De presentatie wordt gedownload. Even geduld aub

De presentatie wordt gedownload. Even geduld aub

Schizophrenia and Acute Transiënt Psychotic Disorders Gerd Devos Frederik Hendrickx Interuniversitair onderwijs Psychiatrie 2014-2015.

Verwante presentaties


Presentatie over: "Schizophrenia and Acute Transiënt Psychotic Disorders Gerd Devos Frederik Hendrickx Interuniversitair onderwijs Psychiatrie 2014-2015."— Transcript van de presentatie:

1 Schizophrenia and Acute Transiënt Psychotic Disorders Gerd Devos Frederik Hendrickx Interuniversitair onderwijs Psychiatrie

2 Schizofrenie 1) Geschiedenis 2) Descriptieve klinische symptomen 3) Klinische neuropsychologie 4) Diagnose, classificatie en differentieel diagnose 5) Epidemiologie 6) Etiologie & neurobiologie 7) Verloop en outcome 8) Behandeling 9) Schizo-affectieve en schizotypale stoornis 10) Acute en transiënte psychotische stoornissen

3 1. Geschiedenis Al beschreven in klassieke geschiedenis? Medea Othello (paranoia) King Lear (wanen en hallucinaties) “In contrast to many other psychiatric disorders that are represented in ancient Greek and Roman literature, there were no descriptions of individuals with schizophrenia in the material assessed in this review”(1) Psychotische symptomen vaak verklaard door goddelijke interventie of een speciale gave. Ziekten tgv. verstoring van ‘humours’ Onderscheid tussen acute en chronische vormen van psychose & delier (Celsus)

4

5 19 e eeuw: “dementia precox” (Morel) = progressieve cognitieve achteruitgang bij jonge personen Theorie: Darwiniaanse vorm van erfbare achteruitgang Meerdere vormen van psychose (Kahlbaum) Onderscheid obv. patronen van symptomen en outcome 20 e eeuw: Modern concept van schizofrenie: Kraepelin & Bleuler. Onderzoek parallel aan zv. Alzheimer Geen pathognomosche symptomen (Kraepelin) vs. De vier A’s (Bleuler) 2 groepen symptomen: verlies van emotionele vaardigheden (en volitie) & innerlijke structuur  negatieve symptomen  positieve symptomen secundair “Schizofrenie”: fragmentering van de geest

6 2 e helft 20 e eeuw: Focus op diagnostische criteria (Schneider) 1 e rang symptoom: verlies van autonomie (wanen, hallucinaties, gedachteninsertie…)  pos. symptomen  Criteria in DSM-III & ontwikkeling van Present State Examination interview (PSE)

7

8 DSM-III criteria: provisional consensus agreement based on clinical judgement

9 Diagnostische criteria +betrouwbaar basis voor multi-center onderzoek éénduidige professionele communicatie -oversimplificatie van totale klinisch beeld ontmoediging van navraag uitgebreide VG individuele patiënt, indiv. sensitiviteit ↓ ontmoediging van innovatief denken

10 Eind 20 e eeuw: °moderne terminologie (Jackson) Negatieve symptomen=puur verlies van functie (dissolutie) Positieve symptomen=exacerbatie van normale functies (release fenomeen) Gebaseerd op idee van hiërarchische systemen in het brein – Darwiniaanse evolutie  link tussen descriptieve pathologie en hersenmechanismen

11 2. Descriptieve klinische symptomen Divers scala van stoornissen in perceptie, gedachtengang, emotie, motivatie en motoriek Episoden van floriede stoornissen op achtergrond van aanhoudende beperking

12 Stoornissen in gedachtegang en perceptie Wanen Betrekkingswaan, Vervolgingswaan, Schuld- of zondewaan, Grootheidswaan, Vergiftigingswaan, Querulantenwaan, Somatische waan, Erotomanie, Jaloersheidswaan Hallucinaties elke modaliteit; auditief meest prevalent  3/11 1e rang symptomen v. Schneider bevatten auditieve hall. simpel tot zeer complex; cave: ontvangen van opdrachten Formele denkstoornissen Derailment, tangentialiteit, incoherentie, verlies van doel, metoniemen, neologismen, spraakarmoede, arme inhoud van spraak Inzicht meestal partieel/volledig afwezig  gedwongen opname Cognitieve beperking cfr. neuropsychologie

13 Stoornissen in emotie Afbotting van affect Minder respons op emotionele zaken, verminderde faciale expressie en vocale intonatie Kan deel uitmaken van acute opstoot (en herstellen) of chronisch beeld Ongepast affect vb. ongepast lachen Excitatie & depressie Vaak in acute opstoot: irritabiliteit, slapeloosheid, agitatie Depressie: prodromaal & post-psychotische opstoot (65%)

14 Motorische stoornissen Frequent subtiele stoornissen van motoriek en coördinatie Katatonie

15 Andere stoornissen Volitie Angst en somatisatie

16 3. Klinische neuropsychologie Brede waaier van cognitieve capaciteiten kunnen aangetast zijn Afwezig tot zeer ernstig  °comorbiditeit Aanwezig over hele life-span: bij diagnose (eerder?) & verder verloop Meestal stabiel Progressief bij subgroep: typisch ouder, chronisch refractaire positieve symptomen, geïnstitutionaliseerd Cognitieve beperkingen ook aanwezig bij familieleden: heritibaliteit (predispositie?) R/ AP, cognitieve remediatie  “dementia precox” (Kraepelin)

17 MildModerateSevere Perceptual skillsX Motor skillsX Attention Sustained attentionX Selective attentionX Working memory Sparial working memoryX Verbal working memoryX Episodic memory Verbal learningX Non-verbal memory (spatial memory)X Delayed recallX Delayed recognitionX Procedural memoryX Long-term factual memoryX Executive functionsX Processing speedX Verbal skills NamingX Verbal fluencyX

18 4. Diagnose, classificatie en differentieel diagnose (2)

19 DD/ andere psychiatrische aandoeningen psychoses (schizo-affectief, schizofreniform, waanstoornis) affectieve stoornissen organische aandoeningen functioneel: secundaire psychose vb. epilepsie (vnl. temporale kwab) structureel: anatomisch hersenletsel drug-geïnduceerde psychose zie voorgaande les dopamine-agonisten, FQ, steroiden

20 Zoektocht naar biologische markers vergroting ventrikels, verdunning cortex, verlies grijze stof mediaal temporaal meerdere genetische merkers ontdekt  klein effect + overlap met controle-personen en andere psychiatrische aandoeningen

21 5. Epidemiologie puntprevalentie 4,6 per lifetime prevalentie 7,2 per incidentie 0,24 per tot 3 maal hoger in geïsoleerde gemeenschappen (vb. eilanden) zeer zelden bij Hutterites (Protestantse sekte), hoge prevalentie van depressie onset vnl. tussen 15-54j male:female = 1 gestegen morbiditeit & mortaliteit (doch minder kanker) suiciderisico vergelijkbaar met majeure depressie overdraagbare aandoeningen (HIV, Hep, TBC) metabool syndroom & diabetes (ook voor introductie AP) middelenmisbruik

22 variatie in beeld een outcome binnen populaties over tijd  invloed van psychosociale factoren 1e graads verwant: RR 9-18 (1%  10%)  invloed van genen INTERACTIE GEN-OMGEVING 3 modellen: Effecten van predisponerende genen en omgevingsfactoren zijn additief en verhogen het risico lineair Genen moduleren de gevoeligheid van het brein voor omgevingsfactoren Door voor te beschikken tot bepaalde persoonlijkheidskenmerken en bijhorend gedrag, beïnvloeden genen de respons van een individu op omgevingsfactoren

23 6. Etiologie & neurobiologie Familiaal-genetisch risico: familiale aggravatie  gevoeligheid wordt overgedragen eerder dan ziektebeeld zelf + polygenetisch Adoptiestudies: aggravatie tgv. overerving van genen eerder dan intrafamiliale cultuur Tweelingstudies: idem concordatie in monozygote tweelingen 46% vs. 14% in dizygote tweelingen Paternele leeftijd: indien geen familiaal risico: kans op schizofrenie stijgt met paternale leeftijd  opstapeling de-novo mutaties Meest geassocieerde genen: Neureguline & dysbindine

24 Schizofreniform spectrum Wanen en hallucinaties Negatieve symptomen Disorganisatie

25 Omgevingsfactoren (correlaties) Pre- en perinatale complicaties Seizoen van geboorte / maternele infectie / prenatale malnutritie Risico ↑ bij geboorte in winter-lente, discussie rond griep, rubella, CMX, toxo, … Vroegkinderlijke risicofactoren High-risk studies: neonatale hypotonie and decreased cuddliness, later bereiken van ontwikkelingsmijlpalen, verminderde coördinatie, verminderde aandacht en informatieverwerking  “pandysmaturatie” Follow-back studies: gestoorde cognitieve en neuromotore ontwikkeling, niet specifiek voor schizofrenie Cohort studies: gestoorde sociale ontwikkeling, later bereiken van ontwikkelingsmijlpalen, spraakproblemen, lager IQ, solitair, psychotische belevingen in kindertijd (RR 16x) Sociale status versus “social drift” Geografische factoren: leven in de stad Immigratieachtergrond: 1 e generatie RR 2,7x – 2 e generatie RR 4,5x Life events Druggebruik

26

27 Bronnen (1) Evans, K ; Searching for schizophrenia in ancient Greek and Roman literature: a systematic review. Acta psychiatrica Scandinavica, 2003, Vol.107(5), pp (2) Tandon, R., et al., Definition and description of schizophrenia in the DSM-5, Schizophr. Res. (2013)


Download ppt "Schizophrenia and Acute Transiënt Psychotic Disorders Gerd Devos Frederik Hendrickx Interuniversitair onderwijs Psychiatrie 2014-2015."

Verwante presentaties


Ads door Google