De presentatie wordt gedownload. Even geduld aub

De presentatie wordt gedownload. Even geduld aub

ZUURSTOF VOOR NEDERLANDS BIJEENKOMST VAKCOÖRDINATOREN 27-04-2015 Vakbegeleiders Nederlands dpb Brugge Barbara Axters Kaat De Strooper.

Verwante presentaties


Presentatie over: "ZUURSTOF VOOR NEDERLANDS BIJEENKOMST VAKCOÖRDINATOREN 27-04-2015 Vakbegeleiders Nederlands dpb Brugge Barbara Axters Kaat De Strooper."— Transcript van de presentatie:

1 ZUURSTOF VOOR NEDERLANDS BIJEENKOMST VAKCOÖRDINATOREN Vakbegeleiders Nederlands dpb Brugge Barbara Axters Kaat De Strooper

2 TERUGBLIK  Welke acties hebben jullie al genomen om de werkdruk voor jezelf en/ of voor de collega’s te verminderen? Deel ervaringen met groep Wat zou je eventueel bijsturen?  Welke acties zijn jullie met de vakgroep nog van plan te nemen?

3 JAARPLAN APR5 Een jaarplan is een document waarin de leraar / het lerarenteam het leerplan vertaalt naar de concrete toepassing in een bepaald schooljaar. Het biedt een overzicht van de leerplandoelstellingen, oordeelkundig gespreid over het schooljaar.

4 JAARPLAN HULPMIDDEL APR5 Een jaarplan is een hulpmiddel om op een planmatige manier het onderwijs voor een bepaalde groep leerlingen te verzorgen: - Doelgericht onderwijs - Doelgroepgericht onderwijs

5 JAARPLAN COMMUNICATIEMIDDEL APR5  met directie  met collega’s: vakoverleg horizontaal en verticaal, vervanging  met pedagogisch begeleider

6 JAARPLAN WERKINSTRUMENT APR5 Om de planlast te verminderen is het niet nodig elk jaar een nieuw jaarplan op te stellen. Uiteraard zal het jaarplan, rekening houdend met de ervaringen, afspraken en schoolkalender, geregeld aangepast worden.

7 APR5 TIPS JAARPLAN  Nummer leerplan vermelden  Per periode of lessengeheel een overzicht geven van de leerplandoelstellingen en het geschatte aantal lestijden. Het volstaat om naar de leerplandoelstellingen te verwijzen.  De leerplandoelstellingen goed spreiden en doseren in de tijd. Door een realistische planning wordt vermeden dat het einde van het schooljaar te overladen wordt.

8 APR5 TIPS JAARPLAN  Ruimte voor aandachtspunten voor volgende schooljaar  Witte ruimten of rustpunten voor onvoorziene omstandigheden en/of inspelen op leerlingengroep (bv. remediërend), actualiteit...  Jaarplan en de agenda eventueel samenvoegen tot één document.

9 JAARPLANNEN – LEERLIJNEN SCREENEN? Zie je:  of je alle leerplandoelstellingen in voldoende mate behandelt in je lessen?  of je die leerplandoelen voldoende evalueert (punten en/of feedback)?  of je doelen voor vaardigheden gespreid (procesgericht) aanbiedt?  wanneer je aan de verschillende leerplandoelen werkt?  of er voldoende mogelijkheden zijn om met collega’s van een zelfde graad samen aan het jaarplan te werken?  voldoende informatie die bruikbaar is voor horizontaal en/ of verticaal overleg?  ruimte voor aanvullingen, aanpassingen, feedback naar volgend schooljaar toe?

10 JAARPLAN/ LEERLIJNEN 1

11

12

13 JAARPLAN/ LEERLIJNEN 3

14

15 JAARPLAN/ LEERLIJNEN 1

16

17 IN LEERPLAN ZELF WERKEN Roze gemarkeerd = 2 de Groen gemarkeerd = 1 ste Geel gemarkeerd = beide jaren Ernaast noteer je: - lesonderwerpen en opdrachten rond doel: rood (2 de ), groen (1 ste )

18 ATTITUDES - attitudes: telkens eerste leerplandoelen bij vaardigheden, TBS én literatuur - ons voorstel: matrix: leerplandoel ----  attitudeschaal  zelfevaluatie  evaluatie door de leraar + feedback, gesprek…

19 ATTITUDES EN LUISTEREN

20 LITERATUUR EN LITERAIRE COMPETENTIE

21 OEFENING  Werk in je groepje deze attitudeschaal uit  voor één vaardigheid OF taalbeschouwing OF literatuur.  voor de opgegeven graad  Zoek daarvoor in het leerplan de attitudedoelstellingen  Zet ze om in een ‘schaal’ (uitstekend – goed – matig – onvoldoende) (blancosjabloon digitaal voorhanden)

22 MIJN EVALUATIE EXAMEN  Wat vind je goed aan je examen?  Waarover ben je niet tevreden of onzeker?  Welke tips kun je mekaar geven om je examen aan te passen?  Vertrek je voldoende vanuit relevante en authentieke communicatieve situatie?VAARDIGHEDEN  Welke teksttypes, verwerkingsniveau, publiek?  Welke teksttypes of tekstsoorten komen veel/ weinig aan bod?

23 DOORLICHTING –OPDRACHT AANDACHTSPUNTEN OPDRACHT Lees per onderdeel de aandachtspunten uit de inspectieverslagen schrijf telkens een punt op waar jij of je vakgroep goed in is (groen) Schrijf telkens een punt op waar jij of je vakgroep ooit werk van wil maken (rood) Deel met je groepje

24 ONDERWIJSAANBOD – LEERPLANGERICHTHEID

25 ALGEMEEN  Verhouding leerplancomponenten conform leerplan  Verhouding examens en DW  Feedback en tekstrevisie  Doordacht onderscheid basis-verdieping  Info (ook aan ouders) over leemtes in het leerproces + mogelijke bijsturing  Leerplanrealisatie  Gelijkgerichtheid  Horizontale + verticale samenwerking aan leerlijnen  Taalopdrachten in contextrijk kader aanbieden  Relevante opdrachten geven met voldoende actualiteitswaarde

26 MODERNE VREEMDE TALEN  Overleggen met de collega’s Frans, Engels en Duits over de invulling van de specifieke eindtermen van de pool moderne talen  Uitspelen verschil met richting moderne talen

27 PEDAGOGIE EN DIDACTIEK  Kritiek op kennisgerichte onderwijsstijl en overwegend prestatiegerichte onderwijspraktijk die resulteren in productgerichte taken en opdrachten. (=> de realisatie van vaardigheidsgerichte eindtermen wordt verschoven naar opdrachten die als product worden geëvalueerd)  Activerende werkvormen  Ondersteuning leerproces met leermiddelen, schrijfkaders en spreekfiches.  Overzichten om examens voor te bereiden zijn handreikingen die leren leren stimuleren en niet enkel leerstofafbakeningen.  Integratie van ICT  Aandacht voor studiehouding, creatieve inbreng leerlingen, correct taalregister  Inzetten op leren leren en leren structureren met aanschouwelijke voorstellingen  Contract- en hoekenwerk

28 STRATEGIEËN  Expliciet doorlopen OVUR-procedure  Consequent stappen OVUR doorlopen  Onderscheiden teksttypes o.b.v. tekstkenmerken, gebruik leesstrategieën en herkennen tekststructuren  Kritiek op theoretische en reproductieve bevraging leesstrategieën, ordeninsgprincipes en schooltaalwoorden.

29 VAARDIGHEDEN  Leerlijnen productieve en receptieve vaardigheden over de graden heen  Criteria duidelijk omschrijven waaraan opdracht moet voldoen (naar leerlingen toe)  Vier vaardigheden evenwichtig aangeboden  Link vaardigheidsopdrachten met studierichting, interesses en leefwereld leerlingen, actualiteit  Vaardigheidstraining met ontwikkeling reflectievermogen en strategische vaardigheden  Variatie aan tekstsoorten en –types  Meer structurerend en beoordelend niveau  Integratie van de vaardigheden enerzijds, integratie van vaardigheden en taalbeschouwing anderzijds.  Competentieleren  Aandacht voor taalvaardigheidsopdracht met link naar dagelijks leven  Voldoende oefenen van luister- en spreekvaardigheid tijdens les

30 COMPETENTIELEREN De reële en individuele capaciteit om kennis (theoretische en praktische kennis), vaardigheden en attitudes in het handelen aan te wenden, en dit in functie van de concrete, dagelijkse en veranderende werksituatie en van persoonlijke en maatschappelijke activiteiten.

31 TAALBESCHOUWING  = wisselwerking tussen kennen en kunnen  Doel: ondersteuning vaardigheden en reflectie op eigen en andermans taalgebruik  Aansluiten bij concrete taaluitingen leerlingen  Niet theoretisch-cognitief, wel ondersteuning ontwikkeling taalvaardigheid  Integratie met vaardigheden  Taalbeschouwelijke kennisinhouden niet verkavelen  NIET: kennisoverdracht van spelling en grammatica  INDUCTIEVE aanpak (waarnemen > begrijpen > interpreteren)

32 LITERATUUR - LEESPORTFOLIO  Bijdragen tot vaardigheid persoonlijke waardering en voorkeuren formuleren (brede vorming)  Leesplezier blijft centraal staan  Tekstervarend lezen (Theo Witte)  Belang balansverslag en leesautobiografie  Duidelijke criteria voor de schriftelijke opdrachten (in de leesportfolio)  Beoordelingscriteria voor literaire competentie via leesplezier afstemmen op leerplandoelstellingen

33 EVALUATIE

34 EVALUATIE  NIET: theoretisch en reproductief  Gezonde verhouding taalbeschouwing – vaardigheden:  kritiek op te groot aandeel taalbeschouwing  In rapportering duidelijk maken of je voldoende gegevens hebt over alle onderdelen van de leerplannen.  Puntenverdeling in examens  Onderdelen examen verwijzen naar de drie componenten vaardigheden, literatuur, taalbeschouwing  Spelling, woordenschat en grammatica in zinvolle contexten aanbieden en evalueren  Verdeelsleutel kennis/vaardigheden met nadruk op vaardigheden zoals in leerplan  Taalbeschouwing binnen zinvolle contexten bevragen: strategisch en reflecterend handelen beoordelen

35 EVALUATIE VAARDIGHEDEN  Niet alleen productgericht  Ook structurerend en het beoordelend niveau  Peer- en zelfevaluatie.  Duidelijke criteria voor beoordeling spreek- en schrijfvaardigheden, leesportfolio  Procesmatig en geïntegreerd  Transparantie in evaluatie spreken  Dictee is geen schrijfvaardigheid  Afspraken in vakgroep over beoordelingscriteria vaardigheden (zie voorbeeldfiches leerplan)

36 EVALUATIE ATTITUDES  Evalueren van attitudes, (niet alleen mondelinge feedback tijdens de les)  Geen niet-vakgebonden attituden in de beoordeling

37 EVALUATIE VRAAGSTELLING  Eenduidige vraagstelling  Foute onder ogen brengen om te laten verbeteren, werkt destabiliserend  Correcte verbetering

38 SCHOOLBELEID Er is binnen de vakgroep voldoende knowhow om de leerplanprincipes zowel in de realisatie als in de evaluatie te implementeren. De implementatie van die principes veronderstelt een aanpassing van de schoolrichtlijnen met betrekking tot evaluatie en rapportering. (Examens? verhouding DW/EX?)

39 LEERZORG

40 LEERZORG  Sticordi-maatregelen voor dyslectische leerlingen  Extra ondersteuning en coaching voor leerlingen met taalachterstand  Synergie met GOK voor leerlingen met taalachterstand  Synergie met GOK voor de screening en de extra begeleidingsinitiatieven  Aandacht voor schooltaalwoorden  Leerlingen in groepjes opvangen om meer oefenkansen te creëren voor bijv. vaardigheden  Mogelijkheid om leermiddelen te gebruiken bij zoekopdrachten (+ICT-ondersteuning)  Extra studiebegeleiding/ remediëring  Opvolging effecten van de remediëringsactiviteiten

41 VAKGROEPWERKING

42 VAKGROEPWERKING  Gedegen en gedeelde vakkennis  Werken met portfolio’s die doorgaan over de graden heen  Bijdrage vanuit vakgroep aan geïntegreerde proef  Verticale leerlijn aanpakken  Doen een beroep op pedagogisch begeleider  Vakgroep zorgt voor concrete en gelijkgerichte afspraken over onderwijs- en evaluatiepraktijk  Groep komt regelmatig samen om inzichten en ervaringen uit te wisselen  Via zelfevaluatie sterktes en zwaktes in kaart brengen en kwaliteitsverbetering nastreven  Navormingen volgen en nieuwe inzichten binnen de vakgroep delen

43 VOORUITBLIK  Welke thema’s of onderwerpen willen jullie volgend jaar behandelen?  Welke ervaringen of zaken die je uitgewerkt hebt, kun jij volgend jaar met de collega’s delen?  Waaraan zou je volgend schooljaar graag eens met collega’s uit andere scholen samenwerken?  Vind je het zinvol om per graad of richting te netwerken?  Netwerkdata vastleggen?


Download ppt "ZUURSTOF VOOR NEDERLANDS BIJEENKOMST VAKCOÖRDINATOREN 27-04-2015 Vakbegeleiders Nederlands dpb Brugge Barbara Axters Kaat De Strooper."

Verwante presentaties


Ads door Google