De presentatie wordt gedownload. Even geduld aub

De presentatie wordt gedownload. Even geduld aub

De Limieten van de Markt Paul De Grauwe. Twee thema’s De limieten van de markt De toekomst van de industrie in België.

Verwante presentaties


Presentatie over: "De Limieten van de Markt Paul De Grauwe. Twee thema’s De limieten van de markt De toekomst van de industrie in België."— Transcript van de presentatie:

1 De Limieten van de Markt Paul De Grauwe

2 Twee thema’s De limieten van de markt De toekomst van de industrie in België

3 Cyclische bewegingen in kapitalisme Geschiedenis van het kapitalisme: grote cyclische bewegingen. Periodes van onstuitbare groei: tijdens de tweede helft van de 19 de eeuw gedurende de periode genereert materiële welvaart zoals geen enkel ander systeem dat kan.

4 Kapitalisme stuit telkens op limieten en wordt slachtoffer van eigen succes. De overheden nemen touwtjes in handen. De politieke sturing en controle wordt weer belangrijk. Dat gebeurde na de Grote Depressie van de jaren dertig: grote delen van de wereld zetten stap naar het Communisme, elders: de overheid neemt een grote verantwoordelijkheid in de sturing van de economie.

5 Bron: OESO

6 Bron: Piketty, Capital in the 21 st Century

7 Pendelbeweging Maar na verloop van tijd: politieke besturingssystemen hebben ook beperkingen, die hun opgang stuiten. In de jaren tachtig van de vorige eeuw: triomfantelijke terugkeer van de markt.

8

9 Markt en de overheid draaien permanent om elkaar heen, in een poging om het terrein van de ander over te nemen om telkens opnieuw de ander van de troon te stoten.

10 Vragen die ik wil beantwoorden Welke zijn de beperkingen die de opgang van de markten telkens stopzetten? En welke zijn de limieten van de politiek die er telkens toe leiden dat zij zich uit de economie terugtrekt? Zijn we ertoe veroordeeld deze cyclische beweging in de expansie van de markt en de politiek te herhalen? Of is er een magisch evenwicht tussen beide mogelijk?

11 Ontstaan van limieten van de markt Limieten ontstaan omdat individuele en collectieve rationaliteit niet altijd samenvallen. In tegenstelling met wat Adam Smith zei Twee Voorbeelden: Ondernemingen die lucht en water vervuilen maximaliseren hun individuele winst, maar niet de welvaart van de maatschappij in haar geheel. Het marktsysteem wakkert in elk individu het koele calculerende aan (Systeem II in de terminologie van Kahneman), maar houdt geen rekening met de gevoelsmatige dimensie in elk van ons (Systeem I). Hierdoor ontstaat in elk individu een intern conflict.

12 Ik maak onderscheid tussen Externe limieten: eerste voorbeeld Interne limieten: tweede voorbeeld

13 Externe limieten Heel algemeen: individuen houden geen rekening met de externe effecten van hun individuele beslissingen Neem opnieuw voorbeeld van onderneming die schadelijke stoffen uitstoot Uitstoot creëert kosten buiten de onderneming (externe kosten) Onderneming houdt daar geen rekening mee in kostencalculatie en prijszetting

14 Er is niets in marktsysteem dat hem er toe brengt daar wel rekening mee te houden In jargon van economen: de onderneming wordt door de mark niet gedwongen de externe kosten te “internaliseren” Gevolg: de maatschappelijke kosten van de productie zijn hoger dan de kosten die de onderming aanrekent en hij zal teveel van de goederen die externe kosten genereren produceren Het milieu verloedert En naarmate de markt uitbreidt wordt dit probleem erger

15 Probleem stelt zich niet alleen met ondernemingen Als ik in mijn auto stap: ik creëer externe kosten waarmee ik geen rekening houd in mijn individueel gedrag Ik rijd dus teveel met de auto omdat ik niet de totale kostprijs van het autorijden zelf draag Vele andere voorbeelden Dit leidt telkens tot situatie waarin individuele rationaliteit niet samenvalt met collectieve rationaliteit.

16 Opwarming van de aarde Omdat CO2 uitstoot grensoverschrijdend is, is het nog moeilijker om externe kosten toe te rekenen aan diegenen die CO2 hebben uitgestoten Uitstoot CO2 oncontroleerbaar. Kan leiden tot catastrofe Waarbij marktsysteem zal verworpen worden

17

18 Externe kosten in financiële markten Bankiers houden geen rekening met de risico’s die ze creëren buiten hun eigen bank (externe risico’s) Die externe risico’s ontstaan omdat banken een netwerk vormen: ze lenen en ontlenen van elkaar Dus als één bank in problemen komt, komen vele anderen in gevaar Gevolg: banken nemen teveel risico’s en brengen het hele systeem in gevaar Grote instabiliteit van financiëel systeem

19 Collectieve goederen Collectief goed: goed of dienst dat zodra het er is ten goede komt aan iedereen, Niemand heeft exclusief recht op dit goed Niemand kan uitgesloten worden van het gebruik ervan Collectieve goederen komen niet vanzelf tot stand in marksysteem er zijn teveel vrijbuiters die omdat ze weten dat ze niet uitgesloten kunnen worden niet willen betalen Opnieuw contrast tussen individuele en collectieve rationaliteit

20 Interne limieten Kahneman: Systeem I: gevoelsmatige in ons Liefde, haat, vrees, naijver, zin voor rechtvaardigheid (fairness) Systeem II: calculerende en rationeel Berekent kosten en baten van individuele beslissingen Systeem I reageert snel; systeem II traag Interactie tussen twee systemen (Damasio) Evenwicht tussen twee systemen is nodig anders voelen we ons niet gelukkig

21 Marktsysteem spreekt de rationele en calculerende capaciteiten van individuen aan (systeem II) die reageren op financiële prikkels en concurrentie. Wanneer vrijemarktsysteem aan belang toeneemt worden deze capaciteiten in elk individu belangrijker. Zij worden de maatstaven van individueel succes.

22 Andere individuele eigenschappen van het gevoelsmatige Systeem I komen in de verdrukking. Bij veel mensen voor wie een rechtvaardige inkomensverdeling, intrinsieke motivatie en samenwerking belangrijk zijn, leidt dit tot onvoldaanheid. Het marktsysteem leidt wel tot grote materiële welvaart, maar veel mensen zijn toch ontevreden omdat het individuele geluk in de verdrukking komt.

23 Concurrentie en samenwerking We zijn wezens die plezier vinden in het samenwerken. Geeft ons een gevoel van samenhorigheid Tegelijk zijn we ook wezens die concurreren, en daar ook plezier kunnen in vinden. De onderneming in een markt met concurrentie verenigt die twee tendensen. Als de markt de bovenhand haalt dan wordt dat evenwicht verbroken Voorbeeld: als binnen de onderneming concurrentie wordt aangewakkerd ten nadele van samenwerking

24 Discrepantie tussen individueel en collectief welzijn. Gevolg: een verwerping van het systeem, dat als onrechtvaardig, hard en koud wordt ervaren. De maatschappelijke consensus ten voordele van het vrijemarktsysteem wordt ondermijnd. Vandaag dreigt dit te gebeuren vooral door de spectaculaire stijging van inkomens- en vermogensongelijkheid.

25 Bron: Piketty, Capital in 21 st Century

26 Zelfvernietigend succes Als marktsysteem op zijn limieten stuit wordt de politiek sterker Dynamiek ontstaat die tot doel heeft het domein van de markten te beperken. in de financiële markten, wanneer marktsysteem tot milieuschade leidt wanneer de ongelijkheid te groot wordt. Er zit dus iets zelfvernietigends in het succes van het marktsysteem.

27 Het kapitalisme zelf is niet in staat om botsing tegen zijn limieten te voorkomen. De reguleringsmechanismen moeten dus van buiten het marktsysteem komen, en wel van de overheid.

28 Hoe individuele en collectieve rationalitiet verzoenen? Essentie van die theorie Belastingen op ondernemingen die externe kosten genereren; dit dwingt hen die kosten te internaliseren Herverdeling van inkomens en vermogens Deze ingrepen zijn nodig om kapitalisme te redden van ondergang Tegenstanders van deze maatregelen zijn de echte doodgravers van het kapitalisme

29 Kennis is onvoldoende voor de actie We weten wat moet gedaan worden Maar gebeurt dat dan ook? Niet vanzelf omdat ook de overheid op limieten botst die het moeilijk maken om wat goed is voor de collectiviteit op te leggen aan de individuen. Ook in de politiek bestaan grote discrepanties tussen collectieve en individuele rationaliteit.

30 Limieten van de politiek Individuele belangen verzetten zich tegen de overheid. De overheid die optreedt om het collectieve belang te verdedigen botst op individuele belangen. Dat beperkt de actieradius van de politiek en doet gevaar ontstaan dat politiek niets anders is dan een emanatie van individuele belangen.

31 Democratie: minst slechte systeem De grote uitdaging van de politiek: het verschil tussen individuele en collectieve rationaliteit overbruggen. Niet gemakkelijk maar het lukt nog het best in democratische bestuursvormen. die maken het gemakkelijker voor de overheid om consensus te vinden over de beslissingen die nodig zijn om het collectieve belang te behartigen.

32 In democratische systemen: kosten en de baten van overheidsingrijpen gemakkelijker gespreid over de hele bevolking. individuen die geschaad worden door de collectieve actie kunnen vergoed worden. Het beslissingsproces in democratische samenlevingen kan lang duren. Maar de beslissingen hebben er een breder draagvlak.

33 Autoritaire regimes van hebben daar grote problemen mee Privébelangen infiltreren deze politieke systemen veel meer dan in democratieën Gevolg: discrepantie tussen privé- en collectieve belangen is er groter dan in democratische samenlevingen. Autoritaire regimes zijn geen stabiele systemen

34 Pendelbeweging tussen markt en overheid De geschiedenis van de laatste tweehonderd jaar: grote pendelbewegingen in toepassingsgebied van markt en overheid. Vraag is: zullen dergelijke pendelbewegingen zich in de toekomst herhalen? Indien ja: leidt de recente expansie van de markten tot een terugkeer van de overheid als leidende kracht in economische leven?

35 Zal dit in nabije toekomst gebeuren? De kans is reëel, Omdat het heel moeilijk is de negatieve milieueffecten van economische groei op wereldvlak te controleren. Negatieve milieueffecten dreigen zo groot te worden dat ze politieke en sociale systemen zullen destabiliseren. Politieke systemen zullen de economische touwtjes weer in handen nemen.

36 De toekomst lijkt somber Toch is dit geen reden om te wanhopen Onze kinderen zullen het ons niet vergeven als we het niets ondernemen om milieucatastrofes te vermijden. We zijn als het ware veroordeeld om acties te ondernemen

37 Recente akkoord van Parijs is stap in goede richting. Doelstelling: opwarming niet meer dan 2°C Maar het echte werk moet nog beginnen Het volstaat niet om doel te formuleren. Wat ook nodig is is een strategie. Hoe dit doel bereiken? Essentiëel element in strategie: de prijs van fossiele brandstoffen (olie, gas, steenkool) moet drastsich omhoog. Markt doet dit niet vanzelf. Overheid kan dit doen. Maar zal die overheid dat doen? Zal hij niet bezwijken voor de particuliere belangen?

38 Toekomst Industrie in België

39 Het probleem: gestadige afbraak van de industriële tewerkstelling

40 De oorzaken van de teloorgang De fundamentele oorzaak is de productiviteitsstijging Deze laat toe elk jaar dezelfde productie te realiseren met gemiddeld 2,5% minder arbeiders. Deze productiviteitsstijging vinden we niet in dezelfde mate in de dienstensector

41 Productiviteitsstijging: vooral geconcentreerd in industrie

42 Analogie met de landbouw Honderdvijftig jaar geleden werkte ongeveer de helft van de actieve bevolking in de landbouw. Vandaag nog amper 2%. De oorzaak is dezelfde als in de industrie. Technologische vooruitgang drijft de productiviteit naar omhoog met het gevolg dat arbeid uit de landbouw wordt gestoten. Dit proces is nu reeds 150 jaar aan de gang en gaat nog altijd verder.

43 En de loonkosten dan? Traditionele analyse: de fundamentele oorzaak ligt in te hoge loonkosten. De hoge loonkosten leiden tot verlies aan competitiviteit en dus minder productie en tewerkstelling Deze analyse is fout

44 Als de loonkosten in de industrie aan hetzelfde ritme stijgen als de productiviteit, dus 2,5% per jaar, is er met de competitiviteit niets aan de hand. De reden is de volgende: als de loonstijging de stijging van de productiviteit volgt, dan is de loonkost die aanwezig is in een bepaald product onveranderd. Competitiviteit is dan onveranderd

45 Soms gebeurt het wel dat de loonkosten sneller stijgen dan de productiviteit. In de jaren zeventig: groot competitiviteitverlies. Afbraak van de tewerkstelling in de industrie toen veel hoger dan nu. Sinds het midden van de jaren negentig geen noemenswaardig probleem meer met de Belgische competitiviteit. Wel een lichte stijging sinds ongeveer 2005 Maar dat is zichzelf aan het corrigeren

46

47

48 Waarom blijft de tewerkstelling in de industrie dan dalen ondanks dit goede nieuws? Antwoord: technologische vooruitgang. Ondernemingen in een markteconomie, zoeken voortdurend naar de goedkoopst mogelijke productiewijze. Ze proberen te besparen op alle kosten, arbeidskosten, materiaalkosten, energiekosten.

49 Hoe sterker de concurrentie hoe groter deze dwangmatige neiging van de ondernemers. Dit betekent dat ze voortdurend op zoek zijn naar nieuwe technologieën die de productiekosten drukken. Het gevolg is dat de productie steeds minder arbeid, maar ook minder energie, materialen, enz. nodig heeft. Productiviteit stijgt en leidt tot uitstoot van arbeid

50 Causaliteit van productiviteit naar lonen Degenen die hun job behouden hebben een hogere productiviteit en dus een hoger loon De causaliteit gaat dus van productiviteit naar lonen De oorzaak van de afbouw van de industriële tewerkstelling is dus de productiviteitsgroei

51 Hoge loonkosten: teken van welvaart Loonkosten weerspiegelen productiviteit En die is heel hoog in België Hoge loonkosten zijn dus teken van welvaart We moeten hoge loonkosten koesteren en niet aanvallen Er is niet noodzakelijk een contradictie tussen hoge loonkosten en competitiviteit Uitdaging van bedrijfsleven is gebruik te maken van de onderliggende hoge productiviteit en nieuwe activiteiten te ontwikkelen

52 Bron: Eurostat (uurloonkosten) en World Economic Forum

53 En de globalisering dan? Leidt globalisering niet tot delocalisatie? Is dat geen oorzaak van deindustrialisatie? Niet noodzakelijk. Globalisering leidt tot een afbouw van industriële activiteiten die veel gebruik maken van laaggeschoolde arbeid Niet van hooggesschoolde arbeid Globalisering stimuleert actviteiten die veel gebruik maken van hooggeschoolde arbeid

54 Is de industrie gedoemd te verdwijnen? De productie hoeft niet te dalen; kan zelfs stijgen als we de juiste niches vinden van productie dat gebruik maakt van hooggeschoolde arbeid Maar de globale industriële tewerkstelling zal jaar in jaar uit blijven dalen

55 Perspectieven voor de toekomst van de industriële tewerkstelling Tendensen zullen zich verder zetten De productiviteitsstijgingen zullen zich doorzetten De technologie staat niet stil en vooral nu niet in een geglobaliseerde wereld Dit is in feite goed nieuws: de vrijgekomen arbeidskrachten kunnen ingezet worden in interessantere jobs In sectoren die meedraaien internationaal

56 Het goede nieuws: de expansie van de dienstensector Het vorige kan leiden tot groot pessimisme Is ons tewerkstellingsprobleem niet onoplosbaar? Antwoord : neen Er worden meer jobs gecreëerd in de dienstensector dan er verloren gaan in de industrie Deze laatste zijn meestal interessantere jobs

57

58 Opmerking Dienstensector bevat een belangrijke component van service aan industrie. Waarschijnlijk meer dan vroeger Vergelijk pc van de jaren tachtig met laptop vandaag PC jaren tachtig was hoofdzakelijk hardware PC nu is hoofdzakelijk software

59 Zin en onzin van taxshift Patroons willen al jaren een vermindering van patronale lasten gecompenseerd door BTW- verhoging Dat zou de hoge loonkosten verminderen En zo meer industrie in België houden Zorgt een verlaging van patronale lasten voor een verlaging van de loonkosten wanneer alle effecten zijn uitgewerkt? Antwoord: nee

60 Verschuiving van patronale lasten naar BTW leidt onvermijdelijk tot stijging van de Consumptieprijsindex Nettolonen zullen zich daar aan aanpassen omdat werknemers hun koopkracht willen veilig stellen De druk op nettolonen leidt tot een stijging van brutolonen. Gevolg: het initieel gunstig effect van lastenverlaging op bruto loonkost wordt teniet gedaan.

61

62

63 Er is geen verband tussen niveau van werkgeversbijdrage en loonkosten Landen met lage werkgeversbijdragen (Denemarken) hebben even hoge of nog hogere loonkosten als België Een herschikking van de belastingstructuur brengt geen soelaas. Wat dan wel?

64

65 Alleen een vermindering van het overheidsbeslag (en in het bijzonder sociale zekerheid) kan de loonkosten drukken. Maar willen de mensen wel zo een vermindering van het overheidsbeslag? In theorie: ja In de praktijk: nee We moeten leren leven met hoge loonkosten

66 Dank u voor uw aandacht


Download ppt "De Limieten van de Markt Paul De Grauwe. Twee thema’s De limieten van de markt De toekomst van de industrie in België."

Verwante presentaties


Ads door Google