De presentatie wordt gedownload. Even geduld aub

De presentatie wordt gedownload. Even geduld aub

Zwijsen College Test jezelf Pulsar Chemie Hfst 3. Chemische reacties. Klik telkens op de driehoek om verder te gaan! Zet deze toetspresentatie op volledig.

Verwante presentaties


Presentatie over: "Zwijsen College Test jezelf Pulsar Chemie Hfst 3. Chemische reacties. Klik telkens op de driehoek om verder te gaan! Zet deze toetspresentatie op volledig."— Transcript van de presentatie:

1

2 Zwijsen College Test jezelf Pulsar Chemie Hfst 3. Chemische reacties. Klik telkens op de driehoek om verder te gaan! Zet deze toetspresentatie op volledig scherm. (F5 of rechter muisknop) en zorg dat je een pen en kladblaadje hebt.

3 1.In welk van de onderstaande gevallen is zeker een chemische reactie opgetreden? Bij verwarming van een witte vloeistof (b.v. eiwit) ontstaat: A. een gele damp B. een witte damp. C. een witte vaste stof

4 A. een gele damp. Als je een vloeistof verwarmt, kan deze verdampen. Dat is geen chemische reactie. Probeer het opnieuw. B. een witte damp. C. een witte vaste stof 1.In welk van de onderstaande gevallen is zeker een chemische reactie opgetreden? Bij verwarming van een witte vloeistof (b.v. eiwit) ontstaat:

5 A. een gele damp B. een witte damp. Als je een vloeistof verwarmt, kan deze verdampen. Dat is geen chemische reactie. Probeer het opnieuw. C. een witte vaste stof 1.In welk van de onderstaande gevallen is zeker een chemische reactie opgetreden? Bij verwarming van een witte vloeistof (b.v. eiwit) ontstaat:

6 A. een gele damp B. een witte damp. C. een witte vaste stof. Dit is juist. Als er een vloeistof vast wordt, is dat onverwacht. Er treedt een chemische reactie op. Vraag 2. 1.In welk van de onderstaande gevallen is zeker een chemische reactie opgetreden? Bij verwarming van een witte vloeistof (b.v. eiwit) ontstaat:

7 2. Bij een reactie tussen ijzer en zuurstof ontstaat ijzeroxide. Jacqueline geeft dit als volgt weer in een reactieschema: Moet er nog meer in dit reactieschema worden opgeschreven? Zo ja, wat? - Ja, de energie die vrijkomt of nodig is. - Nee - Ja, wat je gedaan hebt. IJzer (vast) + zuurstof (gas) ijzeroxide (vast)

8 2. Bij een reactie tussen ijzer en zuurstof ontstaat ijzeroxide. Jacqueline geeft dit als volgt weer in een reactieschema: Moet er nog meer in dit reactieschema worden opgeschreven? Zo ja, wat? - Ja, de energie die vrijkomt of nodig is. - Nee - Ja, wat je gedaan hebt. Dit is niet juist, in een reactieschema staan geen energie-effecten. Probeer het opnieuw. IJzer (vast) + zuurstof (gas) ijzeroxide (vast)

9 2. Bij een reactie tussen ijzer en zuurstof ontstaat ijzeroxide. Jacqueline geeft dit als volgt weer in een reactieschema: Moet er nog meer in dit reactieschema worden opgeschreven? Zo ja, wat? - Ja, de energie die vrijkomt of nodig is. - Nee - Ja, wat je gedaan hebt. Dit is niet juist, in een reactieschema staan geen handelingen. Probeer het opnieuw. IJzer (vast) + zuurstof (gas) ijzeroxide (vast)

10 2. Bij een reactie tussen ijzer en zuurstof ontstaat ijzeroxide. Jacqueline geeft dit als volgt weer in een reactieschema: Moet er nog meer in dit reactieschema worden opgeschreven? Zo ja, wat? - Ja, de energie die vrijkomt of nodig is. - Nee - Ja, wat je gedaan hebt. Dit is juist, in een reactieschema staan alleen de stoffen die verdwijnen of ontstaan. Ga verder naar vraag 3. IJzer (vast) + zuurstof (gas) ijzeroxide (vast)

11 3. Kan er bij een chemische reactie een mengsel ontstaan? Zo nee, waarom niet? A. Ja B. Nee, want bij een chemische reactie ontstaat altijd maar één stof. C. Nee, want reactieproducten zijn altijd zuivere stoffen.

12 3. Kan er bij een chemische reactie een mengsel ontstaan? Zo nee, waarom niet? A. Ja B. Nee, want bij een chemische reactie ontstaat altijd maar één stof. C. Nee, want reactieproducten zijn altijd zuivere stoffen. Dit is niet juist. Er kunnen meerdere stoffen vrij komen. Probeer het opnieuw.

13 3. Kan er bij een chemische reactie een mengsel ontstaan? Zo nee, waarom niet? A. Ja B. Nee, want bij een chemische reactie ontstaat altijd maar één stof. C. Nee, want reactieproducten zijn altijd zuivere stoffen. Dit is niet juist. Er kunnen verschillende niet zuivere stoffen vrij komen. Probeer het opnieuw.

14 3. Kan er bij een chemische reactie een mengsel ontstaan? Zo nee, waarom niet? A. Ja. Dit is juist. Als er twee of meer producten ontstaan is er sprake van een mengsel. B. Nee, want bij een chemische reactie ontstaat altijd maar één stof. C. Nee, want reactieproducten zijn altijd zuivere stoffen. Ga verder met vraag 4.

15 4. Bij een reactie tussen kaarsvet en zuurstof ontstaan kooldioxide en water. Kun je zeggen wat voor type reactie dit is? Zo ja, welke soort? - Ja, een ontledingsreactie. - Nee - Ja, een vormingsreactie.

16 4. Bij een reactie tussen kaarsvet en zuurstof ontstaan kooldioxide en water. Kun je zeggen wat voor type reactie dit is? Zo ja, welke soort? - Ja, een ontledingsreactie. - Nee - Ja, een vormingsreactie. Als uit één beginstof twee of meer reactieproducten ontstaan, noemen we deze reactie een ontledingsreactie. Dit is niet het geval. Probeer het opnieuw.

17 4. Bij een reactie tussen kaarsvet en zuurstof ontstaan kooldioxide en water. Kun je zeggen wat voor type reactie dit is? Zo ja, welke soort? - Ja, een ontledingsreactie. - Nee - Ja, een vormingsreactie. Als uit twee of meer beginstoffen één nieuwe stof ontstaat, dan spreken we van een vormingsreactie. Dit is niet het geval. Probeer het opnieuw.

18 4. Bij een reactie tussen kaarsvet en zuurstof ontstaan kooldioxide en water. Kun je zeggen wat voor type reactie dit is? Zo ja, welke soort? - Ja, een ontledingsreactie. - Nee - Ja, een vormingsreactie. Juist. Je begint met twee stoffen en je eindigt met twee stoffen. Dus A en B vallen af. Ga naar vraag 5:

19 5. Bekijk de foto’s. Leg uit of hier chemische reacties optreden. Het koken van eten ………….mmmmmmmmm!!!!!! - Ja, dit is een chemische reactie! - Nee, dit is geen chemische reactie! Smakelijk!?

20 Antwoord Nee is onjuist; Let op de scheikundige benadering; als je eten klaar maakt treden heel veel chemische reacties op. Probeer het opnieuw. 5. Leg uit of hier chemische reacties optreden.

21 Antwoord Ja is juist; Let op de scheikundige benadering; als je eten klaar maakt treden heel veel chemische reacties op. Je begint met stoffen die vaak niet lekker smaken. Na het koken hebben de stoffen meestal een andere smaak en een ander uiterlijk gekregen. 5. Leg uit of hier chemische reacties optreden.

22 6. Leg uit of de volgende gebeurtenissen chemische reacties zijn of niet. a. Het zagen van hout. c. Het verbranden van hout. b. Het bakken van een ei. Ja. Nee.

23 6. Leg uit of de volgende gebeurtenissen chemische reacties zijn of niet. a. Het zagen van hout. c. Het verbranden van hout. b. Het bakken van een ei. Ja. Nee. Er ontstaat geen nieuwe stof, hout blijft hout. Probeer het opnieuw.

24 6. Leg uit of de volgende gebeurtenissen chemische reacties zijn of niet. a. Het zagen van hout. c. Het verbranden van hout. b. Het bakken van een ei. Ja. Nee. Dat is juist. Er ontstaat geen nieuwe stof, hout blijft hout.

25 6. Leg uit of de volgende gebeurtenissen chemische reacties zijn of niet. a. Het zagen van hout. c. Het verbranden van hout. b. Het bakken van een ei. Ja. Nee. Er ontstaan allerlei nieuwe stoffen(ook geurstoffen). Probeer het opnieuw.

26 6. Leg uit of de volgende gebeurtenissen chemische reacties zijn of niet. a. Het zagen van hout. c. Het verbranden van hout. b. Het bakken van een ei. Ja. Nee. Dat is juist. Er ontstaat geen nieuwe stof, hout blijft hout. Dat is juist. Er ontstaan allerlei nieuwe stoffen (ook geurstoffen).

27 6. Leg uit of de volgende gebeurtenissen chemische reacties zijn of niet. a. Het zagen van hout. c. Het verbranden van hout. b. Het bakken van een ei. Ja. Nee. Er ontstaan nieuwe stoffen: hout verdwijnt en er ontstaat o.a. as. Probeer het opnieuw.

28 6. Leg uit of de volgende gebeurtenissen chemische reacties zijn of niet. a. Het zagen van hout. c. Het verbranden van hout. b. Het bakken van een ei. Ja. Nee. Dat is juist. Er ontstaat geen nieuwe stof, hout blijft hout. Dat is juist. Er ontstaan allerlei nieuwe stoffen (ook geurstoffen). Dat is juist. Hout verdwijnt, er ontstaat o.a. as. Ga verder met vraag 7.

29 7. Je wilt onderzoeken of een stof een ontleedbare stof is of een niet-ontleedbare stof. Leg uit dat je dat kunt doen door te bepalen of een stof een smeltpunt of een smelttraject heeft. Als een stof een smeltpunt heeft dan is het: - Een zuivere stof. - Een onzuivere stof.

30 7. Je wilt onderzoeken of een stof een ontleedbare stof is of een niet-ontleedbare stof. Leg uit dat je dat kunt doen door te bepalen of een stof een smeltpunt of een smelttraject heeft. Als een stof een smeltpunt heeft dan is het: - Een zuivere stof. - Een onzuivere stof. Dit is niet juist. Een onzuivere stof heeft een smelttraject. Probeer het opnieuw.

31 7. Je wilt onderzoeken of een stof een ontleedbare stof is of een niet-ontleedbare stof. Leg uit dat je dat kunt doen door te bepalen of een stof een smeltpunt of een smelttraject heeft. Dit kun je doen door te kijken of de temperatuur tijdens het smelten: Als een stof een smeltpunt heeft dan is het: - Een zuivere stof. Dit is juist. - Een onzuivere stof. - gelijk blijft. - verandert.

32 7. Je wilt onderzoeken of een stof een ontleedbare stof is of een niet-ontleedbare stof. Leg uit dat je dat kunt doen door te bepalen of een stof een smeltpunt of een smelttraject heeft. Dit kun je doen door te kijken of de temperatuur tijdens het smelten: Als een stof een smeltpunt heeft dan is het: - Een zuivere stof. Dit is juist. - Een onzuivere stof. - gelijk blijft. - verandert. Dit is niet juist. Een zuivere stof heeft één smeltpunt. Probeer het opnieuw.

33 7. Je wilt onderzoeken of een stof een ontleedbare stof is of een niet-ontleedbare stof. Leg uit dat je dat kunt doen door te bepalen of een stof een smeltpunt of een smelttraject heeft. Dit kun je doen door te kijken of de temperatuur tijdens het smelten: Als een stof een smeltpunt heeft dan is het: - Een zuivere stof. Dit is juist. - Een onzuivere stof. - gelijk blijft. Dit is juist. - verandert. Ga verder met vraag 8.

34 8. Als je Natrium bij water doet, ontstaat er een kleurloze vloeistof (natronloog). Er ontwijkt ook een kleurloos gas (waterstof) en je ziet vuurverschijnselen. A. Leg uit of er een chemische reactie heeft plaats gevonden? - Er is geen chemische reactie opgetreden. - Er is een chemische reactie opgetreden.

35 8. Als je Natrium bij water doet, ontstaat er een kleurloze vloeistof (natronloog). Er ontwijkt ook een kleurloos gas (waterstof) en je ziet vuurverschijnselen. A. Leg uit of er een chemische reactie heeft plaats gevonden? - Er is geen chemische reactie opgetreden. - Er is een chemische reactie opgetreden. Dit is niet juist. Er ontstaan nieuwe stoffen. Probeer het opnieuw.

36 8. Als je Natrium bij water doet, ontstaat er een kleurloze vloeistof (natronloog). Er ontwijkt ook een kleurloos gas (waterstof) en je ziet vuurverschijnselen. A. Leg uit of er een chemische reactie heeft plaats gevonden? - Er is geen chemische reactie opgetreden. - Er is een chemische reactie opgetreden. Dit is juist. Er ontstaan nieuwe stoffen (o.a. natronloog en waterstof). B. Moeten de vuurverschijnselen in het reactieschema staan? - De vuurverschijnselen moeten in het reactieschema staan. - De vuurverschijnselen behoeven niet in het reactieschema te staan.

37 8. Als je Natrium bij water doet, ontstaat er een kleurloze vloeistof (natronloog). Er ontwijkt ook een kleurloos gas (waterstof) en je ziet vuurverschijnselen. A. Leg uit of er een chemische reactie heeft plaats gevonden? - Er is geen chemische reactie opgetreden. - Er is een chemische reactie opgetreden. Dit is juist. Er ontstaan nieuwe stoffen (o.a. natronloog en waterstof). B. Moeten de vuurverschijnselen in het reactieschema staan? - De vuurverschijnselen moeten in het reactieschema staan. Vuurverschijnselen staan niet in het reactieschema. Vuur is geen stof. Probeer het opnieuw. - De vuurverschijnselen moeten niet in het reactieschema staan.

38 8. Als je Natrium bij water doet, ontstaat er een kleurloze vloeistof (natronloog). Er ontwijkt ook een kleurloos gas (waterstof) en je ziet vuurverschijnselen. A. Leg uit of er een chemische reactie heeft plaats gevonden? - Er is geen chemische reactie opgetreden. - Er is een chemische reactie opgetreden. Dit is juist. Er ontstaan nieuwe stoffen (o.a. natronloog en waterstof). B. Moeten de vuurverschijnselen in het reactieschema staan? - De vuurverschijnselen moeten in het reactieschema staan. - De vuurverschijnselen moeten niet in het reactieschema staan. Dit is juist. Ga verder naar vraag 8c.

39 8. Als je Natrium bij water doet, ontstaat er een kleurloze vloeistof (natronloog). Er ontwijkt ook een kleurloos gas (waterstof) en je ziet vuurverschijnselen. C. Schrijf het reactieschema op. - Natrium (vast) + - Natrium (vloeibaar) + - Natrium (gas) +

40 8. Als je Natrium bij water doet, ontstaat er een kleurloze vloeistof (natronloog). Er ontwijkt ook een kleurloos gas (waterstof) en je ziet vuurverschijnselen. C. Schrijf het reactieschema op. - Natrium (vast) + - Natrium (vloeibaar) + Niet juist. Probeer opnieuw. - Natrium (gas) +

41 8. Als je Natrium bij water doet, ontstaat er een kleurloze vloeistof (natronloog). Er ontwijkt ook een kleurloos gas (waterstof) en je ziet vuurverschijnselen. C. Schrijf het reactieschema op. - Natrium (vast) + - Natrium (vloeibaar) + - Natrium (gas) + Niet juist. Probeer opnieuw.

42 8. Als je Natrium bij water doet, ontstaat er een kleurloze vloeistof (natronloog). Er ontwijkt ook een kleurloos gas (waterstof) en je ziet vuurverschijnselen. C. Schrijf het reactieschema op. - Natrium (vast) + Juist! Ga verder. - Natrium (vloeibaar) + - Natrium (gas) + C. Schrijf het reactieschema op (vervolg). - Natrium (vast) + water (vast) - Natrium (vast) + water (vloeibaar) - Natrium (vast) + water (gas)

43 8. Als je Natrium bij water doet, ontstaat er een kleurloze vloeistof (natronloog). Er ontwijkt ook een kleurloos gas (waterstof) en je ziet vuurverschijnselen. C. Schrijf het reactieschema op. - Natrium (vast) + Juist! Ga verder. - Natrium (vloeibaar) + - Natrium (gas) + C. Schrijf het reactieschema op (vervolg). - Natrium (vast) + water (vast) Niet juist! Dit is ijs. Probeer het opnieuw. - Natrium (vast) + water (vloeibaar) - Natrium (vast) + water (gas)

44 8. Als je Natrium bij water doet, ontstaat er een kleurloze vloeistof (natronloog). Er ontwijkt ook een kleurloos gas (waterstof) en je ziet vuurverschijnselen. C. Schrijf het reactieschema op. - Natrium (vast) + Juist! Ga verder. - Natrium (vloeibaar) + - Natrium (gas) + C. Schrijf het reactieschema op (vervolg). - Natrium (vast) + water (vast) - Natrium (vast) + water (vloeibaar) - Natrium (vast) + water (gas) Niet juist! Dit is stoom. Probeer het opnieuw.

45 8. Als je Natrium bij water doet, ontstaat er een kleurloze vloeistof (natronloog). Er ontwijkt ook een kleurloos gas (waterstof) en je ziet vuurverschijnselen. C. Schrijf het reactieschema op. - Natrium (vast) + Juist! Ga verder. - Natrium (vloeibaar) + - Natrium (gas) + C. Schrijf het reactieschema op (vervolg). - Natrium (vast) + water (vast) - Natrium (vast) + water (vloeibaar) Juist! Ga verder. - Natrium (vast) + water (gas)

46 8. Als je Natrium bij water doet, ontstaat er een kleurloze vloeistof (natronloog). Er ontwijkt ook een kleurloos gas (waterstof) en je ziet vuurverschijnselen. C. Schrijf het reactieschema op (vervolg). - Natrium (vast) + water (vloeibaar) natronloog (vast) - Natrium (vast) + water (vloeibaar) natronloog (vloeibaar) - Natrium (vast) + water (vloeibaar) natronloog (gas)

47 - Natrium (vast) + water (vloeibaar) natronloog (vloeibaar) - Natrium (vast) + water (vloeibaar) natronloog (gas) - Natrium (vast) + water (vloeibaar) natronloog (vast) 8. Als je Natrium bij water doet, ontstaat er een kleurloze vloeistof (natronloog). Er ontwijkt ook een kleurloos gas (waterstof) en je ziet vuurverschijnselen. C. Schrijf het reactieschema op (vervolg). Let op! Dit is een gegeven in de vraag!

48 8. Als je Natrium bij water doet, ontstaat er een kleurloze vloeistof (natronloog). Er ontwijkt ook een kleurloos gas (waterstof) en je ziet vuurverschijnselen. C. Schrijf het reactieschema op (vervolg). - Natrium (vast) + water (vloeibaar) natronloog (vast) Let op! Dit is een gegeven in de vraag! - Natrium (vast) + water (vloeibaar) natronloog (vloeibaar) - Natrium (vast) + water (vloeibaar) natronloog (gas)

49 8. Als je Natrium bij water doet, ontstaat er een kleurloze vloeistof (natronloog). Er ontwijkt ook een kleurloos gas (waterstof) en je ziet vuurverschijnselen. C. Schrijf het reactieschema op (vervolg). - Natrium (vast) + water (vloeibaar) natronloog (vast) - Natrium (vast) + water (vloeibaar) natronloog (vloeibaar) - Natrium (vast) + water (vloeibaar) natronloog (gas) Juist! Ga verder. C. Schrijf het reactieschema op (vervolg). - Natrium (vast) + water (vl.) natronloog (vloeibaar) + waterstof (vast) - Natrium (vast) + water (vl.) natronloog (vloeibaar) + waterstof (vloeibaar) - Natrium (vast) + water (vl.) natronloog (vloeibaar) + waterstof (gas) P.s.: water (vl.) = water (vloeibaar) is afgekort, wat normaal niet hoort.

50 8. Als je Natrium bij water doet, ontstaat er een kleurloze vloeistof (natronloog). Er ontwijkt ook een kleurloos gas (waterstof) en je ziet vuurverschijnselen. C. Schrijf het reactieschema op (vervolg). - Natrium (vast) + water (vast) natronloog (vast) - Natrium (vast) + water (vast) natronloog (vloeibaar) - Natrium (vast) + water (vast) natronloog (gas) Juist! Ga verder. C. Schrijf het reactieschema op (vervolg). - Natrium (vast) + water (vl.) natronloog (vloeibaar) + waterstof (vast) - Natrium (vast) + water (vl.) natronloog (vloeibaar) + waterstof (vloeibaar) - Natrium (vast) + water (vl.) natronloog (vloeibaar) + waterstof (gas) Let op! Dit is een gegeven in de vraag! Probeer het opnieuw.

51 8. Als je Natrium bij water doet, ontstaat er een kleurloze vloeistof (natronloog). Er ontwijkt ook een kleurloos gas (waterstof) en je ziet vuurverschijnselen. C. Schrijf het reactieschema op (vervolg). - Natrium (vast) + water (vast) natronloog (vast) - Natrium (vast) + water (vast) natronloog (vloeibaar) - Natrium (vast) + water (vast) natronloog (gas) Juist! Ga verder. C. Schrijf het reactieschema op (vervolg). - Natrium (vast) + water (vl.) natronloog (vloeibaar) + waterstof (vast) - Natrium (vast) + water (vl.) natronloog (vloeibaar) + waterstof (vloeibaar) - Natrium (vast) + water (vl.) natronloog (vloeibaar) + waterstof (gas) Let op! Dit is een gegeven in de vraag! Probeer het opnieuw.

52 - Natrium (vast) + water (vloeibaar) natronloog (vloeibaar) + waterstof (gas) 8. Als je Natrium bij water doet, ontstaat er een kleurloze vloeistof (natronloog). Er ontwijkt ook een kleurloos gas (waterstof) en je ziet vuurverschijnselen. C. Schrijf het reactieschema op (einde schema). Ga verder met 8.d Dit is het juiste reactieschema:

53 8. Als je Natrium bij water doet, ontstaat er een kleurloze vloeistof (natronloog). Er ontwijkt ook een kleurloos gas (waterstof) en je ziet vuurverschijnselen. D. Is dit een endotherme of een exotherme reactie? - Dit is een endotherme reactie. - Dit is een exotherme reactie.

54 8. Als je Natrium bij water doet, ontstaat er een kleurloze vloeistof (natronloog). Er ontwijkt ook een kleurloos gas (waterstof) en je ziet vuurverschijnselen. D. Is dit een endotherme of een exotherme reactie? - Dit is een endotherme reactie. Dit is niet juist. - Dit is een exotherme reactie. Let op! Je ziet vuurverschijnselen en er wordt geen warmte meer toegevoegd. Probeer het opnieuw.

55 8. Als je Natrium bij water doet, ontstaat er een kleurloze vloeistof (natronloog). Er ontwijkt ook een kleurloos gas (waterstof) en je ziet vuurverschijnselen. D. Is dit een endotherme of een exotherme reactie? - Dit is een endotherme reactie. - Dit is een exotherme reactie. Juist, er zijn vuurverschijnselen, er komt warmte vrij. Dus is dit een exotherme reactie. Ga verder met vraag 9.

56 9. Noem drie methoden om een stof te ontleden. Schrijf zelf drie typen op je kladblaadje. Ontleden Scheiden Vervolg vraag 9:

57 9. Noem drie methoden om een stof te ontleden. Schrijf zelf drie typen op je kladblaadje. Ontleden Scheiden Hint. De methoden eindigen alle drie op:.....olyse.

58 9. Noem drie methoden om een stof te ontleden. Schrijf zelf drie typen op je kladblaadje. Ontleden Scheiden Hint. De methoden eindigen alle drie op:.....olyse. Hint. De methoden hebben te maken met……………..warmte.

59 9. Noem drie methoden om een stof te ontleden. Schrijf zelf drie typen op je kladblaadje. Ontleden Scheiden Hint. De methoden eindigen alle drie op:.....olyse. Hint. De methoden hebben te maken met……………..warmte en licht.

60 9. Noem drie methoden om een stof te ontleden. Schrijf zelf drie typen op je kladblaadje. Ontleden Scheiden Hint. De methoden eindigen alle drie op:.....olyse. Hint. De methoden hebben te maken met……………..warmte, licht en stroom.

61 9. Noem drie methoden om een stof te ontleden. Schrijf zelf drie typen op je kladblaadje. Ontleden Scheiden Hint. De methoden eindigen alle drie op:.....olyse. Hint. De methoden hebben te maken met……………..warmte, licht en gelijkstroom. Thermolyse

62 9. Noem drie methoden om een stof te ontleden. Schrijf zelf drie typen op je kladblaadje. Ontleden Scheiden Hint. De methoden eindigen alle drie op:.....olyse. Hint. De methoden hebben te maken met……………..warmte, licht en gelijkstroom. Thermolyse Fotolyse

63 9. Noem drie methoden om een stof te ontleden. Schrijf zelf drie typen op je kladblaadje. Ontleden Scheiden Hint. De methoden eindigen alle drie op:.....olyse. Hint. De methoden hebben te maken met……………..warmte, licht en gelijkstroom. Thermolyse Fotolyse Elektrolyse Ga verder met 9b.

64 9b. Leg uit of ontledingsreacties endotherm of exotherm zijn? - Dit is een endotherme reactie. - Dit is een exotherme reactie.

65 9b. Leg uit of ontledingsreacties endotherm of exotherm zijn? - Dit is een endotherme reactie. - Dit is een exotherme reactie. - Bij een exotherme reactie komt energie vrij. Om een stof te ontleden kost het altijd energie. Probeer het opnieuw.

66 9b. Leg uit of ontledingsreacties endotherm of exotherm zijn? - Dit is een endotherme reactie. - Dit is een exotherme reactie. - Juist! Het kost altijd energie om een stof te ontleden. Ontledingsreacties zijn dus endotherm. Vraag 10.

67 10. Tim onderzoekt een wit poeder en ontdekt daarbij het volgende: - Als hij de stof verwarmt, wordt de stof vloeibaar. De temperatuur stijgt tijdens het vloeibaar worden. A. Het is een ontleedbare stof. C. Het is een mengsel van ontleedbare stoffen. - Hij kan het poeder – opgelost in water – elektrolyseren. Welke van de volgende uitspraken over het witte poeder kan (kunnen) juist zijn? Let op er is maar één pijl die het antwoord geeft! B. Het is een mengsel van twee niet-ontleedbare stoffen.

68 10. Tim onderzoekt een wit poeder en ontdekt daarbij het volgende: - Als hij de stof verwarmt, wordt de stof vloeibaar. De temperatuur stijgt tijdens het vloeibaar worden. A. Het is een ontleedbare stof. C. Het is een mengsel van ontleedbare stoffen. - Hij kan het poeder – opgelost in water – elektrolyseren. Welke van de volgende uitspraken over het witte poeder kan (kunnen) juist zijn? Let op er is maar één pijl die het antwoord geeft! B. Het is een mengsel van twee niet-ontleedbare stoffen. Antwoord: Uitspraak C kan juist zijn. De temperatuur stijgt tijdens het vloeibaar worden. Dat wijst op een smelttraject. Het is dus een mengsel en antwoord A valt dan af. Hij kan het poeder elektrolyseren. Dat wijst op een ontleedbare stof. Antwoord B valt nu ook af, zodat antwoord C over blijft. Ga verder met vraag 11:

69 11. Fotochroom glas is lichtgevoelig glas. Het wordt toegepast in brillen. Het glas verandert van kleur onder invloed van zonlicht. Als je naar buiten stapt, worden je brillenglazen automatisch donker als de zon schijnt. Stap je vervolgens weer naar binnen of verdwijnt de zon, dan keert het proces om en verliezende brillenglazen hun kleur. Gewoon glas laat ongeveer 92% van het opvallende licht door. De rest wordt opgenomen of teruggekaatst. In onderstaand diagram is het percentage licht dat het glas(bril) doorlaat uitgezet tegen de tijd. A. Hoeveel procent van het licht laat fotochroom glas volgens dit diagram door? 100 % 0 % Lichtdoorlaat Tijd in minuten % 0 % Lichtdoorlaat Tijd in minuten % 0 % Lichtdoorlaat Tijd in minuten 60 Van binnen naar buiten lopen in het zonlicht Van buiten naar binnen (schaduw) lopen (binnenshuis). 20% 80%

70 11. Fotochroom glas is lichtgevoelig glas. Het wordt toegepast in brillen. A. Hoeveel procent van het licht laat fotochroom glas volgens dit diagram door? 100 % 0 % Lichtdoorlaat Tijd in minuten % 0 % Lichtdoorlaat Tijd in minuten % 0 % Lichtdoorlaat Tijd in minuten 60 Van binnen naar buiten lopen in het zonlicht Van buiten naar binnen (schaduw) lopen (binnenshuis). 20% 80% - Ongeveer 20 procent van het licht laat fotochroom glas door. - Ongeveer 80 procent van het licht laat fotochroom glas door.

71 11. Fotochroom glas is lichtgevoelig glas. Het wordt toegepast in brillen. A. Hoeveel procent van het licht laat fotochroom glas binnenshuis volgens dit diagram door? 100 % 0 % Lichtdoorlaat Tijd in minuten % 0 % Lichtdoorlaat Tijd in minuten % 0 % Lichtdoorlaat Tijd in minuten 60 Van binnen naar buiten lopen in het zonlicht Van buiten naar binnen (schaduw) lopen (binnenshuis). 20% 80% - Ongeveer 20 procent van het licht laat fotochroom glas door. - Ongeveer 80 procent van het licht laat fotochroom glas door. Bij 20% lichtdoorlaat schijnt de zon volop (buiten), waardoor het glas donker kleurt en veel licht tegen houdt. Probeer het opnieuw.

72 11. Fotochroom glas is lichtgevoelig glas. Het wordt toegepast in brillen. A. Hoeveel procent van het licht laat fotochroom glas volgens dit diagram door? 100 % 0 % Lichtdoorlaat Tijd in minuten % 0 % Lichtdoorlaat Tijd in minuten % 0 % Lichtdoorlaat Tijd in minuten 60 Van binnen naar buiten lopen in het zonlicht Van buiten naar binnen (schaduw) lopen (binnenshuis). 20% 80% - Ongeveer 20 procent van het licht laat fotochroom glas door. - Ongeveer 80 procent van het licht laat fotochroom glas door. Juist, bij 80% lichtdoorlaat loop je al een tijdje binnenshuis, waardoor het glas lichter kleurt en veel licht doorgelaten wordt. 11B.

73 11. Fotochroom glas is lichtgevoelig glas. Het wordt toegepast in brillen. B. Hoe lang duurt het voor de bril donker is, wanneer je buiten in de zon komt? 100 % 0 % Lichtdoorlaat Tijd in minuten % 0 % Lichtdoorlaat Tijd in minuten % 0 % Lichtdoorlaat Tijd in minuten 60 Van binnen naar buiten lopen in het zonlicht Van buiten naar binnen (schaduw) lopen. 20% 80% - Ongeveer 10 tot 15 minuten. - Ongeveer 60 minuten.

74 11. Fotochroom glas is lichtgevoelig glas. Het wordt toegepast in brillen. B. Hoe lang duurt het voor de bril donker is, wanneer je buiten in de zon komt? 100 % 0 % Lichtdoorlaat Tijd in minuten % 0 % Lichtdoorlaat Tijd in minuten % 0 % Lichtdoorlaat Tijd in minuten 60 Van binnen naar buiten lopen in het zonlicht Van buiten naar binnen (schaduw) lopen. 20% 80% - Ongeveer 10 tot 15 minuten. - Ongeveer 60 minuten. Bij 60 minuten zijn de lijnen in de grafiek al ongeveer 45 minuten horizontaal. De fotochrome glazen hebben zich dus al sneller aangepast. Probeer het opnieuw.

75 11. Fotochroom glas is lichtgevoelig glas. Het wordt toegepast in brillen. B. Hoe lang duurt het voor de bril donker is, wanneer je buiten in de zon komt? 100 % 0 % Lichtdoorlaat Tijd in minuten % 0 % Lichtdoorlaat Tijd in minuten % 0 % Lichtdoorlaat Tijd in minuten 60 Van binnen naar buiten lopen in het zonlicht Van buiten naar binnen (schaduw) lopen. 20% 80% - Ongeveer 10 tot 15 minuten. - Ongeveer 60 minuten. Juist, bij het naar buiten lopen in het zonlicht, duurt het ongeveer 10 tot 15 minuten, voordat je lichtdoorlaat zo veel mogelijk tegen houdt (20%). 11C.

76 11. Fotochroom glas is lichtgevoelig glas. Het wordt toegepast in brillen. C. Leg uit of het glas weer even snel licht wordt, als je van buiten weer naar binnen gaat? 100 % 0 % Lichtdoorlaat Tijd in minuten % 0 % Lichtdoorlaat Tijd in minuten % 0 % Lichtdoorlaat Tijd in minuten 60 Van binnen naar buiten lopen in het zonlicht Van buiten naar binnen (schaduw) lopen. 20% 80% - Het duurt langer voordat de bril weer licht is. - Het duurt korter voordat de bril weer licht is.

77 11. Fotochroom glas is lichtgevoelig glas. Het wordt toegepast in brillen. C. Leg uit of het glas weer even snel licht wordt, als je van buiten weer naar binnen gaat? 100 % 0 % Lichtdoorlaat Tijd in minuten % 0 % Lichtdoorlaat Tijd in minuten % 0 % Lichtdoorlaat Tijd in minuten 60 Van binnen naar buiten lopen in het zonlicht Van buiten naar binnen (schaduw) lopen. 20% 80% - Het duurt langer voordat de bril weer licht is. - Het duurt korter voordat de bril weer licht is. Dit is niet juist. Het is misschien wat moeilijk te zien, maar de linkse grafiek daalt sneller, dan dat de rechtse grafiek omhoog gaat. Probeer het opnieuw.

78 11. Fotochroom glas is lichtgevoelig glas. Het wordt toegepast in brillen. C. Leg uit of het glas weer even snel licht wordt, als je van buiten weer naar binnen gaat? 100 % 0 % Lichtdoorlaat Tijd in minuten % 0 % Lichtdoorlaat Tijd in minuten % 0 % Lichtdoorlaat Tijd in minuten 60 Van binnen naar buiten lopen in het zonlicht Van buiten naar binnen (schaduw) lopen. 20% 80% - Het duurt langer voordat de bril weer licht is. - Het duurt korter voordat de bril weer licht is. Dit is juist. Na een minuut of vijf zijn de glazen weer behoorlijk licht. Maar het duurt wel een half uur voordat de glazen hun oorspronkelijke kleur terug hebben. 11D.

79 Waarom zal men met gesmolten glas werken bij het mengen met zilverchloride? Om een goede menging te krijgen. 11D. De werking van fotochroom glas berust op de aanwezigheid van zilverchloride Om fotochroom glas te maken worden glas en zilverchloride in gesmolten toestand met elkaar gemengd. Om een goede ontmenging te krijgen.

80 Waarom zal men met gesmolten glas werken bij het mengen met zilverchloride? Om een goede menging te krijgen. 11D. De werking van fotochroom glas berust op de aanwezigheid van zilverchloride Om fotochroom glas te maken worden glas en zilverchloride in gesmolten toestand met elkaar gemengd. Om een goede ontmenging te krijgen. Dit is niet juist. Om de zilverchloride goed te verdelen, moet je het goed door dit mengsel zien te krijgen. Probeer het opnieuw.

81 Waarom zal men met gesmolten glas werken bij het mengen met zilverchloride? Om een goede menging te krijgen. 11D. De werking van fotochroom glas berust op de aanwezigheid van zilverchloride Om fotochroom glas te maken worden glas en zilverchloride in gesmolten toestand met elkaar gemengd. Om een goede ontmenging te krijgen. Dit is juist. Het zilverchloride moet in het glas aanwezig zijn. Alleen bij gebruik van gesmolten glas krijg je de goede menging. Vraag 11 e.

82 Door afkoeling van het gesmolten glas krijg je weer vast zilverchloride. Heeft er tijdens het afkoelen een chemische reactie plaats gevonden? Ja, er heeft een chemische reactie plaats gevonden. 11E. De werking van fotochroom glas berust op de aanwezigheid van zilverchloride. Om fotochroom glas te maken worden glas en zilverchloride in gesmolten toestand met elkaar gemengd. Nee, er heeft géén chemische reactie plaats gevonden.

83 Door afkoeling van het gesmolten glas krijg je weer vast zilverchloride. Heeft er tijdens het afkoelen een chemische reactie plaats gevonden? Ja, er heeft een chemische reactie plaats gevonden. 11E. De werking van fotochroom glas berust op de aanwezigheid van zilverchloride Om fotochroom glas te maken worden glas en zilverchloride in gesmolten toestand met elkaar gemengd. Nee, er heeft géén chemische reactie plaats gevonden. Dit is niet juist. Het is alleen een fase-overgang (Vast-vloeibaar-gas). Probeer het opnieuw.

84 Door afkoeling van het gesmolten glas krijg je weer vast zilverchloride. Heeft er tijdens het afkoelen een chemische reactie plaats gevonden? Ja, er heeft een chemische reactie plaats gevonden. 11E. De werking van fotochroom glas berust op de aanwezigheid van zilverchloride Om fotochroom glas te maken worden glas en zilverchloride in gesmolten toestand met elkaar gemengd. Nee, er heeft géén chemische reactie plaats gevonden. Dit is juist. Het is alleen een fase-overgang (Vast-vloeibaar-gas). Vraag 11 f.

85 Wanneer het fotochrome glas wordt blootgesteld aan zonlicht, ontleedt het zilverchloride. Geef het reactieschema van deze ontleding. 11F. De werking van fotochroom glas berust op de aanwezigheid van zilverchloride Om fotochroom glas te maken worden glas en zilverchloride in gesmolten toestand met elkaar gemengd. Zilverchloride (vast) Zilver (vast) + chloor (vast) Licht Zilverchloride (vast) Zilver (vast) + chloor (gas) Licht

86 Wanneer het fotochrome glas wordt blootgesteld aan zonlicht, ontleedt het zilverchloride. Geef het reactieschema van deze ontleding. 11F. De werking van fotochroom glas berust op de aanwezigheid van zilverchloride Om fotochroom glas te maken worden glas en zilverchloride in gesmolten toestand met elkaar gemengd. Zilverchloride (vast) Zilver (vast) + chloor (vast) Licht Zilverchloride (vast) Zilver (vast) + chloor (gas) Licht Dit is niet juist. Vaste stoffen verdelen zich moeilijk. Probeer het opnieuw.

87 Wanneer het fotochrome glas wordt blootgesteld aan zonlicht, ontleedt het zilverchloride. Geef het reactieschema van deze ontleding. 11F. De werking van fotochroom glas berust op de aanwezigheid van zilverchloride Om fotochroom glas te maken worden glas en zilverchloride in gesmolten toestand met elkaar gemengd. Zilverchloride (vast) Zilver (vast) + chloor (vast) Licht Zilverchloride (vast) Zilver (vast) + chloor (gas) Licht Dit is juist. Vraag 11 g.

88 Wat is het energie-effect van deze ontleding? 11G. De werking van fotochroom glas berust op de aanwezigheid van zilverchloride Om fotochroom glas te maken worden glas en zilverchloride in gesmolten toestand met elkaar gemengd. - Voor de reactie is lichtenergie nodig. Het is dus een endotherme reactie - Voor de reactie is lichtenergie nodig. Het is dus een exotherme reactie

89 Wat is het energie-effect van deze ontleding? 11G. De werking van fotochroom glas berust op de aanwezigheid van zilverchloride Om fotochroom glas te maken worden glas en zilverchloride in gesmolten toestand met elkaar gemengd. Voor de reactie is lichtenergie nodig. Het is dus een endotherme reactie Voor de reactie is lichtenergie nodig. Het is dus een exotherme reactie Dit is niet juist. Als er energie nodig is, is het een ….therme reactie. Als er energie vrij komt is het een exotherme rreactie. Probeer het opnieuw.

90 Wat is het energie-effect van deze ontleding? 11G. De werking van fotochroom glas berust op de aanwezigheid van zilverchloride Om fotochroom glas te maken worden glas en zilverchloride in gesmolten toestand met elkaar gemengd. Voor de reactie is lichtenergie nodig. Het is dus een endotherme reactie Voor de reactie is lichtenergie nodig. Het is dus een exotherme reactie Dit is juist. Er is energie nodig in de vorm van zonlicht. Vraag 11 h.

91 Er wordt door de donker geworden bril meer licht opgenomen. Leg uit welke bij de ontleding ontstane stoffen hier voor verantwoordelijk is. 11H. De werking van fotochroom glas berust op de aanwezigheid van zilverchloride Om fotochroom glas te maken worden glas en zilverchloride in gesmolten toestand met elkaar gemengd. - Zilver is hiervoor verantwoordelijk. - Chloor is hiervoor verantwoordelijk.

92 Er wordt door de donker geworden bril meer licht opgenomen. Leg uit welke bij de ontleding ontstane stoffen hier voor verantwoordelijk is. 11H. De werking van fotochroom glas berust op de aanwezigheid van zilverchloride Om fotochroom glas te maken worden glas en zilverchloride in gesmolten toestand met elkaar gemengd. Zilver is hiervoor verantwoordelijk. Chloor is hiervoor verantwoordelijk. Dit is niet juist. Chloor absorbeert geen licht. Probeer het opnieuw.

93 Er wordt door de donker geworden bril meer licht opgenomen. Leg uit welke bij de ontleding ontstane stoffen hier voor verantwoordelijk is. 11H. De werking van fotochroom glas berust op de aanwezigheid van zilverchloride Om fotochroom glas te maken worden glas en zilverchloride in gesmolten toestand met elkaar gemengd. Zilver is hiervoor verantwoordelijk. Chloor is hiervoor verantwoordelijk. Dit is juist. Zilver is een donkere stof en absorbeert het licht. Vraag 11 i.

94 Als er donkere glazen in een donkere omgeving komen, worden ze weer licht. De omgekeerde reactie van de ontleding treedt dan op. Geef de naam van het soort reactie dat dan optreedt. 11I. De werking van fotochroom glas berust op de aanwezigheid van zilverchloride Om fotochroom glas te maken worden glas en zilverchloride in gesmolten toestand met elkaar gemengd. - Een vormingsreactie. - Een aantoningsreactie.

95 Als er donkere glazen in een donkere omgeving komen, worden ze weer licht. De omgekeerde reactie van de ontleding treedt dan op. Geef de naam van het soort reactie dat dan optreedt. 11I. De werking van fotochroom glas berust op de aanwezigheid van zilverchloride Om fotochroom glas te maken worden glas en zilverchloride in gesmolten toestand met elkaar gemengd. Een vormingsreactie. Een aantoningsreactie. Dit is niet juist. Een aantoningreactie gebruik je om een bepaalde stof aan te tonen. Probeer het opnieuw.

96 Als er donkere glazen in een donkere omgeving komen, worden ze weer licht. De omgekeerde reactie van de ontleding treedt dan op. Geef de naam van het soort reactie dat dan optreedt. 11I. De werking van fotochroom glas berust op de aanwezigheid van zilverchloride Om fotochroom glas te maken worden glas en zilverchloride in gesmolten toestand met elkaar gemengd. Een vormingsreactie. Een aantoningsreactie. Dit is juist. Vraag 11 j.

97 Wat zal het energie-effect van deze reactie zijn? 11J. De werking van fotochroom glas berust op de aanwezigheid van zilverchloride Om fotochroom glas te maken worden glas en zilverchloride in gesmolten toestand met elkaar gemengd. Voor de reactie is energie nodig. Het is dus een endotherme reactie. Voor de reactie is géén energie nodig. Het is dus een exotherme reactie.

98 Wat zal het energie-effect van deze reactie zijn? 11J. De werking van fotochroom glas berust op de aanwezigheid van zilverchloride Om fotochroom glas te maken worden glas en zilverchloride in gesmolten toestand met elkaar gemengd. Voor de reactie is energie nodig. Het is dus een endotherme reactie Voor de reactie is géén energie nodig. Het is dus een exotherme reactie Dit is niet juist. Het is het omgekeerde van een ontledingsreactie. Dit is een vormingsreactie. Probeer het opnieuw.

99 Wat zal het energie-effect van deze reactie zijn? 11J. De werking van fotochroom glas berust op de aanwezigheid van zilverchloride Om fotochroom glas te maken worden glas en zilverchloride in gesmolten toestand met elkaar gemengd. Voor de reactie is géén energie nodig. Het is dus een exotherme reactie Het is het omgekeerde van een ontledingsreactie. Dit is een vormingsreactie; deze is exotherm.


Download ppt "Zwijsen College Test jezelf Pulsar Chemie Hfst 3. Chemische reacties. Klik telkens op de driehoek om verder te gaan! Zet deze toetspresentatie op volledig."

Verwante presentaties


Ads door Google