De presentatie wordt gedownload. Even geduld aub

De presentatie wordt gedownload. Even geduld aub

Inleiding onderzoeks- methodologie (196215) - Hoorcollege 6 -

Verwante presentaties


Presentatie over: "Inleiding onderzoeks- methodologie (196215) - Hoorcollege 6 -"— Transcript van de presentatie:

1 Inleiding onderzoeks- methodologie (196215) - Hoorcollege 6 -

2 Tentamenstof Dooley Bonusopgave variantVariant alleen tentamen H1.Opgave 1X H2. Ethiek-- H3. Research rapport-- H4. Alternatieve verklaringenOpgave 2X H5. Validiteit en BetrouwbaarheidOpgave 3X H6. MeetmethodenXX H7. DataverzamelingXX H8. Inferential statistics-- H9. Interne validiteitOpgave 4X H10. Experimenteel onderzoekOpgave 4X H11. Quasi experimenteel onderzoekXX H12. Correlationeel onderzoekXX H13. Kwalitatief onderzoekXX Ontwerpmethodologie (sheets gastcollege)XX

3 Tentamen 04 November 2008

4 Opgave 1 Onderzoekers in Connecticut (VS) hielden bij hoeveel dodelijke ongelukken gebeurden gedurende verschillende periodes voor en na de campagne tegen te hard rijden op snelwegen werd gelanceerd. Ze vonden dat het aantal slachtoffers afnam na de campagne, maar omdat het aantal dodelijk ongevallen erg onstabiel was, konden ze niet aantonen dat de daling van de campagne kwam. Ze vergeleken daarom het aantal dodelijke ongelukken in Connecticut met dat van vier omliggende staten waar geen campagne tegen te hard rijden was gehouden, maar waar wel op dezelfde momenten gemeten was. Daar werd geen vergelijkbare daling in het aantal slachtoffers waargenomen.

5 Opgave 1 a)Hoe heet het design dat in dit onderzoek werd gebruikt? b)Geef het design weer in symbolische notatie (Maak gebruik van de symbolen R, X en O). c)Welke conclusie zou je trekken op basis van deze gegevens?

6 Opgave 1 a) Multiple groups interrupted time series design b)OOOO X OOOO OOOO c)De data doen vermoeden dat de campagne effectief is geweest, maar het effect is niet bewezen.

7 Opgave 2 a)Beschrijf wat verstaan wordt onder obtrusive nonverbal observations. b)Geef twee voorbeelden en licht ze toe.

8 Opgave 2 Hier onder wordt het niet-verbale meten van gedrag verstaan, waarbij het voor de respondenten duidelijk is dat ze gemeten worden.

9 Opgave 3 a)Geef een beschrijving van een focusgroep b)Valt deze onderzoeksmethode onder kwalitatief of kwantitatief onderzoek? c)Welke plaats zou je geven aan de focusgroep in de empirische cyclus van de Groot?

10 Opgave 3 a)Een focusgroep is een beperkte groep respondenten die uitgebreid bevraagd wordt over het onderwerp. b)Kwalitatief c)Observatie

11 Opgave 4 a)Noem vijf criteria voor een goede onderzoeksvraag b)Beoordeel de volgende onderzoeksvraag aan de hand van deze criteria: “Ervaren de ouders de buiten schoolse opvang (BSO) positiever dan de kinderen?”

12 Opgave 4 1. niet te ruim of te krap geformuleerd 2. duidelijk 3. gebaseerd op vakliteratuur 4. Geen ja/nee vraag 5. Nog niet beantwoord 6. Van belang voor theorie of praktijk 7. te operationaliseren 8. binnen tijdsbestek te beantwoorden.

13 Tot zover het 1 e deel De rest was alleen bedoeld voor mensen die geen bonusopgaven hadden gemaak.

14 Opgave 5 We proberen na te gaan of het zien van een advertentie ertoe leidt dat het product eerder gekocht wordt. We ondervragen daartoe 1000 personen. We vragen hen onder andere of ze de advertentie gezien hebben en of ze daarna het product ook (minstens één keer) gekocht hebben.

15 Opgave 5 Niet geziengezientotaal Niet gekocht gekocht totaal

16 Opgave 5 a)Zet in elk van de drie kolommen van bovenstaande tabel de ‘kolompercentages’. b)Bestaat er een duidelijke (statistische) samenhang tussen het zien van de advertentie en het naderhand kopen van het product? c)Formuleer een rival hypothesis die twee groepen respondenten onderscheidt.

17 Opgave 5 b)ja, duidelijk positief verband c)Mensen die al eerder het product gekocht hebben, zullen eerder de advertentie zien en het product ook minstens een keer kopen.

18 Opgave 5 Conditie BNiet geziengezientotaal Niet gekocht gekocht totaal Conditie ANiet geziengezientotaal Niet gekocht gekocht totaal Mogen we op basis van deze gegevens concluderen dat door het plaatsen van de advertentie de verkoop van het product is toegenomen?

19 Opgave 5 Er is geen causale relatie aangetoond, slechts een statistische relatie, die duidelijk positief is.

20 Opgave 6 Hoe verschilt de empirische cyclus van De Groot van de empirische cyclus beschreven in hoofdstuk 4 van Dooley? Beargumenteer de keuze van de Groot.

21 Opgave 6 De Groot heeft de inductie fase van Dooley gesplitst in Observatie en Inductie. De Groot heeft hiermee expliciet onderscheid gemaakt tussen het verzamelen van gegevens en het vormen van ideeen aan de ene kant en het formuleren van hypotheses (inductie) aan de andere kant. Bij Dooley lopen deze fases door elkaar.

22 Opgave 7 Voor welke validiteitsbedreigers wordt gecontrolleerd als aan het onderstaande experimentele design een voormeting wordt toegevoegd? XO R -O

23 Opgave 7 Selection. De beide groepen zijn toevallig zo samengesteld dat de hogere/lagere score na X niet toe te wijzen is aan de treatment, maar aan de samenstelling van de groepen. Het toevoegen van een voormeting vergroot het onderscheidingsvermogen.

24 Opgave 8 Volgens de gangbare opvattingen binnen de wetenschap hoeven theorieën niet tot stand te komen door middel van systematische observaties, maar mag de onderzoeker theorieën ook achter zijn bureau verzinnen. Je zou kunnen denken dat je op deze manier het gevaar loopt dat je theorieën krijgt die helemaal niet met de werkelijkheid overeenstemmen. Binnen de gangbare opvattingen is er echter een andere eis die aan theorieën gesteld wordt, waardoor dit gevaar beperkt wordt. Op welke eis wordt hier gedoeld? Motiveer je antwoord.

25 Opgave 8 Toetsbaarheid. Omdat de theorieën toetsbaar moeten zijn, is het gewaarborgd dat ze met de werkelijkheid overeenstemmen.


Download ppt "Inleiding onderzoeks- methodologie (196215) - Hoorcollege 6 -"

Verwante presentaties


Ads door Google