De presentatie wordt gedownload. Even geduld aub

De presentatie wordt gedownload. Even geduld aub

DO IT.

Verwante presentaties


Presentatie over: "DO IT."— Transcript van de presentatie:

1 DO IT

2 Hoorcollege 3 Geheugen en denken
CMV Psychologie Hoorcollege 3 Geheugen en denken

3 Sheets: Kamer: ML

4 Vandaag Vragen over H3 en H9? H4 Geheugen H5 Denken

5 Vragen? Leren Sociale psychologie; wat vonden jullie van de experimenten?

6 Geheugen

7 Langetermijn geheugen
Geschatte capaciteit tussen de 1 en 10 terabytes ( GB) ‘Universum’

8 Werkgeheugen Probeer onderstaande getallen te onthouden

9 Werkgeheugen Probeer onderstaande getallen te onthouden
antwoord

10 werkgeheugen KTM 7 +/- 2 items onthouden !CH-UN-KEN!

11 Andere Mnemonieken Methode van loci Linking Kapstokwoorden

12 Langetermijngeheugen
Procedureel bv. fietsen Declaratief Episodisch (Gebeurtenissen, persoonlijke ervaringen) Semantisch (taal, feiten, algemene kennis)

13 Fotografisch geheugen: eidetisch

14 Fotografisch geheugen: eidetisch

15 Herinneringen Impliciete herinneringen; onbewust
Expliciete herinneringen; bewust Impliciete herinneringen terughalen; priming Expliciete herinneringen terughalen; ophalen en herkennen

16 De 7 zondes van het geheugen
Vluchtigheid; vervagen Verstrooidheid; verslappen van aandacht Blokkades; ‘muur’ Foutieve attributie; verkeerde koppeling Suggestibiliteit; vervorming Bias; gekleurd Persistentie; opdringerig

17 Vluchtigheid Vergeetcurve Ideaal leerschema 45 min studeren
Ebbinghaus Ideaal leerschema 45 min studeren Herhalen na 10 minuten 5 min Herhalen na een dag 5 min Herhalen na een week 3 min Herhalen na een maand 3 min Herhalen na 6 maanden 3 min Niet alles blijft eeuwig in het lange termijn geheugen opgeslagen. Soms zijn dingen tijdelijk even weg. Bijvoorbeeld, je vergeet een verjaardag. Soms raakt opgeslagen informatie helemaal zoek. Ebbinghaus ontwikkelde een vergeetcurve. De meeste stof wordt het snelst vergeten, maar daarna blijft het redelijk ophetzelfde niveau Ideaal leerschema: 20 minuten totaal tijd.

18 Verstrooidheid; selectief geheugen
Let je goed op? Kan jij goed tellen? tellen whodunnit gefocused

19 Geheugen 1 Luister goed naar de woorden die ik opnoem

20 Geheugen 2 Luister goed naar de woorden die ik opnoem

21 Geheugen 3 Luister goed naar de woorden die ik opnoem

22 Suggestibiliteit! (en foutieve attributie)

23 Denken Denken is het cognitieve proces dat betrokken is bij het vormen van een nieuwe mentale voorstelling door de beschikbare informatie te manipuleren. We maken gebruik van concepten, schema’s, scripts. Concept: mentale representaties van categorieën van items of ideeën, gebaseerd op ervaring. Bv. Stoel heeft poten, rugleuning etc. Schema: een bepaalde hoeveelheid kennis, oftewel een algemeen conceptueel raamwerk dat verwachtingen genereert voer thema’s, gebeurtenissen, voorwerpen, mensen etc. bv de hogeschool Script: cluster informatie over reeksen van gebeurtenissen en handelingen die je verwacht in een specifieke situatie. Bv. Uiteten gaan

24 Problemen oplossen Algoritmen (stap-voor-stap, elke keer dezelfde manier, formules) Heuristieken (short-cuts, schatting, geen garantie) Terugwerken Zoek naar analogieën Deel een probleem op in kleinere delen Verzin een algoritme en een heuristiek voor het koken van groentesoep Algortimen zijn formules of procedures om speciale problemen op te lossen. Heuristieken zijn eenvoudige vuistregels om verschillende problemen aan te pakken. Terugwerken: begin bij het einde en werk andersom Analogieen: zoek een overeenkomst tussen het oude en nieuwe probleem, om oude ‘goede’ strategieen opnieuw toe te passen Opdelen: kleine deeltjes 1 voor 1 oplossen en niet verzuipen door het hoofdprobleem.

25 Out of the box; loslaten van mental sets en beperkingen
Je staat aan de rand van een klif die 400 meter breed en 1 km diep is. Je moet aan de andere kant van de klif zien te komen. Springen haal je niet en naar beneden klimmen lukt ook niet. Je hebt beschikking tot 2 paperclips, onbeperkt touw, een luciferdoosje met 1 lucifer en een zakmes. Er zijn geen mensen in de omgeving. Er is wel een boom met een tak en nog 2 blaadjes eraan. Één van de blaadjes is bruin. Hoe kom je aan de andere kant??

26 Out of the box; loslaten van mental sets en beperkingen
Je kan een man met een houten been niet fotograferen. Waarom niet?

27 Out of the box; loslaten van mental sets en beperkingen
I turn polar bears white Ik maak ijsberen wit And I will make you cry. Ik maak jou aan het huilen I make guys have to pee Ik laat mannen plassen And girls comb their hair. En meisjes hun haren kammen I make celebrities look stupid Ik maak celebs gek And normal people look like celebrities. En laat normale mensen schijnen I turn pancakes brown Pannekoeken maak ik bruin And make your champagne bubble. En champagne laat ik bruisen If you sqeeze me, I'll pop. Als je in me knijpt dan knap ik If you look at me, you'll pop. Als je naar me kijkt dan knijp JIJ ‘m Can you give me an answer?Kan jij een antwoord geven? 85% van de peuters kon een antwoord geven En maar 3% van de Harvard-studenten

28 Moeilijkheden bij oordelen en beslissen (foutieve heuristieken)
Confirmation bias – letten op info die je overtuiging bevestigd, alle andere info negeren Hindsight bias – ‘ik had het kunnen weten’ Anchoring bias – eerste info telt het zwaarst Representativeness bias – één voorbeeld is representatief voor de hele groep Availability bias – hoe meer voorbeelden je kan verzinnen, hoe groter de schatting Confirmation bias is de neiging die we van nature hebben om onze verwachtingen op een dusdanige manier te toetsen dat ze worden bevestigd. Dus als we een hypothese (veronderstelling) over iets hebben, zijn we vooral geneigd om te kijken naar de feiten die onze mening bevestigd. Bv. Je vraagt aan een vriendin wat ze van je schoenen vind, maar je vraagt het niet aan een vriendin die die rare smaak heeft. Hindsight bias: dat heb ik altijd al geweten. Achteraf! Bv. Ik wist wel dat het krisis zou worden, je kon er op wachten! Anchoring bias: je maakt gebruik van een heuristiek waarbij je denken verankert aan de eerste informatie. Bv. Als het begin van het boek saai is, is het hele boek saai. Representativeness bias: een foutieve heuristiek die optreedt als men ervan uitgaat dat een persoon of gebeurtenis die tot een bepaalde categorie behoort, ook alle eigenschappen zou bezitten. Bv. Alle motorrijders zijn asocialen. Availability bias: een foutieve inschatting op basis wat beschikbaar is, voor de handliggend. Bv. Roken kan geen kwaad, want mijn opa is er 95 jaar mee geworden.

29 Filmpje ooggetuigenverklaring
ik zie, ik zie...

30 Volgende keer Ruimte om vragen te stellen over H4 en H5
H6 Emotie en motivatie H7 Stress, gezondheid, welzijn

31 discovering psychology


Download ppt "DO IT."

Verwante presentaties


Ads door Google