De presentatie wordt gedownload. Even geduld aub

De presentatie wordt gedownload. Even geduld aub

Prof. Dr. Jos van Loon Remco Mostert B SW Stichting Arduin en Vakgroep Orthopedagogiek, Gent Januari 2012 Kwaliteitsdag VGN Over het belang van evidence-based.

Verwante presentaties


Presentatie over: "Prof. Dr. Jos van Loon Remco Mostert B SW Stichting Arduin en Vakgroep Orthopedagogiek, Gent Januari 2012 Kwaliteitsdag VGN Over het belang van evidence-based."— Transcript van de presentatie:

1

2 Prof. Dr. Jos van Loon Remco Mostert B SW Stichting Arduin en Vakgroep Orthopedagogiek, Gent Januari 2012 Kwaliteitsdag VGN Over het belang van evidence-based en outcome-based werken Gebruik van de Personal Outcomes Scale in een organisatie voor mensen met een verstandelijke beperking

3 Personal Outcomes Scale (Persoonlijke Ondersteuningsuitkomsten Schaal) Schaal voor de beoordeling van de individuele kwaliteit van bestaan Dr. Jos van Loon Prof.dr. Geert van Hove Prof. Dr. Robert Schalock Dr. Claudia Claes 2008

4 FACTSHEET PERSONAL OUTCOMES SCALE » Brengt de kwaliteit van bestaan van cliënten in kaart » Is gebaseerd op de domeinen van kwaliteit van bestaan van Schalock en Verdugo » Deze domeinen van kwaliteit van bestaan zijn uitvoering onderzocht en intercultureel gevalideerd » De POS is gericht op het aangaan van de dialoog » De POS-methodiek is onderdeel van de Plan-Do-Check-Act-cyclus : Plan met de Support Intensity Scale, Do met het Individueel Support Plan, Check met de Personal Outcomes Scale en Act met verbeterplannen » De POS levert informatie over de voortgang op individueel, team/locatie/regio en organisatieniveau » De POS leidt tot verbeterplannen/aanpassingen in het behandelplan op individueel, team/locatie/regio en organisatieniveau (de Act-fase in de PDCA- cyclus) » De combinatie van de drie methodieken (SIS, ISP en POS) levert inzicht in de mate waarin de inspanningen van de organisatie bijdragen aan de kwaliteit van bestaan van de cliënten (kwaliteit, effectiviteit en efficiëntie van de organisatie)

5 FACTSHEET PERSONAL OUTCOMES SCALE » De POS is binnen de VG-sector uitstekend toepasbaar voor alle categorieën cliënten » De POS is handmatig en geautomatiseerd toe te passen » Voor beide toepassingen is er een licentiesysteem, de uitgifte van licenties is door Arduin gedelegeerd aan Sytes » Om met de POS te werken, worden medewerkers via Sytes getraind. De medewerkers krijgen een persoonsgebonden certificaat met een looptijd van 2 jaar » De geautomatiseerde versie genereert een rapport met daarin de kwaliteit van bestaan geaggregeerd per vestiging, locatie of regio en de gehele organisaties zodat er een vergelijking tussen de verschillende onderdelen en het geheel mogelijk is » De gemiddelde POS-score is te koppelen aan de zorgzwaartepakketten » De combinatie van methodieken kan al in een vroeg stadium gecombineerd met organisatiewijzigingen leiden tot efficiëntieverbeteringen tot 20%.

6 Acht principes welke ten grondslag zouden moeten liggen aan het meten van aan Kwaliteit van Bestaan gerelateerde persoonlijke (ondersteunings)uitkomsten (Claes et al. 2010): 1.valide conceptueel kader de ontwikkeling van een schaal dient gebaseerd te zijn op een valide conceptueel kader; 2.theoretisch gebaseerd en inductief ontwikkeld de ontwikkeling van een instrument om Kwaliteit van Bestaan te meten dient theoretisch gebaseerd te zijn en inductief ontwikkeld te worden; 3.methodisch verantwoorde manier items die Kwaliteit van Bestaan gerelateerde uitkomsten meten, dienen op een methodisch verantwoorde manier tot stand te komen; 4.inzicht een instrument om Kwaliteit van Bestaan te meten zou inzicht moeten kunnen verschaffen in met het construct verband houdende kwesties; Acht principes

7 Acht principes welke ten grondslag zouden moeten liggen aan het meten van aan Kwaliteit van Bestaan gerelateerde persoonlijke (ondersteunings)uitkomsten (Claes et al. 2010): 5.analyse van data en feedback op data in het proces van ontwikkelen van een schaal spelen analyse van data en feedback op data een belangrijke rol; 6.correlatiecoëfficiënten de correlatiecoëfficiënten tussen de respondenten dienen acceptabel te zijn; 7.concurrente validiteit de concurrente validiteit dient aangetoond te worden; 8.gesprek de gegevens dienen verzameld te worden in een situatie waarbij een gesprek wordt gevoerd over de mogelijke antwoorden. Acht principes

8 Empirisch Model van Kwaliteit van Bestaan (Schalock &Verdugo, 2002) Een belangrijk conceptueel kader voor: Het meten van personal outcomes Het richting geven aan beleid van organisaties en instellingen En het implementeren van strategieën ter kwaliteitsverbetering

9 Domeinen kwaliteit van bestaan (Schalock & Verdugo, 2002) Persoonlijke ontplooiing Zelfbepaling Interpersoonlijke relaties Sociale inclusie / erbij horen Rechten Emotioneel welbevinden Lichamelijk welbevinden Materieel welbevinden

10 Drie factoren in kwaliteit van bestaan (Schalock, 2007) Onafhankelijkheid Persoonlijke ontplooiing Zelfbepaling Sociale Participatie Interpersoonlijke relaties Sociale inclusie / erbij horen Rechten Welbevinden Emotioneel welbevinden Lichamelijk welbevinden Materieel welbevinden

11 Drie factoren in kwaliteit van bestaan (Schalock, 2007) FactorDomeinIndicator OnafhankelijkheidPersoonlijke Ontwikkelingopleiding, persoonlijke competentie, vaardigheden Zelfbepalingautonomie, persoonlijke controle, persoonlijke doelen en waarden, keuzes Sociale ParticipatiePersoonlijke Relatiesinteracties, relaties/vriendschappen en ondersteuning (emotioneel, fysiek, feedback). Sociale Inclusieintegratie en participatie in de samenleving, rollen in de samenleving, sociale ondersteuning/supports RechtenHumane rechten (respect, waardigheid, gelijkheid) en wettelijke rechten (burgerschap, toegang, rechtvaardige behandeling) WelbevindenEmotioneel Welbevindentevredenheid, zelfbeeld, vrij zijn van stress Fysiek Welbevindengezondheid, A.D.L.-activiteiten en vrije tijd Materieel Welbevindenfinanciële status, werk en onderdak

12 Framework voor het meten van QOL  Focus op Persoonlijke Uitkomsten  M.b.t. de kerndomeinen en indicatoren qua QOL.  Gemeten op basis van Zelfbeoordeling en Geobjectiveerde beoordeling van Indicator Items.  Nadruk op betrokkenheid van de belangstellenden  In de selectie van Indicator Items (Focus groepen, Etic Items).  M.b.t. de afname van de Vragenlijst (clientgericht) clientvriendelijke meet-methoden  Kwantificatie van items uit de Zelfbeoordeling en Geobjectiveerde beoordeling  Likert (3-punts) schalen worden gebruikt voor Zelfbeoordeling en Geobjectiveerde Beoordeling.

13 Tien stappen in de ontwikkeling van de POS 1.De oorspronkelijke items kwamen voort uit eerder onderzoek en literatuur op het gebied van domeinspecifieke indicatoritems 2.Elk item is op vier criteria door experts uit het werkveld beoordeeld: Het geeft weer wat mensen willen in hun leven (belang); Het relateert aan huidige en toekomstige beleidszaken (relevantie); Diegene waar de ondersteuner enige controle over heeft (haalbaarheid); Het kan gebruikt worden voor rapportage en verbetering van kwaliteitsdoelen. 3.Focusgroepen, bestaande uit medewerkers, cliënten en familieleden evalueerden elk potentieel item/indicator op zijn waarde en het belang ervan 4.Omdat we parallelle subschalen wilden ontwikkelen om zowel subjectieve als objectieve indicatoren te kunnen meten, is voor de Personal Outcomes Scale een Zelfbeoordeling en een Geobjectiveerde Beoordelingsversie ontwikkeld met dezelfde inhoud voor beide versies.

14 Tien stappen in de ontwikkeling van de POS 5.Een 3-punts Likert schaal werd ontwikkeld om elk item te evalueren. 6.Een pilotversie van de schaal werd door getrainde interviewers afgenomen bij een representatieve steekproef van 90 volwassenen met een verstandelijke beperking in Nederland en Vlaanderen. 7.Gegevens van de pilotversie werden geanalyseerd om de betrouwbaarheid, de zwaarte van de belangrijkste domeinen van kwaliteit van bestaan, de kracht en de universele eigenschappen van de respectievelijke items te controleren. 8.Er werden uiteindelijk zes items geselecteerd per domein van Kwaliteit van Bestaan 9.Een tweede pilotversie werd afgenomen bij 79 cliënten in 4 organisaties en opnieuw geanalyseerd. 10.Het instrument werd afgerond, en voorzien van uitvoerige instructies voor het afnemen en scoren.

15 Procedures Richtlijnen voor de training van de interviewer benadrukken het belang van goed getrainde interviewers 1.Een overzicht van het concept en de betekenis van kwaliteit van bestaan, het conceptuele model van kwaliteit van bestaan, en het kader voor het meten van kwaliteit van bestaan. 2.Een overzicht van de POS, bestaande uit twee delen (zelfbeoordeling en rechtstreekse observatie), de wijze van antwoorden (drie-punt Likert schaal), en de kwalificaties voor de interviewer en respondent. 3.Scoring van de POS en het overbrengen van de scores op het POS Summary Profile.

16 Procedures Richtlijnen voor de training van de interviewer benadrukken het belang van goed getrainde interviewers 4.Procedures voor afname: (a) overzicht procedures voor afname; (b) de interviewer introduceert zichzelf en het doel van de POS; (c) de interviewer maakt de respondent duidelijk dat de POS niet bedoeld is om de mogelijkheden of het in aanmerking komen voor ondersteuning te bepalen, maar om informatie te verschaffen over de kwaliteit van bestaan van de persoon in kwestie en hoe deze verbeterd zou kunnen worden.; (d) verhelder items die de respondent niet begrijpt of die toelichting behoeven (de respondent helpen geeft betere data en meer betrouwbare en valide informatie). 5.Elke potentiële interviewer neemt de schaal af tijdens een oefen sessie. 6.Validatie procedure: De instructeur/master trainer observeert de oefensessie, geeft feedback en biedt de mogelijkheid voor een tweede oefensessie.

17 Psychometrische Kenmerken Standardisatie data Hierbij is gefocused op drie indicatoren voor betrouwbaarheid en drie indicatoren voor validiteit. De indicatoren voor betrouwbaarheid zijn: interne consistentie (Alpha coefficients), inter-rater betrouwbaarheid de consistentie tussen zelf-beoordeling en geobjectiveerde beoordeling De indicatoren voor validiteit zijn: inhouds, construct, en concurrente validiteit De verzamelde data tonen voldoende betrouwbaarheid en validiteit: zie Claes et al. 2008, van Loon et al

18 Personal Outcomes Scale (Persoonlijke Ondersteuningsuitkomsten Schaal) Schaal voor de beoordeling van de individuele kwaliteit van bestaan Dr. Jos van Loon Prof.dr. Geert van Hove Prof.dr. Robert Schalock Dr. Claudia Claes 2008

19 Personal Outcomes Scale 1. Algemeen

20 Personal Outcomes Scale ZelfbeoordelingGeobjectiveerde beoordeling DeelnemerCliënt / proxyProfessional Duur1,5 uur1 uur LocatieVoorkeur cliëntIn overleg InterviewerGetrainde interviewer InformatieKwantitatief én kwalitatief Leeftijd18 jaar en ouder

21 Personal Outcomes Scale 2. Het instrument

22 Personal Outcomes Scale FORMULIER VOOR DE ZELFBEOORDELING

23 Persoonlijke Ontwikkeling gaat over jouw opleiding en scholing (inclusief “ een leven lang leren ” ) en persoonlijke competenties (inclusief het leren en toepassen van vaardigheden). Voordat je de items gaat beantwoorden, kun je eerst even over het volgende nadenken. 1.Het leren over / van de dingen waar jij ge ï nteresseerd in bent. 2.Het leren van vaardigheden zodat je minder afhankelijk bent. 3.In staat zijn om voor jezelf te zorgen. 4.In staat zijn om voor je zelf op te komen. 5.Zelf toegang hebben tot informatie / informatie op kunnen zoeken. Persoonlijke Ontwikkeling

24 1.In welke mate ben je in staat zelfstandig te eten, rechtop te gaan staan en te gaan zitten, naar de wc te gaan en jezelf aan te kleden? Over het algemeen Met hulp Kan ik niet onafhankelijk zelfstandig 2.In welke mate ben je in staat maaltijden klaar te maken, schoon te maken, zelfstandig op pad te gaan en medicijnen te nemen? Over het algemeen Met hulp Kan ik niet onafhankelijk zelfstandig 3.Ben je vaardigheden aan het leren om zelfstandiger te worden, volg je cursussen of een opleiding? Veel Enkele Weinig tot geen 4.Is er gelegenheid voor jou om te laten zien welke vaardigheden je bezit? Vaak Soms Zelden tot nooit 5.Heb je toegang tot informatie waar je ge ï nteresseerd in bent: bijvoorbeeld een krant,een tijdschrift, internet of een bibliotheek? In ruime mate Enigszins Niet of nauwelijks 6.Gebruik je een computer, een telefoon of een rekenmachine? Vaak Soms Zelden tot nooit

25 Zelfbepaling gaat over persoonlijke controle, persoonlijke plannen en doelstellingen, het nemen van besluiten en het maken van keuzes. Voordat je de items gaat beantwoorden, kun je eerst even over het volgende nadenken. 1.Je eigen keuzes maken. 2.Zelf bepalen welke kleren je draagt. 3.Je eigen mening geven. 4.Je eigen doelen, wensen en dromen nastreven. Zelfbepaling

26 1. Mag je zelf keuzes maken (bijvoorbeeld wat voor kleren je wilt dragen, wat je wilt eten, waar je naar toe wilt gaan)? Vaak Soms Zelden tot nooit 2.Als je keuzes moet maken, maak je die dan ook? Altijd Soms Zelden tot nooit 3.Kun je beslissen om iets wat van je gevraagd wordt niet te doen? Altijd Soms Zelden tot nooit 4.Worden de beslissingen die je neemt serieus genomen? Altijd Soms Nooit 5.Heb je wat te zeggen over tenminste een deel van je geld? Ja Min of meer Nooit 6.Kun je aangeven wat je wilt doen, wat je wilt dragen, waar je naar toe wilt, wat je wilt eten etc.? Altijd Soms Zelden tot nooit

27 Persoonlijke Relaties gaat over je familie, vrienden, mensen uit je sociale netwerk en de ondersteuning die je van anderen krijgt. Voordat je de items gaat beantwoorden, kun je eerst even over het volgende nadenken. 1.Het contact dat je hebt met vrienden en / of familie en de tijd die je met hen doorbrengt. 2.Het respect of de reacties die je van familie en vrienden krijgt. 3.De ondersteuning die je van familie en vrienden krijgt. 4.Het respect dat je van anderen krijgt. Persoonlijke Relaties

28 1.Heb je goede vrienden? Ja Min of meer Nee 2.Hoe vaak neem je deel aan sociale activiteiten zoals het op bezoek hebben van vrienden, feesten of gaan dansen? Vaak Soms Nooit 3.Hoe vaak heb je contact met je familie, ontmoet je ze, bel je met ze of je met ze? Vaak Soms Nooit 4.Hoe vaak heb je contact met je vrienden, zie je ze, bel je met ze of je met ze? Vaak Soms Nooit 5.Ben je belangrijk voor je familie? Ja Min of meer Nee 6.Weet je wie je om hulp, advies of raad moet vragen wanneer je dat nodig hebt? Ja Min of meer Nee

29 Sociale Inclusie gaat over je integratie in en deelname aan de maatschappij, de rol die jij in de maatschappij hebt en de ondersteuning die je krijgt. Voordat je de items gaat beantwoorden, kun je eerst even over het volgende nadenken. 1.De maatschappelijke activiteiten waaraan je deelneemt. 2.Het contact dat je hebt met mensen in de buurt. 3.De hulp die je krijgt van mensen uit de buurt. 4.Het aantal lidmaatschappen dat je hebt bij organisaties / verenigingen in de maatschappij. Sociale Inclusie

30 1.Heb je contact met of bezoek je mensen die bij je in de buurt wonen? Vaak Soms Zelden tot nooit 2.Hoeveel buren ken jij bij naam? Veel (>5) Enkele (2 – 4) Weinig (0 – 1) 3.Neem je deel aan activiteiten of maak je gebruik van voorzieningen in de stad waar je woont (caf é – winkels – kapper – bioscoop – religieuze activiteiten – bus – concert – sport)? Vaak (dagelijks) Soms (1 – 2 keer per week) Nooit 4.Help je anderen wanneer deze jouw hulp nodig hebben? Vaak Soms Zelden tot nooit 5.Doen buurtbewoners dingen voor je (bijvoorbeeld op bezoek komen of met je ergens naar toe gaan)? Vaak Soms Zelden tot nooit 6.Neem je deel aan maatschappelijke activiteiten als winkelen, recreatie en uit eten gaan? Vaak Soms Nooit

31 Rechten gaat over jouw mensenrechten (respect, waardigheid en gelijkheid) en je concrete rechten (burgerschap, toegankelijkheid en gelijke behandeling). Voordat je de items gaat beantwoorden, kun je eerst even over het volgende nadenken. 1.Je recht op privacy. 2.De manier waarop anderen jou behandelen. 3.Kunnen zeggen wat je denkt en of er naar je geluisterd wordt. 4.Het recht op een huisdier. 5.Een eigen huissleutel. 6.Het recht om te gaan stemmen. Rechten

32 1.Heb je thuis een plek waar je helemaal jezelf kunt zijn? Ja Min of meer Nee 2.Heb je zelf (de controle over) een sleutel van je huis of appartement? Ja Ja, maar gedeeltelijk onder toezicht Nee 3.Mag je een huisdier houden als je dat wilt? Ja Hangt er vanaf Nee 4.Heb je een partner / vriend of vriendin, wanneer jij dat wil? Ja Misschien, hangt er vanaf Nee 5.Mag je zo vaak als je wilt samen zijn met je partner / vriend of vriendin? Indien geen partner: scoor ja. Ja Hangt er vanaf Nee 6.Hoe vaak ben je gaan stemmen tijdens de afgelopen verkiezingen? Bijna altijd Soms Nooit

33 Emotioneel Welbevinden gaat over jouw tevredenheid, zelfbeeld en ontspannen zijn. Voordat je de items gaat beantwoorden, kun je eerst even over het volgende nadenken. 1.In welke termen zou je kunnen omschrijven hoe je je voelt? 2.Zijn er mogelijke gevaren of problemen in je omgeving? 3.Heb je zorgen over bepaalde zaken? Welke zaken? 4.Hoe stabiel en voorspelbaar is jouw omgeving? Emotioneel Welbevinden

34 1.Voel je je veilig en zeker in je omgeving? Erg veilig Redelijk veilig Niet veilig 2.Heb je het gevoel dat je succesvol bent in de dingen die je doet? Ja Min of meer Nee 3.Hoe vaak uit je liefde en genegenheid tegenover anderen? Regelmatig Soms Nooit 4.Kun je zeggen dat je een gelukkig persoon bent? Ja Min of meer Nee 5.Ben je tevreden met hoe het gaat in je leven (dit betekent dat je geen zorgen hebt)? Ja Min of meer Nee 6.Kun je mensen die voor jou belangrijk zijn in principe vertrouwen? Altijd Soms Nooit

35 Fysiek Welbevinden gaat over jouw gezondheid en jouw gezondheidszorg, je eetgewoonten, je vermogen om voor jezelf te zorgen, je mobiliteit en je vrijetijdsbesteding. Voordat je de items gaat beantwoorden, kun je eerst even over het volgende nadenken. 1.Heb je genoeg energie om mee te doen aan fysieke activiteiten? 2.Let je op hoeveel je eet, zodat je niet te veel gaat wegen? 3.Neem je vaak deel aan recreatieve activiteiten? Fysiek Welbevinden

36 1.Hoe gaat het over het algemeen met je gezondheid? Hoe voel je je? Heel goed Redelijk Niet goed/slecht 2.Hoe vaak doe je aan sport of recreatieve activiteiten als fitness, fietsen, zwemmen of voetbal? Vaak Soms Zelden tot nooit 3.Krijg je genoeg rust en ontspanning? Ja Min of meer Nee 4.Eet je gezond? Altijd Soms Nooit 5.Ben je bezorgd over ‘ pijn hebben ’ of ‘ ziek zijn ’ ? Zelden Soms Regelmatig 6.Hoe voel je je als je ’ s ochtends opstaat? Uitgerust Beetje moe Moe

37 Materieel Welbevinden gaat over je financi ë le situatie, je werk, je leefomstandigheden en je persoonlijke bezittingen. Voordat je de items gaat beantwoorden, kun je eerst even over het volgende nadenken. 1.Wat is je maandelijkse inkomen? 2.Heb je persoonlijke bezittingen die belangrijk voor je zijn? 3.Heb je een betaalde baan? 4.Zijn er zaken die je je het afgelopen jaar niet kon veroorloven wegens gebrek aan geld? Materieel Welbevinden

38 1.Heb je een dusdanig inkomen dat je kan kopen wat je echt nodig hebt? Ja Min of meer Nee 2.Heb je genoeg geld om te kunnen sparen? Altijd Soms Nooit 3.Hoeveel belangrijke persoonlijke bezittingen heb je zoals een radio, televisie, stereo, foto ’ s? Veel Een aantal Weinig of geen 4.Heb je een betaalde baan? Regelmatig Onregelmatig Zelden tot nooit 5.Heb je de sleutel van je eigen huis? Altijd Soms Nooit 6.Heb je genoeg geld om je eigen keuzes te kunnen maken (bijvoorbeeld waar te wonen, wat te eten, welke kleding, etc)? Altijd Soms Nooit

39 Personal Outcomes Scale FORMULIER VOOR DE GEOBJECTIVEERDE BEOORDELING

40 Persoonlijke Ontwikkeling gaat over de opleiding van de persoon (inclusief “ levenslang leren ” ) en persoonlijke competenties (inclusief het leren en toepassen van vaardigheden). Alvorens de geobjectiveerde beoordeling – items in te vullen, dient men eerst informatie over de persoon te verzamelen op het gebied van persoonlijke ontwikkeling door de volgende vragen te beantwoorden. Objectieve metingen 1.Volgt de persoon een cursus of volgt hij / zij op dit moment enige vorm van onderwijs? 2.Leest de persoon een krant of tijdschrift? 3.Gaat de persoon naar de bibliotheek? 4.Heeft de persoon zelf een computer of heeft hij / zij toegang tot een computer? Persoonlijke Ontwikkeling

41 1.In hoeverre is de persoon in staat de volgende dagelijkse activiteiten te doen: wonen, zelfstandig eten, opstaan en gaan zitten / liggen, zindelijkheid, zelfstandig aan- en uitkleden? Over het algemeen Met hulp Kan hij/ zij niet onafhankelijk zelfstandig 2.In hoeverre is de persoon in staat deze dagelijkse activiteiten te doen: maaltijd bereiden, huishouden doen, zich zelfstandig voortbewegen, medicatie nemen? Over het algemeen Met hulp Kan hij/ zij niet onafhankelijk zelfstandig 3.Hoeveel vaardigheden heeft de persoon bijgeleerd of hoeveel onderwijs heeft de persoon gevolgd in de laatste 6 tot 12 maanden? Veel Enkele Weinig tot geen 4.Hoe vaak is de persoon in staat om zijn/haar vaardigheden (bijv. werk, school, thuis) te tonen? Vaak Soms Zelden tot nooit 5.In hoeverre heeft de persoon toegang tot informatie waar hij / zij in ge ï nteresseerd is? (bijvoorbeeld via een krant, tijdschrift, internet of bibliotheek) Aanzienlijk Enigszins Zelden tot nooit 6.Hoe vaak gebruikt de persoon ondersteunende technologie? Vaak Soms Zelden tot nooit

42 Zelfbepaling gaat over persoonlijke controle, persoonlijke doelen en doelstellingen, het nemen van besluiten en het maken van keuzes. Alvorens de geobjectiveerde beoordeling – items in te vullen, dient men eerst informatie over de persoon te verzamelen op het gebied van zelfbepaling door de volgende vragen te beantwoorden. Objectieve metingen 1.Heeft de persoon een droom over een carrière (welk werk hij / zij in de toekomst graag wil doen)? 2.Heeft de persoon concrete ideeën over een job? 3.Wat moet er veranderen om de job die hij graag wil, te krijgen? 4.Wat kan de persoon doen om dit te bewerkstelligen? 5.Heeft de persoon toekomstplannen? 6.Heeft de persoon een eigen budget? 7.Kan de persoon zelf besluiten hoe dit budget gespendeerd wordt? Zelfbepaling

43 1.In hoeverre heeft de persoon zeggenschap over wat hij/zij wil dragen, eten, waar hij/zij naar toe wil gaan? Aanzienlijk Redelijk Niet of nauwelijks 2.Wanneer er keuzes gemaakt moeten worden, in hoeverre neemt de persoon dan ook beslissingen? Regelmatig Soms Zelden tot nooit 3.In hoeverre neemt de persoon beslissingen die belangrijk voor hem/haar zijn – zelfs wanneer het niet de keuze is die anderen het beste vinden? Aanzienlijk Redelijk Niet of nauwelijks 4. In hoeverre worden de beslissingen van de persoon serieus genomen (ongeacht welke beslissing)? Altijd Soms Nooit 5. In hoeverre heeft de persoon zeggenschap over tenminste een deel van zijn/haar geld? Aanzienlijke Redelijke Geen zeggenschap zeggenschap zeggenschap 6. In hoeverre heeft de persoon de gelegenheid te uiten wat hij/zij wil? Altijd Soms Zelden tot nooit

44 Persoonlijke Relaties gaat over de familie, vriendenkring, het sociale netwerk en de ondersteuning die men krijgt van anderen. Alvorens de geobjectiveerde beoordeling – items in te vullen, dient men eerst informatie over de persoon te verzamelen op het gebied van persoonlijke relaties door de volgende vragen te beantwoorden. Objectieve metingen 1.Heeft de persoon een of meer vrienden met wie hij tijd doorbrengt? 2.Doet hij/ zij wel eens activiteiten met vrienden? 3.Heeft de persoon contacten met zijn of haar familie? Persoonlijke Relaties

45 1.Heeft de persoon vrienden met wie hij / zij regelmatig contact heeft en naar wie hij/zij ook op die manier refereert ? Ja Min of meer Nee 2.Hoe vaak neemt de persoon deel aan sociale activiteiten zoals het op bezoek hebben van vrienden om te eten, een feest, of gaan dansen? Vaak Soms Nooit 3.Hoe vaak heeft de persoon in het algemeen contact met zijn/haar familie? Vaak Soms Nooit 4.Hoe vaak heeft de persoon in het algemeen contact met zijn/haar vrienden? Vaak Soms Nooit 5.Behandelt de familie de persoon met respect en waardigheid of benadrukt zij zijn/haar belang op andere manieren? Zeker weten Wellicht Nee 6.Heeft de persoon een sociaal netwerk waarop hij/zij kan terugvallen voor hulp, ruggespraak of ondersteuning? Sterk netwerk Redelijk netwerk Geen

46 Sociale Inclusie gaat over de integratie in en deelname aan de maatschappij, rollen in de samenleving en de sociale ondersteuning die een persoon krijgt. Alvorens de geobjectiveerde beoordeling – items in te vullen, dient men eerst informatie over de persoon te verzamelen op het gebied van sociale inclusie door de volgende vragen te beantwoorden. Objectieve metingen 1.Hoeveel buren kennen de persoon bij naam kennen en kent de persoon zelf bij naam? 2.Van hoeveel maatschappelijke voorzieningen heeft de persoon in de afgelopen maand gebruik gemaakt (caf é – winkels – kapper – bioscoop – religieuze activiteiten – bus – concert – sport)? 3.Welke verschillende rollen heeft de persoon in zijn / haar omgeving? 4.Van hoeveel verenigingen / organisaties is de persoon lid? Sociale Inclusie

47 1.Hoe vaak heeft de persoon contact met zijn/haar buren? Vaak Soms Zelden tot nooit 2.Hoeveel buren kent de persoon bij naam? Veel (>5) Enkele (2 – 4) Weinig (0 – 1) 3. Hoe vaak is de persoon betrokken bij activiteiten in de buurt (caf é – winkels – kapper – bioscoop – religieuze activiteiten – bus – concert – sport)? Vaak (dagelijks) Soms (1 – 2 keer per week) Nooit 4. Biedt de persoon vrijwillig aan om anderen in de buurt te helpen? Vaak Soms Zelden tot nooit 5. Hoe vaak bezoeken mensen uit de buurt de persoon of nemen ze hem/haar mee op pad? Vaak Soms Zelden tot nooit 6. Hoe vaak neemt de persoon deel aan maatschappelijke activiteiten? Vaak Soms Nooit

48 Rechten gaat over zowel mensenrechten (respect, waardigheid en gelijkheid) als concrete rechten (burgerschap, toegankelijkheid en gelijke behandeling). Alvorens de geobjectiveerde beoordeling – items in te vullen, dient men eerst informatie over de persoon te verzamelen op het gebied van rechten door de volgende vragen te beantwoorden. Objectieve metingen 1.Gaat de persoon stemmen? 2.Woont de persoon op de plek en met de mensen van zijn of haar keuze? 3.Heeft de persoon een partner / vriend / vriendin? 4.Mogen de persoon en zijn / haar partner / vriend / vriendin zo vaak samen zijn als zij zelf willen? Rechten

49 1.Heeft de persoon een kamer of plek waar hij of zij privacy heeft? Jazeker Misschien, hangt er vanaf Nee 2.Heeft de persoon zeggenschap over de sleutel van zijn/haar huis of appartement? Jazeker (en draagt hem ook bij zich) Ja, maar gedeeltelijk onder toezicht Nee 3.Mag de persoon een huisdier houden wanneer hij/zij dat wil? Jazeker Misschien, hangt er vanaf Nooit 4.Heeft de persoon een partner / vriend of vriendin wanneer hij/zij dat wil? Ja Misschien, hangt er vanaf Nee 5.Mogen de persoon en zijn / haar partner / vriend / vriendin zo vaak samen zijn als zij zelf willen? Indien geen partner: scoor ja. Ja Hangt er vanaf Nee 6.Hoe vaak is de persoon gaan stemmen tijdens de afgelopen verkiezingen? Bijna altijd Soms Nooit

50 Emotioneel Welbevinden gaat over de mate van tevredenheid, zelfbeeld en ontspannen zijn. Alvorens de geobjectiveerde beoordeling – items in te vullen, dient men eerst informatie over de persoon te verzamelen op het gebied van emotioneel welbevinden door de volgende vragen te beantwoorden. Objectieve metingen 1.Hoe (in welke termen, met welke middelen) drukt de persoon zijn gevoelens uit? 2.Zijn er mogelijke gevaren of problemen in de omgeving waar de persoon de meeste tijd doorbrengt? 3.Wordt de persoon gepest in zijn of haar omgeving? Wordt hij / zij lastiggevallen op straat of in het openbaar vervoer? 4.Heeft de persoon zorgen over bepaalde zaken? Welke zaken? 5.Hoe stabiel en voorspelbaar is de omgeving van de persoon? Emotioneel Welbevinden

51 1.Hoe zou je de veiligheid van de dagelijkse omgeving van de persoon omschrijven? Erg veilig Redelijk veilig Niet veilig 2.Hoe vaak heeft de persoon succesvolle ervaringen zoals het winnen van spel, het afmaken van een gewenste activiteit en/of hoe vaak wordt dit succes erkend? Regelmatig Soms Nooit 3.Hoe vaak toont de persoon liefde en genegenheid aan anderen? Regelmatig Soms Nooit 4.Hoe vaak heb je gezien dat de persoon signalen van geluk laat zien (bijvoorbeeld een lach of glimlach)? Regelmatig Soms Nooit 5.Hoe vaak uit de persoon tevredenheid door positieve opmerkingen, gebaren of gezichtsuitdrukkingen? (Dit betekent dat hij / zij geen zorgen of moeilijkheden kent.) Regelmatig Soms Nooit 6.Laat de persoon zien dat hij/zij anderen vertrouwd door zijn / haar gevoelens te uiten of zich zichtbaar op zijn/haar gemak te voelen bij anderen? Regelmatig Soms Nooit

52 Fysiek Welbevinden gaat over de gezondheid van en zorg voor de persoon alsmede de voeding, het vermogen voor zichzelf te zorgen, mobiliteit en vrijetijdsbesteding. Alvorens de geobjectiveerde beoordeling – items in te vullen, dient men eerst informatie over de persoon te verzamelen op het gebied van fysiek welbevinden door de volgende vragen te beantwoorden. Objectieve metingen 1.In wat voor gezondheid verkeert de persoon en hoe is zijn / haar voedingspatroon? 2.Welke sport en vrijetijdsactiviteiten doet de persoon en hoe vaak gebeurt dit? Fysiek Welbevinden

53 1.Hoe zou je de fysieke toestand van de persoon in het algemeen evalueren? Heel Goed Redelijk Slecht 2.Hoe vaak neemt de persoon deel aan sport en recreatieve activiteiten? Vaak Soms Zelden tot nooit 3.Hoe vaak is de persoon voldoende ontspannen? Vaak Soms Zelden tot nooit 4.Hoe zou je de eetgewoonten van de persoon omschrijven? Goed Redelijk Slecht 5.Hoe vaak heeft de persoon pijn of voelt hij zich ziek? Zelden Soms Regelmatig 6.Hoe ziet de persoon er uit wanneer hij/zij wakker wordt en opstaat? Uitgerust Beetje moe Moe

54 Materieel Welbevinden gaat over de financi ë le situatie van een persoon, zijn of haar tewerkstelling, de woonomstandigheden en de persoonlijke bezittingen. Alvorens de geobjectiveerde beoordeling – items in te vullen, dient men eerst informatie over de persoon te verzamelen op het gebied van materieel welbevinden door de volgende vragen te beantwoorden. Objectieve metingen 1. Wat is het maandinkomen van de persoon? 2. Heeft de persoon voor hem / haar belangrijke materi ë le bezittingen? 3. Heeft de persoon een betaalde baan? 4. Zijn er zaken die de persoon het afgelopen jaar zich niet kon veroorloven vanwege geldgebrek? Materieel Welbevinden

55 1.Heeft de persoon een dusdanig inkomen dat hij kan kopen wat hij echt nodig heeft? Ja Min of meer Nee 2.Heeft de persoon een persoonlijke spaarrekening (of een andere manier van sparen) die hij kan gebruiken? Altijd Soms Nooit 3.Heeft de persoon belangrijke persoonlijke bezittingen, zoals televisie, stereo, radio, foto ’ s? Veel Een aantal Weinig of geen 4.Heeft de persoon een betaalde baan? Regelmatig Onregelmatig Zelden tot nooit 5.Heeft de persoon de sleutel van zijn eigen huis? Altijd Soms Nooit 6.Heeft de persoon genoeg geld om zijn eigen keuzes te kunnen maken m.b.t. wat hij / zij wil (welke kleding, wat te kopen)? Altijd Soms Nooit

56 Personal Outcomes Scale 2. Registratie gegevens

57 Naam Anoniem Geslacht M / V Adres Wegenlaan 1 Geboortedatum Woonplaats Middelburg Telefoonnr – Ondersteuningsorganisatie Stichting Adres Ondersteuningsorganisatie Wijs de weg 123 Plaats Nummer Een Verantwoordelijke Mevr. De Heer Telefoonnr – In geval van proxies Naam 1. Dhr. Anoniem Relatie tot de persoon Vader Naam 2. Mevr. Anoniem Relatie tot de persoon Moeder Naam3.Relatie tot de persoon Interview Formulier

58 Voor de geobjectiveerde beoordeling Naam RespondentRelatie met de persoon 1. M.E. de WerkerMedewerker Wonen Interviewer G. Sprek Organisatie Wat zeg je Datum interview Zelfbeoordeling Datum interview geobjectiveerde beoordeling Interview Formulier

59 Naam cliënt Anoniem Datum van afname Naam interviewer G. Sprek Scoring: De interviewer dient de scores (3, 2 of 1) voor elk item te noteren op dit Overzichtsformulier. De aanwijzingen hiervoor: De score voor elk item wordt genoteerd in de respectievelijke cel op dit Overzichtsformulier (bijv. Persoonlijke Ontwikkeling, Item # 1) Scores voor de zes items voor elk domein worden opgeteld tot de Domein Score. De twee of drie Domein Scores per Factor worden opgeteld tot een Factor Score. De Drie Factor Scores worden opgeteld om een Index Score voor Kwaliteit van Bestaan te verkrijgen voor zowel Zelfbeoordeling als Geobjectiveerde Beoordeling. Overzichtsprofiel

60 ZelfbeoordelingGeobjectiveerde beoordeling FactorDomeinItemScore OnafhankelijkheidPersoonlijke Ontwikkeling Totaal 89 Zelfbepaling Totaal 10 Totaal Score Factor Onafhankelijkheid 1819 Overzichtsprofiel

61 Sociale ParticipatieInterpersoonlijke Relaties Totaal 10 Sociale Inclusie Totaal 66 Rechten Totaal 911 Totaal Score Factor Sociale Participatie 2527 Overzichtsprofiel

62 WelbevindenEmotioneel Welbevinden Totaal 1110 Fysiek Welbevinden Totaal 1211 Materieel Welbevinden Totaal 13 Totaal Score Factor Welbevinden 3634 Overzichtsprofiel

63 Index Kwaliteit van Bestaan (Som van Onafhankelijkheid, Sociale Participatie en Welbevinden) Kwaliteit van Bestaan Index Zelfbeoordeling 79 Kwaliteit van Bestaan Index Geobjectiveerde Beoordeling 80 Overzichtsprofiel

64 POS uitkomsten en dan….

65

66 1. Gebruik van de POS in een Evidence based Persoonsgericht ondersteuningssysteem Een Individueel Ondersteuningsplan, gebaseerd op en in lijn met de input Van rechts naar links denken! (Schalock) Input Throughput Output De doelen en perspectieven van een persoon (wensen en persoonljke aspiraties) Zijn of haar ondersteuningsbehoefte (SIS®) Zijn of haar kwaliteit van bestaan op een bepaald moment Kwaliteit van bestaan, gemeten als een persoonlijke ondersteuningsuitkomst (POS)

67 Format voor een ISP / Ondersteuningsplan

68 Input De perspectieven, wensen en de doelen die de persoon in zijn of haar leven heeft.  Wensen, dromen, verwachtingen, doelen vastleggen a.d.h.v. een (continu in) gesprek (zijn) met de cliënt en/of zijn familie, evt. andere ondersteuners die de cliënt goed kennen  Met als leidraad voor gesprek de ondersteuningsgebieden zoals ook genoemd in de SIS® -activiteiten in huis, activiteiten in de samenleving, leren en permanente vorming, arbeidsmatige activiteiten, gezondheid en veiligheid, sociale activiteiten, belangenbehartiging, behoefte aan medische ondersteuning en behoefte aan gedragsmatige ondersteuning -de acht dimensies van kwaliteit van bestaan van Schalock  Dit gesprek is methodisch verder uitgewerkt tot een semigestructureerd interview

69 Input Bepalen van de ondersteuningsbehoefte  Bepalen van de ondersteuningsbehoefte met behulp van de Ondersteunings Intensiteits Schaal, de Supports Intensity Scale (SIS®, Thompson et al. 2004) m.b.t. de negen gebieden waarop ondersteuning betrekking kan hebben: -activiteiten in huis, activiteiten in de samenleving, leren en permanente vorming, arbeidsmatige activiteiten, gezondheid en veiligheid, sociale activiteiten, belangenbehartiging, behoefte aan medische ondersteuning en behoefte aan gedragsmatige ondersteuning  A.d.h.v. een gesprek met de cliënt en/of zijn familie en de persoonlijk assistent (bij nieuwe cliënten evt. andere ondersteuners die de cliënt goed kennen)

70 Throughput: ondersteuningsplan Basis: de domeinen van kwaliteit van bestaan en de hieraan gerelateerde ondersteuningsgebieden van de SIS® Domeinen Kwaliteit van BestaanOndersteuningsgebieden SIS® Persoonlijke ontplooiingLeren en permanente vorming, huiselijke activiteiten ZelfbepalingBelangenbehartiging: item 1,5,7 Interpersoonlijke relatiesSociale activiteiten Sociale inclusie / erbij horenActiviteiten in de samenleving, RechtenBelangenbehartiging, items 2,3,4,6,8 Emotioneel welbevindenspeciale gedragsmatige ondersteuning Lichamelijk welbevindenGezondheid en veiligheid, speciale medische ondersteuning Materieel welbevindenArbeidsmatige activiteiten

71 Ondersteuningsplan (ISP) Het ISP bestaat uit instructies (en zo mogelijk ook leerdoelen) m.b.t. de gewenste en benodigde ondersteuning van de cliënt.  De instructies moeten een antwoord zijn op welke wensen en doelen een persoon heeft, én op welk ondersteuning hij nodig heeft. Daarom schrijft de p.a. het ISP als een antwoord op de door de cliënt geformuleerde wensen en doelen, en als een antwoord op de items van de SIS® waar een cliënt ondersteuning op nodig heeft.  Per domein worden de wensen en doelen én items van de SIS® die met dit domein samenhangen weergegeven.

72 Output  Ondersteuning dient te resulteren in een goede Kwaliteit van Bestaan (niet in de eerste plaats in een verminderde ondersteuningsbehoefte!).  Een ondersteuningssysteem dient daarom te worden geëvalueerd door het meten van de Kwaliteit van Bestaan van mensen die ondersteund worden.

73 Een persoonsgericht ondersteuningssysteem

74 Het meten van Kwaliteit van Bestaan krijgt aldus een plaats in een ondersteuningsmethodiek, met als doelstelling om continu de kwaliteit van bestaan van mensen te verbeteren Deze afstemming tussen: - SIS®, - Individueel Ondersteuningsplan (ISP) en - het meten van Kwaliteit van Bestaan met de Personal Outcomes Scale (POS), maakt het mogelijk om mensen methodisch en met evidence-based instrumenten te ondersteunen in het verbeteren van hun kwaliteit van bestaan.

75 2. Gebruik in een Management Informatie Systeem

76 Voorbeeld POS Profiel van een cliënt

77 Voorbeeld POS Profiel van een locatie

78 Voorbeeld POS Profiel van een organisatie

79 3. De POS in research

80 Voorbeeld: gemiddelde scores per zorgzwaarte pakket

81 Voorbeeld: 20 – 30 jaar

82 Voorbeeld: 61 – 70 jaar

83 Voorbeeld: Kwaliteit van bestaan bij diverse doelgroepen Gebruikers ADL PAB budgethouders (Moonen et al., 2010) Personen met een verstandelijke beperking (De Windt & Lannau, 2009) Zonder beperking (De Windt & Lannau, 2009) Persoonlijke ontwikkeling12,7211,4312,3616,71 Zelfbepaling16,9315,4013,09 17,11 Interpersoonlijke relaties15,6614,8612,5916,50 Sociale inclusie13,0412,319,34 14,21 Rechten16,7015,0513,21 17,30 Emotioneel welbevinden15,4515,6915,13 17,07 Fysiek welbevinden13,5413,4614,89 14,93 Materieel welbevinden14,1713,0814,25 17,05 Index Kwaliteit van Bestaan 118,21111,01104,88130,80

84 Conclusie

85

86 References

87

88


Download ppt "Prof. Dr. Jos van Loon Remco Mostert B SW Stichting Arduin en Vakgroep Orthopedagogiek, Gent Januari 2012 Kwaliteitsdag VGN Over het belang van evidence-based."

Verwante presentaties


Ads door Google