstandkoming van het gebouw? Architecten adverteren niet in kranten. Een opdrachtgever benadert hem via contacten. De gekozen architect maakt vervolgens een ontwerp – tekeningen, plattegronden, technische details- en berekent de kosten. Bij grote projecten werkt men vaak op inschrijving: uit meerdere ontwerpen wordt er dan één gekozen. De gemeente bekijkt of het ontwerp past in het bestemmingsplan: wat mag waar gebouwd worden. Als alles goed is, gaat het naar de welstandscommissie bekijkt of naar wens is, welke materialen gebruikt worden, of het past in de bestaande omgeving en de kwaliteit. Dan kan de aannemer aan de slag. Hij zet het gebouw neer. Een uitvoerder controleert alle stappen van het bouwproces. Als alles af is, vindt de oplevering plaats. Richard Meier, gemeentehuis Den Haag,

14 4.3 De gebruiker Hoe reageert de gebruiker? Wat is er zo bijzonder aan Meier’s ontwerp? Zelf zegt hij: ‘De manier waarop het gebouw rond het centrale atrium ligt, is voor het functioneren veelbetekenend’. Een ieder kan zich als individu ergens in het gebouw bevinden, maar is toch zichtbaar onderdeel van het geheel. Het is dus naast een praktisch te gebruiken gebouw ook een symbool voor meer: dynamisch stadsleven, toonbeeld van democratie, huis(kamer) voor alle Hagenaars. Het atrium functioneert als overdekt stadsplein. Het resultaat is een bruisend centrum door het samenkomen van functies, iedereen heeft er wel iets te zoeken. En zo is de buurt een levend onderdeel van de Haagse binnenstad geworden. Richard Meier, gemeentehuis Den Haag,

15 Architectuur begint met een behoefte: een dak boven je hoofd. Hoe die woning eruit ziet is van veel dingen afhankelijk. Ten eerste de plek en het klimaat, een Eskimo stelt andere eisen dan iemand uit Afrika. Ten tweede het materiaal: wat is er in de omgeving?. Indianen maken hun tipi’s van hout en bizonhuid. Een simpele constructie die makkelijk te verplaatsen is. Het Dogonvolk in de woestijn gebruikt klei over een geraamte van hout en gevlochten takken, die door de zon keihard opdroogt. Bij gebrek aan materialen gebruiken mensen noodgedwongen ook afval. Eskimohut, Canada Tipi, N.Am.Indianen. Huis Dogonvolk, Afrika Krotwoningen, overal ter wereld!

16 5.1 De klassieken De Grieks/ Romeinse Oudheid wordt gezien als de bakermat van de westerse beschaving. De Griekse bouwkunst kenmerkt zich door architraafbouw: steunpunten met daarop een dwarsbalk. Centraal staan bij de Grieken: evenwicht, harmonie, symmetrie, ideale verhoudingen, gulden snede. De Romeinen waren meer praktisch. Naast marmer (vaak als bekleding) gebruikten zij baksteen en beton! Zij passen de boogconstructie op grote schaal toe, waardoor grotere ruimtes overspannen konden worden. Na de ineenstorting van het Romeinse rijk en gedurende de grote volksverhuizingen was Europa onrustig. Er werden tot aan de 9 e eeuw geen grote of permanente gebouwen gebouwd. Basilica van Constantijn,Trier Colosseum,Rome Acropolis,Athene

17 De klassieken Na de donkere middeleeuwen is er een romaanse stijlperiode. Kenmerken van deze stijl zijn de rondbogen en zware muren met kleine vensters, zoals in het Valkhof te Nijmegen te zien is. De macht van Karel de Grote kwam tot uiting in dit zware gebouw. In de late middeleeuwen ontstaat de gotische stijl: spitsbogen en ribgewelven wijzen recht naar de hemel. De versierde portalen ‘vertellen’ de analfabetische kerkgangers het verhaal van de Bijbel. Het Valkhof, Nijmegen 1030 St.Jan, Den Bosch Gotiek Romaans,St. Servaes, Maastricht Ribgewelven, Kathedr.Reims Gotiek Portaal Notre Dame Parijs Gotiek Engel met mobieltje St. Jan 2010

18 Stadhuis Groningen Neoclassicisme 5.2 Bouwen in rijkdom (3x teruggrijpen op de Klassieke Oudheid) In de Renaissance (16 e eeuw) kwam door de rijkdom van steden en burgers en de algehele herwaardering van de Klassieke Oudheid de bouwstijl van de Grieken en Romeinen weer in aanzien. Grote palazzi in strakke symmetrie en belijning straalden de nieuwe rijkdom uit. In Nederland kon je de rijkdom van de kooplieden aflezen aan hun woningen. Het Hollands classicisme straalt je tegemoet bij de 17 e eeuwse grachtenpanden met trapgevels en rijke raampartijen. Het paleis op de dam is ook in deze stijl gebouwd. Er werd nu meer nagedacht over de stad als geheel. Na deze overdaad aan ornamenten en rijkdom verlangde men eind 18 e eeuw weer naar de sobere klassieke, symmetrische vormen. In Groningen staat het stadhuis voorbeeld voor deze bouwstijl: het neoclassicisme. Palazzo dei Conservatori Capitol Roma Renaissance Paleis op de dam, Jacob van Campen (voorheen stadhuis) Amsterdam grachtenpanden Winkel van Sinkel Utrecht 1838 Neoclassicisme

19 5.3 Bouwen als kunst Pas in de 19 e en 20 e eeuw werden bouwstijlen naast elkaar gebouwd. Bij neorenaissance en neogotiek werd er teruggegrepen naar vroegere bouwstijlen. Bij art nouveau is er sprake van een geheel nieuwe stijl met vloeiende lijnen en asymmetrische patronen. Art Nouveau is een totaalplaatje, architect, binnenhuisarchitect en decorateur werken samen, alles is zo in één stijl. Café-American Amsterdam Art Nouveau Neorenaissance: Concertgebouw Amsterdam Art Nouveau Station Haarlem 1908 Neogotiek: Heilig Hartkerk/Vondelkerk, Cuypers Art Nouveau woonhuis, Den Haag

20 5.4 Functies en vormen Vanaf eind 19 e eeuw was er steeds meer behoefte aan sociale woningbouw. Veel fabrieken bouwden buurtjes met woningen voor werknemers en ook ‘stapelbouw’ werd door gebruik van stalen constructies een feit. J.P.Oud, Kiefhoek, Rotterdam Rotterdam Heyplaat

21 Functies en vormen De Stijl is een vorm van bouwen waarin lijnen en kleuren een belangrijke rol spelen. Net als bij het functionalisme, een stijl waarbij geometrische vormen centraal staan, staat de constructie in dienst van het bouwwerk. Bij de van Nellefabriek in Rotterdam is dat goed te zien door de glazen buitenwand. Van Nellefabriek, Rotterdam, Brinkman en van der Vlugt Rietveld: Schröderhuis Utrecht 1924 Van Nellefabriek, Het Nieuwe bouwen 1927

22 Scheepvaarthuis Amsterdam, J.M. van der Mey, 1916 Functies en vormen De Amsterdamse School laat bakstenen balkons golven en hoeken verdwijnen in organische rondingen. In enkele wijken in Amsterdam woonden burgers in huizenblokken die vriendelijk aandoen door hun gebrek aan symmetrie en geometrie. Huizenblok Het Schip Amsterdam 1917 Huizenblok Amsterdam

23 5.5 Wijken en waarden Na de Tweede Wereldoorlog (wederopbouw) verschijnt er op veel plaatsen hoogbouw. Vaak werd er gekozen voor de snelle constructiebouw want woningen waren schaars. Bij constructiebouw worden onderdelen in de fabriek gemaakt en op de bouwplaats in elkaar gezet: prefabbouw. Rondom alle grote steden kom je het tegen (Bijlmermeer A’dam, Ommoord R’dam). Strakke straten met veel dezelfde woningen (vijtiger en zestigerjaren) Veel van hetzelfde Rotterdam Oldegaarde

24 Wijken en waarden : Het rijtjeshuis Na de mislukking van de hoogbouw in de sociale woningbouw gaat men deels weer over naar de bouw van het ‘rijtjeshuis’. Deze opzet was al bekend bij de Egyptenaren (voor arbeiders die aan de tempels en piramides werkten) en bij de Romeinen. Het is een doelmatige en bevredigende oplossing voor het wonen op de begane grond. (Wonen en werken op de begane grond zou bovendien de sociale cohesie en veiligheid bevorderen.) Het huidige concept is afgeleid van het Europese kloostercomplex, met de wooncellen rondom een centrale binnentuin, vertaald naar de 17 e eeuwse hofjes en vandaar naar de eigentijdse woonwijken. Vkloostertuin Utrecht Hofje van Staats, Haarlem

25 Wijken en waarden Eind jaren tachtig komt aan het functionele en uniforme bouwen gelukkig een eind. Philip Johnson, een bekende architect van kantoorgebouwen, "I got bored with the boxes.“ Variatie blijkt mensen gelukkiger te maken. Nu zie je verschillende vormen van modernismen. Van zakelijk en strak tot speels en apart. Er wordt ook weer teruggegrepen naar vroegere bouwstijlen, vaak met nieuwe ideeën en materialen uitgevoerd. Dit mengen van allerlei invloeden en ideeën wordt postmodernisme genoemd. Een kwestie van smaak. De Stadshaard (stadsverwarmingsgebouw) van Branimir Medic in Enschede is uitgeroepen tot lelijkste gebouw van Nederland. ( de uitslag van de NRC-enquête 2010) Gebouw X van Windesheim in Zwolle is door de Bond Nederlandse Architecten (BNA) uitgekozen tot prijswinnaar Gebouw van het Jaar 2011 regio oost. Het onderwijsgebouw is een ontwerp van architect Aldo Vos Rotterdam. De jury omschreef gebouw X als een feest van een school, voor leerlingen en docenten, voor gebruikers en passanten. ‘Mooiste’‘Lelijkste’

26 Wijken en waarden Postmodernisme :Postmoderne architectuur kenmerkt zich dan ook door vrije vormen, fantasievolle detailleringen en verwijzingen naar het verleden. The Rock, zuidas A’dam Inntelhotel, Zaandam Achmeagebouw, Leiden Groninger Museum Wolenkrabber Statendam R’dam

27 Frank Gehry, Concert hall Los Angeles Frank Gehry,, Fred en Ginger buildingl, Praag Centre Pompidou Parijs.l Londen, Gherkin building Postmodernisme

28 Sumet Jumsai, Robotgebouw, Bangkok Eisner Building ( Disney Corporation) by Michael Graves. It features the Seven Dwarfs in place of the caryatids found in Ancient Greek Het Pianohuis, An Hui, China Strange Buildings Postmodernisme 1000 de la Gauchetière Montreal

29 Architectuurvisies voor de toekomst: ecologisch, klimaatneutraal, het water op. Urban Cactus, ontwerp wooncomplex,R’dam

30 Het NAI, Ned. Arch. Instituut in Rotterdam heeft een permanente tentoonstelling van de architectuurgeschiedenis van Nederland. Internet: Voor jongeren en ckv, met beeldbank en database site voor architectuur en beeldende kunst. Architectuuropleiding: Er zijn veel opleidingen voor architectuur o.a Boeken en tijdschriften: Elk jaar verschijnt bij het NAI een jaarboek over Nederlandse Architectuur waarin nieuwe trends worden gesignaleerd. Gabriele Leuthäuser, Architectuur van de 20 e eeuw. Nederlandse editie over moderne architectuur.

31


Download ppt "DAL/RvP (Bij Palet Basisboek) Postmodernisme: Appartementencomplex Kasteel Den Bosch, Sjoers Soeters."

Verwante presentaties


Ads door Google