De presentatie wordt gedownload. Even geduld aub

De presentatie wordt gedownload. Even geduld aub

Het socratisch gesprek : een oefening in democratisering Interactum 2011 KHKempen 17/11/11.

Verwante presentaties


Presentatie over: "Het socratisch gesprek : een oefening in democratisering Interactum 2011 KHKempen 17/11/11."— Transcript van de presentatie:

1 het socratisch gesprek : een oefening in democratisering Interactum 2011 KHKempen 17/11/11

2 Structuur 1.Wat is een socratisch gesprek ? Basisstructuren 2.Had Socrates een ‘methode’? 3.De ‘democratiserende’ effecten van de socratische methode 4.Het verschil ‘filosoferen met kinderen’ en SG 5.Socratisch vragen stellen 6.De 6 kernwoorden van een goed socratisch gesprek + eindtermen

3 1. Wat is een ‘socratisch gesprek’? Kristof Van Rossem - socratischgesprek.be

4 WAT IS EEN SOCRATISCH GESPREK? Een socratisch gesprek is een no- nonsense gesprek waarin een groep samen de waarheid van opvattingen over ervaringen en de geldigheid van redeneringen kritisch onderzoekt. Het is het belangrijkste onderdeel van de door de Duitser Leonard Nelson ontwikkelde ‘socratische methode’. Dit gebeurt in een dialoog waarin deelnemers zichzelf oefenen in het helder formuleren van gedachten, effectief luisteren, de juiste vragen stellen enzovoort. Een socratisch gesprek begeleiden is een ambacht, geen toepassing van een ‘methodiek’. Kristof Van Rossem - socratischgesprek.be

5 Een basisstructuur van een SG 1.Een recente ervaring uit eigen bron dat je merkwaardig lijkt/bijblijft 2.Een oordeel hierover + argumenten 3.Onderzoek naar de waarheid van dat oordeel 4.Evaluatie

6 Een alternatief 1.Een vraag die de groep van belang vindt 2.Enkele recente ervaringen waarin die vraag een rol speelt + keuze 3.Een oordeel van een deelnemer over die ervaring + argumenten 4.Onderzoek naar de waarheid van dat oordeel 5.Evaluatie

7 MOGELIJKE UITGANGSVRAGEN SOCRATISCH GESPREK Is nadenken nuttig ? Wanneer ben ik belangrijk ? Wanneer is mijn kwaadheid terecht? Hoe weet ik dat iemand me begrijpt? Wat is alleen van mezelf? Hoe weet ik dat ik me vergist heb ? Wat mag ik van een vriend(in) verwachten ? Kan je zonder voorkeur beminnen ? Wanneer mag ik liegen? Wanneer is leven meer dan overleven ? Hoe weet ik dat iets onmogelijk is ? Heb ik meer/minder tijd dan iemand anders ? Wanneer ben ik trouw zijn aan mezelf ? Wanneer mag ik me met een ander bemoeien ? Wanneer mag ik afwijken van een regel? Kan je het verleden veranderen ? Wanneer is een gevoel betrouwbaar ? Ben ik wat ik doe? Wanneer ben ik vrij? Waar stopt mijn vrijheid? Kristof Van Rossem - socratischgesprek.be

8 2. Had Socrates een ‘methode’? Verschillende bronnen We weten niet precies wie Socrates was en wat hij deed De ‘lichte’ en de ‘zware’ interpretatie van Socrates’ werk

9 2 onderscheidende elementen 1. ‘elenctische’ interventies De ervaring van ‘perplexiteit’ De aporie als uitkomst van het gesprek Doel : beschamen van vermeende kennis (endoxa) of ononderzochte opvattingen ‘destructief’ element Resultaat : openheid voor iets nieuws

10 Voorbeeld : de Meno “Wel, Socrates, voordat ik je ontmoette, had ik al gehoord dat jij altijd maar onzeker bent, en ook de anderen onzeker maakt. En nu heb ik de indruk dat je me hypnotiseert, me betovert, me gewoonweg behekst, zodat ik nu zelf nog enkel onzekerheid ben…Ik ben werkelijk verlamd, zowel geestelijk als lichamelijk. Ik weet niet wat ik je moet antwoorden. En toch heb ik honderden keren uitvoerig over de deugd uitgeweid, voor een groot publiek en met groot succes had ik de indruk. En nu kan ik er helemaal geen definitie van geven.”

11 2 onderscheidende elementen 2. ‘Protreptische’ interventies Retorische tussenkomsten Sturing van Socrates Doel : a) morele beïnvloeding tot ‘beter zorgen voor de ziel’ B) psychologische beïnvloeding : het voorbeeld stellen van integriteit : zeggen wat je doet en doen wat je zegt

12 Voorbeeld : Laches zoekt een leraar “Als ik iemand over de deugd of over een vorm van wijsheid hoor praten, en als hij werkelijk een man is, een man die zijn woorden waardig is, dan ben ik werkelijk blij, wanneer ik merk hoe de spreker en zijn woorden bijeen passen en met elkaar overeenstemmen (…) Maar als iemand het tegenovergestelde doet, dan doet me dat pijn en vooral als hij de indruk geeft een betere spreker te zijn. Dat zorgt ervoor dat ik toespraken haat.”

13 Voorbeeld : Socrates over zichzelf (“…)ik zal nooit ophouden met filosoferen, met u de rechte weg te wijzen en ieder van u die ik tegenkom op mijn gewone manier aan te spreken en te zeggen : beste vriend, je bent een Athener, burger van de grootste en om haar wijsheid en macht meest vermaarde stad; schaam je je dan niet dat je wel alle moeite doet zo veel mogelijk geld bij elkaar te krijgen en toto eer en aanzien te komen maar dat je je’ niet bekommert om inzicht en waarheid en om het welzijn van je ziel – daar kijk je niet naar om! En als iemand van u dit dan ontkent en beweert dat hij daar wel degelijk aan dacht aan besteedt, dan zal ik hem niet zo makkelijk laten gaan en doorlopen in plaats van hem kritisch te ondervragen en ter verantwoording te roepen.” Plato (1999). Apologie, 29d-e

14 Was Socrates een ‘democraat’?

15 3. De traditie van de ‘socratische methode’ Kristof Van Rossem - socratischgesprek.be

16 Leonard Nelson, 1922 “Alles hangt van de kunst af de leerlingen van meet af aan op eigen benen te zetten, hen te leren zelf voort te gaan zonder dat ze daarom alleen voortgaan (…)” “Men moet een beslissing nemen : ofwel socraticus ofwel dogmaticus!”

17 Gustav Heckmann Verdere ontwikkeling methodiek Onderscheid ‘zaakgesprek’ – ‘metagesprek’ Philosophisch-Politische Akademie Moeilijkheid om er als begeleider uit te blijven : ‘non- intervention dogma’

18 Opkomst van het filosoferen met kinderen °eind jaren ’60 : Matthew Lipman : - oprichting IAPC jaren ’70 - curriculum 8 romans (5-15 jaar) - nadruk op autonoom, kritisch, redelijk denken - filosofie is pragmatisch, holistisch, hermeneutisch

19 Beknopte geschiedenis van het filosoferen met kinderen Sluit aan bij nieuwe esprit ’60-’70 Humanisme (Rogers,..) Nieuwe pedagogie (Freire, Freinet, Adler…) Ontwikkelingspsychologie (Piaget, Vygotsky,…) Filosofisch pragmatisme (Dewey, Peirce,..) Critical thinking movement (Ennis, McPeck,…)

20 Verdere bloei SindsJaren ’80 Nederland : Oprichting Centrum voor kinderfilosofie door Karel Van der Leeuw, Berrie Heesen, … Duitsland : Ekkehart Martens Engeland : Karin Murris, Joanna Haynes België : Richard Anthone, Freddy Mortier jaren ‘90 USA : Garreth Matthews Bloei in Latijns Amerika Oprichting Sophia, internationaal netwerk

21 De ‘community of inquiry’ Locus van concentratie Oefenplaats van de kwaliteit van interpersoonlijke relaties Werkplaats van ‘goede redenen’ Training in filosofische dialoog Basis : intellectuele nieuwsgierigheid en verwondering

22 Waarom filosoferen in de klas? Denklust, denkplezier Persoonlijke vorming Denkbehoefte van kinderen Cognitieve oriëntering in de schoolse kennis Emotionele oriëntering in de schoolse kennis Denknut Pedagogiek van de abstractie

23 4. De ‘Lipman’-traditie versus de ‘Nelson’-traditie Matthew Lipman Sinds jaren ‘70 Speculatief en analytisch denken wisselen mekaar af, aandacht voor creativiteit Alternatieve visies of hypothetische standpunten worden gestimuleerd Na de vraagstelling minder structuur Voornamelijk mondeling Leonard Nelson Sinds jaren ’20 Vooral analytisch denken, eigen ervaring als onderzoeksobject centraal Belang van concreetheid in denken. Weten wat je zegt = weten wat je denkt Streven naar consensus Traditie met meer structuur Verslaglegging ter bevordering van logische gedachtengang

24 Wanneer is een filosofisch gesprek ook een socratisch gesprek? Nadruk op concreetheid in denken ‘elenchus’-ervaring Confrontatie denken en doen als impuls tot ‘zelfkennis’ Onderzoek in de derde orde (hier en nu-ervaring) Nauwgezet en volgehouden empirisch onderzoek

25 Wat is de gezamenlijke kern? Oefening in zelfstandig denken Onderscheid opvatting- persoon : burgerschapsvorming Verschil van opvattingen als uitgangspunt : POLITIEK Oefening in dialectica en retorica Begeleiden is meer dan methodiek toepassen

26 5. Socratisch ‘vragen stellen’ Kristof Van Rossem - socratischgesprek.be

27 Het werkinstrument van de leraar : de vraag!

28 OEFENING : VRAGEN STELLEN Opdracht : ga van onderstaande vragen na welke soort vraag het is. Maak er vervolgens een vraag van die de toehoorder (nog beter) aan het nadenken zet. 1.Geef je te veel geld uit? 2.Vind je die begeleider ook niet een beetje saai? 3.Begrijp je wat ik zeg? 4.Ging je naar het feestje gisteren? Hoe was het? Wie heb je er ontmoet? 5.Ben je al lang ziek? 6.Is dit geen goed idee? 7.Waarom ben je zo verdrietig? 8.Blijf je thuis vanavond? 9.Kan je die oefening eens maken? 10.Hou je van je man? Kristof Van Rossem - socratischgesprek.be

29 De drie ordes van vragen Eerste orde vragen Tweede orde vragen Derde orde vragen Kristof Van Rossem - socratischgesprek.be

30 Eerste orde - vragen Wanneer vertrekt de volgende trein naar Antwerpen? Wat is het gewicht van deze persoon? Wat is de hoofdstad van België? Het zijn vragen naar informatie of gegevens, eventueel naar gegevens uit beleefde ervaringen. Deze vragen zijn in principe oplosbaar en het antwoord is verifieerbaar. Het antwoord kan dus ‘objectief’ juist of fout zijn. Kristof Van Rossem - socratischgesprek.be

31 Tweede orde - vragen Wat is het nut van deze les? Is leren belangrijk? Waarom hebben landen een hoofdstad? Deze vragen zijn niet zomaar ‘oplosbaar’ omdat er meer dan een mogelijk antwoord op bestaat Over het antwoord lopen de meningen uiteen. In plaats van deze vragen te ‘beantwoorden’, word je uitgenodigd om je te ver-antwoorden ten opzichte van de vraag. Bij vragen van de tweede orde kan je doorvragen op achtergronden/redenen redenen voor die redenen waarden en principes Kristof Van Rossem - socratischgesprek.be

32 Derde – orde vragen Wanneer is het beter te zwijgen dan te praten? Moet je op een vraag onmiddellijk antwoorden? Wanneer is iets onzinnig? Wat voegen woorden toe? In zo’n vraag zit een meta-perspectief, het laat je nadenken over wat er gebeurt als je die vraag beantwoordt er kan een tegenspraak ontstaan bij degene die de vraag ontvangt tussen zijn/haar woorden en daden. Deze vragen hebben een existentieel karakter. Ze confronteren je heel direct met je eigen reacties. Kristof Van Rossem - socratischgesprek.be

33 Hoe socratisch vragen stellen? Vertrek vanuit de ‘empatische nulstand’, werk enkel met wat mensen beweren. Voeg inhoudelijk niets toe, stel enkel vragen over wat mensen zeggen Tracht helder te krijgen wat ze beweren, over welke concrete feiten/ervaringen het gaat en waarom ze dat beweren. Luister heel scherp, herhaal in je vraag precies de woorden die de ander gebruikt Tracht het syllogisme van hun beweringen te reconstrueren Als je iets niet snapt, zeg het dan gewoon, dan moet de ander opnieuw beginnen. Kristof Van Rossem - socratischgesprek.be

34 6. De zes kernwerkwoorden

35 1.Positioneren 2.Concretiseren 3.Aantonen 4.Luisteren 5.Onderzoeken 6.Confronteren/Ironiseren

36 1. Positioneren Vaardigheden Je hoort welke kant en klare beweringen deelnemers doen Je kan vragenderwijs de bewering van een deelnemer scherp(er) krijgen Je kan de letterlijke bewering noteren die de deelnemer volledig voor zijn rekening neemt Houding Je geeft geen blijk van goed- of afkeuring van een bewering Je bent vasthoudend in je vraagstelling

37 2. Concretiseren Vaardigheden Je kan concrete beweringen identificeren Je kan niet-concrete beweringen van een deelnemer herkennen Je kan vragen om niet-concrete beweringen concreet te maken Houding Je bent gericht op de concrete werkelijkheid Je hebt een verstorende houding

38 3. Aantonen Vaardigheden Je vraagt naar de argumenten van een deelnemer Je kan algemene van feitelijke argumenten onderscheiden Je vraagt deelnemers naar de samenhang tussen uitspraken Je kan de hele redenering van een deelnemer herhalen Houding Je bent kritisch en houdt afstand van de inhoud

39 4. luisteren Vaardigheden Je kan de woorden van een deelnemer herhalen Je kunt de woorden van een deelnemer zetten na wat deze of een andere deelnemer eerder heeft gezegd. Houding Je hebt aandacht en interesse voor wat de ander zegt Je schort je eigen oordeel op

40 5. Onderzoeken Vaardigheden Je gaat na of wat de deelnemer zegt ook waar is volgens hem/haar en volgens de anderen Je kan nagaan of iedereen het met elkaar eens is over iets Je geeft het onderzoek niet op Houding Je bent sceptisch. Je neemt niet zomaar iets voor waar aan (en ook dit niet)

41 6. Confronteren/Ironiseren Vaardigheden Je ziet het verschil tussen woorden en daden van een deelnemer Je kan een deelnemer vragen om te benoemen wat ze doen in een gesprek Je ziet het ironische in wat er gebeurt Houding Je bent stoutmoedig : je bent ongevoelig voor de belangrijkheid of de positie van de deelnemer

42 Een oefening Wat valt je op in volgend filmfragment : haring-nooit-stoppen-met-vragen-stellen/

43 De kern : Een SG begeleiden is een ambacht Je leert het door goed te kijken en verder veel te oefenen Wat je van je leerlingen wil, moet je zelf belichamen Je moet doen wat je zegt en zeggen wat je doet Je moet je zelf afvragen wat je met ‘het socratisch gesprek’ wil doen en hier diep over nadenken Is deze “leraars”stijl de toekomst voor de lerarenopleiding?

44 Tot slot “En wat verkiest ge, vroeg ik; zult gij het onderzoek leiden of zal ik het leiden?” “zo iemand vind ik werkelijk een musicus: hij is er in geslaagd de mooiste harmonie te verwezenlijken, niet op een lier of een speeltuig, maar in de werkelijkheid van zijn leven: daar heeft hijzelf zijn woorden in overeenstemming gebracht met zijn daden…” “het ononderzochte leven is niet de moeite waard”


Download ppt "Het socratisch gesprek : een oefening in democratisering Interactum 2011 KHKempen 17/11/11."

Verwante presentaties


Ads door Google