De presentatie wordt gedownload. Even geduld aub

De presentatie wordt gedownload. Even geduld aub

SNOEIEN Kennis van enige boomonderdelen en snoeibegrippen zijn noodzakelijk ©Jos. Pauwels.

Verwante presentaties


Presentatie over: "SNOEIEN Kennis van enige boomonderdelen en snoeibegrippen zijn noodzakelijk ©Jos. Pauwels."— Transcript van de presentatie:

1 SNOEIEN Kennis van enige boomonderdelen en snoeibegrippen zijn noodzakelijk ©Jos. Pauwels

2 Benaming van de onderdelen van de boom

3 DOEL VAN DE SNOEI  Vormsnoei: deze bepaalt de vorm van de boom  Dunnen: zorgt voor voldoende lucht en licht in de boom door een goede verhouding tussen de groei van het takkengestel en de vorming van vruchthout  Sleunen: dit is het selectief verwijderen van zware takken in een boom (meestal met de snoeizaag)  Streven naar evenwicht tussen bovengrondse en ondergrondse delen

4 SOORTEN ONDERSTAMMEN Zaailingen  Uitzonderlijk leveren ze een nieuwe variëteit op Onderstammen  +/- willekeurige boom verenigd met takken van een bepaalde variëteit  Symbiose tussen onderstam en ent; verwantschap werkt gunstig  Op verschillende onderstammen gezet zal dezelfde soort ent vroeger of later en minder of meer vruchten dragen  Niet zaadvast  Bramley’s seadling is er een van en betekent de zaailing van Mister Bramley  De boom die als gastheer diende noemde men onderstam  Beïnvloeding van de ent uitgaande van de onderstam  Vruchtkwaliteit wordt beïnvloed door de gebruikte onderstam: dikte, suikergehalte, aroma, smaak, ziekteresistentie enz.

5 GEBRUIKTE ONDERSTAMMEN ZAAILINGEN  Omwille van te sterke en ongelijkmatige groei en late vruchtzetting nog weinig gebruikt. Behalve voor perzik, walnoot en Limburgse boskriek zal men toch zaaien. VEGETATIEF VERMEERDERDE  Naar gelang de groeikracht werden er vooral in Engeland verschillende soorten ontwikkeld. Afhankelijk van de groeikracht worden ze onderverdeeld van zwakke tot zeer sterk groeiende. Zo spreekt men bijvoorbeeld van B9, M27, M9, T337, FL 56, M26, MM106, Kwee MC, Kwee Adams, kwee MA, Saint Juliën, Brompton. Ook van uit Polen kennen we de P22.  Voor de kersen worden er ook vegetatief vermeerderde onderstammen gekweekt met de GiSeIA-nummers. Deze komen uit een veredelingsprogramma van Giesen in Duitsland.

6 KEUZE VAN DE ONDERSTAM  MM111: geselecteerde hoogstamonderstam +2 m. hoogte  MM106 + M7: geschikt voor halfstam en ruim uit elkaar geplante laagstam  M26: Laagstamonderstam met redelijke groeikracht; gebruikt om minder krachtige rassen op te enten  M9: is zwakker dan M26, de meest gebruikte onderstam voor rijke gronden heeft een zwak wortelgestel; steunpaal nodig  B9: is vergelijkbaar met M9, meer winterhard, Russische soort verdraagt ook beter de droogte  M27: de zwakst groeiende onderstam. Geschikt voor rijke, goed bemeste gronden en sterke groeiers

7

8

9 BOOMVORMEN

10

11

12 SNOEREN of KOLOMBOMEN Boomvorm met afwijkende groei enkel sporen en zeer korte twijgjes; wordt geplant op cm in de rij. Mini-appelbomen en Ballerina appelbomen genoemd.

13 GEREEDSCHAP Goed gereedschap is het halve werk  Kijk niet op een euro bij de aanschaf en kies het juiste model  Zorg steeds voor proper en scherp snoeimateriaal (speciale producten in de handel verkrijgbaar maar niet noodzakelijk)  Stel deze ook goed af  Tandmoer voor eenvoudige, nauwkeurige afstelling van de messen is geen overbodige luxe  Regelmatig een drupje olie doet wonderen  Ook de snoeizaag verdient onze aandacht

14 SNOEIZAGEN SNOEIMES SNOEISCHAREN SNOEISCHAAR MET AAMBEELD TAKKENSCHAAR

15 Houding van de snoeischaar Het mes van de snoeischaar plaatsen we steeds tegen het gedeelte dat behouden blijft. Alleen op die manier krijg je een zuivere snede. Door een lichte druk naar beneden, op de tak die we moeten verwijderen, gaat het mes veel vlotter door de tak snijden. De druk van het tegenmes geeft altijd een lichte kneuzing. Gebruik een snoeischaar met aambeeld alleen voor droog hout! GOED FOUT

16 WAAR SNOEIEN ?

17

18 SLEUNEN VOOR NA

19 WONDVERZORGING

20 VRUCHTBOOMKANKER

21

22 WANNEER SNOEIEN?  In het najaar snoeien remt de groei af  In het voorjaar snoeien bevordert de groei  In de zomer snoeien bevordert de aanleg van kortloten waar later vruchten kunnen aankomen  Als de temperatuur hoger is dan 5°C. Liefst bij droog weer. Vochtigheid verhoogt de kans op infecties. Vorst bemoeilijkt de genezing van snoeiwonden.

23 HOE SNOEIEN? SNOEI WEG  Wildopslag van de onderstam  Concurrenten van verlengenissen  Te steil ingeplante of groeiende takken  Te lang vruchthout snoei je terug tot tegen een lager staande korte twijg  Afhangend vruchthout (buikhout)  Twijgen of takken die op de bovenzijde van de takken groeien (rughout)  Kruisende en schurende takken  Takken die aangetast zijn door vruchtboomkanker  Een tak boven in de boom die dikker is dan een onderstaande tak  snoeien “op voet” NIET SNOEIEN Verlengenissen van sterk groeiende gesteltakken Sterke eenjarige twijgen die aan gesteltakken of vruchthout groeien UITDUNNEND SNOEIEN  Talrijke korte twijgjes van 2-20cm lang een deel behouden  ideaal vruchthout OMHOOG BINDEN  Een te zwak groeiende gesteltak onder in de boom die dieper zit dan een horizontale stand.

24 UITBUIGEN  Twijgen van cm die opzij van de takken staan en die vertikaal groeien  Gesteltakken en vruchttakken die niet horizontaal groeien;  Doe dit uitbuigen vooral bij warm weer van april tot augustus  Gebruik voor het uitbuigen kleine betonblokjes of touw; regelmatig nazicht is gewenst

25 WATERLOTEN Te intensieve snoei: door het kandalaberen of door het knotten. Gevolg: het evenwicht tussen bovengronds en ondergronds werd verstoord Doordat de sappen niet meer kunnen verwerkt worden door de weggehaalde takken en bladmassa krijgen de slapende onderogen zoveel voedsel dat er nieuwe scheuten ontstaan NIET SNOEIEN TE VEEL OPSLAG

26 Veel en te klein fruit Door overproductie jaar na jaar kan de boom zich niet tijdig herstellen. Zonder een ingreep is deze boom gedoemd tot afsterven We zullen oordeelkundig te werk gaan door een verjongingssnoei toe te passen Opgelet: dit kan niet ineens gebeuren en wordt gespreid over meerdere jaren. Vooreerst gaan we de verlengenissen inkorten Takken die lager staan dan een horizontale lijn nemen we weg Nooit meer dan 1/3 hout verwijderen TE VEEL VRUCHTHOUT

27 ENTKNOBBEL Ontstaat op de plaats waar de boom geënt is met een bepaalde variëteit. De knobbel is een gevolg van verschillende groeikrachten tussen onderstam en ent. Als deze te dicht bij de grond staat kan die zich vrijzetten. Er ontstaan dan nieuwe wortels aan de ent en de boom neemt dan terug de eigenschappen over van de onderstam. VRIJZETTEN

28 SCHADE  Door konijnenvraat of grazend vee  Door woelratten en woelmuizen  Door het schuren van een steunpaal tegen de stam  Door het ingroeien van bindmateriaal  Door met de grasmaaier tegen de stam te rijden  Door vorst, hagel en wind  Schade zo vlug mogelijk herstellen, wonden glad snijden en voorzien van een wond - afdekmiddel (boomwond balsem of lakbalsem)

29 KLEINFRUIT Onder kleinfruit verstaan we vooral:  frambozen: zomer en herfstframbozen  trosbessen: witte, roze, rode, zwarte trosbessen  jostabes: kruising zwarte bes X kruisbes (struik)  kruisbes: stekelbes (struik, spil, miniboompje)  bramen: doornloze en gedoornde  Japanse wijnbes, Taibes, blauwe bessen  moerbij, mispel, vijg, kiwi ….

30 SNOEI VAN KLEINFRUIT FRAMBOZEN – Zomerframbozen  op een rij geplant met cm tussenruimte  twijgen die vrucht gedragen hebben tot tegen de grond wegsnoeien  tijdens of kort na de winter (februari-maart) 6 tot 8 sterke jonge scheuten aanbinden  Eventuele zijtwijgen inkorten op 1-2 knoppen  uitlopers die meer dan 30 cm van de plant bovenkomen wegsnoeien in de zomer

31 SNOEI VAN KLEINFRUIT FRAMBOZEN – herfstframbozen  Worden in de winter (februari-maart) ofwel na de oogst en bladval gesnoeid. Alles tot tegen de grond weg  Wortelopslag in de rij dunnen eind april of begin mei  Streefdoel is 6-10 mooi sterke scheuten per lopende meter overhouden  Verwijderen van overbodige takken bij het aanbinden

32 SNOEI VAN KLEINFRUIT TROSBESSEN - struiken jaarlijks iets uitdunnen, oudste takken weg 8-10 stevige vruchttakken behouden te laag hangende takken weg Trosbessen - aan draad harttak onaangeroerd laten tot op totale hoogte zware zijhout op een stompje (0,5 - 1 cm) vruchthout op zijtakjes op cm lengte snoeien

33 SNOEI VAN KLEINFRUIT KRUISBES – Stekelbes  Men tracht een open struik te bekomen met 5-8 takken  Takken die te veel naar beneden hangen terugknippen naar een steilere groeiende twijg of een naar boven gericht oog  Uitdunnen is nodig om licht en lucht te garanderen  Jonge twijgen intoppen om meeldauwaantasting te voorkomen

34 SNOEI VAN KLEINFRUIT JOSTABES  De eerste jaren zo min mogelijk snoeien enkel dode en te laag zittende takken weg  Tussen februari en maart hoe minder men snoeit hoe beter  Beperkte zomersnoei: jonge scheuten regelmatig intoppen op cm

35 SNOEI VAN KLEINFRUIT BRAAMBES en taybessen  Afgedragen vruchttakken in het najaar oktober- november weg of in maart  Jonge, sterke, vingerdikke eenjarige scheuten dunnen en waaiervormig aanbinden  eventuele zijtakken inkorten op 2-3 knoppen  Onderaan kan men alles onder de 40 cm hoogte wegsnoeien

36 KLEINFRUIT VIJG – Ficus carica (is verwant met moerbei)  Snoei: eind november - december  Struikvorm: verlengenis ½ inkorten (november) De volgende jaren alleen overtollig en dood hout wegsnoeien  Leivorm: verlengenis ½ inkorten  Vanaf mei tot juni scheuten aanbinden en de zwaarste innijpen op 1-7 bladeren  Scheuten die in voorgaand seizoen vrucht hebben gedragen in november terugsnoeien op 2 ogen

37 SNOEI VAN KLEINFRUIT MISPEL – Inheemse mispel  Zeer weinig snoeien (februari-maart) Eventueel iets uitdunnen  Wildopslag van de onderstam verwijderen  Bloemen op tweejarig hout

38 KLEINFRUIT MOERBIJ – Zwarte moerbij, Morus nigra  Door de zeer zwakke groei de eerste jaren is snoei meestal niet nodig  Haal de kleine onderste takken eruit en verwijder grotere takken die de boomvorm bederven  Open kroon houden (licht en lucht)  Snoeitijdstip: december februari

39 SNOEI VAN KLEINFRUIT BLAUWE BESSEN  In de eerste jaren zeer weinig snoeien  Onderste vruchthout kort bij de grond weg  Later oudste gesteltakken aan de grond weg en vervangen door grondscheuten  Vruchthout wat uitdunnen; 3-5 bloemknoppen  Voor een goede verjonging regelmatig terugsnoeien op een lager staande zijtak

40 SNOEI VAN KLEINFRUIT KIWI ♀  Vrouwelijke planten ( ♀ ) worden meestal in december - januari gesnoeid; oude vruchttakken weg ♂  Mannelijke planten ( ♂ ) de bestuivers worden steeds NA de bloei gesnoeid  Vruchten komen op de zwakke twijgen die vorig jaar zijn gevormd (op kort eenjarig hout)  Regelmatige zomersnoei bevordert de vorming van klein/zwak vruchthout


Download ppt "SNOEIEN Kennis van enige boomonderdelen en snoeibegrippen zijn noodzakelijk ©Jos. Pauwels."

Verwante presentaties


Ads door Google