De presentatie wordt gedownload. Even geduld aub

De presentatie wordt gedownload. Even geduld aub

Werkwoordspelling Alleen wat je moet weten!. Uitleg werkwoordspelling DEEL IDe tijden DEEL IIDe spelregels.

Verwante presentaties


Presentatie over: "Werkwoordspelling Alleen wat je moet weten!. Uitleg werkwoordspelling DEEL IDe tijden DEEL IIDe spelregels."— Transcript van de presentatie:

1 Werkwoordspelling Alleen wat je moet weten!

2 Uitleg werkwoordspelling DEEL IDe tijden DEEL IIDe spelregels

3 DEEL I: de tijden Tegenwoordige tijd. Verleden tijd.

4 Waar moet je op letten? De tijd waarin de persoonsvorm staat.

5 De tijd waarin de persoonsvorm staat Van mijn zus krijg ik een cadeautje. Van mijn zus kreeg ik een cadeautje.

6 Tegenwoordige tijd Hiermee wordt bedoeld: de persoonsvorm staat in de tegenwoordige tijd. Het gebeurt nu en het is nu bezig! Mijn vader verft het tuinhek lichtgroen. Pietje huilt, maar Liesje slaapt.

7 Verleden tijd Hiermee wordt bedoeld: de persoonsvorm staat in de verleden tijd. Het gebeurde eerder dan nu; het is al gebeurd! Mijn vader verfde het tuinhek lichtgroen. Pietje huilde, maar Liesje sliep.

8 Einde DEEL I

9 DEEL II: de spelregels Ik-vorm + tTegenwoordige tijd. Voltooid tegenwoordige tijd. De man verandert zijn kledingstijl. De kledingstijl van de man wordt veranderd.

10 DEEL II: De spelregels 't KofschipVerleden tijd.. De man veranderde zijn kledingstijl.

11 Hoe werkt Ik-vorm + t? De persoonsvorm wil je in de tegenwoordige tijd zetten. Vind de stam van het betreffende werkwoord door -en van het werkwoord af te halen. branden, missen, verhuizen, praten, verdoven Schrijf een -t bij:je, jij, u, hij, zij, het

12 Hoe werkt 't Kofschip? In de verleden tijd

13 't Kofschip in de verleden tijd De persoonsvorm wil je in de verl. tijd zetten. Vind de stam van het betreffende werkwoord door -en van het werkwoord af te halen. branden, missen, verhuizen, praten, verdoven Zit de laatste letter van de stam in 't Kofschip? Schrijf dan stam + te(n)

14 't Kofschip in de verleden tijd branden, missen, verhuizen, praten, verdoven Zit de laatste letter van de stam niet in 't Kofschip? Schrijf dan stam + de(n) brandde, miste, verhuisde, praatte, verdoofde

15 Einde DEEL II

16 Samengevat! Let op tijden van persoonsvormen Je moet twee tijden kennen: de tegenwoordige tijd en de verleden tijd Er zijn twee spelregels: Ik-vorm + t: tegenwoordige tijd 't Kofschip: verleden tijd


Download ppt "Werkwoordspelling Alleen wat je moet weten!. Uitleg werkwoordspelling DEEL IDe tijden DEEL IIDe spelregels."

Verwante presentaties


Ads door Google