De presentatie wordt gedownload. Even geduld aub

De presentatie wordt gedownload. Even geduld aub

NINTES Netherlands Institute for New Technology, Economic and Social studies Nintes Experience 25 januari 2006 De Toekomst van Energie: vernieuwen, versnellen.

Verwante presentaties


Presentatie over: "NINTES Netherlands Institute for New Technology, Economic and Social studies Nintes Experience 25 januari 2006 De Toekomst van Energie: vernieuwen, versnellen."— Transcript van de presentatie:

1 NINTES Netherlands Institute for New Technology, Economic and Social studies Nintes Experience 25 januari 2006 De Toekomst van Energie: vernieuwen, versnellen of verminderen? © NINTES mei ’16

2 2 Programma Sprekers ­ De heer ir J.J. Verwer, vh. CEO E.on Benelux ­ De heer dr. A.B.M. Hoff, directievoorzitter ECN ­ De heer dr ir. G.M. Van den Top, directeur milieubescherming WNF ­ De heer ir. R. Willems (President directeur Shell nederland) Subgroep begeleiders: ­ De heer ir. J. Van der Vlist (Directeur generaal Milieu, Ministerie VROM) ­ De heer E. Middelman (directeur Nedstack Fuel Technology)

3 3 Inleiding J.J. Verwer (zie tevens presentatie van de heer Verwer op de website, ­ De komende decennia blijven fossiele brandstoffen dominant als energiedragers. Oorzaak daarvan zijn bestaande investeringsbeslissingen en infrastructuur en lage rendementen van nieuwe technologie. ­ Op korte termijn kunnen we een aantal van de problemen zoals CO2 niet oplossen met alternatieve brandstoffen ­ Energie is onderdeel van geopolitieke besluitvorming en dus geen Nederlandse aangelegenheid, maar een Europese. De Nederlandse spelers zijn te klein om in het krachtenveld een rol van belang te spelen ­ Investeringen in de toekomst (meer dan $ mrd) kunnen alleen door grote spelers gedaan worden (schaalvergroting aan vraag en aanbod zijde) ­ Technologie focust zich op een klein deel van het energiedragerportfolio, toch wordt hierin geïnvesteerd.

4 4 De heer Hoff (ECN) ­ Stelling van de heer Hoff is dat er wel degelijk een energieprobleem is. Tijdens zijn presentatie wil hij graag toelichten waarom dit zo is, welke alternatieve transitie er is en bovenal dat nog niet alle oplossingen paraat zijn. ­ (zie verder ­ De noodzaak van een collectieve aanpak lijkt duidelijk. Hoe haalbaar is, volgens u, een verdrag dat ieder land ertoe verplicht om een percentage van het bruto binnenlands product te besteden aan onderzoek en ontwikkeling voor “decarbonised energy”? / Hoe zou volgens u omgegaan moeten worden met gelijkwaardige verdeling van de resultaten van het onderzoek en ontwikkeling naar “decarbonised energy” als de opbrengst zo cruciaal is voor het voortbestaan van de mens? ­ Een aantal landen (VS, Aus) hebben besloten te investeren in technologie i.p.v. het ondertekenen van het Kyoto protocol. De (lokale) markt zelf kan deze investeringen niet absorberen. Wereldwijd of in allianties kunnen versnellingen gerealiseerd worden (denk aan China en India). Er zou op wereldwijd niveau gecoördineerd R&D kennis gedeeld moeten worden

5 5 De heer Hoff (2) ­ Hoe kan het dat Nederland nauwelijks (meer) een rol speelt als het gaat om de ontwikkeling en productie van windenergie? Wat is hier mis gegaan? Wat kunnen we hiervan leren? ­Nederland liep voorop, daarna zijn een groot aantal spelers failliet gegaan. De technologie is wel in Nederland gebleven. Inmiddels betreden grote spelers als GE deze markt en wordt er flink geïnvesteerd (en verdiend). De overheid moet consistent zijn in haar regelgeving / vergunningenbeleid, inspraakprocedures zijn vaak erg langdurig. De overheid dient een aantrekkelijk klimaat te scheppen voor investeerders. ­ Waarom groeit de ontwikkeling van alternatieve energiebronnen (water, wind etc.) zo langzaam? Wat is hier de beperkende factor: techniek (dus een lager rendement), kosten, belangen of iets anders? ­Technologische vernieuwing mislukt vaak door een te vroege marktintroductie ­Geld kan technologie niet versnellen (R&D blijft moeilijk te versnellen, schaaltransities zijn beperkt)

6 6 De heer Gerhard van den Top ­ Presentatie zie ­ Stelling is dat er voldoende fossiele brandstof is voor eerstkomende 50 misschien wel 100 jaar ­ Maar de condities waaronder deze benut worden zijn voor mens en dier onacceptabel ­ De investeringen die we nu doen (verg. $ 500M in renewables met $ mrd in fossiele brandstoffen) lossen het klimaatprobleem niet op ­Hoe krijgen wij de 'sense of urgency'. Er zijn nog steeds tegenstrijdige berichten over klimaatverandering die men snel aangrijpt om niet wezenlijk te willen veranderen in gedrag, zowel bij overheid, bedrijfsleven als individu. ­ Vroeger zou het WNF gereageerd hebben met dat we ons moesten beperken (‘terug naar het berenvel), die tijd is voorbij. Creativiteit en ondernemerschap zijn de ontbrekende factoren, hoe kunnen we samen aan voor de klant interessante investeringen werken (Programma WNF voor 2006). Oproep voor een nieuwe VOC, met een reis naar een onbekende, maar wellicht zeer renderende bestemming!

7 7 De heer Gerhard van den Top (2) ­ Waarom werken we nog aan alternatieven als zonne-energie de enige optie ios die in de ogen van het WNF zinvol is? ­Belangrijkste conclusie blijft dat er meer geïnvesteerd moet worden in alternatieve vormen van energie winning,. Liefst via zonne-energie, omdat het de minst schadelijke effecten met zich brengt. Dat neemt niet weg dat alternatieven ook onderzocht moeten worden, mede vanuit het oogpunt van risicospreiding (Het is belangrijk niet alle eieren in een mandje te leggen.)

8 8 Subgroep de heer J. Van der Vlist (VROM) Intro Vd Vlist De 3 verhalen van de sprekers (Verwer, Hoff, Van den Top) vullen elkaar goed aan. De economie draait op verbrandingsprocessen, met name voor fossiele brandstoffen. Problemen spelen op verschillende niveaus.Het eerste, het CO 2 -probleem is mondiaal. Lokaal aanpakken heeft geen zin. Een mondiale aanpak heeft ook lokaal belang. Het Nederlandse beleid tot de CO 2 -reductie houdt in de helft zelf doen en de helft inkopen, zoals een schone energiecentrale in een ontwikkelingsland helpen neerzetten. Er bestaat een strijdigheid van schaalniveaus. Ontwikkelingslanden hebben een achterstand die wij kunnen helpen inhalen. Houdt de biodiversiteit in het oog. Het tweede probleem is het klimaatvraagstuk. Het derde de kwaliteit van de eigen leefomgeving. Vierde is de leveringszekerheid. Belang van de spelers op de energiemarkt en de overheid botsen. Het vraagstuk is mondiaal maar de governance neemt af.

9 9 Subgroep de heer J. Van der Vlist (VROM)_ (2) Wat kun je gezamenlijk organiseren om de energieproblematiek aan te pakken? Nederland heeft 6 platforms geformeerd om het probleem aan te pakken: ­ Nieuw gas ­ Duurzame mobiliteit ­ Groene grondstoffen ­ Ketenefficiency ­ Duurzame elektriciteit ­ Glas- & tuinbouw ­ En het platform gebouwde omgeving komt eraan.

10 10 Subgroep de heer J. Van der Vlist (VROM)_ (3) Hoe kun je aan de slag met het terugbrengen van emissies? Schone fossiele brandstofverbranding is nodig. Hoe is het te gebruiken zonder de problemen te vergroten? Opslag van het verbrandingsafval (onder de grond) komt er niet van als je dat overlaat aan onafhankelijke marktpartijen. Dus moet je dat centraal organiseren. Wat doet de overheid: ­ Eenvoudiger verschaffen van vergunningen bij initiatieven die het emissieprobleem helpen op te lossen ­ Milieu als kansroute stimuleren De regelgeving blokkeert nu nog. De overheid helpt bedrijven die in hun aanloop daarmee te maken krijgen, wat mogelijk is binnen de Europese grenzen. Zonnecellen worden vanuit de overheid gepromoot. Vanuit het klimaatvraagstuk wordt het niet gezien als de beste oplossing. Geprobeerd wordt de bedrijvigheid te stimuleren. Nederland schijnt de grootste dakdichtheid te hebben dus daar zouden mogelijkheden moeten liggen.

11 11 Subgroep de heer J. Van der Vlist (VROM) (4) Reactie vanuit de discussiegroep In vd Vlists verhaal missen de aspecten gedrag, lifestyle en cultuur; EZ, VROM noemen dit niet. Vd Vlist reageert: je kunt dat niet voorschrijven. Dat beweert de reageerder ook niet. Het gaat om het bewustwordingsproces, komt uit de groep. Het energieverbruik neemt toe. Bewering: Een besparing lukt niet als het ten koste gaat van de kwaliteit van het leven. ­ Vanuit de groep wordt geschetst dat de energiewereld voor de onwetende consument een complex geheel lijkt, mede gesterkt door houding en jargongebruik van de spelers en overheid. Wat kun je aan de problematiek doen als onwetende consument? Energiebesparing is niet sexy. Proberen het consumptiepatroon aan te passen werkt niet. Maar ‘groene energie’ werkte wel. Alleen omdat je daar geld voor kreeg. Dubbelglas was enige tijd geleden ook populair maar is in de vergetelheid geraakt sinds het financieel niet meer zo aantrekkelijk wordt gemaakt (door de overheid). ­ In het kader van het bewustwordingsproces: Wat zou er gebeuren als we de stroom laten uitvallen? In de jaren ’70 hadden we de autoloze zondagen, wat is daar nog van overgebleven? Moeten we vanuit de ‘pennywise-poundfoolish’-gedachte iets laten beseffen?

12 12 Subgroep de heer J. Van der Vlist (VROM) (5) De overheid vindt dat je voor de oplossing van de problematiek geld moet steken in R&D. Je moet een voorbeeld geven als inkoper. En je moet mbv regelgeving gedrag gaan afdwingen. Moet de overheid wel een rol spelen in gedragsbeïnvloeding? Shell V-Power werkt wel; dat was sexy, gaf een hogere status. Maar Shell Ultra werkte niet, dat was niet sexy. Energie is een commodity, heeft niets persoonlijks. Ook ‘groene stroom’ gaat teruglopen als het duurder wordt dan grijze stroom. De overheid zal pas iets nieuws proberen als het gaat lukken, anders is het funest. Als je de energiediscussie te breed maakt dan verwordt het tot een gevoel van onmacht. Kleinschalige initiatieven zoals ondernemer Middelman verhelderen. Het moet minder technologie zijn en meer product. Zoals BP het verwoordt: ‘What’s in it for the middle me?’. ­ Het verdrag van Kyoto: wat heeft Nederland voor doelen gesteld? Ten aanzien van de Europese regelgeving heeft NL deze slechts vertaald. De doelen voor 2010 worden gehaald. Er zit een fout in de CO 2 -beperkingssystematiek. De systeemfout van het CO 2 -protocol zit in de schalingsniveaus.

13 13 Subgroep de heer J. Van der Vlist (VROM) (6) NL krijgt een plafond opgelegd en weet zich daar mee te redden; het behaald de Europese normen. Nederland is echter een 0,2% CO 2 -land. Neem bijvoorbeeld de aluminiumsmelters, daarvan staan er in Nederland 2. Die presteren goed qua CO 2 -uitstoot. Maar als je smelters met minder goed presterende uitstoot verplaatst naar een ontwikkelingsland is het probleem ook opgelost. Dit is echter geen mondiale oplossing. Voor wat betreft Kyoto en Montreal is iedereen het wel eens over het broeikasprobleem, zelfs de VS inmiddels. Als echter na 2012 het Kyoto- protocol niet wordt verlengd, niemand zou er meer achter staan, dan is dat funest. Er is wel een instrument op z’n plaats. Maar slechts een voor groeiafname. Het effect op het temperatuurverschil is klein. Je moet aan de knoppen gaan draaien om echt iets aan het probleem te gaan doen, zoals het gebruik van de accijnzen op brandstof. ­ Ook moeten we bij mobiliteit werken aan het reduceren van de CO 2 -uitstoot. Denk ook aan emissiehandel onder mobielgebruikers. Je hebt echter de administratieve rompslomp. ­ Het begint allemaal bij bewustwording wordt nogmaals gesteld. Het sterkst werkt de markteconomie. Gebruik middelen als subsidies. En verbodsbepalingen, hoewel deze moeilijk zijn, vaak een politiek probleem. Het moet vanuit technologievernieuwing komen. Ook bij economische groei moet het komen tot steeds efficiëntere uitstoot.

14 14 Subgroep de heer J. Van der Vlist (VROM) (7) Wat te doen aan het consumentenbewustzijn? De prijs voldoende laten stijgen om het gebruik terug te brengen? Er is onvoldoende sense of urgency bij de doorsneebevolking. En voor de doorsneebevolking is de discussie te verwarrend. Het over de angstboeg gooien helpt niet. Het moet over de kansboeg gaan. Kleine initiatieven moeten worden gestimuleerd. Op de Amerikaanse manier dus. Maak gebruik van een combinatie van instrumenten zoals in Californië is gedaan: minimaal 10% van de nieuw geproduceerde auto’s moesten renewals zijn.

15 15 Subgroep de heer E. Middelman Centrale stellingname van de heer Middelman is: Zonder wettelijke maatregelen om energieverbruik en milieuschade te verminderen gaat de transitie naar een waterstof economie met brandstofcellen lang duren. De gewenste transitieperiode wordt dan bepaald door de economische levensduur van de bestaande technologieën en installaties. Wat wordt de rol van de overheid in dezen; opvoeden, straffen of stimuleren (faciliteren)? Het moet de gebruiker immers duidelijk worden dat het ernst is. De overheid zou haar taken moeten vervullen (veiligheid, gezondheid van de mensen bewaken). Jaarlijks overlijden mensen voortijdig als gevolg van de slechte kwaliteit van de lucht in Nederland. Met die wetenschap zou de overheid vernieuwing kunnen stimuleren door autovrije binnensteden te realiseren, alle stadstaxi’s ‘ zero emission’ te verplichten.

16 16 Subgroep de heer E. Middelman (2) De overheid moet betrouwbaar en consistent zijn in haar beleid, rust er dan geen verantwoordelijkheid bij de burger? De vraag is of dit niet boven de burger uitstijgt. Grote spelers bewegen in dit veld, die grote investeringen hebben gedaan. Zij dempen de snelheid van de transitie om te voorkomen dat zij grote verliezen lijden. De burger kan hier niet zo veel aan doen, besluiten worden genomen in Brusselse gremia, en daar wordt zeer gehecht aan de opinie van toonaangevende researchlaboratoria en grote bedrijven. Niettemin zou de ondersteuning van de overheid zich moeten beperken tot faciliteren, denk aan de analogie met de GSM standaard. In de VS kwam een gefragmenteerd systeem tot stand met een groter aantal (lokale) spelers. In Europa kwamen een aantal industriegiganten zoals Nokia tot bloei. In andere woorden, de overheid moet een level playing field scheppen. Minder strenge regelgeving leidt vaak ook tot luie marktpartijen, vg. De grote problemen waarin de auto-industrie in de VS verzeild zijn geraakt. De vraag is eerder hoe kun je in de markt slim opereren als regisseur en maatschappelijke krachten samen met NGOs en koplopers mobiliseren om zo een versnelling te realiseren?

17 17 Subgroep de heer E. Middelman (3) Dat zou moeten kunnen, dat is eerder met de verzuringproblematiek zo gerealiseerd (communicatie, procestechnologie aanpakken.) Succesvol beleid door de overheid gevoerd op dit dossier. Toch is de Toyota Prius een grote doorbraak als gevolg van wetgeving in California, dat heeft dus impact als (de 5e economie van de wereld) dat doet. Leiderschap, voorop willen lopen is dus een vereiste. Vg. De ontwikkelingen in de tabaksindustrie (waar minister Els Borst eenzijdig een verbod afkondigde voor alle openbare ruimten en bedrijven), maar ook de strijd tegen armoede die tegenwoordig wordt getrokken door een groot aantal beroemdheden zoals Bono, Sachs, etc. Waar is het innovatieplatform bij het herkennen van deze kleinschalige, hoogwaardig technologisch gedreven bedrijven? Kennelijk is er zelfs op het hoogste niveau geen duidelijk beeld van de stand van de technologie in de markt! (N.B. De eerder genoemde wetgeving in California heeft een technologisch cluster rond energie doen ontstaan in die staat.)

18 18 Subgroep de heer E. Middelman (4) Waar komt de vraag vandaan? Hoe verandert het competitieve veld voor Nedstack als de prijs /KW van de brandstofcel daalt. Onderstaande grafiek maakt eea duidelijk Prijs (  / Kw) Tijd Vorkheftruck Stadsbus Dieselmotor


Download ppt "NINTES Netherlands Institute for New Technology, Economic and Social studies Nintes Experience 25 januari 2006 De Toekomst van Energie: vernieuwen, versnellen."

Verwante presentaties


Ads door Google