De presentatie wordt gedownload. Even geduld aub

De presentatie wordt gedownload. Even geduld aub

Organisatie Cursus officier. De Belgische staat Democratische staat Rechtsstaat Representatieve instellingen Nationale soevereiniteit Parlementair regime.

Verwante presentaties


Presentatie over: "Organisatie Cursus officier. De Belgische staat Democratische staat Rechtsstaat Representatieve instellingen Nationale soevereiniteit Parlementair regime."— Transcript van de presentatie:

1 Organisatie Cursus officier

2 De Belgische staat Democratische staat Rechtsstaat Representatieve instellingen Nationale soevereiniteit Parlementair regime Erfelijke monarchie Grondwet: geschreven

3 Staatsstructuur 4 taalgebieden Nederlandse (Vlaanderen) Franse (Wallonië) Duitse (9 gemeenten) Tweetalig gebied Brussel hoofdstad

4 België = Federale Staat 3 gemeenschappen (Vlaams, Frans, Duitstalig) 3 gewesten (Vlaams, Waals en Brussels)

5 Federale Regering = belangen van alle Belgen op het ganse grondgebied Gemeenschappen = materies die persoonsgebonden zijn Gewesten = economische belangen, grond- of plaatsgebonden materies

6 Gemeenschappen = persoonsgebonden materies Bevoegdheden die burgers rechtsreeks aanbelangen: Cultuur: taal, schone kunsten, … Onderwijs: behalve algemeen kader (leerplicht, diplomavoorwaarden…) “Persoonsgebonden materies”: integratie vreemdelingen, preventieve gezondheidszorg, gezinsbeleid…

7 Gewesten = economische belangen, grond- of plaatsgebonden materies Tal van bevoegdheden: Ruimtelijke ordening Leefmilieu Landinrichting en natuurbehoud Huisvesting Waterbeleid Economie Energiebeleid Tewerkstelling Openbare werken en verkeer Toezicht “ondergeschikte besturen” Landbouw Wetenschapsbeleid

8 3 staatsmachten (“Gestelde Machten”) Wetgevende macht Uitvoerende macht Rechterlijke macht

9 Vlaanderen: gemeenschappen en gewesten samen Vlaams Parlement Vlaamse Regering Vlaams Minister-President

10 3 staatsmachten (“Gestelde Machten”) Wetgevende macht Uitvoerende macht Rechterlijke macht

11 Wetgevende macht WETGEVENDE MACHT –Koning –Kamer van Volksvertegenwoordigers –Senaat Toegewezen bevoegdheid –Maken van wetten –Goedkeuren internationale verdragen –Controle uitvoerende macht –Oprichting parlementaire onderzoekscommissies –Wijzigen van de grondwet

12 Hoe komen wetten tot stand? Wetgevend initiatief –Leden van het parlement (wetsvoorstel) –Koning, samen met zijn ministers (wetsontwerp) Behandeling voorstel of ontwerp –Behandeling in een commissie: eerste stap bespreking door de “specialisten”, met mogelijke aanvullingen en tekstwijzigingen, met eerste stemming –Behandeling in plenaire vergadering met opnieuw mogelijke aanvullingen en tekstwijzigingen, met tweede stemming Behandeling door 2 de kamer? –Indien senaat niet bevoegd: behandeling afgelopen –Indien senaat en kamer samen bevoegd: opnieuw behandeling en stemming in commissie en plenaire vergadering, maar van senaat deze keer –In andere gevallen: senaat kan de tekst bespreken en wijzigen, maar het parlement beslist of de aanpassingen behouden blijven Na de stemming: –Bekrachtiging: de koning, als tak van de wetgevende macht, verklaart zich akkoord met de door de kamer(s) aangenomen tekst –Afkondiging: de koning, als hoofd van de uitvoerende macht, bevestigt het bestaan van de wet en beveelt dat de wet ten uitvoer wordt gelegd –Bekendmaking: de koning, als hoofd van de uitvoerende macht, maakt de wet bekend door ze te publiceren in het Belgisch Staatsblad

13 De hiërarchie van de rechtsnormen Verdragen (europees en internationaal recht) Grondwet Wet / Decreet / Ordonnantie K.B. / M.B. / Besluit deelregering Provinciale reglementen Gemeentelijke reglementen

14 Grondwettelijk Hof Buiten rechterlijke macht Geschillen bevoegdheden Federale staat – Gemeenschappen – Gewesten Conflicten tussen wetten/decreten en decreten onderling Kan wetten/decreten/ordonnanties vernietigen wanneer ze in strijd zijn met –De in de grondwet en in de bijzondere wetten uitgewerkte bevoegdheidsverdeling tussen gemeenschappen, gewesten en de federale overheid –De in de grondwet opgenomen mensenrechten

15 Verdragen Europees Recht –Basis: verdragen, afgesloten tussen lidstaten waarin die hun gezag overdragen aan EU –Belangrijk: subsidiariteit of welk bestuursniveau is het meest geschikt om bepaalde maatschappelijke problemen op te lossen –Bepaalde rechtsregels van de EU hebben dus voorrang op nationale rechtsregels Internationale verdragen –Belangrijk: moet goedgekeurd worden door de bevoegde wetgever!

16 Grondwet Hoogste rechtsnorm De fundamentele wet –Regelt de inrichting van de staatsmachten –Bepaalt de bevoegdheid, werking en organisatie van de gezagsinstanties en de verhouding van deze gezagsinstanties en aanzien van de rechtsonderhorigen –Waarborgt fundamentele rechten en vrijheden van de burgers

17 Grondrechten en Vrijheden Grondrechten / Mensenrechten –Gelijkheidsbeginsel en non-disciminatiebeginsel –Rechten ter bescherming van de fysieke persoon –Rechter ter bescherming van de psychische persoon –Het eigendomsrecht –Sociaal-economische rechten –Rechten van het kind –Rechten die voortvloeien uit bestuurlijke vernieuwing Niet absoluut! –Afwijkingen steeds mogelijk na beslissing rechter

18 Gelijkheid en non-discriminatie –Feitelijke en rechtsongelijkheid –Wanneer probleem? Rechtsongelijkheid Overheid kan geen aanvaardbare verantwoording geven voor de ongelijke behandeling Bescherming Fysieke Persoon –Recht op leven –Verbod van folteringen, onmenselijke en vernederende behandelingen –Vrijheid van persoon Verbod van slavernij en dwangarbeid Verbod op onwettig straffen Verbod om onwettig aan te houden

19 Bescherming Psychische persoon –Vrijheid van meningsuiting –Vrijheid van godsdienst en eredienst –Recht op privacy Onschendbaarheid van de woning Onschendbaarheid van het briefgeheim Recht op de eerbiediging van het privé-leven Recht op de eerbiediging van het gezinsleven –Vrijheid van vergadering –Vrijheid van vereniging

20 Recht op eigendom Sociaal-economische rechten –Recht op onderwijs / vrijheid van onderwijs –Recht op een menswaardig leven Rechten van het kind –Rechten die beschermen –Rechten die voorzieningen geven –Rechten die inspraak geven

21 Rechten die voortvloeien uit bestuurlijke vernieuwing –Recht op openbaarheid van bestuur –Recht op een uitdrukkelijke motivering van individuele bestuurshandelingen –Recht om een klacht in te dienen bij de ombudsman

22 Decreten en Ordonanties Wetgevende akten van de gemeenschappen en de gewesten –Hebben kracht van wet = kunnen geldende wetsbepalingen opheffen, aanvullen of vervangen –Maar = toegewezen bevoegdheid en materies! Ordonnantie = minder rechtskracht dan decreten en wetten –Kunnen door een rechter aan de grondwet en de bijzondere meerderheidswetten worden getoetst –Kunnen door de federale wetgever worden geschorst Bijkomend: decreten hebben ook in BHG kracht van wet voor de instellingen die door hun activiteit of organisatie moeten beschouwd worden als uitsluitend behorend tot een welbepaalde taalgemeenschap (school bv)

23 K.B. / M.B. / Besluit deelregering Koninklijk besluit = wordt door de koning getroffen als hoofd van de uitvoerende macht –Rechtshandeling waarbij de koning een algemene bestuurlijke maatregel treft of een individuele overheidshandeling stelt Deelregeringen treffen eveneens besluiten ter uitvoering van decreten

24 Ministeriële Besluiten Wet of K.B. kan verordenende bevoegdheid toekennen aan 1 minister Minister kan dus bestuurlijke maatregelen treffen of technische modaliteiten uitwerken

25 Omzendbrieven Omzendbrieven: richtlijnen van ministers aan hun hiërarchisch ondergeschikten –Omzendbrieven en instructies = pseudowetgeving Gevolg van discretionaire bevoegdheden van overheden M.O. –Interpretatief –Indicatief

26 Algemene Beginselen van Behoorlijk Bestuur Algemene rechtsbeginselen (fungeren als aanvulling op en verfijning van geschreven recht) Behoorlijkheidscontrole op overheidsoptreden Vaag en zelfs na oplijsting nooit definitief want aan verandering onderhevig Enkel mogelijk indien er sprake is van discretionaire bevoegdheid Processuele en inhoudelijke beginselen

27 Processuele beginselen Hoorplicht –Betrokkene moet de mogelijkheid krijgen om zijn standpunt kenbaar te maken –Aan betrokkene moet medegedeeld worden wat hem ten laste wordt gelegd –Betrokkene krijgt redelijke termijn om zijn standpunt voor te bereiden –Niet noodzakelijk mondeling –Uitzonderingen Indien de zaak geen uitstel duldt Indien de feiten eenvoudig constateerbaar zijn Als betrokkene zelf reeds initiatief genomen heeft om zijn standpunt kenbaar te maken Als betrokkene verzuimt te reageren tegen voor hem nadelige vaststellingen van een overheid

28 Onpartijdigheid –Geen rechter en partij tegelijkertijd –Uitzondering: wanneer een procedure anders onmogelijk zou zijn Motiveringsplicht –Inhoudelijke of materiële motivering: elke bestuurshandeling moet steunen op Motieven in feite Motieven in rechte –Formele motivering: de motivering moet ook in het besluit zelf worden opgenomen en ze moeten deugdelijk zijn –Elke bestuurshandeling met individuele draagwijdte

29 Fair play Zorgvuldigheid, behoorlijke belangenafweging

30 Inhoudelijke beginselen Gelijkheidsbeginsel Rechtszekerheid en gewekte verwachtingen –Rechtsonderhorige mag erop vertrouwen dat de overheid zich zal gedragen zoals ze heeft doen verwachten –Beperking van de gevolgen van een arrest van nietigverklaring –Beperking van de mogelijkheid om bestuurshandelingen in te trekken

31 Motivering Redelijkheidsbeginsel

32 3 staatsmachten (“Gestelde Machten”) Wetgevende macht Uitvoerende macht Rechterlijke macht

33 UITVOERENDE MACHT Koning + (Federale) Regering Toegewezen bevoegdheden –Bevoegdheid om wetten uit te voeren –Bevoegdheid om beleid te voeren Opstellen begroting Voeren buitenlands beleid Bevel voeren over het leger Openbare diensten organiseren Monetair beleid voeren De orde handhaven Genade verlenen aan veroordeelden

34 3 staatsmachten (“Gestelde Machten”) Wetgevende macht Uitvoerende macht Rechterlijke macht

35 RECHTERLIJKE MACHT Rechtbanken: vier soorten –gewone hoven en rechtbanken (zowel burgerlijk als strafrechtelijk) –administratieve rechtbanken –Raad van State –Grondwettelijk Hof

36 De Gemeente Kernbegrip = Gemeentelijke Autonomie –Maar : Binnen een wettelijk kader. Gemeente is autonoom mits haar beslissing niet strijdig met : –De Wet –Algemeen Belang Autonomie betekent : Toezicht (door hogere overheden) –Algemeen Toezicht (= steeds gewestelijk sinds Lambermont 2002) –Bijzonder Toezicht –Dwang Toezicht

37 Gemeente Organen van de gemeente –De gemeenteraad –Het college van burgemeester en schepenen –De burgemeester

38 De gemeenteraad Voorzitter = burgemeester Bevoegdheden –Algemene bevoegdheid = gemeentelijk belang en opgelegd door hogere overheid –Bijzondere bevoegdheden Besluiten betreffende de gemeentegoederen Besluiten betreffende het financieel beheer van de gemeente Besluiten betreffende het gemeentepersoneel –Personeelsformatie, aanwervings- en bevorderingsvoorwaarden –Bezoldigingsregeling en weddeschalen –Administratief statuut –Benoeming –Tuchtregeling Reglementen van orde en inwendige dienst en reglementen van inwendig bestuur Politieverordeningen

39 Het college van burgemeester en schepenen Collegiaal orgaan Bevoegdheden = toegewezen bevoegdheden (uitvoeringsorgaan) –Beheer van goederen en inkomsten van de gemeente –Vaststellen van de rooilijn –Voeren van rechtsgedingen –Toezicht op de gemeentebeambten –Houden van de registers van de burgerlijke stand en het archief –Toezicht op de geesteszieken –Politie over de vertoningen –Toezicht op het plaatselijk OCMW

40 Burgemeester Bevoegdheden burgemeester: –Algemeen overzicht –Hoofd van de administratieve politie –Specifieke taken betreffende de gemeentepolitie –Eerste gemeentelijke magistraat

41 Wettelijk kader brandweer

42 Alle wetgeving Civiele Veiligheid:

43 Overzicht Wet 31 december 1963 (basiswet) K.B. 8 november 1967 (organisatie) K.B. 6 mei 1971 (modelreglement) K.B. 19 april 1999 (officieren) {K.B. 11 april 1999 (hulpverleningszones)} Commissie Paulus (20/01/2006) Wet 15 mei 2007 betreffende de Civiele Veiligheid M.O. betreffende de organisatie van de SAH K.B. indeling zones 5/2/2009 Taskforces Operationele Pre-Zones

44 Wet van 31 december 1963 betreffende de Civiele Bescherming Basiswet: bevat principes die tot vandaag de organisatie van de brandweerdiensten bepalen 2 delen: civiele bescherming en openbare brandweerdiensten Civiele Bescherming = art. 1 – art. 8 –Organisatie CB = minister BiZa –CB en brandweer kunnen worden opgeroepen om samen om te treden “Nieuwe” bepalingen: –Opdrachten van CB (12) (art. 2bis) –Vergoeding voor die opdrachten –Bepalingen ivm bestrijden milieuschade en vergoeding

45 Brandweer : art. 9 tot 14 –Koning: stelt algemene regels van de organisatie van de openbare brandweerdiensten vast –Brandweerdiensten = onderworpen aan inspecties –Dwangtoezicht (art. 11) door provinciegouverneur –Subsidies aan de diensten (art. 12) –Toezicht (art. 13) Op grondreglementen (40d) Benoeming, bevordering en tucht officieren –Koning: voorwaarden voor bevordering / benoeming officieren (art. 13.3) –“Nieuw” = brandweerbijdragen (art. 10 tot art. 10ter)

46 K.B. van 8 november 1967 houdende, voor de vredestijd, organisatie van de gemeentelijke en gewestelijke brandweerdiensten en coördinatie van de hulpverlening in geval van brand De organisatie van de gemeentelijke en gewestelijke brandweerdiensten De organisatie van de hulpverlening in geval van brand “Diverse” bepalingen 2 bijlagen –Minimale personeelsbezetting –Minimaal materiaal

47 Organisatie van de gemeentelijke en gewestelijke brandweerdiensten Bevat de opdeling beroeps / gemengd / vrijwilligersdienst Mogelijkheid tot oprichting van voorposten –Als de doeltreffendheid van de hulpverlening het vereist (art. 6) –VP op grondgebied andere gemeente: goedkeuring gouverneur na raadpleging betrokken gemeenteraden Leden van de brandweer moeten opleiding volgen dat overeenstemt met basisprogramma zoals opgelegd door Minister BiZa

48 Organisatie van de hulpverlening in geval van brand Gewestelijke groepscentra: 3 categorieën –X korpsen (verplicht beroeps) –Y korpsen (ofwel beroeps ofwel gemengd) –Z korpsen Rest = Louter gemeentelijke korpsen (C-korpsen) Leider operaties: officier of onderofficier van de brandweerdienst die de eerste ter plaatse kwam Noodwendigheden van geografische aard –Bescherming deel grondgebied gewestelijke groep versterkt door andere brandweerdienst –Overeenkomst = goedkeuring gouverneur

49 “Diverse” bepalingen Brandpreventie (art. 22) –Wanneer: bij wet voorgeschreven en als bgm erom vraagt –Wie? Lid van de brandweerdienst met brevet technicus- brandvoorkoming Indien niet zelf = mogelijk om overeenkomst te sluiten met andere brandweerdienst

50 Bijlagen Bijlage 1 = minimale bezetting –Onderscheid naar X Y beroeps / Y gemengd Z gemengd / Z vrijwilliger C minder of meer dan inwoners –Bevat per type Minimum totaal Minimum per statuut (beroeps / vrijwilliger) Minimum per graad Maximum graad Bijlage 2 = minimaal materieel per type korps

51 M.O. 29 november 1967 Info over de “zendingen” van de gemeentelijke en gewestelijke brandweerdiensten De lijst van 22 –Intentie: bijzondere interventies die gedekt zijn door de jaarlijkse forfaitaire bijdrage Vervangen door K.B. 7 april 2003 –Intentie: opdeling taken tussen CB en BW –12 grote taken (zie ook art. 2bis wet van 31/12/1963) –Koppeling met interventieniveau (1/2/3) –Betaling Gedeeltelijk (voor CB) in Wet 31/12/1963 (2bis/1 tot 2bis/3)

52 K.B. 25 april 2007 tot vaststelling van de opdrachten van de hulpdiensten die kunnen verhaald worden en diegene die gratis zijn Gratis: art. 2 – 8 opdrachten 1.Interventies betreffende de bestrijding van brand en ontploffing 2.Technische hulpverleningswerkzaamheden, op voorwaarde dat het gaat om een noodoproep om mensen te beschermen of te redden 3.Bestrijding van de rampspoedige gebeurtenissen en de catastrofen 4.Coördinatie van de hulpverleningsoperaties 5.De internationale opdrachten van Civiele Bescherming, uitgezonderd opdrachten inzake de bestrijding tegen vervuiling 6.De drinkwaterbevoorrading rechtstreeks aan de burger, in geval van een vrij ernstig watertekort of een watertekort dat een omvangrijk gebied treft 7.De waarschuwing aan de bevolking 8.De interventie naar aanleiding van een loos alarm Betalend (art. 3) –Wat niet is opgesomd hierboven via gemeentelijke retributie (art. 4) –Interventies nav falend technisch alarm Link met artikel 2bis vd Wet van 31/12/1963

53 K.B. van 6 mei 1971 tot vaststelling van de modellen van gemeentelijke reglementen betreffende de organisatie van de gemeentelijke brandweerdiensten De zogenaamde “grondreglementen” of “organieke reglementen” –bijlage 1: beroeps –bijlage 2: gemengd –bijlage 3: vrijwilligers Nadere uitwerking (en duiding) –M.O. 16 september 1971

54 Grondreglementen Basis: –Wet 31/12/1963, Art. 13§1 “De reglementen betreffende de organisatie van de brandweerdiensten worden opgemaakt overeenkomstig een door de Koning vastgesteld modelreglement” –K.B. 8 november 1967, Art. 2 “Een gemeentelijke brandweerdienst wordt bestempeld als beroepsdienst, gemengde dienst of vrijwilligersdienst” Dus: 3 modelreglementen

55 Modelreglement regelt een aantal aangelegenheden op uniforme wijze –Organisatie, taak en samenstelling van de dienst –Personeel Aanwerving, stage, opleiding, benoeming, indienstneming, loopbaan voor het personeel met uitzondering van de officieren –K.B. 19 april 1999 Beëindiging van het ambt, plichten, onverenigbaarheden, hiërarchie, tucht, vergoedingen voor al het personeel –Gebouwen –Materieel en bevoorrading van bluswater –Kleding en uitrusting –Verzekering van het vrijwilligerspersoneel –Administratieve bescheiden –Inspecties en bezichtiging Wat volgt: bijlage 2 (Y of Z) en bijlage 3 (Z of C)

56 Organisatie, taak en samenstelling (art. 1 – 6) Leiding dienst: officier dienstchef –Verantwoordelijk voor organisatie, goede werking en tucht van de dienst Afwezigheid dienstchef: officier met hoogste graad Gelijkheid van graad: hoogste graadanciënniteit Taken: opgedragen krachtens wetten en reglementen –Leden van de dienst mogen niet ingezet worden voor andere opdrachten Organisatie zodanig dat voldoende manschappen ten allen tijde klaar staan om binnen de kortst mogelijke tijd op te treden Leden-vrijwilligers kunnen opgeroepen worden voor –Theoretische en praktische opleiding, oefeningen (minimaal 12 / jaar) en inspecties –Elke interventie of taak die tot de opdrachten behoort Artikel 6 = kader –Minimale invulling: bijlage 1 K.B. 8 november 1967

57 Personeel (art. 7 – 41) Algemeen (art.7) –Beroepspersoneel = gemeentepersoneel –Vrijwilligers = geen gemeentepersoneel Vallen onder stelsel bepaald door grondreglement en door de indienstnemingsakte

58 Voor niet-officieren Aanwerving (art. 9 – 11) –Graad: brandweerman –Aanwervingsvereisten: gemeentelijke autonomie Praktijk: M.O. 16/9/1971 –Voorwaarden zouden kunnen zijn Belg, 18j-35j, 1m60 –Wel wat achterhaald (man zijn…) –Woonplaatsverplichting!! »M.O. 28 mei 2004 –Eliminerend: geneeskundig onderzoek en proeven lichamelijke geschiktheid –Vrijwilligers: dienstnemingscontract voor duur van de stage

59 Stage en Opleiding (art. 12 – 15) –Stage: 1 jaar –Stagecommissie beslist: Benoeming in vast verband (beroeps) of effectieve indienstneming (vrijwilliger) Verlenging van de stage (2 * 6 maand) Afdanking –Stageverslag: schriftelijk medegedeeld aan betrokkene 8 dagen vanaf kennisneming om bezwaar in te dienen bij benoemende of indienstnemende overheid

60 Benoeming, indienstneming, loopbaan (art. 16 – 20) –Art. 16: vrijwilliger nieuw contract voor 5 jaar (verlengbaar) –Bevordering: bekendmaking via dienstnota –Kandidatuurstelling: schriftelijk en aan burgemeester –Artikel 19: bevorderingsvoorwaarden = gemeentelijke autonomie Praktijk: K.B. 19 maart 1997 betreffende de opleiding, de brevetten en de loopbaan van de leden van de brandweer (art.13 – 16) Maar: K.B. vernietigd door Raad van State! –Stuk mbt opleidingen: opgenomen in K.B. van 8 april 2003 betreffende de opleiding van de leden van de openbare brandweerdiensten –Stuk mbt de loopbaan: niet weerhouden…

61 K.B. van 19 april 1999 tot vaststelling van de geschiktheids- en bekwaamheidscriteria alsmede van de benoembaarheids- en bevorderingsvoorwaarden voor de officieren van de openbare brandweerdiensten Regelt voor beroeps en vrijwilligers –De aanwerving tot onderluitenant –De bevordering tot onderluitenant –De stage –De bevordering tot hogere graden dan onderluitenant –Aanwijzing tot dienstchef –Voorwaarden voor officier-geneesheer

62 Tekst beroeps / vrijwilligers = identiek Algemeen principe: gemeenteraad neemt het initiatief en voert de procedure uit (art. 3) Aanwerving onderluitenant (art. 6 – 11 en 25 – 30) –Procedure: gemeenteraad richt oproep tot de kandidaten Op straffe van nietigheid van de procedure –In BS en 2 nationale kranten, 14 dagen voor uiterste inschrijvingsdatum –Oproep aangeplakt in de kazerne/VP –Oproep bevat de te vervullen voorwaarden, opgelegde proeven, de stof ervan en de uiterste inschrijvingsdatum –Kandidaturen: per aangetekende brief aan de burgemeester

63 Voorwaarden waar kandidaten moeten aan voldoen –Belg zijn –21 jaar –1m60 –Van goed zedelijk gedrag –In orde met de dienstplichtwetten –Hoofdverblijfplaats in de gemeente waar de dienst gevestigd is, of binnen een door de gemeenteraad te bepalen zone (datum waarop: te bepalen door de gemeenteraad) –Diploma X/Y = niveau 1 Z/C = niveau 2

64 Selectieproeven –Ingericht als vergelijkend examen (dus: volgorde!) –Gemeenteraad organiseert de proeven –Gemeenteraad stelt de examencommissie samen Dienstchef Voor de helft “externe” experts –Uitgesloten: bloed- of aanverwanten tot 3 de graad –Gemeenteraadsleden (wel als waarnemer) –Proeven: testen de technische vaardigheden van de kandidaten, hun geschiktheid tot leidinggeven, hun maturiteit en de manier waarop ze ideeën uiteenzetten Geneeskundig onderzoek Lichamelijke geschiktheid

65 De proeftijd (art. 12 – 17 en 31 – 37) –1 jaar (max 2*1 jaar verlengen) –Dienstchef maakt verslag op mbt Geschiktheid tot bevelvoering Ondernemingsgeest Wijze van dienen Vermelding van de behaalde diploma’s en brevetten Voorstel: benoeming, ontslag, verlenging proeftijd Personeelslid op proef neemt kennis van dit verslag –Personeelslid: gedurende de proeftijd brevet officier behalen –Voldoet de wijze van dienen niet: gemeenteraad maakt einde aan de proeftijd op advies van dienstchef Personeelslid neemt kennis van dit verslag –Personeelslid op proef kan bezwaarschrift tegen deze verslagen indienen Binnen de 10 dagen na ondertekening Bij de gemeenteraad Gemeenteraad: stelt commissie samen om te oordelen –Benoeming in vast dienstverband / aanstelling voor onbepaalde duur Kandidaat die houder is brevet officier Kandidaat die geschikt geacht wordt door de gemeenteraad Anders: ontslag op het einde van de stage

66 Bevordering onderluitenant (art. 18 – 20 en 38 – 40) –Dienstnota met te vervullen voorwaarden en uiterste inschrijvingsdatum –Kandidatuur per brief bij burgemeester –Voorwaarden Belg zijn 3 jaar dienstanciënniteit bij ‘het’ brandweerkorps Houder van het brevet van officier Gunstig verslag dienstchef Voor de brandweermannen en korporaals –X/Y: diploma niveau 1 –Z/C: diploma niveau 2 Slagen voor geschiktheidsproef (zie aanwerving) –Verslag wordt genotificeerd aan kandidaat die er kennis van neemt Mogelijkheid tot bezwaarschrift bij de gemeenteraad tegen verslag, binnen 10 dagen

67 Toegang tot hogere graden (art. 21 tot 24bis en 41 tot 44bis) –Steeds bevordering (1 uitzondering) –Bij vacature worden officieren uit de dienst ervan met nota in kennis gesteld –Nota bevat: Voorwaarden Uiterste datum kandidatuur –Kandidaten moeten: Houder zijn van brevet officier Houder zijn van het brevet technicus-brandvoorkoming Gunstig verslag dienstchef –Kunnen bevorderd worden: Onmiddellijk lagere graad dan de vacant verklaarde en 3 jaar graadanciënniteit Bij gebrek daaraan: onmiddellijk lagere graad met minder dan 3 jaar Bij gebrek aan onmiddellijk lagere graad beslist gemeenteraad –Kandidaat te bevorderen van de dienst die tenminste 3 jaar anciënniteit heeft als officier (met voorkeur voor de houders van de hoogste graad) –Beroep doen op externe kandidaten »Openverklaringen zoals bij aanwerving (op straffe van nietigheid) –BELANGRIJK: 24bis en 44bis bevordering tot de hoogste graad binnen het korps = brevet dienstchef

68 Dienstchef (art. 45) Voorwaarden –Tenminste 3 jaar dienstanciënniteit als officier in ‘een’ brandweerdienst –Brevet technicus-brandvoorkoming –Brevet dienstchef –X/Y: diploma niveau 1 Uitzondering: brevet dienstchef niet nodig voor –Wie in dienst is op moment dat dit van kracht werd (art.54) –Wie effectief aangewezen was als dienstchef op 30 april 2002 Professionalisering van de dienstchef (art. 53) –Aanstelling als beroeps met behoud van graad –Eenmalige operatie (onomkeerbaar) –Wie 10 jaar dienstanciënniteit als officier-vrijwilliger waarvan 2 jaar als officier- dienstchef Houder van brevet technicus-brandvoorkoming

69 Alle personeelsleden (GR) Beëindiging van het ambt (art. 21 – 24) –Beroeps: Vrijwillige ontslag: eenzelfde regeling als voor gemeentepersoneel Ontslag van ambtswege: niet meer voldoen aan aanwervingsvoorwaarden Afzetting (tucht) –Vrijwilligers: Verstrijken duur contract Bereiken leeftijdsgrens (eervol na 30j of 10j bij ongeval) Vrijwillig ontslag (3 maand opzeg) Ontslag van ambtswege Afdanking –Kennelijk wangedrag –Miskenning van de tucht –Onverenigbaarheid (art. 33)

70 Plichten (art. 25 – 32) –Voor alle leden Reglement van orde –Maar = geen model! Leden verboden om individueel en voor zich persoonlijk beloningen te vragen of te ontvangen Verplichte deelname aan hulpoperaties waarvoor ze gevorderd worden –Plichten specifieke leden Officier-geneesheer Monitor lichamelijke opvoeding (Soms ook beroepskorporaal) –In geval van interventies Beroeps kunnen langer moeten werken Niet van dienst kan opgeroepen worden Dienstchef: dienst zodanig organiseren dat grootschalige inzet mogelijk is Slopen bouwwerk

71 Onverenigbaarheden (art. 33) –Beroeps en vrijwilliger in zelfde korps –Lid brandweerdienst en lid politiedienst Uitzondering kan toegestaan worden –In dienst voor 1 april 1999 –Nodig om continuïteit te verzekeren –Daarnaast: werkzaam zijn of belangen hebben, zelfs door een tussenpersoon Ondernemingen die materieel vervaardigen, vervoeren of verkopen voor brandbescherming, brandvoorkoming of brandbestrijding Ondernemingen die brandvoorkomingsmaatregelen bestuderen, toepassen of controleren –Gemeenteraad stelt onverenigbaarheid vast, geeft betrokkene 6 maand tijd, dan afzetting of afdanking

72 Hiërarchie en Tuchtregeling (art. 34 – 40) –Hiërachie: vastgelegd in art. 6 –Iedereen in ‘tenue’ onderworpen aan hiërarchie Tucht vrijwilligers –tuchtsancties Terechtwijzing Berisping Schorsing voor de duur van (maximum) 1 maand Afdanking –Officieren Terechtwijzing en berisping uitgesproken door burgemeester Schorsing en afdanking door gemeenteraad op voorstel van de burgemeester, onderworpen aan goedkeuring gouverneur –Niet-officieren Terechtwijzing en berisping: dienstchef Schorsing en afdanking: gemeenteraad op voorstel van de burgemeester –Geen straf zonder vooraf gehoord of ondervraagd te zijn –Schorsing: inhouding bezoldiging en beroving rechten op bevordering

73 Vergoeding van het vrijwilligerspersoneel (art. 41) –Belangrijk: uurloon op basis van minstens het gemiddelde van de wedden bepaald bij de weddeschaal van de overeenstemmende graad van het beroepspersoneel (1/1976 e van de brutobezoldiging) – Verdere bepalingen: gemeentelijke autonomie –Dus: M.O. 16 september 1971 Koppeling aan index Driemaandelijkse uitbetaling Begonnen uur wordt vergoed, minstens 2u Nacht / zondag / feestdagen Fictief maximumcontingent voor administratieve prestaties Vergoedingen dienstreizen Diplomatietoelagen evt Maar: vergoedingen opleidingen = oppassen –K.B. 8 april 2003, art. 16 (aanwezigheid lessen en deelname examen is gelijk aan dienstactiviteit)

74 Gebouwen (art. 42 – 45) –Kazerne: exclusief voor de dienst –Gemeentebestuur: neemt initiatieven om het uitrijden van de hulpvoertuigen de vergemakkelijken en te beschermen Materieel en bevoorrading in bluswater (art ) –Materieel Wordt gebruiksklaar gehouden Mag niet voor andere doeleinden gebruikt worden Minimaal: bijlage 2 K.B. 8/11/1967 –Bluswater Hydrantencontrole : verantwoordelijkheid dienstchef Kleding en uitrusting (art. 50 – 54) –Verstrekt door gemeente –Enkel dragen tijdens dienst

75 Verzekering van het vrijwilligerspersoneel (art. 55 – 55bis) –Bestuur is verplicht verzekering af te sluiten Administratieve bescheiden (art 56 – 57) –Bescheiden 1.Immatriculatieregister of –kaartensysteem 2.Register van de hulpoproepen 3.Register of kaartsysteem der inventarissen 4.Gebruiks- en onderhoudsboekje 5.Aanwezigheids- en prestatieregister 6.Repertorium en dossiers van inrichtingen die onder bijzondere waakzaamheid vallen 7.Kaarten van plaatsen waar bluswater voorhandig is 8.Persoonlijke steekkaart –Verslagen 1.Interventieverslag 2.Bijzonder interventieverslag 3.Halfjaarlijks activiteitsprogramma 4.Jaarlijkse activiteitsverslag Inspecties en bezichtiging (art. 58 – 60) –Zowel door burgemeester als bwinspectie

76 K.B. van 11 april 1999 tot bepaling van de modaliteiten inzake het creëren en de werking van de hulpverleningszones De oprichting van de hulpverleningszones De hulpverleningsovereenkomst Het beheerscomité, de technische commissie en het provinciaal coördinatiecomité Toezicht op de zones

77 oprichting van de hulpverleningszones (art. 2 – 7) –Per zone: minstens 1 X / Y / Z –Centrale rol provinciegouverneur Raadpleging bgm’s in de provincie over de samenstelling Maakt voorstel over aan gemeenteraden –Geen beslissing binnen 60 dagen: voorstel verworpen Bezorgt definitief voorstel aan minister –Minister beslist over geografische afbakening Binnen de 60 dagen na voorstel gouverneur –Gemeenteraden beslissen dan binnen de 60 dagen daarna of hun gemeente toetreedt tot de zone

78 De hulpverleningsovereenkomst (art. 8 – 11) –Minimuminhoud: M.B. 14 april 1999 tot vaststelling van de minimale inhoud van de hulpverleningsovereenkomsten –Moeten verplicht opgenomen worden Organisatie van de hulpverlening en van de versterkingen tussen de brandweerdiensten van de zone, ook in het kader van de rampenplannen, om tot een meer efficiënte hulpverlening te komen. –Dit op basis van een analyse van de voornaamste risico’s en van de beschikbare hulpmiddelen binnen de zone, alsook op basis van het aantal en de aard van interventies uitgevoerd door de brandweerdiensten van de zone Praktische afspraken over gezamenlijke oefening (1 per jaar) Praktische afspraken voor overleg over brandvoorkoming Praktische afspraken voor de samenwerking met de CB Praktische afspraken voor het aankopen van brandweermaterieel in zonaal verband (rationalisatie van de aankopen) en zo een gezamenlijk advies formuleren voor het programma voor de aankopen van brandweermaterieel met staatstussenkomst –Gemeenten uit de zone sluiten dergelijke overeenkomst Elke partij heeft mogelijkheid om uit de overeenkomst te stappen, mits opzegtermijn van 6 maand –Gouverneur maakt overeenkomsten over aan minister die binnen de 60 dagen na ontvangst uitspraak doet

79 Beheerscomité, technische commissie, provinciaal coördinatiecomité (art. 12 – 19) Beheerscomité –Burgemeesters en commandanten uit de zone –De gouverneur of zijn afgevaardigde –Opdracht Opstellen ontwerp van hulpverleningsovereenkomst Voorstellen algemeen hulpverleningsbeleid Jaarlijkse rapportage aan gouverneur / inspectie –Huishoudelijk reglement en voorzitter

80 Technische Commissie –Commandanten –Uitvoering hulpverleningsovereenkomst –Huishoudelijk reglement en voorzitter Provinciaal coördinatiecomité –Bestaat uit Gouverneur (of zijn afgevaardigde) Voorzitters beheerscomités Voorzitters technische commissies Vertegenwoordiger CB –Opdracht Toezien op de coördinatie van de activiteiten op het niveau van de provincie Verlenen van advies aan gouverneur mbt gesubsidieerde aankopen (als het hierover gaat: ook afgevaardigde minister aanwezig op de vergadering) Provinciale Technische Commissie?

81 Begeleidingscommissie voor de hervorming van de Civiele Veiligheid 7 september januari 2006 (16x) 3 basisprincipes Voorstel tot structuur brandweerdiensten Bepalingen mbt personeel Risico-analyse Financiering DGH 12 aanbevelingen

82 Basisprincipes 1.Elke burger heeft recht op de snelste adequate hulp –Hulpdienst die het eerst ter plaatse kan zijn met de nodige middelen moet uitgestuurd worden –Parameters werkhypothese om te komen tot dekkingsplan 2’ + 2’/5’ + 8’ –Adequaat: 1HAP (1 bevelvoerder (sgt), 1 chauffeur-pompbediener, 4 gebrevetteerde ademluchtdragers) + 1 ambulance met 2 + autoladder/tankwagen met 3 Kan vanuit verschillende posten: “netwerking” 2.Elke burger heeft recht op eenzelfde basisbescherming tegen een gelijkwaardige bijdrageplicht –Volledig identieke kostprijs: niet mogelijk Belgisch grondgebied te divers –Wel: éénzelfde type interventie = gelijkwaardige kostprijs Bijdrageplicht moet bepaald worden op basis van heldere criteria (bv landelijk/stedelijke omgeving, aantal inwoners, …) 3.Schaalvergroting is noodzakelijk

83 Structuur van de brandweerdiensten Eerste niveau: uitvoerende niveau –Hulpposten die basisbrandweerzorg voor hun rekening nemen binnen een netwerk Tweede niveau: organiserende –De hulpverleningszone Kwaliteitszorg posten Coördinatie van de werking –Rechtspersoonlijkheid = essentieel Werft personeel aan Koopt materiaal Derde niveau: Federale niveau –Regelgevende niveau –Centrum voor Kennis en Expertise (technische ruggensteun)

84 Personeel Personeel: behoren bestuurlijk tot de zone Vrijwilligers: essentieel voor de werking van de brandweer –Nadenken over afspraken met hoofdwerkgever van vrijwilligers (afdwingbare afspraken mbt beschikbaarheid, compensaties, …) Duidelijke rechtspositieregeling, zowel voor beroeps als vrijwilligers Per functieniveau één eenvormig profiel –Alleen zo mobiliteit tussen zones

85 Risico-Analyse Organisatie volgens operationele grenzen –Zonder bijkomende kosten kan men zo een betekenisvolle verbetering van de dienstverlening bereiken Risico-analyse –Verfijnen via inbreng normen en kwaliteitscriteria door het Kennis- en Expertisecentrum –Moet beleidsinstrument worden Alarmerings-, opkomst- en aanrijtijden zijn forfaitair bepaald –Deze moeten zo objectief mogelijk in ‘real time’ kunnen worden vastgelegd

86 Financiering VVSG – UVCW –Gemeenten willen huidige kost blijven betalen –Maar: macro-kost mag in geen geval stijgen! Op dit ogenblik: gemeenten dragen 90% van de kosten –Moet naar een 50/50 verdeling Belangrijk: financiële nulmeting + instrument om impact (zowel + als -) van voorgestelde maatregelen te berekenen

87 Dringende Geneeskundige Hulpverlening Essentieel onderdeel van de Civiele Veiligheid –80% interventies DGH worden door brandweer uitgevoerd En toch: kwam niet ter sprake –FOD Volksgezondheid rekent DGH volledig tot haar bevoegdheid en een hervorming vanuit FOD Binnenlandse Zaken doet niet ter zake

88 Aanbevelingen Zo snel als mogelijk de 3 basisprincipes, en de structuur die daarvoor nodig is, realiseren Blijvend belang van vrijwilligers en lokale niveau in de toekomstige organisatie van de basisbrandweerhulp SAH zo snel mogelijk invoeren Oprichting Kennis- en Expertisecentrum Voldoende middelen voorzien voor (theoretische en praktische) opleiding brandweer Duidelijke communicatie over de krachtlijnen van de hervorming en aanstelling commissie voor de opvolging van het veranderingstraject

89 Aanbevelingen Gouverneurs krijgen opdracht inzake sensibilisering, voorbereiding, implementatie, begeleiding en coördinatie van de hervorming Dringend werk gemaakt van rechtspositieregeling van het personeel (erkenning als risico-beroep) Hulpverleningszones moeten ook inspraak krijgen in DGH 2 sporenbeleid moet worden verdergezet (voorbereiden hervorming maar ook actuele pijnpunten wegwerken) Instrument voor meten financiële impact maatregelen Instrument dat prestatie en performantie van hulpdiensten op een objectieve manier meet

90 Wet van 15 mei 2007 betreffende de Civiele Veiligheid Opzet: nieuwe basiswet (vervangt alle voorgaande) Omvangrijk (224 artikels) Dus: slechts gedeeltelijk bespreken –Algemene begrippen –Zoneraad / zonecollege –Financiering van de zone –Personeel / materieel van de zone –Gezag en leiding van de zone –overgangsbepalingen

91 Hulpverleningszone Algemeen (art. 5 – 7) –De zone verzekert de oprichting en organisatie van de posten op haar grondgebied en vervult op autonome wijze de taken die de wet haar toewijst (deze taken: art 11) –Zone is samengesteld uit het “netwerk van hulpposten” (inplanting = RA) –Hulpposten voeren hun opdrachten uit volgens het principe van de SAH –Operationeel: geen grenzen Artikel 18: de zone beschikt over rechtspersoonlijkheid Artikel 19: de zone wordt bestuurd door een zoneraad en een zonecollege

92 Algemene opdrachten van de operationele diensten 1.De redding van en de bijstand aan personen in bedreigende omstandigheden en de bescherming van hun goederen; 2.De DGH zoals bepaald in artikel 1 van de wet van 8 juli 1964 betreffende de DGH 3.De bestrijding van brand en ontploffing en hun gevolgen 4.De bestrijding van vervuiling en van het vrijkomen van gevaarlijke stoffen met inbegrip van radioactieve stoffen en ioniserende straling 5.De logistieke ondersteuning Wat 1, 3 en 5 betreft maken hier ook deel van uit –Proactie: alle maatregelen om risico’s te inventariseren en te analyseren –Preventie: alle maatregelen om het zich voordoen van de risico’s te beperken of de gevolgen van het zich voordoen te minimaliseren –Preparatie: alle maatregelen om te garanderen dat de dienst klaar is om het hoofd te bieden aan een reëel incident –Uitvoering: alle maatregelen die genomen worden wanneer er zich daadwerkelijk een incident voordoet –Evaluatie: alle maatregelen om de voorgaande te verbeteren via lessen getrokken uit het incident

93 Territoriale afbakening zones Provinciaal raadgevend comité –Alle burgemeesters, voorgezeten door gouverneur Nationaal raadgevend comité –Alle gouverneurs, voorgezeten door langst dienende, minister, UVCW, VVSG Resultaat: K.B. van 2 februari 2009 betreffende de territoriale afbakening van de hulpverleningszones –Territoriale afbakening is een feit!

94 Zoneraad (art. 24 – 54) Samenstelling: –1 vertegenwoordiger per gemeente (burgemeester / schepen), 1 stem per lid –Zonecommandant: raadgevende stem Bevoegdheid: –Bevoegd voor aangelegenheden die niet uitdrukkelijk aan het college zijn toegewezen

95 Zonecollege (art. 55 – 63) Samenstelling –“Proportioneel” samengesteld uit leden die door de raad onder zijn leden werden verkozen, 1 stem per lid –Zonecommandant: raadgevende stem

96 Bevoegdheden: –Wat de raad hem toevertrouwd –Specifiek 1.Bekendmaking en uitvoering van de besluiten van de zoneraad 2.Beheer van de gebouwen en de eigendommen van de zone 3.Beheer van de inkomsten, de ordonnancering van de uitgaven van de zone 4.Controle op de boekhouding 5.Leiding van de werken binnen de zone 6.Toezicht op het administratieve en operationele personeel van de zone 7.Vertegenwoordiging van de zone bij het afsluiten van overeenkomsten waarbij de zone partij is 8.Uitvoering van de verplichtingen die voortvloeien uit het werkgeversstatuut van de zone 9.Vertegenwoordiger van de zone bij rechtsgedingen

97 Technische Commissie (art. 64 – 66) 1 per zone Voorzitter: zonecommandant Samenstelling –Op aangeven van de zoneraad –Bestaat “onder meer” uit de officieren verantwoordelijk voor de posten uit de zone Opdracht: –Zonecommandant bijstaan bij de uitwerking van de zonale meerjarenbeleidsplannen (art. 23) het aankoopprogramma van het materiaal (art. 118) –Adviesbevoegdheid inzake de operationele organisatie van de zone, op verzoek van de organen van de zone

98 Financiering van de zone (art. 67) –Dotaties van de gemeenten –De federale dotaties –Eventuele provinciale dotaties –Vergoedingen van de opdrachten –Diverse bronnen 50/50 = discussiepunt Dotaties: formule op basis van –Residentiële en actieve bevolking –Oppervlakte –K.I. –B.I. –Risico

99 Personeel (art. 100 – 106) Zone beheert de aanwerving, benoeming en loopbaan van haar personeel –Personeel: administratief en operationeel kader –Minima beide kaders: koning bepaalt Operationeel personeel: –Vrijwillige brandweermannen en beroepsbrandweermannen –Zone stelt de private of overheidswerkgever van een vrijwillig operationeel personeelslid voor om een overeenkomst af te sluiten waarin de modaliteiten van de operationele beschikbaarheid en de beschikbaarheid voor opleiding verduidelijkt worden (!!!) Administratief kader: vastbenoemde of contractuele ambtenaren Koning bepaalt administratief en geldelijk statuut van operationeel en administratief personeel –Statuut: houdt rekening met de specifieke risico’s inherent aan de hoofdopdrachten van het operationeel personeel

100 Gezag en leiding (art. 107 – 116) Burgemeester en gouverneur: kunnen beroep doen op de middelen van de posten van de zone(s) voor de uitvoering van opdrachten –Bij de uitvoering: onder gezag burgemeester Zonecommandant: leiding zone –Onder het gezag van het college –Verantwoordelijk voor leiding, organisatie en beheer evenals de verdeling van de taken binnen de zone –Belast met de inhoudelijke voorbereiding van de dossiers die aan de raad of het college worden voorgelegd Profiel: te bepalen door de koning Zonecommandant = Mandaatfunctie –6 jaar (hernieuwbaar) met evaluaties iedere 2 jaar –2 opeenvolgende negatieve evaluaties: mogelijkheid tot ontslag

101 Uitrusting en Materieel (art. 117 – 119) Zone verwerft materieel en uitrusting die nodig zijn voor de goede uitvoering van haar opdrachten Raad stelt, op voorstel van de zonecommandant en na advies van de technische commissie, een aankoopprogramma op Minimumnormen worden per type interventie vastgesteld door de koning

102 Overgangsbepalingen (art. 202 – 219) Personeel: –Art. 207: het gemeentepersoneel kan beslissen onderworpen te blijven aan de wetten en reglementen die van toepassing zijn op het gemeentepersoneel –Los daarvan: beroeps en vrijwilligers worden overgedragen aan het operationeel kader van de zone, administratief en technisch personeel wordt overgedragen aan het administratief kader en werknemers HC’s worden federaal personeel –Operationelen behouden hun graad (of krijgen gelijkwaardige graad)

103 Goederen –Zowel roerende als onroerende goederen worden aan de zone overgedragen roerende goederen behorend tot het openbaar / privaat domein die worden aangewend voor de uitvoering van de opdrachten van de brandweerdiensten en onroerende goederen als kazernes: compensatie bij de gemeentelijke dotatie (max 20% /jaar) Overige roerende en onroerende goederen: schadevergoeding volgens schattingsregels

104 Oprichting van de zones (art. 220) Brandweerdiensten worden in de brandweer- en reddingsposten ondergebracht wanneer aan volgende voorwaarden is voldaan: Het territoriale ambtsgebied van de zone is vastgesteld (art. 14) De minimale personeelsbezetting en het minimale materieel van de zone is vastgesteld (art. 102, 119§1) De federale dotatie van de zone is bepaald (art. 69) De dotaties van de gemeenten van de zone werden ingeschreven in de gemeentebegrotingen (art. 68) Sommige zaken van kracht 10 dagen na bekendmaking

105 Snelste Adequate Hulp Artikel 2§1.5. “de operationele diensten die het snelst op de plaats van de interventie kunnen zijn met de adequate middelen” Artikel 6: “De koning bepaalt, bij besluit vastgesteld na overleg in de Ministerraad, de minimale voorwaarden van de snelste adequate hulp en de adequate middelen”

106 SAH in de Commissie Paulus –“Volgens de werkgroep organisatie dient het begrip ‘adequaat’ voor de basisbrandweerzorg in te houden: minimaal één halfzware autopomp met een bezetting van 6 personen (één bevelvoerder (minimum niveau sergeant), één chauffeur-pompbediener en 4 gebrevetteerde ademluchtdragers), aangevuld met een ambulance met twee personen in en, in functie van de aanwezige risico’s, een autoladder en/of tankwagen met 3 personen.”

107 2 M.O.’s –9 augustus 2007 Snelste = 100 centrum van de provincie Adequaat = verantwoordelijkheid dienstchef Dubbel vertrek –1 februari 2008 Snelste = 100 centrale Adequaat = Commissie Paulus light of dienstchef Dubbel vertrek of afspraken Toepassing evalueren = fiche

108 Evaluatie via fiches: niet ideaal –Onvolledige informatie –Tegenstrijdige informatie –Fragmentarische informatie Enkel informatie over de rand van de interventiegebieden Bepaling snelste op basis van theoretische aannames –Alarmering korps door HC100: 2’ –Uitruktijd beroeps: 2’ –Uitruktijd vrijwilligers: 5’

109 Indienen fiches in België

110 Evaluatie van de toepassing op basis van de fiches –België: in 53,4% van de gevallen was de theoretisch snelste dienst ook als snelste dienst ter plaatse –Antwerpen: in 61,5% van de gevallen was de theoretisch snelste dienst ook als snelste dienst er plaatse Opmerking: fiches geven enkel van de “rand” van het interventiegebied van brandweerdiensten Conclusie: we weten niet welke dienst in de realiteit waar snelst is omdat het om theoretische aannames gaat

111 Tijdsverloop van een interventie Opkomsttijd van een hulpdienst bestaat uit 3 delen 2 van die 3 delen zijn eigenlijk blinde vlekken de theoretische aannames met betrekking tot 2 van de 3 kloppen niet

112 Hoe kunnen we de blinde vlekken verhelpen = door een o bjectieve, eenvormige en automatische registratie integrale interventiecyclus van de hulpdiensten Finaliteit: de theoretische aannames verlaten en gebruik maken van echte statistische informatie Gekozen oplossing: Track and Trace door het bedrijf Geo-Dynamics

113

114 Waarom deze regio 3 van de 5 hulpverleningszones betrokken (Antwerpen, Rand en Mechelen) Verschillende types korpsen –3 C-korpsen (vrijwillige dienst) –3 Z-korpsen (gemengde dienst) –1 Y en 1 X korps (volledige beroepsdienst) Zowel stedelijk, voorstedelijk als landelijk Tussen A12 en E19

115 Bedoeling om de 2 meest ingezette voertuigen per brandweerkorps uit te rusten met Track and Trace technologie –1 halfzware autopomp (verplicht) –1 optioneel voertuig (snelle hulp, ladderwagen, …) Via GPS en GPRS worden de bewegingen van het voertuig geregistreerd zonder enige menselijke tussenkomst Informatie (zowel realtime als voor analyse) te raadplegen via online-loket

116 De registratie wordt gekoppeld aan informatie beschikbaar op het HC100 Zo ontstaat een volledig beeld –Burger \ HC100 \ brandweerpost –Brandweerpost \ brandweerlieden \ kazerne verlaten –Kazerne verlaten \ rijden naar incident –Aankomst ter plaatse –Duur van het incident en terugkeer naar de kazerne

117 Pilootproject: –Kost betrokken gemeenten beperkt tot 180€ per voertuig voor 1 jaar (abonnementskost GPRS) –Overige kosten: budget gouverneur Na 1 jaar = lessons learned Eventuele uitbreiding van het project

118 Finaliteit NIET te weten komen hoe de interventiegebieden van een korps eruit zien NIET “concurrentie” aanwakkeren NIET fraude aanmoedigen WEL de blinde vlekken in de opkomsttijd van hulpdiensten wegwerken zodat er correct gealarmeerd kan worden WEL de effectieve service aan de burger zichtbaar maken en verbeteren

119 Conclusie pilootproject Theoretische aannames in “slechte” gevallen bevestigt, meestal is realiteit “beter” Algemeen: alarm 2:02 en opkomst 1:33 (3468 ritten) Opkomst X/Y korpsen: 1:33 (2827) Opkomst Z korpsen: 2:06 (398 ritten) Opkomst C korpsen: 3:40 (243 ritten) Uitbreiding naar volledige provincie via verplichtingen OPZ

120 2009: Taskforces M.O. van 11 maart 2009 “eerste” stap in de hervorming Coördinatiestructuur belast met begeleiding van de invoering van de hulpverleningszones Taskforce: naast operationele expertise ook administratieve expertise belangrijk Introductie “pre-zoneraad” Gouverneur: motor, coördinatie / ondersteuning, controle en rapportage Pre-zoneraad: strategie / actieplan, vastleggen middelen, rapportage FOD: technische ondersteuning, financiële hulp en controle Financiële hulp bij detachering personeel, werkings- en verplaatsingskosten Onduidelijkheden : FAQ

121 2010: Operationele Prezones M.O. zonder datum (ontvangen eind juli / begin aug) “nieuwe fase” / “volgende stap” in de hervorming Operationele prezones op conventionele basis Bedoeling: –Gemeenten die deel uitmaken van een zone aanmoedigen om nauwer samen te werken en om de operationele coördinatie tussen hun korpsen te versterken –Lokale initiatieven ondersteunen waardoor de operationele dekking van de risico’s kan verbeteren door herstructurering van de manschappen en van het materieel en door rekrutering

122 Overeenkomst (contract) tussen FOD en zone (via “gemeente met voortrekkersrol”) Verplichte doelstellingen: –Coördinatie van de OPZ verzekeren –Systematische toepassing van het principe van de SAH optimaliseren –Realisatie van een risico-analyse op zonaal vlak –Realisatie van plan inzake de herschikking en aankoop van materiaal –Gebruik van software die het mogelijk maakt om interventieverslagen te genereren Niet limitatieve lijst van optionele doelstellingen (herschikken personeel, zonaal aankoopplan persoonlijke uitrusting, rekrutering, zonaal opleidingsplan, harmonisering verplichte preventie, brandpreventie in woningen…)

123 K.B. 12 oktober 2010 OPZ: de groep van gemeenten die partij zijn in de overeenkomst –Kiezen 1 die hen vertegenwoordigt Voor welke kosten –Personeelskosten Bijkomend operationeel personeel 50% van de personeelskosten van het personeel in opleiding Verbonden aan de harmonisatie van de arbeidsvoorwaarden binnen de OPZ –Infrastructuurkosten –Aankoopkosten Van persoonlijke beschermingsmiddelen Brandweermaterieel –Kosten voor alle initiatieven tot verbetering van de administratieve en operationele coördinatie en van de hulpverlening binnen de OPZ Maximumsubsidie op basis van formule met bevolking (resi en actief), KI, BI, risico’s en oppervlakte

124 Risico’s? –Recurrent risico: Woningbrand Buitenbrand Ambulance-interventies Dringende interventies Niet-dringende interventies –Punctueel risico: Kinderdagverblijven en scholen Vestigingen voor gezondheidszorg (ziekenhuizen, rusthuizen…) Industrieën (industriële bedrijven met meer dan 50 werknemers) Seveso (drempel 1 en 2) Andere risico’s (stadions, bioscopen, luchthaven…) Tunnels (langer dan 200m) Leidingen (ondergrondse leidingen voor koolwaterstof) Hoge gebouwen (minstens 12 verdiepingen) Maar: 85% formule is bevolking en de overige 15% is oppervlakte. KI/BI en Risico heffen elkaar op (-10% / +10%) Uitbetaling in 2 keer: 70% en 30% Deadline 31 december 2010

125 Verdeling van het budget over het land: Vlaanderen krijgt 60,75% van de middelen –West-Vlaanderen: 11,65% –Oost-Vlaanderen: 13,81% –Antwerpen: 17,15% –Vlaams-Brabant: 9,65% –Limburg: 8,49% Wallonië: 39,25%

126 2011: ? …

127 Vragen? Contact: Gerd Van Cauwenberghe 03/ J. Van Rijswijcklaan Antwerpen


Download ppt "Organisatie Cursus officier. De Belgische staat Democratische staat Rechtsstaat Representatieve instellingen Nationale soevereiniteit Parlementair regime."

Verwante presentaties


Ads door Google