De presentatie wordt gedownload. Even geduld aub

De presentatie wordt gedownload. Even geduld aub

DUBLIN III Verordening (EU) nr. 604/2013 van het Europees Parlement en de Raad van 26 juni 2013 tot vaststelling van de criteria en instrumenten om te.

Verwante presentaties


Presentatie over: "DUBLIN III Verordening (EU) nr. 604/2013 van het Europees Parlement en de Raad van 26 juni 2013 tot vaststelling van de criteria en instrumenten om te."— Transcript van de presentatie:

1 DUBLIN III Verordening (EU) nr. 604/2013 van het Europees Parlement en de Raad van 26 juni 2013 tot vaststelling van de criteria en instrumenten om te bepalen welke lidstaat verantwoordelijk is voor de behandeling van een verzoek om internationale bescherming dat door een onderdaan van een derde land of een staatloze bij een van de lidstaten wordt ingediend Ruben Wissing

2 Vreemdelingenwet procedure Artikel 51/3 § 1. Aan het nemen van vingerafdrukken kunnen onderworpen worden: 1° de vreemdeling die aan de grens of in het Rijk een asielaanvraag indient; 2° de vreemdeling die België verplicht is over te nemen of opnieuw over te nemen krachtens Europese regelgeving betreffende de vaststelling van de Staat die verantwoordelijk is voor de behandeling van een asielaanvraag, die België bindt; 3° de vreemdeling voor wie er aanwijzingen bestaan dat hij reeds een asielaanvraag heeft ingediend; 4° de asielzoeker wiens identiteit onzeker is. § 2. De vingerafdrukken mogen slechts gebruikt worden in de mate dat zij nodig zijn om: 1° de identiteit van de vreemdeling vast te stellen; 2° met toepassing van Europese regelgeving die België bindt, de Staat vast te stellen die verantwoordelijk is voor de behandeling van het asielverzoek; 3° het asielverzoek te behandelen. […] § 5. De vingerafdrukken die met toepassing van § 1 werden genomen, worden vernietigd indien de vreemdeling overeenkomstig artikel 49 als vluchteling erkend wordt of wanneer hem de subsidiaire beschermingsstatus werd toegekend overeenkomstig artikel 49/2. BCHV - Dublin III - wettelijk kader

3 Artikel 51/5 § 1. Zodra de vreemdeling aan de grens of in het Rijk, overeenkomstig artikel 50, 50bis, 50ter of 51, een asielaanvraag indient, gaat de Minister of zijn gemachtigde, met toepassing van Europese regelgeving die België bindt, over tot het vaststellen van de Staat die verantwoordelijk is voor de behandeling van het asielverzoek. Te dien einde kan in een welbepaalde plaats worden vastgehouden voor de tijd die hiervoor strikt noodzakelijk is, zonder dat de duur van de vasthouding of de opsluiting een maand te boven mag gaan : 1° de vreemdeling die beschikt over een verblijfsvergunning of een reisdocument houdende een visum of een visumverklaring, waarvan de geldigheidsduur verstreken is, uitgereikt door een Staat die gebonden is aan Europese regelgeving betreffende het vaststellen van de Staat die verantwoordelijk is voor de behandeling van het asielverzoek, of 2° de vreemdeling die niet beschikt over de in artikel 2 bedoelde binnenkomstdocumenten en die volgens eigen verklaringen verbleven heeft in een dergelijke Staat, of; 3° de vreemdeling die niet beschikt over de in artikel 2 bedoelde binnenkomstdocumenten en waarbij de afname van vingerafdrukken overeenkomstig artikel 51/3 erop wijzen dat hij in een dergelijke Staat verbleven heeft. Wanneer wordt aangetoond dat de behandeling van een verzoek tot overname of terugname van een asielzoeker buitengewoon complex is, kan de termijn van vasthouding of opsluiting door de minister of zijn gemachtigde verlengd worden met een periode van een maand. Onverminderd het eerste lid, onderzoekt de Commissaris-generaal voor de Vluchtelingen en de Staatlozen de asielaanvraag die is ingediend door iemand die tijdelijke bescherming geniet en op grond daarvan gemachtigd is in het Rijk te verblijven. Indien de vreemdeling binnen de vijftien dagen na verzending geen gevolg geeft aan een oproeping of een verzoek om inlichtingen, wordt hij geacht afstand gedaan te hebben van zijn asielaanvraag. § 2. Zelfs wanneer krachtens de criteria van Europese regelgeving die België bindt, België niet verplicht is het verzoek in behandeling te nemen, kan de minister of zijn gemachtigde op elk ogenblik beslissen dat België verantwoordelijk is om het verzoek te behandelen. Het verzoek waarvan België de behandeling op zich moet nemen of waarvoor het verantwoordelijk is, wordt behandeld overeenkomstig de bepalingen van deze wet. § 3. Wanneer België niet verantwoordelijk is voor de behandeling van het verzoek, richt de Minister of zijn gemachtigde zich onder de voorwaarden bepaald bij Europese regelgeving die België bindt, tot de verantwoordelijke Staat met het verzoek de asielzoeker over te nemen of opnieuw over te nemen. Wanneer de asielzoeker aan de verantwoordelijke Staat overgedragen dient te worden, kan de Minister of zijn gemachtigde hem de binnenkomst of het verblijf in het Rijk weigeren en hem gelasten zich vóór een bepaalde datum bij de bevoegde overheden van deze Staat aan te melden. Wanneer de Minister of zijn gemachtigde het voor het waarborgen van de effectieve overdracht nodig acht, kan hij de vreemdeling zonder verwijl naar de grens doen terugleiden. Te dien einde kan de vreemdeling in een welbepaalde plaats opgesloten of vastgehouden worden voor de tijd die strikt noodzakelijk is voor de uitvoering van de overdracht, zonder dat de duur van de hechtenis of van de vasthouding één maand te boven mag gaan. Er wordt geen rekening gehouden met de duur van de in § 1, tweede lid, bedoelde vasthouding of opsluiting. BCHV - Dublin III - wettelijk kader

4 Artikel 51/6 Wanneer de vreemdeling die aan de grens of in het Rijk een asielaanvraag heeft ingediend, zich onregelmatig op het grondgebied van een andere Staat bevindt of er een asielverzoek heeft ingediend en de Minister of zijn gemachtigde, met toepassing van Europese regelgeving die België bindt, ertoe gehouden is hem over te nemen, moet de vreemdeling zich bij zijn binnenkomst in het Rijk of ten minste binnen acht werkdagen die hierop volgen, bij de Minister of bij zijn gemachtigde aanmelden. Deze laatste verleent hem daarvan schriftelijk akte en verwittigt hiervan, zo nodig, onmiddellijk de Commissaris-generaal voor de Vluchtelingen en de Staatlozen of de Raad voor Vreemdelingenbetwistingen. Wanneer België niet verantwoordelijk is voor het in behandeling nemen van het asielverzoek, wordt er overeenkomstig artikel 51/5, § 3, gehandeld. Wanneer België verplicht is het verzoek in behandeling te nemen, moet deze behandeling overeenkomstig de bepalingen van deze wet aangevat of voortgezet te worden. BCHV - Dublin III - wettelijk kader

5 Artikel 51/7 Wanneer de vreemdeling zich op het grondgebied van een andere Staat vluchteling verklaart en België, met toepassing van Europese regelgeving die België bindt, verantwoordelijk is voor het in behandeling nemen van het asielverzoek, is de Minister of zijn gemachtigde verplicht deze vreemdeling onder de voorwaarden die in deze overeenkomsten bepaald zijn, over te nemen. De vreemdeling moet zich bij zijn binnenkomst in het Rijk of ten minste binnen acht werkdagen die hierop volgen, bij de Minister of bij zijn gemachtigde aanmelden. Deze laatste verleent hem hiervan schriftelijke akte en brengt onmiddellijk de Commissaris-generaal voor de Vluchtelingen en de Staatlozen hiervan op de hoogte. De vreemdeling moet zich naar de bepalingen van artikelen 51/2 en 51/4, § 2 schikken. De behandeling van de asielaanvraag dient overeenkomstig de bepalingen van deze wet aangevat te worden. BCHV - Dublin III - wettelijk kader

6 Verordening nr. 604/2013 Verordening: geen omzetting in nationale wetgeving (i.t.t. Richtlijnen) - toch in VW: bepalingen over detentie, vingerafdruk, over- /terugnameverzoek, soevereiniteits-/discretionaire clausule Common European Asylum System – Vertrouwensbeginsel: “lidstaten worden beschouwd als veilige landen voor onderdanen van derde landen” (Preambule, overweging (3)) – Solidariteitsbeginsel: ‘early warning’-mechanisme (EASO, art. 80 VWEU – Preambule, overweging (22), art. 33) Legt verplichtingen op aan lidstaten, niet aan asielzoekers – Denemarken opt-out Criteria (aanknopingspunt) om verantwoordelijke lidstaat te bepalen, uitzonderingsclausules en procedurebepalingen BCHV - Dublin III - wettelijk kader

7 Nieuw t.o.v. Dublin II, 343/2003: incl. SB (art. 1) Recht op informatie & interview uitgebreid (art. 4, 5) Hoger belang van het kind (art. 6) Gezinsleden & broers en zussen – Familie, incl. tante, oom, grootouders (art. 2, 8, 11) Clausules verduidelijkt, uitgebreid en verplicht (art. 3, 16, 17) Voortzetting asielprocedure na over-/terugname (art. 18) Einde verantwoordelijkheid (art. 19) BCHV - Dublin III - wettelijk kader

8 toepassingsgebied Asielaanvraag ingediend in een lidstaat (Art. 20) > HvJ, arrest Kastrati, 3 mei 2012 (C ), §§ en conclusie: “[…] dat de intrekking van een asielverzoek in de zin van artikel 2 […] die plaatsvindt voordat de lidstaat die verantwoordelijk is voor de behandeling van dit verzoek heeft ingestemd met de overname van de asielzoeker, ertoe leidt dat deze verordening niet langer van toepassing is.” Dublin III voor elke AA ingediend na 1/7/2013 BCHV - Dublin III - wettelijk kader

9 Criteria welke lidstaat is verantwoordelijk voor behandeling asielaanvraag? Hiërarchie: volgorde criteria in Dublin III-Vo 1 – NBMV (art. 8) 2 – gezinsleden (art. 9-11) 3 – verblijstitel / visum (art. 12) 4 – illegale binnenkomst / verblijf (art. 13) 5 – visumvrijstelling (art. 14) 6 – internationale transit (art. 15) BCHV - Dublin III - wettelijk kader

10 1. NBMV hoger belang van het kind (art. 6 - nieuw): – Gezinshereniging – welzijn, sociale ontwikkeling – veiligheid (mensenhandel) – standpunt kind – Tracing gezins- en familieleden in EU – Opleiding ambtenaren Criteria Dublin III (art. 8): – Gezinslid, broer of zus wettig verblijf & HBK – Familielid wettig verblijf, kan ervoor zorgen & HBK – In meerdere lidstaten gezins- of familieleden: HBK – Geen gezins- of familieleden: indiening asielaanvraag & HBK – Asielaanvragen in meerdere lidstaten? > HvJ, arrest MA, 6 juni 2013 (C-648/11), conclusie: “[…] in omstandigheden […] waarin een niet-begeleide minderjarige die geen gezinslid heeft dat zich wettig op het grondgebied van een lidstaat ophoudt, in verschillende lidstaten een asielverzoek heeft ingediend, de ‘verantwoordelijke lidstaat’ volgens deze bepaling de lidstaat is waar deze minderjarige zich bevindt nadat hij er een asielverzoek heeft ingediend.” > Voorstel Commissie wijziging Dublin III-Vo (COM/2014/0382): - waar NBMV zich bevindt & HBK - waar laatste asielaanvraag werd ingediend, tenzij HBK BCHV - Dublin III - wettelijk kader

11 2. gezinsleden (art. 9-11) – gezinslid met internationale bescherming Ongeacht gezin gevormd in land van herkomst of niet Verblijfsgerechtigd Schriftelijk akkoord – gezinslid in lopende asielprocedure 1 e aanleg (niet in beroep) Schriftelijk akkoord – grootst aantal gezinsleden, minderjarige broers en zussen > oudste (art. 11) BCHV - Dublin III - wettelijk kader

12 3. verblijstitel / visum (art. 12) – geldige verblijfstitel > – geldig visum > – meerdere geldige verblijfstitels/visa langste verblijfsrecht > laatst verstrijkende > langst geldige visum > laatst verstrijkende – Verlopen verblijfstitel/visa Max. 2 jaar / 6 maand verlopen, toegang verschaft & EU niet verlaten Meer dan 2 jaar / 6 maand verlopen, toegang verschaft, EU niet verlaten: asielaanvraag BCHV - Dublin III - wettelijk kader

13 4. illegale binnenkomst / verblijf (art. 13) -Lidstaat binnenkomst – tot 12 maand na binnenkomst - Vijf maanden verblijf -Meerdere lidstaten: meest recente verblijf BCHV - Dublin III - wettelijk kader

14 5. visumvrijstelling - 6. internationale transit (art. 14): indiening asielaanvraag (art. 15): indiening asielaanvraag BCHV - Dublin III - wettelijk kader

15 Clausules uitzonderingen ‘Soevereiniteitsclausule’ (art. 17, lid 1): – (oud) artikel 3, lid 2 DII: interstatelijk vertrouwensbeginsel LS niet verantwoordelijk volgens criteria, kan toch vrijwillig verantwoordelijkheid opnemen EHRM, arrest M.S.S., 21 januari 2011 (nr /09): overdracht schending art. 3 EVRM > clausule verplichtend HvJ, arrest NS, 21 december 2011 (C-411/10): “Bijgevolg mogen de lidstaten, daaronder begrepen de nationale rechterlijke instanties, […] een asielzoeker niet aan de „verantwoordelijke lidstaat” in de zin van verordening nr. 343/2003 overdragen wanneer zij niet onkundig kunnen zijn van het feit dat de fundamentele tekortkomingen van de asielprocedure en de opvangvoorzieningen voor asielzoekers in deze lidstaat ernstige, op feiten berustende gronden vormen om aan te nemen dat de asielzoeker een reëel risico zal lopen op onmenselijke of vernederende behandelingen in de zin van artikel 4 van het Handvest.” (§94 en conclusie) – Dublin III: 2 clausules Art. 17, lid 1: soevereiniteits-/discretionaire clausule = vrijwillig Artikel 3, lid 2(nieuw): ‘beschermingsclausule’ = verplicht -Verantwoordelijke lidstaat: asielprocedure en opvangvoorzieningen bevatten systeemfouten -die resulteren in onmenselijke of vernederende behandelingen contra art. 4 Handvest EU grondrechtne -EHRM, arrest Tarakhel, 4 november 2014 (nr /12): individuele garanties « […] de sérieux doutes quant aux capacités actuelles du système. […] » (§115) « Il s’ensuit que, si les requérants devaient être renvoyés en Italie sans que les autorités suisses aient au préalable obtenu des autorités italiennes une garantie individuelle concernant, d’une part, une prise en charge adaptée à l’âge des enfants et, d’autre part, la préservation de l’unité familiale, il y aurait violation de l’article 3 de la Convention. » (§122) BCHV - Dublin III - wettelijk kader

16 Afhankelijkheidsclausule (art. 16) – Zwangerschap, pasgeboren kind, ernstige ziekte, zware handicap, hoge leeftijd – Afhankelijkheid kind, broer, zus, ouder (band in land van herkomst) - wederzijds – In staat ervoor te zorgen – Lidstaat wettig verblijf – tenzij gezondheidstoestand verzoeker overdracht niet toestaat > HvJ, arrest K, 6 november 2012 (C-245/11, §54 en conclusie): LS wordt verantwoordelijk, dus verplichtend criterium Humanitaire clausule (art. 17, lid 2) – Verzoek aan niet-verantwoordelijke lidstaat – Familierelaties verenigen op humanitaire gronden (familiebanden of culturele gronden) – Vóór beslissing eerste aanleg (CGVS) – Schriftelijk akkoord BCHV - Dublin III - wettelijk kader

17 Procedure - garanties Recht op informatie (art. 4) – Toepassing Dublin III-Vo: criteria, interview, beroepsmiddelen, gegevensuitwisseling, … – Gemeenschappellijke brochure & brochure NBMV – Mondeling Interview (art. 5) – Uitzonderingen – Schriftelijke samenvatting (voor advocaat) Kennisgeving overdrachtbeslissing (art. 26) – overdrachtstermijn – rechtsbijstand óf tolk (?) BCHV - Dublin III - wettelijk kader

18 Procedure – verzoek/termijnen Verplichtingen tussen staten Overname (art ) – Verzoek: 3 maanden na AA / 2 maanden na Eurodac-hit / spoedig / complex – Antwoord: 2 maanden na ontvangst verzoek Terugname (art ) – Verzoek: 3 maanden na AA / 2 maanden na Eurodac-hit – Geen AA: optie terugkeer (Terugkeerrichtlijn 2008/115) – Antwoord: 1 maand / 2 weken (Eurodac-hit) na ontvangst verzoek Sanctie: – Termijn verzoek: verantwoordelijkheid voor AA – Termijn antwoord: stilzwijgende aanvaarding over-/terugname Directe / indirecte bewijzen (Verordening 118/2014, bijlage II) BCHV - Dublin III - wettelijk kader

19 Procedure – overdracht/termijnen (art. 29) – 6 maanden na aanvaarding Sanctie: verantwoordelijkheid AA – Gevangenis: 1 jaar – Onderduiking: 18 maand > HvJ, arrest Petrosian, 29 januari 2009 (C-19/08), §§38, 42 en conclusie: – termijn begint te lopen vanaf beslissing – of vanaf beroepsarrest i.g.v. schorsende werking – niet-schorsend beroep: vanaf administratieve beslissing BCHV - Dublin III - wettelijk kader

20 Procedure - beroepsmiddel Daadwerkelijk rechtsmiddel (Art. 27) – Schorsing uitvoering overdracht? – Tegen toepassing & tegen juridische en feitelijke situatie lidstaat (Preambule, overweging (19): > HvJ, arrest Abdullahi, 10 december 2013 (C-394/12), conclusie: geen beroep tegen keuze criteria – wel tegen niet-toepassing ‘soevereiniteitsclausule’ – Artikel 39/2, §2 Vreemdelingenwet: annulatieberoep > Volwaardig rechtsmiddel? GWH, arrest 1/2014, 16 januari 2014 (geheel beroepsmiddelen) Wijziging wet 10 april 2014 (veilige landen en meervoudige AA) EVRM, arresten M.S.S., Yoh-Ekale Mwanje, Josef t. Bel. (art. 3&13 EVRM, ex nunc, geheel beroepsmiddelen) Art. 46 Herschikte Procedurerichtlijn – art. 47 Handvest grondrechten EU BCHV - Dublin III - wettelijk kader

21 Detentie (art. 28) – Niet louter obv van toepassing Dublin – Onderduikrisico: individuele beoordeling – Noodzakelijkheids- en evenredigheidsbeginsel (Preambule, overweging (20)) – Spoedtermijnen: 1 maand – 2 weken – 6 weken Sanctie: vrijlating – Opvangrichtlijn 2013/33 van toepassing BCHV - Dublin III - wettelijk kader

22 Uitvoering Uitvoeringsverordeningen 1560/2003 & 118/2014 Bilaterale regelingen praktische uitvoering (art. 36) Bemiddeling lidstaten (art. 37) Eurodac-Verordening 603/2013 Verodening Visa-informatiesysteem 767/2008 BCHV - Dublin III - wettelijk kader


Download ppt "DUBLIN III Verordening (EU) nr. 604/2013 van het Europees Parlement en de Raad van 26 juni 2013 tot vaststelling van de criteria en instrumenten om te."

Verwante presentaties


Ads door Google