De presentatie wordt gedownload. Even geduld aub

De presentatie wordt gedownload. Even geduld aub

Een masterproef schrijven … hoe doe je dat? Tine Huygh Karen Tahon Dienst Onderwijsondersteuning en Studiebegeleiding.

Verwante presentaties


Presentatie over: "Een masterproef schrijven … hoe doe je dat? Tine Huygh Karen Tahon Dienst Onderwijsondersteuning en Studiebegeleiding."— Transcript van de presentatie:

1 Een masterproef schrijven … hoe doe je dat? Tine Huygh Karen Tahon Dienst Onderwijsondersteuning en Studiebegeleiding

2 Deel 1: Schrijftips Samenvatting van de belangrijkste regels en aandachtspunten

3 Definitie masterproef Wetenschappelijke schrijfopdracht Belangrijkste aandachtspunten: o inzicht tonen in stand van zaken i.v.m. een onderzoeksthema in het vakgebied (cf. literatuurstudie) o vakspecifieke methode van wetenschappelijk onderzoek kunnen toepassen (cf. methodologie) o relevante en op onderzoek gebaseerde conclusies leren formuleren (cf. resultaten, discussie, conclusie) o kritisch-wetenschappelijke houding aannemen en op academisch niveau rapporteren (cf. stijl)

4 Stap 1: afbakening onderwerp Formulering probleemstelling/onderzoeksvraag  realistisch, concreet, relevant, vernieuwend Wat wil ik onderzoeken/bespreken (en wat NIET)?  afbakenen in overleg met promotor/begeleider Brainstormen via mindmap, schema met sleutelwoorden  teken structuur van masterproef uit in grote lijnen

5 Stap 2: uitwerking probleemstelling De ‘schijf van vijf’ Probleem- stelling Drijfveer Methode/ strategie TheorieFenomeenRelevantie WAT? WAAROM? HOE? BINNEN WELK KADER? WAAROM? Kernvragen bij uitwerking inleiding! DE WACHTER, L., & VAN SOOM, C. (2010). Academisch Nederlands. Leuven: Acco

6 Stap 3: start onderzoek Literatuurstudie => stand van zaken in kaart brengen Eigen onderzoek => denk goed na over methodologie! Beschrijf in de methodesectie niet alleen het wat maar ook het waarom (motivatie) van de methode. Hoe informatie verzamelen? zie Tutorial Informatievaardigheden Faculteit PPW (Community op Toledo)

7 Schrijven = stap 4 ? Schrijven = een proces! Wacht niet te lang! Schrijven en herschrijven, ordenen en herordenen …

8 Onderdelen Inleiding Literatuurstudie (stand van zaken) Onderzoek: beschrijving methodologie Onderzoek: beschrijving resultaten  analyse én interpretatie Slot: discussie en conclusie Bibliografie OOK: inhoudstafel, voorwoord/dankwoord, (bijlagen) …

9 Kenmerken inleiding Inhoud Drijfveer/aanknopingspunt + relevantie (WAAROM?) Onderzoeksvraag/probleemstelling (WAT?)  zeg ook wat je niet zult doen en waarom  formuleer eventueel een hypothese Situering in het onderzoeksdomein en t.o.v. bestaande literatuur/theorieën (KADER?) Aankondiging methode en onderdelen masterproef (HOE?) Volgorde inhoud Verschillende mogelijkheden, maar streef naar logisch verhaal (van algemeen naar specifiek)

10 Kenmerken inleiding Wanneer schrijven? Eerder naar het einde van het proces toe Aanpassen indien nuttig/nodig  Het is mogelijk dat je je probleemstelling of onderzoeksvraag in de loop van je werkproces moet bijstellen of je afbakening van het onderwerp moet herzien …

11 Kenmerken conclusie Samenvatting resultaten Terugkoppeling naar onderzoeksvraag (en hypothese) Belang van je resultaten binnen het onderzoeksdomein (link met bestaande kennis) Suggesties voor verder onderzoek GEEN nieuwe elementen

12 Tekstopbouw en structuur Hoofdstukken > paragrafen > alinea’s o Voor elk hoofdstuk: inleiding met beschrijving opbouw o Paragraaf = inhoudelijke eenheid (met titel) o Alinea = 5 tot 15 zinnen (vorm) + samenhang (inhoud) o Start alinea: topiczin (kerngedachte) o Lay-out ondersteunt structuur! Duidelijke alinea-indeling (witregels of inspringen) Opmaak (tussen)titels Uitlijning (volledig of links?) Paginanummering niet vergeten APA

13 Tekstopbouw en structuur Gebruik structuur- en verbindingswoorden https://ilt.kuleuven.be/taalvast/index.php (Schrijven > Opbouw van een tekst > Theorie > Micro) Betekenisverbanden

14 Let op! Frequente fouten structuurwoorden: ten slotte (tot slot) ≠ tenslotte (immers, per slot van rekening) maar en echter kunnen niet in eenzelfde zin staan Nevenschikkende voegwoorden (maar, en, of) gebruik je beter niet aan het begin van een zin. Wees consequent: o enerzijds  anderzijds o ten eerste  ten tweede / verder / daarnaast

15 Stijl Vermijd te persoonlijk of verhalend taalgebruik. Vermijd omslachtig of archaïsch taalgebruik. Vermijd spreektaal (en stopwoordjes). Vermijd vage taal en nietszeggende woorden. Vermijd nodeloze herhalingen. Gebruik niet te veel afkortingen. Gebruik niet te veel passiefvormen. Gebruik niet te veel nominaliseringen.

16 1) Voorbeeld NIETWEL Wat ervaren Nederlandse studenten die in Leuven zijn komen studeren, nu eigenlijk? Natuurlijk hangt er aan al deze, toch wel zeer goede, hulp een prijskaartje. Hierbij moeten we ook letten op …

17 1) Voorbeeld: te persoonlijk/verhalend  Vermijd ik, jij/je, wij/we.  Vermijd persoonlijke bedenkingen, waardeoordelen en emoties.  Vermijd uitspraken met ‘natuurlijk’, ‘uiteraard’ … NIETWEL Wat ervaren Nederlandse studenten die in Leuven zijn komen studeren, nu eigenlijk? Dit onderzoek beschrijft de ervaringen van Nederlandse studenten in Leuven. Natuurlijk hangt er aan al deze, toch wel zeer goede, hulp een prijskaartje. Deze hulpverlening is echter niet goedkoop. Hierbij moeten we ook letten op …Het is belangrijk om ook rekening te houden met …

18 2) Voorbeeld NIETWEL Tevens kan dit ertoe leiden dat de ouders in contact komen met een school die aan de noden van X tegemoetkomt. een weloverwogen keuze betreffende onderwijs De reden hiertoe is het feit dat deze kinderen opgenomen zijn in een ziekenhuis of een preventorium, waardoor ze de schoolse lessen niet kunnen bijwonen.

19 2) Voorbeeld: te omslachtig/archaïsch  Verwoord je boodschap niet omslachtiger dan nodig.  Vermijd archaïsche woorden zoals doch, derhalve, alsmede, ofschoon … Voor alternatieven, zie https://onzetaal.nl/taaladvies/advies/ouderwets-taalgebruik.https://onzetaal.nl/taaladvies/advies/ouderwets-taalgebruik NIETWEL Tevens kan dit ertoe leiden dat de ouders in contact komen met een school die aan de noden van X tegemoetkomt. Op die manier kunnen de ouders een geschikte school voor hun dochter vinden. een weloverwogen keuze betreffende onderwijs een weloverwogen studiekeuze De reden hiertoe is het feit dat deze kinderen opgenomen zijn in een ziekenhuis of een preventorium, waardoor ze de schoolse lessen niet kunnen bijwonen. Deze kinderen kunnen de lessen op school immers niet bijwonen, aangezien ze zijn opgenomen in een ziekenhuis of preventorium.

20 3) Voorbeeld NIETWEL Verder offreert men een heel scala aan bijscholingscursussen. Advies krijgen is zeer doeltreffend, maar uit observatie kan men ook zeer veel leren. Bepaalde studies wijzen uit dat …

21 3) Voorbeeld: te vaag  Vermijd het gebruik van ‘men’.  Vermijd vage woorden zoals verschillende, vele, toestand, element, zaak …  Wees concreet. Inhoudelijke precisie = kwaliteit. NIETWEL Verder offreert men een heel scala aan bijscholingscursussen. Verder bestaan er verschillende bijscholingscursussen. (+ Specificeer!) Advies krijgen is zeer doeltreffend, maar uit observatie kan men ook zeer veel leren. Adviezen krijgen is zeer doeltreffend, maar ook observaties kunnen leerrijk zijn. Bepaalde studies wijzen uit dat …Specificeer: welke studies?

22 4) Voorbeeld NIETWEL De opvoedingswinkel probeert ouders en opvoeders te ondersteunen. Ze proberen ouders en opvoeders te informeren over [...] Het CLB biedt verschillende vormen van ondersteuning aan: [...] Het CLB zou haar in contact kunnen brengen met [...] Het CLB zou juf Sandra ook kunnen doorverwijzen naar [...]

23 4) Voorbeeld: nodeloze herhalingen  Gebruik waar mogelijk synoniemen of verwijswoorden.  MAAR: Wees wel consequent in het gebruik van termen en concepten die belangrijk zijn voor het onderzoek en terugkeren in de paper. NIETWEL De opvoedingswinkel probeert ouders en opvoeders te ondersteunen. Ze proberen ouders en opvoeders te informeren over [...] De opvoedingswinkel probeert ouders en opvoeders te ondersteunen en probeert hen te informeren over [...] Het CLB biedt verschillende vormen van ondersteuning aan: [...] Het CLB zou haar in contact kunnen brengen met [...] Het CLB zou juf Sandra ook kunnen doorverwijzen naar [...] Het CLB biedt verschillende vormen van ondersteuning aan. Ook zou het centrum de juf in contact kunnen brengen met […] of kunnen doorverwijzen naar […]

24 5) Voorbeeld NIETWEL Tijdens deze vorming wordt er stilgestaan bij het thema pesten. Er wordt een zevenstappenplan voorgesteld om concrete pestsituaties aan te pakken. Hierbij worden ook tips gegeven over de begeleidingshouding en de communicatie.

25 5) Voorbeeld: te veel passiefvormen  Passiefvormen zijn niet verboden! Ze kunnen ook erg nuttig zijn.  Vermijd opeenstapelingen in opeenvolgende zinnen (= passivitis). NIETWEL Tijdens deze vorming wordt er stilgestaan bij het thema pesten. Er wordt een zevenstappenplan voorgesteld om concrete pestsituaties aan te pakken. Hierbij worden ook tips gegeven over de begeleidingshouding en de communicatie. In deze vorming rond het thema ‘pesten’ krijgen de leerkrachten concrete tips om pestsituaties aan te pakken. Dat gebeurt aan de hand van een zevenstappenplan, met aandacht voor begeleidingshouding en communicatie.

26 6) Voorbeeld NIETWEL De ouders hebben nood aan het verkrijgen van informatie. Het schoolteam richt zich vooral op het ondersteunen van de leerlingen binnen de context van de school. Deze vorming wil scholen ondersteunen bij het uitwerken van hun eigen zorgbeleid. Na het geven van advies krijg je ook zelden te horen of ze je advies daadwerkelijk hebben toegepast.

27 6) Voorbeeld: te veel nominaliseringen NIETWEL De ouders hebben nood aan het verkrijgen van informatie. De ouders hebben nood aan informatie. Het schoolteam richt zich vooral op het ondersteunen van de leerlingen binnen de context van de school. Het schoolteam ondersteunt de leerlingen vooral binnen de context van de school. Deze vorming wil scholen ondersteunen bij het uitwerken van hun eigen zorgbeleid. Deze vorming wil scholen ondersteunen bij het ontwerp van hun eigen zorgbeleid. Na het geven van advies krijg je ook zelden te horen of ze je advies daadwerkelijk hebben toegepast. Het is moeilijk na te gaan of de cliënten het advies ook daadwerkelijk hebben toegepast.

28 Taalcorrectheid: spelling Spellingsregels o het Groene Boekje (ook voor afkortingen) o veel tikfouten = blijk van nonchalance  nalezen OP PAPIER! Schrijfwijze van cijfers o Aan het begin van een zin: voluit o Nul tot tien: voluit o Exacte informatie: in cijfers o Vermijd een rare mix van woorden en cijfers.

29 Taalcorrectheid: leestekens Niet te veel, maar zeker niet te weinig (lang ~ onleesbaar) Kies correcte leestekens. o o o

30 Taalcorrectheid: grammatica Vervoeging werkwoorden (geen DT-fouten!) Verbuiging adjectieven (zie handleiding voor meer info) Lidwoorden (www.woordenlijst.org)www.woordenlijst.org Congruentie (onderwerp en pv in zelfde persoon en getal) Logische zinnen (elke zin een hoofdwerkwoord!) Werkwoordstijden (consequente keuze: heden of verleden) Zinslengte (richtlijn: min. 8 woorden, max. 35 woorden)

31 Tabellen, figuren en grafieken Nummer en titel Eenvoudige en overzichtelijke opmaak Interessant/relevant? Meerwaarde? Giet niet alle cijfers in een tabel of grafiek! Bespreking: analyseer en interpreteer. APA-regels!

32 Plagiaat Als je bestaande theorieën of ideeën overneemt (door te citeren of te parafraseren), moet je altijd refereren. Doe dat ook meteen, vanaf het eerste moment dat de theorie of het idee ter sprake komt. Een bronvermelding aan het einde van de tekst volstaat niet.    Toledo > Community Tutorial Informatievaardigheden Faculteit PPW > Module 6 Referenties  volledigheid (tekstreferenties ~ lijstreferenties) + correctheid (APA-regels)

33 Tips en hulpmiddelen Start: schema APA Student Guide Schrijfhulp ILT * Nalezen: niet enkel op je computerscherm! Laten nalezen Handleiding Academisch Schrijven (studentenportaal) Interessante websites: o o o o o o * (Elektronische leermiddelen > Digitale schrijfhulp voor studenten)

34 Deel 2: Discussie Vragenrondje & ervaringsuitwisseling

35 Refereren “De informatie die we tijdens onze opleiding in de Methoden- vakken kregen over APA-regels, volstaat niet voor het schrijven van een masterproef. Ik kan nu wel APA- handleidingen opzoeken op het internet, maar die verschillen vaak van elkaar. Waar vind ik een duidelijke en volledige handleiding die aansluit bij de facultaire verwachtingen?”  APA Publication Manual of the American Psychological Association, 2 exemplaren in PBIB (waarvan 1 aan de balie), mogen niet uitgeleend worden Zie LIMO voor andere locaties (Sociale Wetenschappen, Rechtsgeleerdheid)

36 Artikelvorm “Zijn er ook richtlijnen voor masterproeven in artikelvorm? Welke onderdelen (+ lengte) moet ik hierin verwerken?”  specifiek wetenschappelijk tijdschrift als referentiepunt: voorbeelden + style sheet

37 Formulering titel “Aan welke kenmerken moet een goede titel voor een masterproef voldoen?” o niet te lang o specifiek, “to the point” o sleuteltermen Preventie van probleemgedrag in het basisonderwijs. Onderzoek naar de langetermijneffecten van de interventie Taakspel in het eerste jaar secundair onderwijs Depressie en de vatbaarheid voor valse herinneringen Schrijfvaardigheid van eerstejaarsstudenten aan de KU Leuven. Een analyse van types taalfouten in papers uit verschillende opleidingen

38 Literatuurstudie “Hoe giet je alle informatie van de literatuurstudie in één gestructureerd geheel?”  opdelen

39 Literatuurstudie “Hoe giet je alle informatie van de literatuurstudie in één gestructureerd geheel?”  opdelen Op welke manier opdelen? op basis van temporele of geografische criteria op basis van verschillende visies starten met inleiding (Is er al veel onderzoek gedaan naar dit onderwerp? In welke periode? In welke landen? Met welke focus?) eindigen met conclusie (Welke ideeën komen terug? Bedenkingen bij voorgaand onderzoek? Beperkingen?)

40 Methodologie “Wat moet er precies in de methodesectie staan?” Welke methode heb je gebruikt en waarom? Merk op: Dit gaat zowel over de methode voor het verzamelen van de gegevens als over de methode voor het analyseren van die gegevens. Beschrijving stappen Bij experimenteel onderzoek: beschrijving onderzoeks- methode(s), materialen, proefpersonen … (Experiment moet “reproduceerbaar” zijn.) Bij literatuurstudie: zoekstrategie (zoektermen) en selectie

41 Formulering onderzoeksvraag “Hoe formuleer je een goede onderzoeksvraag?” o Vertrek indien mogelijk vanuit een aanknopingspunt en schets een breder kader (cf. kenmerken inleiding). o Zorg voor een duidelijke en realistische afbakening van de onderzoeksvraag (focus en methodologie). “Binnen het beperkte bestek van dit onderzoek is het onmogelijk alle bestaande gegevens te verwerken. Daarom wordt gefocust op …” (Bv. bepaalde periode, bepaalde plaats, bepaalde leeftijdscategorie enz.) “Binnen de beperkte opzet van deze masterproef is het niet wenselijk om … Daarom ligt de focus op …” “… valt buiten de doelstellingen van dit onderzoek.” o Probleemstelling kan bestaan uit een aantal deelvragen. o Wees concreet. (NIET: “Hoe zit het met …?”) o Formuleer eventueel enkele hypotheses.

42 Voorbeeld 1 + vervolgens aankondiging structuur masterproef

43 Voorbeeld 2 Kader: sociale media = ? (types, ontstaan, gevaren …) Voorgaand onderzoek (+ beperkingen) Dit onderzoek (wat is nieuw?) Aanknopingspunt: citaat of anekdote uit de media, bv. zelfmoordpoging na cyberpesten Concrete vraag (+ deelvragen): “Wat is de invloed van sociale media op het zelfbeeld van jongeren?” Hoe ga ik dat onderzoeken? Aankondiging methode  Meer uitleg in literatuurstudie / theoretisch kader Meer uitleg in methodesectie (afbakening) 

44 Nog vragen?

45 Contact Bij praktische vragen, contacteer Tine Huygh. Bij vragen over taal en structuur, contacteer Karen Tahon. Bij vragen over schrijven in het Engels, contacteer Katrien Camps.


Download ppt "Een masterproef schrijven … hoe doe je dat? Tine Huygh Karen Tahon Dienst Onderwijsondersteuning en Studiebegeleiding."

Verwante presentaties


Ads door Google