De presentatie wordt gedownload. Even geduld aub

De presentatie wordt gedownload. Even geduld aub

Omgaan met diversiteit. Doel  De student kent het belang van aandacht voor diversiteit  De student kan in de praktische contacten met patiënten en cliënten.

Verwante presentaties


Presentatie over: "Omgaan met diversiteit. Doel  De student kent het belang van aandacht voor diversiteit  De student kan in de praktische contacten met patiënten en cliënten."— Transcript van de presentatie:

1 Omgaan met diversiteit

2 Doel  De student kent het belang van aandacht voor diversiteit  De student kan in de praktische contacten met patiënten en cliënten consequenties voor de zorgverlening benoemen en verwerken in het concrete handelen.

3 Nationale Beroepscode  ‘Als verpleegkundige/verzorgende heb ik als uitgangspunt dat iedere zorgvrager recht heeft op zorg. Dat betekent met name dat etnische afkomst,nationaliteit, cultuur, […] niet van belang zijn voor de vraag of iemand zorg krijgt.’

4 Waar gaat het om? Kijkend op website van centrum voor diversiteit zien we de volgende doelstellingen:  Integratie en participatie met speciale aandacht voor kwetsbare mensen  Sociale cohesie en de ‘boel bij elkaar houden’, tegengaan van vervreemding en etnische spanningen  Bewustwording van diversiteit en van mondiale tegenstellingen  Inzichtelijk maken en waar mogelijk bestrijden van discriminatie  Adviseren om het multicultureel samenleven te bevorderen

5 probleem  kijkend naar de eis van de beroepscode én de doelen van het centrum voor diversiteit is er blijkbaar een gevaar/tendens om mensen verschillend te behandelen op basis van bepaalde kenmerken.

6 Het begrip cultuur  Cultuur heeft te maken met maken, scheppen, creëren.  Wat verbouwd wordt, gecultiveerd, bewerkt door de mens, of gecreëerd, dat is cultuur.

7 Cultuur definitie 1  Cultuur in antropologische zin:  De totale, traditioneel overgeleverde levenswijze van een groep of volk, dus inclusief ideeën en waarden, religie, de wijze waarop men in zijn levensonderhoud voorziet, rechtspreekt, politiek bedrijft, enzovoort.

8 Cultuur definitie 2  Al die patronen van denken, voelen en potentieel handelen die zijn aangeleerd. Het is de collectieve mentale programmering die de leden van één groep of categorie mensen onderscheidt van die van andere. (Hofstede 1991)

9 Wat valt onder cultuur?  Ordeningen van sociale systemen, van macro (werelddeel, natie, regio) naar meso (organisaties, steden, dorpen, buurten) naar micro (families, gemeenschappen, vriendenkringen, partnerrelaties)  Door voortdurende communicatie ontstaat in elk sociaal systeem op den duur een toonaangevende cultuur.

10 Verwerving van cultuur  Cultuur wordt aangeleerd, vooral in kinderjaren door opvoeding  Leren impliciet (kopieergedrag) en expliciet (dat hoort niet!!)  * voorbeeldgedrag  * vertellen van verhalen  * verwijzen naar normen en waarden

11 Vergelijk socialisatie  Cultuurverwerving is ook een socialisatieproces (vgl onderwijs, vriendenkring, werk, migratie)

12 verleidelijk  Culturele verschillen zien als verklaring van sociale problemen in de samenleving  Culturele homogeniteit bevordert sociale cohesie en voorkomt sociale problemen.  Vergelijk tendens in politiek: steeds meer nadruk op integratie en aanpassing aan???

13 Multi- of monoculti? com/watch?v=0U EmqR8V11M

14 Cultuur als verklaring van gedrag Ontwikkeling in de tijd  Etnocentrisme (Monisme): waarden afgeleid uit eigen cultuur zijn bepalend voor kijk op andere culturele contexten reactie  Universalisme: er is een algemeen waarden- en normenstelsel dat op iedereen van toepassing is  Relativisme: verscheidenheid is uitgangspunt, erkenning van het specifieke van een persoon, groep of traditie

15 Natuur, cultuur en persoonlijkheid Volgens Hofstede (1991) heeft een mens Aangeboren eigenschappen: menselijke natuur = universeel Aangeleerde eigenschappen: cultuur = specifiek voor groep of categorie Aangeboren én aangeleerd: persoonlijkheid = specifiek voor het individu

16 Allemaal andersdenkenden  Baanbrekend boek van Geert Hofstede (1 e druk 1991)  Cultuur als mentale programmering.  Kenmerk: mens ontwikkelt in de loop van zijn leven patronen van denken, voelen en potentieel handelen. Maar elk individu beschikt ook over het fundamentele vermogen om af te wijken van deze mentale programmering en op nieuwe, creatieve en onverwachte manieren te reageren.

17 vijf culturele dimensies  Machtafstand,  Collectivisme versus Individualisme,  Feminiteit versus Masculiniteit,  Onzekerheidsvermijding  Lange termijn gerichtheid versus Korte termijn gerichtheid

18 Pluralisme  Het is niet het één of het ander: Procee (1991) spreekt van een eigenzinnige mix van het relativisme en het universalisme.  Mensen zijn enerzijds geworteld in een culturele traditie, maar zijn daardoor niet van elkaar afgesloten: door communicatie kan iets “nieuws” ontstaan.

19 Communicatie en hulpverlening  Statische benaderding, bijv. verwijzing naar de groepscultuur in het land van herkomst om gedrag hier te verklaren  Hulpverlening aan allochtonen is sterk geculturaliseerd: oorzaak van obstakels die hulpverleners ontmoeten worden gezocht in de oorspronkelijke traditionele cultuur van de cliënt. Shadid 2002

20 Interculturele communicatie  Alle communicatie tussen mensen heeft culturele component, in die zin is onderscheid tussen interculturele communicatie en niet- interculturele communicatie onzin  Wel nuttig is inzien op welke wijze cultuur invloed heeft op (het verloop van) communicatie.

21 Kennis van cultuur en communicatie  Achtergrond kennis kan verhelderend zijn bij een gesprek dat wordt aangegaan  Nadeel kan zijn dat te snel gestigmatiseerd gaat worden.  Men moet er daarom op bedacht zijn om iemand niet van te voren alvast in te delen in een groep, maar bij het individu zelf navraag te doen, bijvoorbeeld naar de sekserol in het land van herkomst.

22 TOPOI, Hoffman Model voor analyse van interculturele aspecten van communicatie Uitgangspunten 1. communicatie is universeel 2. het accent ligt op de interactie en niet op cultuur 3. communicatie is een circulair proces 4. (interculturele) communicatie vraagt om een open, reflectieve attitude 5. realistisch over communicatie en optimistisch over mensen

23 Culturele contexten Kunnen variëren:  Etnisch, bv gesprek tussen autochtone hulpverlener en allochtone cliënt  Sexe-specifiek  Sociaal-economisch  Leeftijdsgerelateerd  Etc.

24 TOPOI model In het Grieks: plaatsen, mv van Topos = plaats 5 gebieden waarop misverstanden kunnen ontstaan in de communicatie.  T aal  O rdening  P ersoon  O rganisatie  I nzet en invloed

25 T aal  Bepaald door  De eigen taal/code van een cultuur.  (Deze codes kunnen verbaal en non-verbaal zijn.)

26 O rdening Bepaald door  De manier waarop mensen naar de werkelijkheid kijken.  De bril waarmee je de werkelijkheid waarneemt.

27 P ersoon Bepaald door  de persoonlijke relatie  de sociale ‘boodschappen’/ de beelden, die we over elkaar hebben

28 O rganisatie Bepaald door  Duidelijk over de rollen, taken en verantwoordelijkheden  Weten wat de klant wel en niet kan verwachten

29 I nzet en invloed  Inzet is de bedoeling die men heeft met de communicatie  Invloed is het effect op de ander binnen de communicatie.  Het effect van de communicatie kan verschillen van de bedoeling. De ander bepaalt altijd het effect.  Erkend worden in de inzet is een fundamentele behoefte.

30 TOPOI toepassen  Cultuur, culturele verschillen, discriminatie, racisme zijn waar te nemen en te bewerken oftewel bespreekbaar te maken door te kijken naar de wijzen waarop ze zich manifesteren in de 5 gebieden  Hulpmiddel voor de analyse van communicatieproblemen en aangrijpingspunt voor interventie

31 Toepassing: Taal Hypothesen t.a.v mogelijke misverstanden rond Taal:  In wiens taal spreekt ieder (machtspositie van de eigen taal)  Wat is de betekenis van wat ieder zegt  Wat is de betekenis van lichaamstaal en andere non verbale taal?  Wat is de invloed van beelden,waarden, opvattingen en betekenissen op wat ieder zegt, doet en van de ander begrijpt? Interventies??

32 Ordening  Wat is mijn zienswijze en logica ten aanzien van de kwesties die aan de orde zijn?  Wat is het aandeel van de ander?  Wat is de invloed van de sociale omgeving?  Welke vanzelfsprekendheden zijn er?  Gemeenschappelijkheid en verschillen? Interventies?

33 Personen  Is het duidelijk welke rollen en posities ten opzichte van elkaar worden ingenomen of verondersteld?  Welke beelden hebben we van elkaar?  Hoe zijn de wederzijdse verwachtingen?  Hoe stellen we ons op (bv hoog – laag) ten opzichte van elkaar? Interventies?

34 Organisatie  Binnen welke kaders speelt het gesprek zich af  Welke invloed heeft de eigen organisatie en welke die van de ander?  Interventies?

35 Inzet  Wat is mijn inzet?  Wat zie en erken ik aan de inzet van de ander?  Wat is het aandeel van de ander?  Wat ziet en erkent de ander aan inzet bij mij?  Welke motieven, beweegredenen, angsten en wensen heb ik/heeft de ander?  Waar doe ik/doet de ander mijn/zijn best voor? Interventies?

36 Kernpunten van het TOPOI- model  Grondhouding van presentie  (voor)oordelen zijn onvermijdelijk  heb zicht op je eigen vanzelfsprekendheden  bekijk het effect, blijf niet hangen in je goede bedoelingen  wees voorbereid op misverstanden en accepteer dat dit kan gebeuren  speel een actieve rol  wees alert voor blindmakende vooroordelen  relativeer je eigen ‘werkelijkheid

37 Bewust communiceren  Analyse: Wat kun je je afvragen?  Interventie: Wat kun je doen?  bXqpTksFY bXqpTksFY

38 Aanbevolen literatuur  Interculturele gespreksvoering,theorie en praktijk van het TOPOI- model, Edwin Hoffman, Van Loghum, Houten, 2002 ISBN


Download ppt "Omgaan met diversiteit. Doel  De student kent het belang van aandacht voor diversiteit  De student kan in de praktische contacten met patiënten en cliënten."

Verwante presentaties


Ads door Google