De presentatie wordt gedownload. Even geduld aub

De presentatie wordt gedownload. Even geduld aub

DO-IT activiteit 21 april 2010. Ik hoor en ik vergeet Ik zie en ik onthoud Ik doe en ik begrijp.

Verwante presentaties


Presentatie over: "DO-IT activiteit 21 april 2010. Ik hoor en ik vergeet Ik zie en ik onthoud Ik doe en ik begrijp."— Transcript van de presentatie:

1 DO-IT activiteit 21 april 2010

2 Ik hoor en ik vergeet Ik zie en ik onthoud Ik doe en ik begrijp

3 Programma:  Welkom + koffie  Wat is een webquest?  Zelf bekijken + terugkoppeling  Een geschikte webquest voor in je klas opzoeken  Met elkaar nadenken over de manier van inzetten van webquests  Zelf een webquest zo voorbereiden dat je er morgen mee aan het werk kunt in de klas

4  Een webquest (of webkwestie) is een eenvoudige activiteit in de vorm van een webopdracht om leerlingen zelfstandig informatie te laten verzamelen en dit individueel of in groepjes te ordenen tot een nieuw product. (B.v. een spreekbeurt, een werkstuk, een powerpoint- presentatie, een tentoonstelling, een maquette, een muurkrant, een folder, een lied etc.)

5

6 Iedere webquest heeft altijd een vaste indeling en volgorde:  Inleiding  Opdracht  Handelingen (of verwerking/uitwerking)  Bronnen  Beoordeling  Afsluiting  Leerkracht

7

8  Hier wordt het doel en achtergrond van de opdracht uitgelegd.  De opdracht wordt in een context geplaatst en soms krijgen de leerlingen een rol toebedeeld (museumdirecteur, fietsenmaker, WK-ganger).

9  Hier komt een korte beschrijving van de opdracht waarin ook aandacht wordt besteed aan de presentatie  Je maakt bijvoorbeeld een reisgids, een lied, : een powerpointpresentatie, een muurkrant, een folder etc.  Een webquest is vaak vakoverstijgend.

10

11  Om de taak te volbrengen, moet een aantal deelstappen worden genomen. Deze stappen worden hier in chronologische volgorde beschreven  Organisatie van groepswerk  Adviezen over de aanpak

12

13  Hier komen alle bronnen die beschikbaar zijn voor de leerlingen om de taak uit te voeren.  Meestal zijn dit van tevoren door de maker uitgezochte internetsites, maar denk ook aan:  Boeken, kranten en tijdschriften,  Visuele bronnen (atlas, foto's, …)  Powerpointpresentaties/filmpjes/digitale encyclopedie

14  De websites die de leerlingen nodig hebben voor hun webquest zijn van tevoren door de webquestmaker uitgezocht.  De leerlingen hoeven niet via zoekmachines te werken en ‘verdwalen’ dus niet zo snel op internet. Ook komen ze minder snel op ongewenste sites.

15  “ Google en ik weten alles…”  Behoed kinderen voor de veelheid aan informatie

16

17  Waar moet het eindproduct aan voldoen?  Er wordt vaak gebruik gemaakt van een beoordelingsformulier met daarop rubrieken die beoordeeld worden. (B.v. inhoud, lay-out, grammatica en spelling, presentatie)  Voor elk onderdeel kunnen de lln goed, voldoende, matig scoren.

18

19  Wat heb je geleerd? (kennis en vaardigheden)  Retorische vragen kunnen de leerlingen aanmoedigen om na te denken over de inhoud van de opdracht.  Aansporing om kennis uit te breiden, of te delen met anderen

20

21  De digitale handleiding voor de leraar.  Wat is het doel van de webquest?  Voor wie is het bedoeld?  Hoe organiseer je het?  Wat zijn de leerdoelen? (kennis én vaardigheden)  Hoe beoordeel je?  Literatuurlijst.  Antwoorden op de vragen.

22

23  Webquests bieden leerlingen de mogelijkheid om op een motiverende en gestructureerde wijze te leren omgaan met web-based informatie.  “In het dagelijks leven komen kinderen in toenemende mate in aanraking met het internet. Het web bevat echter zoveel informatie dat het voor een beginnende gebruiker vaak vrij lastig is om op het web niet het spoor bijster te raken. Het is daarom erg belangrijk dat kinderen zich de vaardigheden van het ‘informatie verwerven’ en het ‘informatie verwerken’ eigen maken.”

24  De leerling staat centraal. Hij/zij kiest de informatie die hij/zij wil bestuderen en in welk tempo.  Door samenwerken kunnen sociale vaardigheden worden geoefend. (gezamenlijke verantwoording)  Het biedt de mogelijkheid om vakoverstijgend onderwijs aan te bieden.  Het kan positieve invloed hebben op de computervaardigheden.

25  Het didactisch uitgangspunt van een webquest is constructivistisch, d.w.z.:  leren = actief en constructief, leerlingen bouwen zelf kennis op  leren = cumulatief  leren = zelfregulerend en zelfgestuurd  leren = het zelf verantwoordelijk zijn, controle over eigen leerproces  leren = doelgericht of intentioneel: zinvol leren op een bepaald doel gericht  leren = interactief en coöperatief, samen werken en denken  leren = gesitueerd of contextgebonden, wordt door de leerling als zinvol ervaren  De centrale idee van het constructivisme is dat het menselijke leren wordt geconstrueerd, dat de leerlingen nieuwe kennis op de fundamenten van het eerder geleerde bouwen.  De toegevoegde waarde van ICT komt optimaal tot uiting in een constructivistische leeromgeving  van kennisoverdracht (instructivisme) naar kennisontwikkeling: begeleiden en stimuleren van leerprocessen  De leerkracht is meer ‘coach’

26  Motivatie Hierbij staan die aspecten centraal die voorwaarde zijn voor het leren van de leerlingen. Te denken valt aan het zich veilig voelen in de klas, zich geaccepteerd voelen door medeleerlingen en vertrouwen hebben in eigen kunnen.  Nieuwe kennis verwerven en integreren Nieuwe kennis bestaat altijd uit inhoudelijke kennis en uit vaardigheden. Bij inhoudelijke kennis begrijpen en onthouden leerlingen iets. Bij vaardigheden kan de leerling iets.  Kennis verbreden en verdiepen Nieuwe informatie begrijpen of nieuwe vaardigheden leren uitvoeren, daarmee ben je er nog niet. Je maakt je leerstof pas eigen, in letterlijke zin, als je met die leerstofinhouden ook zelf aan de gang geweest bent, als je eigen verbanden hebt gelegd, zelf nieuwe inzichten hebt opgedaan en onduidelijkheden hebt verhelderd. Dit doe je door denkvaardigheden toe te passen.  Betekenisvol gebruik van kennis Het gaat het om betekenisvol gebruik van kennis. Het gaat om het ontwikkelen van kennis die in te zetten is in realistische contexten. Marzano onderscheidt vijf soorten betekenisvolle leertaken: besluitvormingstaken, onderzoek, experimenteel onderzoek, probleemoplossen en uitvinden/ontwerpen.  Reflectie Reflecteren vormt evenals motivatie een voorwaarde voor leren. Door te reflecteren halen leerlingen meer effect uit hun leertaken. (zelfregulerend denken/leren, kritisch denken/leren en creatief denken/leren.)

27

28  

29  Ga naar    Bekijk daar een paar webquests  Bekijk in ieder geval ook de volgende webquests:  webquest vlinders  webquest friet  Vergeet de leerkrachtenpagina’s niet

30  Wat valt op?  Wat verrast je?  Waar loop je tegen aan?

31  Is er tijd voor koffie?  Tussendoor misschien?

32  Ga eens op zoek naar een webquest die geschikt is voor jouw groep  Kopieer en plak de URL in een worddocument of schrijf ze op

33  Welke onderwerpen spreken je aan?  Hoe past een webquest in de lesstof?  Wanneer (welk dagdeel/ welk tijdstip) laat je de kinderen met een webquest werken?  Zijn er zaken in de methode die korter aan bod kunnen komen, zodat er misschien meer tijd over is voor het maken van een webquest? Laat je de kinderen alleen of in groepjes werken?  Deel je de groepjes in, als je met groepjes werkt, en met welke factoren houd je dan rekening? (dyslexie, werkhouding)  Hoe verdeel je het beschikbare aantal computers over de kinderen die een webquest maken?  Hoe bewaak je het leer/werk/ontdekproces van de kinderen?  Wat spreek je af met de kinderen m.b.t. het opslaan van werk en het printen van plaatjes etc.?  Bij wie kun je terecht als de kinderen computergerelateerde vragen hebben die je zelf lastig vindt?  Wat spreek je met de kinderen af over de presentatie en beoordeling van het eindresultaat?

34  Ga eens een webquest voorbereiden voor je eigen groep,zodat je er morgen mee aan het werk kunt. Beantwoord alle bovenstaande vragen zo volledig mogelijk en doe er je voordeel mee.  Zoek een goede webquest op, maak een tijdsplanning, deel groepjes in, denk na over een stukje waar de leerlingen hun werk op mogen slaan etc.

35  Willen jullie het evaluatieformulier invullen? (om maar eens over dimensie 5 van Marzano te beginnen;)

36 Ik hoor en ik vergeet Ik zie en ik onthoud Ik doe en ik begrijp Bedankt voor de aandacht! DO-IT 21 APRIL 2010 WEBQUESTS INZETTEN


Download ppt "DO-IT activiteit 21 april 2010. Ik hoor en ik vergeet Ik zie en ik onthoud Ik doe en ik begrijp."

Verwante presentaties


Ads door Google